Foto bij H3 - 12 okt.

“Maak je niet druk, we krijgen hem zo onder controle”, onderbreekt hij me en geeft me nog een dikke knuffel vooraleer we elks onze eigen weg gaan.

Alaïs Spiorad pov. (12 oktober)

“Mam, hebben we nog ergens fotoboeken liggen?”, vraag ik terwijl ik naar de woonkamer stap met een papiertje in mijn hand.
“Wat zeg je?”, vraagt ze en kijkt op van haar leesmagazine, met het leesbrilletje op het puntje van haar neus.
“Ik vroeg of we nog ergens fotoboeken hebben liggen van onze familie.”
“Oh, ik denk het wel. Ik zal eens kijken in de kelder”, zegt ze en ik glimlach: “Ik zal wel gaan kijken, dan kan jij nog rustig verder lezen in-”
“Nee”, zegt ze resoluut en ik blijf geschokt stilstaan.
“Ik bedoel dat het veel te gevaarlijk daar is. De trappen zijn al redelijk oud en smal”, zegt ze nu wat rustiger en loopt al naar de deur, bevestigd in een muur niet zo ver van de keuken en de woonkamer.
“Maar ik kan wel helpen dragen”, zeg ik en volg haar.
“Nee, je blijft hier staan. En dat is ook meteen het einde van de discussie.” Ze doet de deur open, maar voor ik ook maar een blik in het zwarte gat kan werpen, sluit ze de deur achter haar. Ik zucht en ga dan maar naar de woonkamer en zet me neer op de sofa. Ik open mijn hand en kijk naar het stukje papier: In het leven bestaat er geen toeval. Ik begin na te denken. Dit stond in het papiertje dat uit het boek viel dat ik gekocht had bij de oude man. Wat zou het betekenen. Wil het zeggen dat die tweede ontmoeting met Garrett geen toeval was? De eerste keer was in het steegje en gisteren de tweede keer. Is er iets dat ik over het hoofd heb gezien? Ik sta op en begin te ijsberen. En stel nu dat het toeval ons heeft samengebracht. Wat zou dan de link moeten zijn? Is er een kans dat ik hem nog vaker ga zien?

“Hier heb je een fotoboek. Hij is dik dus ik vermoed dat er veel in gaat staan en hopelijk ook naar wat je zoekt”, zegt mijn moeder en ik schrik op uit mijn gepieker. Ik neem het dikke, stoffige fotoboek van haar over en zet me neer op een zetel. Ik slaag hem open en blader verder, rustig kijkend naar de zwart-wit foto’s van mijn familie. Ik stop in het midden van het boek wanneer ik hem daar zie staan. In een net, ouderwets pak staat hij daar. Een verkleurde foto, daterend uit de 18e eeuw. Met veel trots poseert hij voor de camera, een man die als twee druppels water op Garrett lijkt. Ik slik en pak de foto uit het fotoboek.
“Mam,” begin ik en laat haar de foto zien, “wie is deze man?” Ze kijkt naar de foto en kijkt me wantrouwig aan: “Waarom wil je dat weten?”
“Voor school moeten we een stamboom maken, dus ik zou graag willen weten wie wie is”, verzin ik en ze knikt. Ze kijkt nog eens naar de foto en er vormt zich een waterige glimlach op haar lippen.
“Zie hem nu eens. In zijn strak pak”, begint ze, maar wordt meteen onderbroken door mijn gsm die afgaat. Ik leg de foto naast me en pak mijn gsm uit mijn broekzak. Een onbekend nummer. Ik neem op en meteen hoor ik gesnik aan de andere kant.
“Hallo?”
“Alaïs?! Oh god zei dank”, hoor ik nu een mannenstem aan de andere kant en dan hoor ik hem weer snikken. Ik kijk mijn moeder aan en ga dan snel even naar buiten.
“Oké, diep ademhalen meneer. Met wie spreek ik?”
“Met James Frankson.” Hij haalt zijn neus op.
“Wat is er gebeurd?” Hij begint weer te huilen.
“I-ik was samen met een vriend gaan vissen aan de baai en en…” Hij haalt zijn neus op en vervolgt dan: “Ineens was hij daar. Hij heeft mijn vriend aangevallen!”
“Wie heeft je vriend aangevallen.”
“Een… ik ben niet zeker, maar ik ben nu bij een vriend en die zegt dat het een Boggart moest zijn geweest en hij heeft me dan jouw nummer gegeven.”
“Een wat?”, zeg ik verbaasd en frons. Sinds wanneer valt een poltergeist mensen aan? Laat staan vermoorden?
“Een Boggart. Alaïs, doe alsjeblieft iets. Ik ben bang en ik weet niet wat ik moet doen.”
“Oké, blijf bij je vriend en stuur me het adres door van waar je aan het vissen was.”
“O-oké”, zegt hij enkel en legt af. Ik stap naar binnen en meteen krijg ik een berichtje. Ik slaag hem op en ga weer naar de woonkamer. Ik zet me terug neer en pak de foto.
“Dus”, begin ik weer en wijs naar de foto, “wie is deze man?” Ines glimlacht en gaat met haar vingers over de foto: “Dat is je vader.”

Reacties (2)

  • Allmilla

    ... Oh leuk, heeft ze dus gezellig gevochten met haar vader...:SEn oeh, een nieuw wezen! Boggart!(yeah)

    5 maanden geleden
  • VampireMichelle

    Nice

    5 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen