Foto bij II 013 II

Josephine Ruth Brown


Ik ren de deur uit . Even snel kijk ik naar rechts en links en zie hem dan in de verte rennen. Mijn hart gaat tekeer en ik voel de adrenaline door mijn lichaam gieren. Zo hard als mijn lichaam het toe laat begin ik achter hem aan te rennen. Nog nooit heb ik zo hard gerend in mijn leven. Mijn moederlijke instincten staan op scherp. Bijna, ben ik bij hem, nog maar zo'n dertig meter. Hij staat bij een kruispunt en kijkt achterom en ziet mij nu ook dichterbij komen. Snel begint hij weer te rennen.
*Mijn hart stopt met kloppen. Mijn wereld stort in elkaar. Ik zie hoe de auto volop tegen mijn jongetje aan knalt. 'Mitch...' Gil ik. Voordat mijn benen het begeven ren ik nog zo hard als menselijk mogelijk is naar Mitch. Als ik eenmaal bij hem ben voel ik hoe ik door mijn benen zak. 'Mitch.' Piep ik met trillende stem. Het hele verkeer ligt in een klap stil. Mitch ligt languit op de weg. Zijn ogen gesloten. Zijn armen wijd gespreid. Voorzichtig kruip ik dichter naar hem toe. Ik wil hem vastpakken als iemand mij tegenhoudt. 'No, don't touch him.' Roept diegene 'He is my son.' Roep ik kwaad terug. Alle emoties en adrenaline gieren door mijn lijf. 'He could have a broken neck.' Antwoord de man paniekerig. Dan opeens zie ik een rood goedje uit Mitch stromen. Het duurt even voordat ik besef dat het bloed is. Er ontstaat een plasje bloed om hem heen. Alles begint opeens te draaien. Mijn hand heb ik tegen mijn mond gedrukt en met mijn andere hand pak ik voorzichtig zijn hand vast. Mijn hele lichaam voel ik trillen, maar de wereld om ons heen staat stil. Vol ongeloof kijk ik naar mijn zoon. Stiekem hoop ik dat hij elk moment zijn ogen opent en overeind springt. Alleen dat doet hij niet. Een grote groep mensen verzameld zich om ons heen. 'I'm a doctor. Did someone call the ambulance?' Hoor ik iemand in de verte roepen. Niks dringt meer tot mij door. Alle geluiden om mij heen vallen weg. Het enige waar ik naar kan kijken, het enige waar ik aan kan denken is Mitch die hier ligt. Mitch waaruit bloed komt. Mitch die zijn ogen dicht heeft en ze misschien nooit meer open zal doen. Het voelt alsof ik uit mijn eigen lichaam treed en het hele scenario opeens van een afstand aan het bekijken ben. Ik zie mezelf gebogen om Mitch zitten, verstijfd en in shock. Dan zie ik de ambulance verschijnen. De ambulancebroeders sprinten naar Mitch toe. Ze beginnen meteen allemaal dingen te controleren en halen dan snel de brancard erbij. De ambulancebroeders vragen wat aan mij en ik knik langzaam. Ze nemen mij mee de ambulancewagen in.

Als je jong bent dan is je grootste angst vaak dat er wat gebeurt met je ouders. Alleen als je zelf kinderen krijgt besef je wat werkelijke angst is, de angst dat er wat met je kinderen gebeurt. *'One more push.' Zo hard als ik kan begin ik te persen. Het voelt alsof ik uit elkaar scheur. De pijn is ondragelijk. Dan opeens zegt de vroedvrouw 'It's a girl...' En niet veel later '...and there is the boy.' Opgelucht zucht ik. Mijn lichaam is kapot na 20 uur bevallen. Bezweet en naakt lig ik daar op bed als de zuster opeens twee baby's in mijn armen legt. In een klap ben ik verliefd. Een warm gevoel voel ik opkomen in mijn lichaam. Het is een overweldigend gevoel dat mij opslokt. Vol ongeloof kijk ik naar ze. Het voelt onwerkelijk dat zij van mij zijn. Mijn kinderen. Voorzichtig kus ik ze op hun hoofdjes. 'Hello there... Lucy and Mitch.' Fluister ik zachtjes. Ik houd de twee baby's dicht tegen mij aan. Liefdevol blijf ik maar naar ze kijken. De liefde dat ik voor ze voel is onbeschrijfelijk. 'I love you little babies. I will never let anything happen to you two.' *

Twee handen voel ik mij heen en weer schudden. Opeens ben ik niet meer in het ziekenhuis van Sydney, maar ben ik weer terug in 2019 in het ziekenhuis in Engeland. Suf kijk ik om mij heen en dan zie ik mijn handen die onder het bloed zitten. Ik blijf maar naar mijn handen kijken. Ik blijf maar kijken naar het bloed van Mitch. In mijn gezichtsveld verschijnen pap en mam. Ze kijken mij beide bezorgd aan. Hun monden bewegen maar de woorden dringen niet tot mij door. Ik zie mijn moeder naar een zuster rennen. Pap komt naast mij zitten en slaat zijn arm om mij heen. Als mam klaar is met praten met de zuster komt zij op mij af gesprint. Ze tilt mij overeind en leidt mij mee. Als een zombie loop ik met haar mee. Ze loopt de wc binnen. In de wc staat een grote spiegel. Daar zie ik mezelf opeens. Helemaal onder het bloed. Op mijn gezicht zitten bloed vegen, mijn handen, mijn kleren, overal zit bloed op. 'Oh Josie.' Mijn moeders stem trilt. Ze trekt mij naar de wasbak en begint mij schoon te maken. 'They're operating on him.' Mompelt ze. 'I know.' Komt er schor uit mijn keel. Geschrokt kijkt ze op bij het horen van mijn stem. 'We need to get you some water.' Zegt ze bezorgd. Druk blijft ze boenen. Over mijn gezicht, armen, handen. 'And some new clothes.' Mompelt ze er achteraan.
Verslagen kijkt ze naar de bloedvlekken op mijn kleding. 'We will try to get them out at home.' Kort haal ik mijn schouders op. Alsof het mij boeit dat er bloed op mijn kleding zit. Het enige wat mij boeit is mijn kind. Samen lopen we weer naar de stoelen. Beetje bij beetje begint alles weer door te dringen. De waas verdwijnt en maakt ruimte voor paniek en verdriet. 'I'm a horrible mom. This is all my fault.' Verslagen leg ik mijn hoofd in mijn handen. 'No, its not.' Zegt pap. Zijn grote hand voel ik troostend op mijn rug heen en weer gaan. 'Where is Lucy?' Roep ik opeens. Geschrokt spring ik overeind. 'She is at home with Jeff.' Sust pap kalm. 'Good.' Mompel ik en ga weer zitten. Zenuwachtig begin ik al mijn nagels eraf te bijten. Het lijkt een eeuwigheid te duren de operatie. Ik probeer mij te herinneren wat de doktoren een paar uur geleden tegen mij verteld hebben, maar dat lukt mij niet. Er was geen woord tot mij doorgedrongen. Hoofdschuddend blijf ik maar naar de deur kijken. Dit is allemaal mijn schuld. Ik spring overeind en begin gespannen te ijsberen. Het ene moment ben ik boos dan weer verdrietig, dan weer in shock.
Na drie uur, verschijnt er eindelijk een dokter in de wachtruimte. 'Miss Brown?' vraagt de wat oudere dokter. Ik knik hoopvol. De dokter kijkt mij serieus aan. Even denk ik dat hij gaat zeggen dat er iets is misgegaan tijdens de operatie. 'The operation went well.' Zegt hij dan. De bruine ogen van de dokter kijken meteen wat vriendelijker. Opgelucht sla ik mijn handen voor mijn mond. Pap en Mam slaan beide hun armen om mij heen. 'We were able to stop the internal bleedings he had. He is a strong little boy.' De tranen van opluchting voel ik over mijn wangen rollen. 'Can we see him?' Vraag ik meteen. De dokter schudt zijn hoofd. 'They're still working on his broken arm and then he will need a lot of rest.' - 'But he will be alright, right?' Mijn stem klinkt schor en breekbaar. De dokter kijkt mij geruststellend aan. 'As I said, he is a strong little boy.' Dankbaar kijk ik de dokter aan. Hij knikt en loopt dan weer weg.

Na nog eens dik dertig minuten komt er een zuster naar ons toe. 'Mitch is still sleeping, but if you want you can go and visit him now. He is in 301.' Dat hoefde de zuster niet nog eens te zeggen. Zo snel als ik kan sprint ik naar 301. Als ik voor de deur sta zie ik door het raampje, mijn jongen al liggen. Voorzichtig doe ik de deur open. De tranen beginnen weer over mijn wangen te rollen. Hij ligt nog aan allemaal draden vast. Zijn arm in het gips en allemaal krassen en schaafwonden op zijn gezicht. Ik ga naast hem zitten en pak zijn hand stevig vast. Snikkend druk ik mijn hoofd op zijn hand. 'Please Mitch, be alright. I'll be better. I promise. I'll be the best mom you could ever wish for, I promise, but please be okay.' Snik ik.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen