Anna-Lynn

De laatste tonen ebben door de repetitie ruimte en tevreden beginnen we te klappen. Reggie -de drummer- geeft me een klopje op mijn schouder.
‘Het is mooi, Anna.’
Breed lachend neemt hij een slok water. Opgelucht slaak ik een zucht en stap achter de piano weg. Net als ik een flesje water uit de koelkast wil pakken, gaan de deuren open en komt Ronald binnen lopen.
‘Anna. Er is hier iemand die het nummer mooi vind en het van je wil overnemen.’
Verbaast doe ik de deur van de koelkast dicht en kijk hem vragend aan. Een blonde jongen komt achter hem aan naar binnen lopen en sluit de deuren.
‘Ik wil je voorstellen aan Colson, ook wel bekend als “Machine Gun Kelly”. Hij wil graag met je samen werken.’
Hij wuift met zijn arm naar de blonde jongen -die dus Colson heet- en de jongen komt op me af lopen met zijn hand uitgestoken. Ik laat mijn blik over de lange jongen glijden. Zijn haar is wit -geblondeerd-, blauwe ogen staren in de mijne, de nagels van zijn uitgestoken hand zijn zwart gelakt, hij draagt een baggy joggingpak en op zijn hoofd draagt hij een skater pet.
Ik vorm een vriendelijke lach om mijn mond en neem zijn hand aan.
‘Colson. Maar ze noemen me Kells.’
‘Leuk je te ontmoeten, Kells. Ik ben Anna-Lynn, maar ze noemen me Anna.’
Hij knikt. Zijn blik glijd over mijn lichaam, van mijn gezicht tot mijn voeten. Ik schraap een keer mijn keel, waardoor iedereen van mijn band zachtjes grinnikt, ik pak de tekst uit mijn tas en overhandig die aan Colson.
‘Dit is het nummer dat je wilt overnemen?’ Vraag ik, hij bestudeerd het papiertje en knikt dan.
‘Ja klopt, maar het is nog niet helemaal af hoorde ik van Ronald.’
Ik hum bevestigend, pak nog een kopie uit mijn tas en loop naar de piano. Ik zet het papiertje op de houder, ga op het bankje zitten en begin de melodie te spelen.

“Home, the place where I can go
To take this of my shoulders,
Someone take me home.
Home, the place where I can go
To take this of my shoulders,
Some take me home,
Someone take me.”

Colson had een microfoon van de standaard gepakt, was bij de piano komen staan en begint free-style te rappen.

“Look, I didn't power through the struggle
Just to let a little trouble, knock me out of my position
And interrupt the vision
After everything I witnessed, after all of these decisions
All these miles, feets, inches
They can't add up to the distance
That I have been through, just to get to
A place where even if there's no closure, I'm still safe
I still ache from trying to keep pace
Somebody give me a sign, I'm starting to lose faith.”

Hij stopt en met een brede lach begin ik te klappen.
‘Dat past perfect!’ Zeg ik enthousiast en hij knikt lachend.
‘Ja, maar meer heb ik nog niet.’
Hij trekt een pruillipje en grinnikend haal ik mijn schouders op.
‘Samen zullen we er iets moois van maken.’
Ronald komt naar ons toelopen en legt grijnzend zijn hand op de schouder van Colson.
‘Ik denk dat jullie twee goed samen kunnen werken. Neem deze middag de tijd om er samen aan te werken en rond een uur of vijf kom ik terug om te kijken hoever jullie zijn.’
Colson kijkt me ongemakkelijk aan en krabt even op zijn achterhoofd.
‘Komt goed, Ronald.’ Mompel ik, hij knikt en verlaat de repetitie ruimte.
‘Jullie kunnen wel een pauze nemen.’ Zeg ik en kijk mijn bandleden één voor één aan.
Ze knikken tevreden, pakken hun spullen bij elkaar en laten Colson en mij alleen.
‘Ik heb denk ik al een ideetje om verder te komen.’
Nieuwsgierig leunt Colson met zijn armen op de grote piano.
‘Doe je rap nog eens?’
Hij knikt en ik begin weer piano te spelen terwijl hij zijn rap doet. Als hij klaar is haak ik in met wat ik in mijn hoofd heb.

“Now tell me, how did all my dreams turn to nightmares?
How did I lose it, when I was right there.
Now I’m so far that it feels like it’s all gone to pieces, tell me why the world never fights fair.”

Hij kijkt me verbaast, maar breed lachend aan. Hij knikt tevreden en begint de tekst op zijn papiertje te schrijven.
‘Je bent goed. Ik snap nu waarom Ronald je zo de hemel in prijst.’ Mompelt hij.
Blozend sla ik mijn blik neer. Ik pak mijn pen en schrijf de tekst op mijn papiertje. Mensen hadden het al vaker tegen me gezegd, maar zoiets over jezelf horen went niet. Ik vind mezelf helemaal niet zo goed, vaak zit ik vast en kom ik niet verder. Mijn muziek boek staat vol onafgemaakte teksten.
‘Daarna gewoon het refrein inzetten?’ Vraagt hij als hij klaar is met schrijven.
Ik knik even bedenkelijk.
‘Ja, maar ik heb nog een idee voor na het eerste refrein.’
We blijven het nummer opnieuw spelen tot we er helemaal uit zijn. Na de zoveelste keer dat we het nummer spelen begint Colson te klappen.
‘Het is echt heel mooi!’
Hij was ondertussen naast me komen zitten en knijpt een keer goedkeurend in mijn schouder.
‘Ja, hij is wel zo’n beetje af denk je niet?’
Ik bijt op mijn lip en lees de tekst nog een keer.
‘Weet je, ik denk dat dit nummer niet alleen een vrouwelijke stem kan gebruiken.’ Zeg ik bedenkelijk.
Colson kijkt me vragend aan.
‘Een mannen stem zou dit nummer helemaal af maken.’
Hij kijkt even nadenkend voor zich uit en draait zich dan grijnzend naar me toe.
‘Ik weet de perfecte stem! Die past echt goed bij die van jou.’
Hij klinkt heel enthousiast. Maar fronsend kijk ik naar de jongen die zijn telefoon uit zijn zak pakt en druk begint te zoeken in zijn telefoonboek.
‘Colson?’
Hij humt een keer, kijkt even op zijn telefoon met vragende ogen, maar richt zich dan weer op het scherm.
‘Ik ga het nummer niet zingen.’
‘Hoezo niet?’
Hij had zijn telefoon abrupt op de piano gelegd en kijkt me vragend aan.
‘Ik wil niet zo bekend worden.’ Mompel ik zachtjes.
Er vormt een frons tussen zijn ogen. Ik weet het. Iedereen wil beroemd worden toch? Nou, ik dus niet. Ik hou van mijn werk, echt waar. Ik ontmoet veel bekende artiesten en vind het super om nummers met ze te schrijven, als ik ze op de radio hoor krijg ik de kriebels van blijdschap. Het gene wat mij tegen houd is de aandacht. De paparazzi die je overal volgt, dat mensen je overal herkennen en je niet met rust laten als ze weten wie je bent. Nee. Laat mij dit maar lekker zo doen. Niemand kent me, alleen mijn naam. Ik kan over straat lopen zonder herkend te worden of te worden gevolgd. Ik sta in geen enkel nieuws of roddelblad. Niemand kent me of houd zich bezig met mij, dat wil ik zo houden.
‘Dus dan moet ik met iemand anders dit nummer zingen.’ Mompelt hij zacht.
‘Ik heb wel een idee bij wie dit nummer zou passen.’
Zijn vragende ogen branden op mijn gezicht, terwijl ik de papiertjes bij elkaar pak en opsta om ze in mijn tas te stoppen.
‘Ik denk dat Bebe Rexha haar stem er wel bij past.’
Hij humt een keer, wat hij blijkbaar veel doet en knikt dan nadenkend.
‘Ja, dat zou inderdaad wel mooi klinken denk ik.’
We worden opgeschrikt door de deuren die openen en sluiten. Ronald komt met een brede lach binnen lopen.
‘Hoe is het gegaan?’
Hij kijkt een keer van Colson naar mij.
‘Goed, we hebben het nummer af.’ Zeg ik tevreden. Ik pak een flesje water uit de koelkast, draai de dop er af en neem een gulzige slok. Van zingen droogt je keel uit, dus is het belangrijk om genoeg te drinken.
‘Ja, ze is nog beter dat je zei Ron.’ Grapt Colson.
Grinnikend kijk ik naar de jongen die Ronald het papiertje met de tekst overhandigt. Hij kijkt me even trots aan en geeft me een knipoog.
Er vormen kleine kriebels in mijn buik en voel hoe ik begin te blozen. Zijn blauwe ogen zijn echt prachtig, het past bij zijn gezicht -net zoals zijn blond geverfde haren.
‘Hebben jullie al een idee wie het gaat zingen?’ Vraagt Ronald nadat hij de tekst zorgvuldig heeft gelezen.
‘Ja, Bebe Rexha.’ Zeg ik en hij knikt goedkeurend.
‘We denken dat een mannelijke stem er ook heel goed bij zal passen.’
Colson was gaan zitten op het bankje voor de piano. Ik leun tegen de kleine koelkast en kijk afwachtend naar Ronald.
‘Ja, dan moet ik het eerst horen. Maar dat doen we morgen. Jullie zullen wel honger hebben ondertussen. Er staat eten in de kantine. Ga lekker eten en dan zie ik jullie morgen ochtend. Ik maak een paar kopieën van de tekst.’
Dat laatste mompelt hij en loopt dan de ruimte weer uit.
‘Heb je honger?’ Vraag ik, terwijl ik mijn spullen bij elkaar pak.
‘Ja, echt wel.’
In de kantine aangekomen zien we dat iedereen al weg is. Er is niet veel eten meer over, dus we scheppen onze borden vol met wat er nog is. Voor mij was er nog macaroni en mijn favoriete tonijnsalade. Gina, de kokkin, is een goede vriendin van mij. Ze kan koken als de beste en als ik er op tijd bij ben eet ik liever hier dan thuis bij mijn huisgenoten.
We nemen tegenover elkaar plaats aan de tafel. Colson pakt zijn telefoon uit zijn broekzak en begint druk te typen.
‘Ik heb Bebe een bericht gestuurd.’
Hij neemt een hap eten tussen het typen door. Ik knik en eet rustig zijn bord leeg.
‘Hoe ben je hier eigenlijk terecht gekomen?’
Hij legt zijn telefoon op tafel en neemt een hap van zijn eten, terwijl hij me vragend aan kijkt.
‘Ronald heeft me jaren geleden ontdekt in een musical op mijn school. Zijn zoon deed ook mee, dus vandaar dat hij er was. Na het optreden heeft hij me opgezocht. Zijn zoon, genaamd Micheal, had hem verteld dat ik teksten schrijf en nummers voor de musicals had geschreven. Hij was onder de indruk en heeft mee een baan aangeboden als songwriter voor zijn platenmaatschappij.’
Zijn ogen worden groot en hij knikt begrijpend.
‘Hoelang werk je al voor hem?’
Ik neem een slok van mijn drinken en begin terug te tellen in mijn hoofd. Ik ben nu vierentwintig, toen hij mij ontdekte was ik vijftien.
‘Negen jaar.’
Hij verslikt zich in zijn eten en begint hard te proesten.
‘Rustig.’
Grinnikend kijk ik naar de jongen die tranen in zijn ogen heeft staan en proestend probeert zijn eten uit zijn longen te krijgen. Hij zucht opgelucht als hij uitgehoest is.
‘Dan was je er vroeg bij.’ Mompelt hij.
Ik haal mijn schouders op, terwijl ik zijn bewegingen volg. Hij pakt zijn glas drinken en neemt een gulzige slok om de etensresten weg te spoelen.
‘Waarom wil je niet bekend worden?’ Vraagt hij, na een tijdje voor zich uit te hebben gestaard.
Zijn ogen onderzoeken mijn gezicht en blijven hangen bij mijn lippen, waarvan mijn onderlip vast zit tussen mijn tanden.
‘Ik hou er niet van om in de spotlight te staan.’ Mompel ik afwezig.
Hij heeft geen idee. Maar ik ga niet mijn levensverhaal vertellen aan iemand die ik net ken.
‘Zou je niet liever zelf je eigen nummers zingen?’
Ik haal mijn schouders op en pak mijn onderlip weer tussen mijn tanden.
‘Ik hou van zingen, maar ik krijg genoeg voldoening door andere mensen blij te maken met mijn teksten. Wanneer ik ze op de radio hoor ben ik trots, net zo trots als wanneer ik het nummer zelf zing.’
Zijn onderzoekende ogen branden op mijn gezicht, blozend staar ik terug naar de jongen met zijn mooie blauwe kijkers. Hij kijkt bedenkelijk, maar haalt dan zijn schouders op en richt zich op zijn eten. Hij merkt dat er meer achter mijn verhaal zit, maar ik waardeer het dat hij niet verder vraagt.
Ik neem de laatste hap van mijn eten en sta op met mijn bord en bestek in mijn handen.
‘We worden morgen ochtend om negen uur in de repetitieruimte verwacht.’ Zeg ik, terwijl ik mijn jas uit mijn kluisje haal en aantrek.
Hij knikt en laat zijn blik nog een keer over mij heen glijden. Wanneer hij bij mijn ogen komt en merkt dat ik terugkijk, draait hij zijn hoofd snel weg en ik zie hoe hij begint te blozen. Met opgetrokken wenkbrauwen loop ik terug naar de tafel en pak mijn tas van de grond naast mijn stoel.
‘Ik zie je morgen.’
Ik doe mijn tas over mijn schouder en draai me naar Colson.
‘Tot morgen.’ Mompelt hij afwezig.
Fronsend draai ik me om. Wat is er met hem? Ik weet dat ik geen prater ben, maar hij is pas echt stil.
‘Tot morgen.’ Zeg ik over mijn schouder en loop de kantine uit.
Die jongen heeft iets. Iets wat mijn aandacht trekt. Dat me nieuwsgierig naar hem maakt. Ik wil meer over hem weten. Gelukkig zullen we de komende dagen, misschien weken samenwerken.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen