Foto bij Scar 135

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik wil ook samenwonen.'
Ik had niet eens door hoe gespannen ik was tot ik de golf van opluchting door me heen voel gaan. Ik draai me naar Paige om en neem haar kwetsbare, sterke lichaam in mijn armen, ook al kan ik haar onmogelijk beschermen tegen alle dingen die haar kwaad willen doen. Ik geef een kus op haar haar en vraag schor: 'Zeker?'
Ze knikt en verbergt haar gezicht in mijn hals.
'Zeker,' zegt ze zachtjes.

Ik word die ochtend eerder wakker dan Paige. In de loop van de nacht zijn we een beetje van elkaar losgeraakt, en tegen de tijd dat ik mijn ogen opendoe is het enige contact dat we nog hebben haar linkervoet tegen mijn rechterkuit. Ze ligt op haar rechterzij met haar gezicht naar me toe. Haar kussen heeft ze verticaal gelegd en bijna als een knuffel tegen zich aan geklemd. Haar hoofd kan nog maar net op een van de randjes rusten. Haar haar ligt als een waaier om haar heen, en ze is dusdanig diep in slaap dat ik me goed moet concentreren om haar ademhaling te kunnen zien.
Er ligt één plukje haar over haar gezicht heen, en ik strijk het zachtjes achter haar oor. Een van haar handen gaat omhoog naar de aanraking en pakt de mijne vast. Ze trekt de verstrengelde bundel van onze handen naar zich toe en klemt het halfslachtig tegen zich aan, waardoor het in haar hals komt te liggen. De algehele positie is niet helemaal comfortabel, maar ze is zo schattig dat ik er niet aan moet denken om me los te maken.
Ik ga maar gewoon dichter tegen haar aan liggen en laat mijn vrije arm om haar middel glijden, zodat het enige wat nog tussen ons in ligt dat achterlijke kussen is.
Dan hoor ik haar iets onverstaanbaars murmelen, en ik weet niet zeker of ze wel wakker is, want over het algemeen kan ze veel beter articuleren.
‘Paige?’ vraag ik.
‘Nathan?’ prevelt ze, maar haar ogen blijven gesloten.
‘Slaap je nog?’ vraag ik, lichtelijk geamuseerd.
‘Pas op voor de kanaries,’ murmelt ze. ‘Ze blijven maar tegen het raam aan vliegen.’
Oké, ze slaapt.
Er verschijnt een frons op haar gezicht en ze laat mijn hand los. Ze duwt het kussen van zich weg en maakt aanstalten om overeind te komen. Ik leg een hand op haar schouder en duwt haar voorzichtig terug.
‘Het is oké, lieverd. Blijf maar liggen,’ zeg ik en ze laat zich weer op het matras zakken.
Van het een op het andere moment heeft ze het koud, want ze probeert de deken verder over zich heen te trekken en slaat zichzelf bijna in haar gezicht. Ik houd haar hand tegen en dek haar voorzichtig toe. Ze kruipt in mijn armen en ontspant weer.
Ze blijft zo nog ongeveer een minuut of twintig liggen voor ze wakker wordt. Er komt een vermoeide steun uit haar keel oprijzen en ze nestelt zich dichter tegen me aan, alsof ze wil verdwijnen in de warmte van mijn omhelzing. Zuchten rekt ze zich even uit en dan fladderen haar ogen open.
'Goedemorgen, schoonheid. Lekker geslapen?' vraag ik.
Ze knikt. 'Hey, liefje. Ik heb goed geslapen, alleen... Ik had zo'n rare droom... Het is echt heel vaag. Het ging over... kanaries die-'
'Tegen ramen aan vliegen?' vraag ik en ze knikt verbijsterd. Ik beantwoord haar verwarde blik met: 'Je was aan het praten in je slaap.'
Haar wangen worden rood van schaamte.
'Doe ik dat vaker?' vraagt ze zachtjes.
Ik glimlach lichtjes en strijk een pluk haar achter haar oor. 'Zo nu en dan.'
'Oh mijn God... Jeetje, Nathan, sorry,' zegt ze stotterend.
'Niet erg. Toevallig vind ik het wel schattig als me waarschuwt voor de kanaries die maar tegen het raam aan blijven vliegen. Het is wel lief,' plaag ik haar en haar wangen worden nog roder. Ik geef een kus op haar blozende wang en ze verbergt beschaamd haar gezicht in mijn hals.
'Praat ik in mijn slaap?' vraag ik, want ik ben eigenlijk best wel een beetje benieuwd, en een klein beetje bang.
Paige kijkt me weer aan en knikt zachtjes. Een trek van een glimlach speelt rond haar mond, en ik kan aan haar zien dat ze dit een stuk leuker vind om over te praten.
'Misschien een beetje,' antwoordt ze plagerig en ik voel dat het bloed uit mijn gezicht trek.
Meestal onthou ik mijn dromen niet, maar ik kan me toevallig wel een paar iets minder zedige dromen herinneren die ik over Paige heb gehad, en als ze daar van afweet, spring ik uit het raam.
'Oh, God, wat heb ik gezegd?' vraag ik.
'Soms een paar serieuze dingen, maar meestal is het onzin. Een keer ben je midden in de nacht Shakespeare gaan quoten. Dat was wel geniaal. Een andere keer zei je iets over hoe ganzen je boogiewoogie probeerden te stelen, maar een boogiewoogie was iets wat je moest verdienen en zij verdienden het niet. Het is meestal echt heel schattig.'
Ik frons mijn wenkbrauwen en denk even heel diep na. Ergens in de verborgen krochten van mijn geheugen komen een paar onderdrukte herinneringen tevoorschijn en ik knijp mijn ogen lichtjes toe: 'Ja, die boogiewoogie droom kan ik me herinneren.'
Ze lacht en schudt haar verwonderend haar hoofd. Ik voel de druk op mijn borstkas iets lichter worden bij het besef dat ze weer kan lachen. Gelijk word ik weer overspoeld door alles wat gisteren gebeurd is, en de grappige bui van net is gelijk over.
Mijn hand vindt de hare en ik breng hem omhoog naar mijn gezicht, zodat ik een kus op de rug van haar hand kan drukken. Daarna leg ik haar hand in mijn hals en laat de mijne erbovenop rusten.
'Gisteravond zei je... Toen in bed...' Ik aarzel, niet wetend hoe ik het het beste uit kan leggen. 'Je zei dat je ook samen wilde gaan wonen.'
Paige knikt ter bevestiging.
'Wil je dat nog steeds?' vraag ik zachtjes.
Ze knikt weer. 'Ja.'
Ik voel een zucht van opluchting door me heen gaan. Het was niet ondenkbaar geweest als ze zich bedacht had, of als ze gisteravond in een dusdanig hevige shock was dat ze zich niet alles meer even helder herinnert. Ik geef een kus op haar voorhoofd en rust de mijne er dan tegenaan.
‘Ik hou zo veel van je,’ zeg ik zachtjes.
‘Ik ook van jou,’ antwoordt ze, waarna ze zich terugtrekt en me aankijkt, ineens een beetje onzeker. ‘Nathan, ik... ik weet dat... Het is... Ik weet niet hoe ik...’
Ze bijt op haar lip en wendt haar blik af. Ze ziet eruit alsof ze een knoop niet weet te ontwarren. Ik weet dat ze het moeilijk vind om me aan te kijken als ze iets moet vertellen waar ze erg mee zit, dus ik ga op mijn rug liggen en trek haar half bovenop me, mijn armen beschermend om haar heen. Ze rust haar hoofd op mijn sleutelbeen en slikt. Ik wacht gewoon geduldig tot ze de juiste woorden heeft gevonden.
‘Ik... Ik weet dat het bij de eerste de beste tegenslag mijn reflex is om bij je weg te gaan en ik weet dat dat niet eerlijk is en... en het komt niet omdat ik niet genoeg van je hou of zoiets. Dat is het echt niet. Het is niet dat ik ongelukkig ben in onze relatie of weg wil, maar... maar over het algemeen voelt het al alsof ik nauwelijks goed genoeg voor je ben, en als er dan iets aan de hand is, dan... dan ben ik er gewoon gelijk van overtuigd dat het het beste is om het uit te maken, zodat je een relatie met iemand aan kan gaan die je wel verdient. Ik weet dat je het niet met me eens bent, maar toch... Het... Het voelt gewoon alsof ik je misbruik als ik bij je blijf terwijl ik zo... gebrekkig... ben.’
Ik hou haar steviger vast en druk een kus op haar haar.
‘Ik weet het. En... En ik snap het ook wel. Ik ben het er absoluut niet mee eens, maar ik snap de gedachte. Soms voelt het voor mij ook zo. Ik begrijp het. Maar... Ik ben een grote jongen. Ik kan zelf kiezen wat - of wie - wel of niet goed voor me is, oké?’
Ze knikt stilletjes. En we blijven even zo liggen. Na een tijdje rekt ze zich uit en gaat op haar rug liggen. Haar arm slaapt blijkbaar, want ze beweegt hem eventjes. Ik rol me op mijn zij naar haar toe en ik druk een zachte, veelzeggende kus op haar buik.
Wanneer ik naar haar omhoog kijk, zie ik dat ze weer tranen in haar ogen heeft en ik ga weer naast haar liggen.
‘Gaat het, liefje?’ vraag ik. Eigenlijk weet ik het antwoord al, maar ik wil weten of ze bereid is het toe te geven.
Ze schudt lichtjes haar hoofd en klemt haar kaken op elkaar om de tranen binnen te houden. Ik neem haar weer in een omhelzing en haar lichaam begint lichtjes te trillen van alle moeite die ze moet doen om haar tranen te verbijten. Toch lopen haar ogen na een tijdje over en ik houd haar zo troostend mogelijk in mijn armen.
‘Ik weet niet waarom ik het zo erg vind dat ik onvruchtbaar ben,’ snikt ze zachtjes. ‘Ik ben zo veel bezig geweest met of ik wel een goede moeder zou zijn en of het wel verstandig zou zijn om ooit een gezin te stichten dat ik er nooit bij stil had gestaan dat ik misschien helemaal geen gezin zou kúnnen stichten. Ik denk dat... Onderbewust denk ik dat ik gewoon altijd had gedacht dat ik ooit zwanger van je zou zijn, en dat we dan helemaal in de zevende hemel zouden zijn. Toen ik gisteren te horen kreeg dat ik onvruchtbaar was, kwamen er ineens allemaal beelden in me op. Allemaal dingen die ik nooit mee zou maken. Je zult me nooit moeten helpen met mijn veters strikken omdat ik er zelf niet meer bij kan. En we zullen nooit enthousiast met onze handen op mijn buik zitten in de hoop dat we de baby kunnen voelen schoppen. Je zult nooit mijn zwangere buik kussen en tegen de bult aan fluisteren dat je van ze houdt. En ik... ik wist niet eens dat ik die dingen wilde totdat ik wist dat ik ze nooit zou krijgen. Het... Het voelt alsof ik die momenten al kwijt ben geraakt voordat ik ze had.’
Ik wil iets zeggen, maar ik weet niet wat. Ik wil het zo graag goed voor haar maken dat het pijn doet, maar ik kan het niet. Dus ik hou haar maar gewoon vast. Ik heb het idee dat ik wel iets móét zeggen, maar ik weet niet of ik mijn stem kan vertrouwen.
Ik snapte eerst niet helemaal waarom het haar zo hard raakte, maar ergens begrijp ik het wel. Die voorbeelden die ze noemde zijn inderdaad dingen die ik graag met haar zou hebben gedaan, maar het is niet zo dat ik boos of diep teleurgesteld ben nu ik weet dat het niet gaat gebeuren. Ik snap echter wel waarom het iemand als Paige zo hard raakt.
‘Paige...’ zeg ik uiteindelijk en ik slik even. ‘Ik... Ik maak liever die dingen niet mee met jou dan wel met iemand anders. Echt waar.’
Het is een slappe poging tot troost, en ik weet dat ik eigenlijk niets voor haar kan doen om de kern van het probleem aan te pakken. Het is meer een pleister op de wond dan echte hechtingen, maar ik peins er niet over om haar gewoon zelf alles op te laten lossen.
Paige is sterk. Sterker dan wie dan ook die ik ken. Ze doet alleen niet altijd iets met die kracht. Soms omdat ze niet weet dat ze het kan, of soms omdat ze het niet wil. Dat ze onvruchtbaar is, heeft haar dusdanig gebroken dat ze niet meer denkt dat ze het verdient om weer te helen. En ik kan haar niet helpen om zichzelf weer in elkaar te zetten. Het enige wat ik kan doen is haar overtuigen om de moeite te doen het nieuws te verwerken en hopen op het beste.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Ik vind het echt heel zielig voor ze!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen