. . .


Will had gedacht dat Ivory een buitenbeentje was, net als hij. Niets was minder waar. In de dagen die volgden, ontdekte hij dat ze populair was. Dat mensen graag bleven staan om een praatje met haar te maken en dat ze zelfs al voor twee feestjes was uitgenodigd. Zodra dat tot hem doorgedrongen was, had hij gedacht dat ze hem wel zou laten vallen. Hij was niet interessant. Hij was niet sociaal. Hij hield niet van al die aandacht.
      Die zorgen waren echter voor niets. Ze hield elke dag een plaatsje voor hem vrij in de kantine. Een beetje argwanend maakte het hem wel, hij kon niet bedenken waarom ze hem nou zo aardig vond. Toch ging hij daar elke keer weer zitten. Stilletjes luisterde hij naar de gesprekken die daar plaatsvonden en die hem eigenlijk niets interesseerden. Ze gingen over sport en popsterren en ze roddelden over mensen als hij. Echt prettig voelde hij zich niet, maar wat hij moest hij anders?
      Hij zat in elk geval niet alleen. Men schold hem niet uit, ze schoten niet in de lach wanneer ze hem zagen. De geruchten die op de eerste dag de ronde deden over de zombiejongen, werden al gauw de kop ingedrukt. Door Ivory, vermoedde hij.
      Maar waarom?
      Hij kwam er maar niet uit.
      Hij was niet de enige die verbaasd was over de vriendelijkheid van het meisje. Algauw werd duidelijk dat El en zij elkaar niet echt mochten. Ze klaagde er niet over tegen hem, sowieso sprak ze niet overdreven veel met hem, maar hij zag het in de blik in haar ogen en toen zijn broer hem begon uit te horen over zijn nieuwe vrienden, had hij het gevoel dat zij erachter zat en haar zorgen had gedeeld.
      Hij kon niet verklaren waar Ivory’s interesse vandaan kwam. Tot dusver had hij echter geen reden om haar te wantrouwen en dus probeerde hij het ook maar niet te doen. Ze maakte school fijner voor hem, wat meer kon hij van iemand verlangen?
      Vanochtend had ze gevraagd of hij zin had om ook na school af te spreken. Hij vond het spannend en eigenlijk ook wel een beetje snel, maar hij had geen nee durven zeggen. Nog nooit was er een meisje geweest die hem dat gevraagd had en het maakte hem zenuwachtig. Ze had voorgesteld om naar zijn huis te gaan. Of hij dat prettig vond wist hij niet. Het was een vertrouwde plaats, zelfs al woonde hij er nog zo kort, en toch was het daardoor alsof hij een indringer in zijn leven binnenliet.
      Maar hij kon zich niet altijd voor de wereld blijven verstoppen. Ze was aardig, er was geen reden om haar zoiets te ontzeggen. Toch zorgde dat ervoor dat zijn gedachten afgeleid waren tijdens de rest van de dag, terwijl hij zich zorgen maakte over wat Jonathan en zijn moeder van haar zouden vinden. Wat als die de mening van El deelden? Of als Ivory er toch achter kwam dat hij niet zo leuk was als ze dacht? Als hij straks weer alleen was?
      De gedachten bleven door zijn hoofd spoken terwijl de dag zich voltrok. Nadat zijn laatste lesuur afgelopen was, had hij een afspraak met zijn mentor. Die stelde hem vragen over zijn eerste week hier en hij antwoordde overal braaf op, hoewel hij het moeilijk vond om zijn gedachten erbij te houden.
      Hij was opgelucht toen de man hem vertelde dat hij naar huis mocht gaan. Met zijn tas stevig tegen zich aan gedrukt liep hij het lokaal uit en ging hij de uitgestorven gang door. Toen hij bij het muzieklokaal kwam en daar een mooie melodie hoorde, bleef hij even stilstaan. Het was alsof hij behalve pianospel ook een viool en een harp hoorde, instrumenten die best wel ongebruikelijk waren op een middelbare school – en zeker schooltijd. Hij wist niet precies wat het was, maar de Keltische aandoende melodie had een sterke greep op hem en trok hem naar de deur toe. Hij gluurde door de kier naar binnen.
      Er was slechts één iemand in de muziekzaal, hij speelde op een keyboard die blijkbaar ook hele andere tonen kon voortbrengen. Hij zat aan de linkerkant van het lokaal, zijn rug naar de muur gekeerd zodat Will hem van opzij zag. De ogen van de jongen waren gesloten terwijl zijn vingers over de toetsen gleden. Zijn gezicht was ontspannen, alsof het spelen van de noten hem geen enkele moeite kostte.
      Will merkte dat hij een droge mond kreeg.
      Sinds zijn val had hij Onyx niet meer gesproken. Af en toe had hij hem wel gezien, maar hij had het gevoel dat de jongen hun ontmoeting wilde vergeten. Zo naar hem blijven staren voelde daarom niet goed, maar hij kon zijn blik simpelweg niet losscheuren. Het was alsof de noten hem juist verder de ruimte in trokken en hij moest zijn voeten schrap zetten om dat niet te laten gebeuren.
      De jongen boog zijn hoofd iets, opende zijn ogen weer en toetste een paar dingen in waardoor de klank veranderde. Hij tuurde even vooruit, krabbelde daarna wat op een blaadje en begon een andere compositie.
      Will wist niet hoelang hij daar bleef staan, luisterend naar de muziek die zo anders klonk dan wat hij ooit eerder had gehoord. De tonen werden harder, wat eerst liefelijk had geklonken kreeg nu een onheilspellend karakter als de opmars naar een strijd. Het prikkelde zijn verbeelding, schiep scènes in zijn gedachten.
      Plotseling hield de muziek op. Het was alsof hij tegen een muur opliep, verschrikt hief hij zijn hoofd op. Zijn wangen begonnen te gloeien toen hij zag dat Onyx hem had gezien en daarom gestopt was met spelen.
      ‘Sorry,’ prevelde hij. ‘Ik – ik wilde niet… ik wilde je niet storen.’
      Een beetje schuw kromp hij in elkaar, bang voor een sneer omdat hij stiekem had staan luisteren. Een beetje creepy was het wel, dat begreep hij ook wel.
      Onyx toonde hem echter een glimlach. ‘Je mag wel luisteren hoor. Vond je het mooi?’
      Met een toenemende blos knikte hij. ‘Ik heb nog nooit zoiets gehoord. Ik wist dat dat een keyboard ook andere instrumenten kon nabootsen.’
      ‘Het is een synthesizer, geen keyboard. Daarop kun je je eigen muziek componeren,’ antwoordde hij. ‘Degene die ik thuis heb, heeft meer functies maar een andere omgeving is vaak goed voor de inspiratie.’ Hij glimlachte. ‘Maar daar weet jij als kunstenaar vast alles van.’
      Will kreeg een kleur. Hij had zichzelf nooit als een kunstenaar beschouwd en het voelde als een reusachtig compliment. De aandacht van Onyx zorgde ervoor dat hij zich een beetje licht in het hoofd voelde en hij leunde tegen de deurpost.
      ‘Je mag hier wel zitten als je wilt blijven luisteren?’ Onyx wees naar een stoel opzij van hem. ‘Ik neem aan dat je voet zoveel mogelijk rust moet hebben. Hoe gaat het daarmee?’
      Wills handen voelden klam toen hij naar de jongen toe krukte en zich op de stoel liet zakken. De kriebel in zijn buik werd hardnekkiger bij iedere meter die hij aflegde.
      ‘Het gaat wel,’ zei hij zacht terwijl hij op een stoel neerzakte. ‘Het was erg wennen met de krukken, maar gelukkig gaat het nu wel beter.’
      Hij voelde zich een beetje opgelaten. Een weeklang had Onyx gedaan alsof ze elkaar niet kenden en nu deed hij opeens weer heel aardig. Het bracht hem in de war.
      Onyx begon weer te spelen. De tonen waren licht, tinkelend, en deden hem denken aan dansende elfjes in het maanlicht. Zijn duim trilde, hij voelde een intens verlangen om te tekenen. Hij stopte het gevoel weg – hij wilde niet helemaal als een gek overkomen. In plaats daarvan concentreerde hij zich op zijn ademhaling totdat die helemaal rustig werd.
      Het was alsof tijd in deze ruimte niet bestond. De melodie slingerde zich om hem heen, vulde hem met een tintelende warmte en verleidde hem tot een passief luisteren. Soms was het alsof hij in slaap dreigde te sukkelen. Hij probeerde er tegen te vechten, zeker toen de toon weer zwaarder werd en een episch verhaal leek te vertellen.
      Hij sperde zijn ogen open toen hij merkte dat hij die dicht had gedaan. Hij schrok toen hij zag dat Onyx naar hem had zitten kijken en voelde een intense hitte naar zijn wangen kruipen. Vlug keek hij naar de vloer. Zijn ademhaling ging weer een stuk sneller.
      ‘Het is voor mijn eindproject,’ vertelde Onyx. Nu pas realiseerde hij zich hoe melodieus zijn stem klonk – het was prachtig, betoverend zelfs. Het waren nu alleen nog zachte tonen die hij met zijn handen voortbracht. ‘Ik componeer een muziekstuk dat bij een epische film zou kunnen passen. Het moet een verhaal vertellen.’
      Will keek weer op. Hij begreep niet zo goed waarom de oudere jongen dit allemaal aan hem vertelde; waarom hij hem niet gewoon afwimpelde.
      ‘Het is heel mooi,’ zei hij zacht. ‘Ik heb nog nooit eerder zulke muziek gehoord.’
      Onyx draaide zich iets meer naar hem toe en liet zijn handen op zijn knieën rusten. Will dacht de muziek nog steeds te kunnen horen. ‘Wat voor muziek luister je graag?’
      ‘Uhm. Metallica. Mötley Crue. Alice Cooper. Dat soort dingen.’
      Onyx trok een mondhoek op. ‘Goeie smaak heb je dan.’
      Will glom van trots. Tot nu toe was zijn broer de enige die zijn muzieksmaak kon waarderen – wat logisch was, want zonder zijn broer had hij de meeste bands niet gekend. ‘We zijn een paar weken geleden naar Van Halen geweest. Mijn broer en ik. Het was mijn eerste concert, het was echt heel gaaf! We stonden bijna helemaal vooraan.’
      Zijn enthousiasme liet hem kleuren. Behalve Jonathan had hij niemand met wie hij over muziek kon praten.
      ‘Dat moet gaaf zijn geweest. Mijn laatste concert was Def Leppard. Ken je die?’
      Will knikte enthousiast.
      ‘Speel je dan ook een instrument?’
      ‘Nee. Al zou ik wel graag gitaar willen leren spelen. Of – of wat jij net deed. Op de synthesizer. Al ken ik niemand die dat doet.’
      Hij beet verlegen op zijn lip.
      ‘Je mag het wel proberen als je wilt?’
      Will wist niet wat er allemaal in zijn lijf aan de hand was, maar zijn hart leek te fladderen en er kolkte van alles in zijn maag. Voorzichtig zette hij zijn krukken neer en schuifelde naar de jongen toe. Het was een smalle pianokruk, het idee dat hij zo dicht tegen Onyx aan zou zitten sloeg de adem uit zijn longen. Direct daarna schaamde hij zich voor die gedachte, waarschijnlijk zou Onyx wel opstaan zodat hij een beetje op dat instrument kon klungelen.
      Niets daarvan gebeurde echter, toen hij naast de jongen stond legde die zijn handen op zijn smalle heupen en trok hem op zijn schoot. Wills ogen groeiden van verbijstering – hij had nog nooit bij een andere jongen op schoot gezeten. Hij voelde dat zijn hele gezicht knalrood werd. Onyx had hem al eens in zijn armen gedragen, en nu dit… Hij wist niet waar hij kijken moest.
      ‘Relax, kleintje,’ klonk het plagerig. Zijn hand rustte op Wills heup. ‘Kijk, dit zijn de basistoetsen.’ Hij wees een rijtje knopjes aan de bovenkant aan. ‘Welk instrument wil je proberen?’
      Will kreeg de woorden maar half mee. Hij dacht alleen maar aan de hand die op zijn heup lag, en de vanzelfsprekendheid waarmee deze oudere jongen hem op zijn schoot had getrokken. Zijn hart sloeg zo wild in zijn borst dat hij bang was dat de ander het zou kunnen horen.
      ‘Ehm, misschien de viool?’ hoorde hij zichzelf vragen.
      Onyx drukte een aantal knopjes in, zette zijn vingers toen op de toetsen en bewoog ze in een volgorde die waarschijnlijk makkelijk moest zijn. Will had echter geen enkele concentratie over, hij voelde zich een nerveus wrak en toch wilde hij niet opstaan.
      Opeens zwiepte de deur open. Will schrok zo dat hij direct kaarsrecht zat. Hij merkte hoe ook Onyx vlug zijn hand van zijn heup trok. Het gaf hem een knoop in zijn maag; alsof ze iets wat verboden was hadden gedaan.
      ‘Waarom zit je hier?’ Het was Ivory die in deuropening stond. ‘Ik sta al meer dan een halfuur op je te wachten!’
      Will kreeg het nog warmer. Hij had helemaal niet meer aan hun afspraak gedacht. ‘Ik – ik had niet door dat er zoveel tijd voorbij was gegaan.’ Vlug kwam hij overeind, wankelde naar zijn krukken en bewoog zich naar haar toe. ‘Sorry,’ zei hij oprecht. ‘Ik hoorde muziek en ik raakte afgeleid.’
      Ze snoof. Ze was echt boos.
      Will liet zijn hoofd hangen. Voor hij het lokaal uitging wierp hij nog een vluchtige blik over zijn schouder. Zijn blik zocht naar die van Onyx, maar die had zich weer over zijn compositie gebogen. De magie was weg.
      Stilletjes liep Will met Ivory mee, al dacht hij Onyx’ hand nog steeds op zijn heup te voelen branden.
      ‘Sorry,’ zei hij opnieuw toen de grimmige trek niet van haar gezicht wegging.
      Ze bleef stilstaan en keek hem fel aan. ‘Waarom zat je bij mijn broer op schoot? Ben je soms gay?’
      Hij staarde haar met grote ogen aan. Hij wist niet wat hem meer schokte, de onthulling dat Onyx haar broer was of haar directe vraag.
      ‘N-nee,’ hakkelde hij, zelfs al wist hij dat dat niet waar was. Hij wilde echter niet dat de hele school straks zou fluisteren dat hij op jongens viel. Hij wilde niet opvallen. Hij wilde gewoon met rust gelaten worden. ‘Ik had niet verwacht dat hij me op schoot trok toen hij me wilde leren spelen.’
      Ze zuchtte, toen pakte ze opeens zijn hand vast. Opnieuw verstijfde hij. ‘Het geeft niet,’ zei ze met een zoete stem. ‘Maar je kunt beter bij hem uit de buurt blijven. Hij heeft een aantal… donkere kanten.’
      Will trok zijn schouders op. Hij wist niet wat hij er verder op moest zeggen, diep vanbinnen wenste hij alleen maar dat ze nooit het muzieklokaal was binnengevallen en ze daar nog steeds hadden gezeten.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen