Dunya P.O.V
Ik kom langzaam aan meer bij bewustzijn. De zuurstof die in mijn longen wordt geblazen doet ontzettend veel pijn, ik probeer het uit te schreeuwen van de pijn.

Zonder dat ik weet wat er gebeurt voel ik dat er een naald door mijn huid wordt gestoken. Een verslappend goedje wordt er bij mij ingespoten. Mijn ogen sperren zich wijd open van de pijn. Mijn lichaam wordt langzaam aan slap.

Er wordt iets uit mijn keel gehaald, een Roggelend geluid volgt daarna. Het gevoel dat ik geen lucht krijg blijft bij me hangen. Slap lig ik op het bed, alles doet pijn. Langzaam aan wordt alles zwart voor mijn ogen.

Tom P.O.V
Al sinds Dunya in het ziekenhuis ligt ben ik niet langs geweest. Ik kan niet tegen het ziekenhuis, ik krijg er de kriebels van. Mijn vader is net de deur uit gelopen. Zijn laptop ligt nog open in zijn kamer. Ik kijk door de foto's van Dunya heen. Hoe jonger Dunya wordt hoe gezonder ze er uit gaat zien. Regelmatig kom ik een foto tegen zoals degene in het foto boek. Kleine pupillen en een lach die er op is gelijmd. Een knagend gevoel bekruipt mij. Waarom heb ik dit gevoel. Ik pak mijn auto sleutels, stap in de auto en rijd naar het ziekenhuis.

Als ik richting de kamer loop waar Dunya ligt zie ik Bill, mijn vader en moeder op de gang staan. Shit, dit is niet goed, toch? Als van steen blijf ik staan.Na even loopt er een hele zwerm aan artsen naar buiten. Een arts spreekt mijn ouders even aan. Mijn moeder knikt en loopt naar binnen. Bill loopt mijn kant uit waarna mijn vader ook de ruimte terug in loopt.

Bill lacht even en pakt mijn arm. Hij leidt mij naar buiten, naar het rook gedeelte. Waar wij beide een sigaret op steken. Bill blaast langzaam de rook uit. "Wat doe je hier?" Bill zegt dit op een beschuldigende toon. Ergens heeft hij gelijk. Ik ben hier alleen geweest toen ze opgenomen werd. "Ik weet het niet" rolt er over mijn lippen. Ik weet het echt niet. Het gevoel dat ik hier moet zijn blijft aan mijn binnenste kleven. "Ik weet het niet is geen antwoord waarom je hier nu wel bent. Dat weet je best." `zegt hij. Ik weet het Bill. Ik weet het... Het nare gevoel dat er iets goed mis is, of gaat blijft knagen. "Ik ben gewoon bang dat er iets gaat gebeuren" Het is er uit voor ik er erg in heb. Bill steekt zijn neus in de lucht. Zo als altijd krijgt meneer gelijk.

Met mijn voet druk ik de sigaret uit. Samen met Bill loop ik terug naar de intensive care. Hoe dichter we bij de kamer komen, hoe benauwender ik het krijg. Ugh... Ik haat ziekenhuizen. Ik haat ze... ik haat ze... Ik haat het. In mijn hoofd hoor ik mijn kinderen stem dit zeggen. "Kom op Tom, Bill is enkel ziek, hij gaat niet dood" Mijn moeder trekt mij aan mijn hand mee naar de afdeling waar Bill ligt. Even ben ik weer 10, is Bill opgenomen op een gespecialiseerde afdeling voor eten. Spontaan stop ik met lopen, met moeite slik in de brok in mijn keel weg. De rillingen lopen over mijn rug. Voor mijn gevoel zijn de muren veel te dicht bij.

Ik kijk op en zie het kamer nummer al staan. Ik doe de deur op een kier als ik een onbekende stem hoor. "Mocht u nog iets te binnen schieten, dit is mijn kaartje" Het is een vriendelijke mannen stem. "Dank u wel meneer Gunter. Als wij iets weten melden wij het bij het bureau. Voor nu is het wachten of ze wakker wordt" De stem van mijn vader verandert in een zacht gefluister. Een bliep toon laat weten dat ze nog leeft. Waarom moet haar dit nu net overkomen. Ze leek wel aardig. Tijdens het concert en in de bus dan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen