. . .


Zodra de eerste druppels bloed door zijn keel gleden, voelde het alsof het rechtstreeks in zijn aderen liep. Het bruiste, kolkte, raasde. Kracht verspreidde zich door zijn ledematen, zijn borstkas zette zich uit, zijn spieren zwollen op.
Hij wist niet of het echt het bloed was dat dat effect had. Het kon net zo goed door Jax’ gezichtsuitdrukking komen. De angst die in zijn ogen glansde, zijn mondhoeken die onophoudelijk trilden omdat hij de totale controle was verloren…
      Het was heerlijk.
      Hij likte zijn lippen af. ‘Dat was lekker,’ kon hij niet nalaten met een brutale grijns te zeggen.
      Jax zei niets. In plaats daarvan schoten Jax’ ogen naar de gestaag bloedende wond.
      ‘Rustig maar…’ Met zijn vingertoppen gleed hij langs de haartjes op Jax’ wang. Zien hoe de man zich van zijn aanraking wilde wegdraaien, gaf hem een nog machtiger gevoel. Hij kon geen kant op. Juice kon met hem doen wat hij wilde. ‘Ik laat je niet doodbloeden.’ Hij lachte zacht. ‘Je verdient geen snelle dood. Misschien laat ik je wel helemaal niet doodgaan. Tot in de eeuwigheid mijn slaaf, lijkt je dat niet wat?’
      De man snoof en spuugde een dikke klodder slijm voor Juice’ voeten neer.
‘Je bent nog steeds dezelfde lafaard als een week geleden. Een onbetrouwbare rat.’
      Juice haalde zijn schouders op. ‘Toch is het die onbetrouwbare rat die over je lot beslist.’
      ‘Abigail zou van je walgen als ze je zo zou zien.’
      Abigail… Zijn arm schoot naar voren. Hij greep Jax bij zijn keel en tilde hem omhoog totdat zijn gezicht roodkleurde. Met zijn andere hand bracht hij het mes naar Jax’ ogen en drukte de punt tegen zijn onderooglid. ‘Als je haar naam nog een keer uitspreekt, steek ik je ogen uit,’ dreigde hij in een lage toon. ‘Of snijd ik je tong eraf.’
      De kaken van de man verstrakten, maar hij zei niets meer. Wel blonken zijn ogen hatelijk.
      Zijn haat liet Juice koud. Veel te lang had hij geprobeerd Jax’ goedkeuring weg te dragen, had hij naar zijn broederlijke liefde verlangd. Hij was er klaar mee. Zijn haat mocht groeien. Zijn haat zóú groeien.
      De celdeur ging open. ‘Hallo Jackson.’
      Een grijns kroop over Juice’ lippen toen Scarlett naar binnen stapte. Ze stak haar hand in haar schoudertas, haalde er een pakje pleisters uit en dekte de wond af.
      Jax’ ogen schoten heen en weer tussen Juice en Scarlett. Het was duidelijk dat hij er geen touw aan kon vastknopen.
      ‘Wat doet zij hier?’ viel de man uit toen zijn blik die van Juice kruiste.
      ‘Heb je niet genoten van mijn gastvrijheid?’ Scarlett hield haar hoofd schuin. ‘Mijn hartelijkheid kent geen grenzen. Je hoeft niet bang te zijn dat je er met geweld uit gegooid wordt, zoals in dat geliefde clubhuis van jullie.’
      ‘Daarvoor moet je bij Hap zijn, niet bij mij,’ gromde Jax.
      Ze haalde haar schouders op. ‘Die krijgt zijn eigen VIP-behandeling.’ Ze glimlachte donker. Daarna liet ze haar blik over Juice glijden. ‘Je ziet er goed uit, schat.’ Ze gaf hem een kus op zijn wang – en hield haar lippen iets langer tegen haar huid gedrukt dan nodig was. Even hield ze zijn blik vast.
      Juice ademde sneller. Zijn bloed leek te kriebelen, leek naar haar toe te willen stromen. Opeens was daar een verlangen om zijn lippen tegen die van haar te duwen en hij scheurde snel zijn blik van haar los.
      ‘Ga je nou met haar?’ spotte Jax. ‘Abigail weet niet waar ze het zonder je zoeken moet en jij zit ondertussen…’
      ‘SPREEK. HAAR. NAAM. NIET. UIT!’ schreeuwde hij. Zijn nagels sneden in Jax’ wang en kin toen hij zijn hoofd met een ruk omhoog tilde. Hij ademde zwaar, zijn vingers waren strak om het lemmet van het mes gevouwen. ‘Ik had je gewaarschuwd,’ gromde hij en hij zette de punt van het wapen tegen Jax linkerooghoek, duwde, en trok het naar rechts.
      Jax schreeuwde het uit. Hij rukte aan de ketens om bij zijn gezicht te kunnen komen, maar hij kon niets doen tegen het bloed dat naar beneden droop. Juice bracht zijn gezicht dichter bij de snee die zijn ooglid bijna helemaal in tweeën had gesneden en snoof de metalige geur van het bloed op. Wetend dat Jax ervan zou gruwelen, likte hij zijn levenskracht op. Het tintelde op zijn tong.
      Vloekend en tierend gaf Jax hem een kopstoot, maar Juice lachte alleen.
‘Onthoud dit maar. Ik zal nooit iets doen wat Abigail pijn doet. Het feit dat ze het nu zo zwaar heeft is jóúw schuld. En daar ga ik je voor laten boeten.’ Hij greep Jax bij zijn kin en keek hem in zijn ongeschonden oog. ‘Die andere zal ik heel laten. Want janken zal je.’
      Hij liet de man los en stapte naar achteren. Jax had te veel pijn om wat terug te zeggen en staarde naar de grond. Met een tevreden grijns draaide Juice zich om en gaf een knikje naar Scarlett, waarna ze Jax in de cel achterlieten.
      ‘Hoe was mijn condoleance?’ vroeg Juice toen ze de kerkers verlieten. De woede en de macht die hij net gevoeld had, vloeiden weg. ‘Hoe ging het met Abigail?’
      ‘Ze heeft het zwaar, maar ze houdt zich sterk. Ze gaat verhuizen.’
      Juice knikte langzaam. Dat was alleen maar beter. Dat hadden ze al veel eerder moeten doen.
      ‘Ga je opfrissen, Juice,’ zei Scarlett toen ze bovenkwamen. ‘Er is iemand aan wie ik je straks wil voorstellen.’

Na een bad te hebben genomen en zich in een van de ouderwetse outfits te hebben gehesen, wachtte hij tot Scarlett hem kwam ophalen. Lang hoefde hij niet te wachten. Door een lange gang bracht ze hem naar een zitkamer met roodfluwelen banken. Er waren meer mensen, zag hij. Twee waren er aan het schaken en er zat één man achter een grote vleugel. Hij speelde een betoverende melodie en Juice merkte dat hij halverwege stil bleef staan om er beter naar te kunnen luisteren.
      Alsof de muzikant het stoppen van zijn voetstappen had gehoord, draaide hij zich om. Het was een jongeman, met een bleke huid, inktzwart haar en heldere blauwe ogen. Hij droeg een bordeauxrode overjas met een opstaande donkere kraag – erg vampierachtig. Hij stond op van de pianokruk en slenterde naar Juice toe, bestudeerde zijn gezicht terwijl hij zijn hoofd een beetje schuin hield.
      ‘Dus jij bent Juice.’
      Zijn stem klonk zacht maar donker. Iets in zijn borst verkrampte, wist instinctief dat hij onderaan de sociale vampierladder stond en deze man bovenaan.
      Hij knikte. ‘Dat klopt… meneer.’
      Er gleed een vluchtige glimlach over het gezicht van de pianist. Daarna stak hij zijn hand uit. ‘Ik ben Ephraim.’
      ‘Uhm, Juice dus.’ Hij schudde vluchtig zijn hand en deed toen nederig een stapje achteruit.
      ‘Ik ruik dat je je eerste bloed hebt gedronken. Goed zo. Hopelijk voel je je sterk genoeg om morgen naar je begrafenis te gaan.’
      ‘W-wat? Naar mijn begrafenis gaan?’
      ‘Verborgen voor het sterfelijk oog, uiteraard. Maar het zal een leerzame les zijn.’ Hij gaf hem een vluchtige knipoog, draaide zich om en ging weer achter de piano zitten.
      Een paar tellen later schalde zijn betoverende spel weer door de zaal.
      Een beetje verdwaasd draaide hij zich naar Scarlett toe.
      ‘Wie is dat?’ fluisterde hij.
      ‘Onze Bloedmeester. Hij is een van de oudste en krachtigste vampiers. Ieder die hier is, is aan hem verbonden. Jij ook, via mij.’
      ‘Hij is jouw meester?’ vroeg hij. ‘Degene die jou tot vampier heeft gemaakt?’
      Ze knikte. ‘Zo zit het.’
      Hij was even stil. Toen dacht hij weer aan de woorden van Ephraim. ‘Moet ik morgen echt mijn eigen begrafenis bijwonen?’
      ‘Absoluut.’ Ze kneep even in zijn schouder. ‘Ook jij moet afscheid nemen van Juice. Van je oude leven.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen