Foto bij H4 - 13 okt.

Ines glimlacht en gaat met haar vingers over de foto: “Dat is je vader.”

Alaïs Spiorad pov. (13 oktober)

Ik sta bij mijn auto op de parkeerplaats van de school. Ik wrijf nog eens over mijn gezicht en zucht. Het kan toch niet waar zijn dat Garrett mijn vader is. We lijken in geen enkel opzicht op elkaar, het is gewoon niet mogelijk.
“Hey schat, zit je weer te piekeren over iets?”, vraagt Henry en slaagt zijn arm om mijn schouder.
“Ja, maar het doet er nu niet meer toe”, zeg ik en zucht nog eens. Ik leg mijn hoofd op zijn schouder en hij trekt me naar zich toe.
“Op de weg naar hier heb ik iets kei cool gezien, het leek wel…” Zou Garrett weten dat ik zijn dochter ben. En stel dat mijn moeder gelijk heeft, hoe zou ik haar dan moeten vertellen dat haar man nog leeft? En hoe zou ik Garrett ermee confronteren?

“Alaïs, die frons op je gezicht zal je geen goed doen”, zegt Henry en ik kijk naar hem op.
“Sorry…”, mompel ik en geef hem een klein kusje op de lippen.
“Ik moet even met Edward praten”, zeg ik dan en voor ik naar Edward kan toestappen, geeft Henry me nog een stevige knuffel, gevolgd door een tedere kus op de lippen. Wat zou Garretts reactie zijn als ik het hem vertel? Onze tweede ontmoeting zal waarschijnlijk een slechte invloed hebben gehad. Zou hij mij nu haten daarvoor?
“Wat een frons zeg, amai”, grapt Edward en ik kijk op om dan in zijn ogen te kijken met een frons. Ik glimlach en ontspan me en geef iedereen van zijn familie een vriendelijke knik.
“Edward, stap je even met me mee?”, vraag ik en hij knikt om me dan te volgen.
“Wat is er?”
“Hoe is het gisteren afgelopen met Garrett?”, vraag ik en zie hem nadenken: “Wel, mijn vader heeft hem wat gekalmeerd, maar hij bleef nog steeds boos. Hij is niet veel later weggegaan.”
“Zeg je vader maar dat het me spijt, ik had niet zo moeten reageren”, zeg ik en hoor hem naast me lachen.
“Alaïs, je moet geen spijt tonen. Zowel mijn vader als ik waren verbaasd over je krachten. Het leek wel of hij door een vrachtwagen werd aangereden!” Ik glimlach.
“Is er niet te veel schade? Ik kan altijd een storting-”
“Alaïs, dat moet niet. Mijn vader lost het wel op.” Het blijft dan even stil. Ik kan het nu wel schudden bij Garrett.
“Je vader werd wel boos toen ik zei dat hij dronk.”
“Ja, mijn vader verbood hem om nog te drinken na een paar… ongevallen”, zegt hij en ik knik. We gaan dan allebei ons lokaal binnen en ik zet me naast Henry op de achterste rij.

“In de 18e eeuw was men ervan overtuigd dat-” De leerkracht onderbreekt zijn verhaal wanneer er een gsm afgaat.
“Van wie is die gsm!”, zegt hij geïrriteerd en kijkt de klas rond. Garrett zei dat hij mij ging bijten en geen genade meer had, ben ik dan nog wel veilig? Hij kan ieder moment toeslaan en dan moet ik niet enkel oppassen voor monsters en demonen, maar ook voor mijn vader. Maar hij weet niet waar ik ben… Toch?
“Alaïs,” fluistert Henry en zegt, “is dat jouw gsm niet die afgaat?” Ik frons. Dan pas herken ik de rinkelende melodie van mijn gsm en meteen pak ik de gsm uit mijn broekzak. Fausto Casio…Hij weet dat ik nu les heb en ik heb hem verboden om me ooit te bellen als ik op school zit… Behalve als het een noodgeval was.
“Aha, als we daar de schuldige niet hebben! Alaïs Spiorad. Je zet je gsm nu onmiddellijk uit en geef hem maar af. Op het einde van de les kan je hem komen halen en dan gaan we eens het een en ander be-” Ik sta recht en druk op het groene telefoontje terwijl ik het klaslokaal uitstap en leg ondertussen de leerkracht het zwijgen op. Ik sluit de deur achter me.

“Wat is er Fausto?”
“Alaïs, duizendmaal sorry dat ik je nu bel, maar ik heb iets ontdekt dat… er nu niet bepaald goed uitziet.” Ik slik: “Zeg het maar.”
“Wel… ik ga er niet omheen draaien: de monsters en demonen worden door iemand of iets op je afgestuurd.”
“…Wat?!”
“Ik weet dat het surrealistisch lijkt, maar ik ben er zeker van. Ik zal je zeggen wat ik heb gevonden. Er is een patroon dat elk jaar terugkeert. Wanneer jullie verhuizen is er een korte periode waarin er niets gebeurd, alsof het niet weet waar je leeft, maar na een paar weken begint het al nieuwe wezens te sturen naar de plaats waar je verblijft. Naast de gewone demonen en monsters, komen er nieuwe bij, zoals in september met de Djinn en de Barguest het geval was. Ze worden op je afgestuurd, Alaïs. Het weet waar je leeft. Het probeerde je al die jaren al af te zwakken en stap voor stap probeert het je in een hoek te drijven… tot nu.” Een koude hand klemt zich om mijn hart en het lijkt alsof mijn longen geen lucht meer willen. Met een trillerige stem vraag ik: “Wat bedoel je?”
“… De wezens zijn nog nooit zo actief geweest als nu. Ik denk dat je in het hart bent van… wat het ook is, daar ben ik zelf nog niet uit, maar Alaïs, wees alsjeblieft voorzichtig. Het weet dat je hier bent en het lijkt wel of het je probeert weg te houden van iets… of juist te lokken. Alaïs, het weet alles over jou en heeft alle macht over de wezens die het naar je stuurt.” Ik slik en voel hoe mijn wangen nat zijn en mijn handen trillen.
“Ik dacht altijd dat de wezens op zichzelf leefden, maar blijkbaar zat ik verkeerd en het spijt me daarvoor. Ik moest altijd degene zijn die voor je zou zorgen en ik ben daarin gefaald. Alaïs, er is iets of iemand die veel machtiger is en de touwtjes in handen heeft: de demonen en monsters zijn enkel marionetten”, zegt Fausto en ik ga tegen een muur staan om mijn trillende benen in bedwang te houden. Het blijft even stil en dan zegt hij, voor hij aflegt: “Je hebt altijd de symptomen bestreden, maar nooit de oorzaak.”

Reacties (2)

  • Allmilla

    ... Wow, spannend!:|

    “Je hebt altijd de symptomen bestreden, maar nooit de oorzaak.”
    Deze vond ik wel heel mooi(flower)

    5 maanden geleden
  • VampireMichelle

    Omg.. Dit is zo spannend! Snel verder!

    5 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen