Foto bij Scar 140

Fijne Kerstmis iedereen!

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Ik zal het direct laten weten als Cassidy weer contact met me opneemt,' zegt Marco en hoewel het goed bedoelt is, zie ik Paige spontaan weer verstrakken.
Ik kan aan alles aan haar zien hoe benauwd ze is, en hoe bang ze is voor wat de hoofdcommissaris van plan is, maar ze herstelt zich met de snelheid van het licht, recht haar rug, en zegt: 'Dank je wel.'
Ze geeft hem nog een stijf knikje en loopt dan snel de kamer uit, op de voet gevolgd door mij.

Wanneer we thuis aangekomen zijn, gaat Paige direct slapen. Na zo ongeveer een uur wordt ze blijkbaar wakker, want ze komt uit zichzelf de slaapkamer uit gelopen.
'Hey, liefje,' zeg ik zodra ik haar opmerk. 'Hoe voel je je?'
'Goed,' zegt ze, en ze blijft een beetje ongemakkelijk in het midden van de kamer staan, vlakbij de gang.
Ik kom automatisch naar haar toe en geef een kus op haar wang. 'Wat is er?'
'We moeten praten,' murmelt ze zachtjes. 'Over Chris en zo.'
Ik knik en neem aan dat we op de bank gaan zitten, maar ze blijft staan, alsof ze zich te onrustig voelt om te gaan zitten.
‘Nathan, i-i-ik wil geen klacht tegen Chris indienen,’ zegt ze dan plompverloren.
Ze had het al eens eerder gezegd, vlak voor het gesprek met de hoofdcommissaris, maar ik had verwacht dat ze door zijn woorden wel dusdanig boos was dat ze van gedachten was veranderd.
‘Wat?!’ stoot ik verbijsterd uit.
Ze recht haar rug en zegt, zelfverzekerder dan eerst: ‘Ik ga geen klacht tegen Chris indienen.’
'Hoe kun je nou in godsnaam geen klacht in willen dienen?!' roep ik uit. Ik probeer niet boos te zijn, en ik wil ook helemaal niet dat ze het idee heeft dat ik kwaad op haar ben, maar ik kan me niet helemaal bedwingen. Gisteren zag ik hoe een of andere klootzak mijn vriendin bij haar keel greep en vandaag krijg ik te horen dat er geen enkele consequenties voor hem zullen zijn.
'Nathan, het... het is ingewikkeld,' zegt ze zachtjes.
'Hoezo is het ingewikkeld?!' Ik haal een hand door mijn haar en zucht. 'Ik... Ik had gewoon nooit gedacht dat jij het soort mens was dat iemand ermee weg laat komen als hij zijn handen niet thuis kan houden.'
Paige kijkt me met een ruk aan, een flits van woede achter de tranen in haar ogen. De pijn in haar blik zorgt ervoor dat ik het eigenlijk terug wil nemen, maar ik doe het toch niet en wacht haar antwoord af.
'Oké, ten eerste is het heel oneerlijk van je om dat tegen me te zeggen en ten tweede is dat over het algemeen gewoon een onaardig iets om iemand van te beschuldigen, want je weet nooit helemaal wat iemands redenen zijn. En... Ik... Het... Het is niet allemaal zwart/wit.' Ze haalt een hand door haar haar en ik zie dat ze heel erg haar best moet doen om niet in tranen uit te barsten. Ze haalt een paar keer beverig adem. 'En probeer me niet te kleineren. Ik heb goede redenen voor de dingen die ik doe. Ik dacht dat je daar inmiddels al wel op kon vertrouwen. E-En schreeuw niet tegen me...'
Ik bijt even op de binnenkant van mijn wang.
'Het spijt me, Paige. Ik... Ik had niet moeten schreeuwen, maar... Ik snap het gewoon niet. Kun je het me alsjeblieft uitleggen?' vraag ik, zo kalm mogelijk.
Ze slikt en knikt van ja, ook al duurt het even voordat ze haar gedachten goed genoeg op een rijtje heeft om ze met me te kunnen delen.
'Het is te risicovol om er een probleem van te maken. Als ik niet was flauwgevallen, dan was Chris gewoon een klootzak die zijn handen niet thuis kan houden en zou ik aangifte kunnen doen. Maar zo was het niet. Ik ben wel flauwgevallen,' zegt ze.
'Dat verandert toch niks?' stoot ik uit.
'Nathan, dat verandert alles. Iedereen zal zich focussen op het feit dat ik blijkbaar flauwval als iemand me bang maakt, wat niet bepaald een eigenschap is die past bij een politieagent. Ze zullen willen weten wat er gebeurd is, en wat me getraumatiseerd heeft. Als ik niks zeg, zullen ze achterdochtig worden en me niet vertrouwen, en als ik het wel zeg...' Ze zucht en haalt een hand door haar haar. 'Dat is ook geen optie. Je weet waarom ik niet wil dat het bekend wordt wat er gebeurd is met Jack Lockley.'
Ik knik, en ineens overvalt het besef me dat bijna al onze ruzies gaan over Lockley en haar familie, en dan met name wat ze met die geheimen moet doen. Ik wil haar niet het idee geven dat ik haar wil dwingen om op een bepaalde manier met haar verleden om te gaan, maar het blijft toch iets wat op een bepaalde manier ook mij aangaat.
'Ja, maar...' Ik bijt op mijn lip, zoekend naar de juiste woorden. 'Je kunt je toch niet het zwijgen op laten leggen door een of andere eikel die per jaar meer belasting betaalt dan wij bij elkaar verdienen?'
'Nathan, houd op met denken dat het om hem gaat! Ik probeer mijn eer niet te verdedigen, want in dit geval kan mijn eer me gewoon geen ene fuck schelen! Ik probeer gewoon een normaal leven te kunnen leiden!' roept ze, en ze veegt de traan die over haar wang rolt verwoed weg. 'Je weet hoe hard ik gewerkt heb om te komen waar ik ben! Ik kan dit niet allemaal kwijtraken! Ik wil mijn fucking trots niet te beschermen, ik gewoon mijn eigen leven kunnen leiden!'
'Als dat waar is, waarom is je eerste reactie wanneer er iets misgaat dan om bij me weg te gaan?! Marco komt erachter dat je Agraishka bent, en je neemt bijna de benen! Je komt erachter dat je onvruchtbaar bent, en het eerste wat je tegen me zegt is dat je bij me weg wil! Als je zo graag een normaal leven wil leiden, waarom ben je dan altijd geneigd om dat leven bij de eerste de beste tegenslag achter te laten?!'
Ze kijkt me woedend aan, maar dan breekt er verdriet door in de woede. Ik kan het in haar ogen zien liggen. Het is zwaar en verstikkend en het zorgt voor een krap gevoel in mijn borstkas.
'Omdat jij het enige bent dat ik belangrijker vind dan mijn eigen leven!' schreeuwt ze en halverwege de zin breekt haar stem. 'Zodra mijn toekomstwensen in de weg staan van jouw veiligheid of geluk, dan hoeft het van mij niet meer! Het kan me niet meer schelen of ik het juiste doe of niet! Moreel gezien zou het het beste zijn als ik alles wat Chris doet niet verzwijg, maar ik wil niet doen wat het beste is omdat ik te laf ben! Nathan, denk je dat ik niet bang ben?! Want ik ben godverdomme doodsbang!' Ze begint te snikken en zakt ineen, met haar rug tegen de muur. Ik ben te geschrokken om iets te doen en sta haar maar bevroren aan te staren. 'Ik kan verdomme geen kant op! Ik zit vast aan een collega die naar me kijkt alsof ik een speeltje ben en weigert van me af te blijven! Zijn vader vindt dat ik slecht ben in het enige werk dat ik ooit echt heb willen doen en wil me op straat zetten omdat ik een bedreiging vorm voor zijn familienaam! Ik ben toen ik nog maar een kind was verkracht door een beroemdheid die de sociale macht heeft om mijn hele leven te verpesten en mijn moeder haat me! En de rest van mijn familie bestaat uit moordenaars die elk moment klaar staan om me te vermoorden als ik een verkeerde beweging maak! Hoe kun je nou niet begrijpen dat dat letterlijk elke keuze die ik in mijn leven maak beïnvloedt! Ik kan het me gewoon niet veroorloven om optimistisch te zijn, want als ik een fout maak gaan er mensen dood, Nathan! Ik kan niet meer doen wat goed is, ik kan alleen nog maar doen wat ik moet doen om te overleven.'
Wanneer ze ineenkrimpt en zich haast oprolt tot een snikkend bolletje ellende, kom ik eindelijk weer tot mijn positieven. Ik laat me naast haar op de grond zakken en neem haar in mijn armen. Ze stribbelt niet tegen, misschien omdat ze behoefte heeft aan de troost, of misschien ook omdat ze gewoon de energie niet meer heeft om te protesteren. Ik druk een kus in haar haar en wieg haar zachtjes in mijn armen.
Eigenlijk snap ik haar punt heel goed. Als je zoveel geheimen bij je draagt, en zeker geheimen die zo gevaarlijk zijn als die van haar, kan het niet anders dan dat je constant bezig bent met langetermijndenken en alle factoren in je leven in de gaten houden. En misschien zijn mijn oplossingen toch echt een beetje te simpel, maar het is zo oneerlijk. Het is zo ontzettend oneerlijk. En iets binnenin mij kan gewoon niet accepteren dat ik haar daar niet tegen kan beschermen.
Ik weet nog steeds niet of ik het helemaal met haar eens ben, maar het is ook niet aan mij om die keuze voor haar te maken en momenteel is ze haar hart eruit aan het huilen, dus ik houd haar gewoon in mijn armen. Ze klampt zich snikkend aan me vast. Elke snik gaat met zoveel geweld door haar heen dat het bijna niet anders kan dan dat het pijn doet.
Het duurt even, maar na een tijdje houdt het huilen op. Ik houd haar gewoon nog eventjes vast, want nog altijd is haar verdriet en angst haast tastbaar.
'Ik wil niet dat je boos op me bent,' prevelt ze, zo zachtjes dat ik het amper versta.
Ik druk een kus op haar haar en omhels haar steviger, alsof ze zo bijna deel van me wordt.
'Ik ben niet boos op je,' beloof ik haar. 'Het spijt me.'
Ze haalt een paar keer diep adem en maakt zich van me los. Ze heeft haar ogen gesloten, en ze masseert even haar slapen alsof de hoofdpijn haar te veel dreigt te worden. Dan kijkt ze me aan, met een gebroken blik in haar zilveren ogen.
'Nathan... I-Ik... Ik denk dat ik even voor een dagje naar mijn eigen appartement wil,' zegt ze, en het komt aan als een klap in mijn gezicht.
'W-W... Ik...' Ik haal een hand door mijn haar, beseffend dat ik haar niet tegen kan houden, en het alleen maar erger zal maken als ik haar tegenspreek. Ik geef me een paar seconden om na te denken, en dan zeg ik: 'Oké. Oké, ik zal je wel even brengen.'
Ze schudt haar hoofd. 'Ik ga wel met de bus.'
Ik bijt op mijn lip en na een tijdje breng ik uit: 'Ik... Is... Weet je zeker dat dat wel verstandig is? Het is voor mij echt geen probleem, hoor.'
Ze schudt haar hoofd en wendt haar blik af, alsof ik zo de tranen in haar ogen niet zal zien.
'Ik... Ik wil gewoon... Ik moet gewoon eventjes na kunnen denken. Ik heb gewoon even de ruimte nodig om na te denken over alles wat er gebeurd is en ik... ik moet... ik moet gewoon zelf even beslissen wat ik ga doen. Ik... Ik begin gewoon aan alles te twijfelen en ik moet even nadenken. Oké?' weet ze uit te brengen.
'Liefje, het busstation is best wel ver weg. Laat me je alsjeblieft gewoon brengen, oké?' zeg ik. 'Dan weet ik in ieder geval dat je veilig aankomt.'
Heel even reageert ze niet, maar uiteindelijk knikt ze.
De autorit naar haar appartement verloopt in ijselijke stilte, en ik kan zien dat Paige de hele tijd heel erg haar best moet doen om haar tranen binnen te houden. Alles wat er gebeurd is wordt haar duidelijk teveel, en ze stort in. Ik zou alleen het liefste willen dat ze in zou kunnen storten op een plek waar ik er voor haar kan zijn. Als ze dan toch verdrietig is, kan ze dat toch het beste in mijn armen doen?
Maar ik weet inmiddels wel dat het contraproductief werkt om te proberen Paige ergens van te overtuigen. Haar hele leven lang zijn er mensen geweest die haar gedwongen hebben om bepaalde dingen te doen, waardoor ze al snel bang is dat iemand haar controle af probeert te pakken. En zo ook nu. Ik weet dat het zo is, maar soms kan ik er gewoon niet helemaal mee omgaan.
Aangekomen bij haar appartementencomplex, houd ik haar nog even tegen voor ik haar uit laat stappen. Met een smekende blik vraag ik: 'Paige, kun je het me alsjeblieft laten weten als ik je op moet halen of naar je toe moet komen of zo? App of bel me maar gewoon. Ik zal geen contact met je opnemen en je alle tijd geven die je nodig hebt, maar laat gewoon eventjes van je horen als je er weer klaar voor bent, oké?'
Eventjes is ze stil, alsof ze het niet helemaal zeker weet, maar dan knikt ze.
'Oké,' antwoordt ze. 'Beloofd.'

Die middag begint het te stormen. In het westelijke deel is er een stroomuitval, krijgen mijn intacte stroomkabels uit het zuiden en ik te horen over het nieuws. Gelukkig wonen zowel Paige als ik meer in het oosten. Ik kijk de hele dag gewoon maar wat tv en ga verder in het boek wat ik aan het lezen ben. Een paar keer sta ik op het punt om Paige te appen of bellen, gewoon omdat ik me teveel zorgen maak, maar ik wil niet opdringerig overkomen en besluit om maar gewoon te wachten tot zij contact opneemt met mij in plaats van andersom.
Rond een uur of half zeven ’s avonds gaat ineens de deurbel. Ik verwacht geen bezoek, dus ik ben vrij verrast wanneer ik ineens een drijfnatte Paige voor de deur zie staan. Mijn ogen worden groot en ik trek haar snel aan haar onderarm naar binnen, weg van de regen en kou en donder. In plaats van haar te vragen wat ze hier eigenlijk komt doen, neemt mijn instinct het volledig over en ontferm ik me over haar. Het enige wat ik nog voel is bezorgdheid.
‘Wat is er met jou gebeurd? Jezus, Paige, je mag nog helemaal niet autorijden! Waarom heb je me niet gebeld?’
De regen is door haar jas heen gekomen, maar ze lijkt niet erg onder de indruk, ook al heeft ze overal kippenvel en kleuren haar lippen zelfs een heel klein beetje blauw. Ze heeft het overduidelijk koud, en ze is non-stop aan het rillen en beven, maar eigenlijk ben ik daar wel blij mee. Pas als ze ineens heel slapjes en stil was geworden, was ze echt zwaar onderkoeld geweest.
‘Ik heb de bus genomen,’ antwoordt ze terwijl ik haar jas voor haar uitdoe en over de verwarming hang.
Ik kijk haar verbaasd aan. ‘Het dichtstbijzijnde busstation is drie kilometer verderop!’ roep ik verbaasd uit.
‘Ik vind het niet erg om te lopen.’
Ik maak een verontwaardig geluid en zak neer op een knie om haar uit haar doorweekte schoenen te helpen.
‘Ik ben geen drie. Ik kan dat heus wel zelf,’ protesteert ze, maar ik schud mijn hoofd.
‘Ja, maar nee. Echt… Nee. Ik ben supergestrest en ik moet even het idee hebben dat ik voor je kan zorgen. Straks word je ziek. En het is gewoon gevaarlijk buiten!’ reageer ik en alsof de natuur mee wil doen om mijn punt te bewijzen, klinkt er opeens een donderslag.
Ik doe haar schoenen uit en pak snel een handdoek. Ik geef hem aan haar en zeg: ‘Ga maar even warm douchen. Misschien helpt dat. Ik zal wat warme kleren bij de badkamerdeur leggen. Wil je thee?’
Ze knikt stilletjes.
‘Heb je al gegeten?’
‘Ik had niet zo’n honger.’
‘Ik maak wat te eten voor je klaar. Iets warms.’
‘Hoeft niet.’
‘Jawel,' zeg ik, waarna ik mijn stem iets laat verzachten. 'Ga maar douchen, oké? Ik kom zometeen wel een wat kleren brengen.'
'Oké,' prevelt ze zachtjes en pas wanneer ik merk dat haar stem een beetje kraakt, kijk ik écht naar haar. Door de regen was het me niet opgevallen, maar nu pas zie ik dat ze pas gehuild heeft, en dat ze eigenlijk nog steeds op het punt staat om te gaan huilen.
Ik verbleek en een beetje geschrokken neem ik haar in mijn armen. Ze barst spontaan in snikken uit en ik strijk verbouwereerd over haar haren, in de hoop dat ik haar kan ook maar het kleinste beetje troost kan bieden.
'Liefje...' weet ik uit te brengen, maar verder kom ik eigenlijk niet.
'Ik vind het onweer zo eng,' snikt ze. 'E-En ik wil geen ruzie hebben.'
Eigenlijk was ik vergeten hoeveel impact onweer op Paige kon hebben. De laatste tijd hebben we wel veel regen gehad, maar vrij weinig donder en bliksem, dus ik had er niet echt aan gedacht.
'Ik ook niet,' zeg ik. 'E-En je mag gewoon zelf kiezen of je wel of geen aangifte doet tegen Chris. Ik snap waarom je het niet wilt en ik... ik vind het moeilijk om hem er gewoon mee weg te laten komen, maar ik snap dat de risico's te groot zijn en ik steun je, welke keuze je ook maakt, oké?'
Ze knikt en omhelst me iets steviger, alsof ze met me wil samensmelten en één wil worden.
'W-Wil je nog steeds samenwonen?' vraag ik met verstikte stem. Ik vraag het me al af sinds het moment dat ze aangaf even naar haar eigen appartement te willen, en al sinds dat moment voelt het alsof mijn keel zich heeft dichtgesnoerd en ik niet meer kan ademen.
Ze knikt snel. 'Ja. Ja, echt heel graag. Het is gewoon... Het probleem is... I-Ik moet... Ik moet gewoon nog een beetje wennen aan het idee dat ik... dat ik geen plek heb om mezelf terug te trekken als het me teveel word. Ik moet nog wennen aan het idee dat jij die plek kan zijn.'
'Oké,' zeg ik zachtjes en ik wrijf even over haar rug. 'Het is oké, liefje.'
Ze verbergt haar gezicht dichter in mijn hals en ik voel een pijnlijke spanning in haar lichaam, alsof er een knoop in haar maag zit.
'H-Het spijt me dat ik... dat ik zo waardeloos ben in je vriendin zijn. Ik... Ik probeer het echt, maar ik... ik raak gewoon zo snel ik paniek en ik wil jou er niet bij betrekken en...' Haar stem sterft weg.
Ik schud mijn hoofd en geef een kus op haar slaap.
'Je bent geen slechte vriendin.'
Ze maakt zich van me los en strijkt door haar haren.
'Jawel. Jij... Jij bent echt de beste vriend die ik me ooit zou kunnen wensen en ik... ik... ik weet gewoon niet wat ik aan het doen ben en het voelt alsof jij veel meer moeite moet doen om mij gelukkig te houden dan andersom,' zegt ze. 'E-En... En daardoor voelt het alsof ik misbruik van je maak.'
Ik ben er vrij zeker van dat zij minstens evenveel, en waarschijnlijk zelfs meer, moeite in deze relatie stopt dan ik, ondersteunt door onder andere het overtuigende bewijs dat ze zichzelf letterlijk een week lang mishandeld heeft laten worden om mij te beschermen. En ik weet ook zeker dat ze een hele hoop kleine dingetjes doet voor onze relatie die haar veel moeite kosten, ook al valt het niet zoveel op. Hoewel mijn verleden ook niet helemaal uit rozengeur en maneschijn bestaat, draagt ze veel meer baggage mee dan ik, waardoor een hele hoop dagelijkse dingen voor haar veel meer inspanning kosten. Zeggen dat ik meer doe voor onze relatie is onzin, want we hebben allebei hele verschillende soorten uitdagingen. Ik weet alleen in godsnaam niet hoe ik dat haar zou moeten vertellen.
'Paige,' zeg ik zachtjes, en ze kijkt me niet aan tot ik haar gezicht in mijn handen neem. Ze ziet er heel verdrietig uit. Het smeult in haar ogen. 'Paige, ik... Een relatie is geen algebra. Dingen heffen elkaar niet op. Op onze eigen manier werken we allebei even hard voor elkaar. En je maakt me gelukkig. Gelukkiger dan ik me ooit kan herinneren dat ik ben geweest. En ik hou van je. En jij houdt van mij. En zolang dat zo is, kunnen we de rest wel aan, oké?'
Ze knikt woordeloos en ik strijk even zachtjes met mijn duimen onder haar ogen, waarna ik een van mijn handen af laat zakken naar de hare en die tegen mijn borstkas aanduw, met de palm tegen mijn hart.
'Samen, oké?' vraag ik ademloos.
Ze slikt, en even haalt ze beverig adem. Ik zie de onrust in haar hele houding, alsof ze in het diepe deel van het zwembad is gegooid en wanhopig zoekt naar bodem onder de voeten. Dan knikt ze weer vluchtig, en ik zie een glimp van kalmte in haar blik, van vaste grond.
'Samen,' prevelt ze, alsof ze het woord proeft in haar mond. Dan knikt ze bijna goedkeurend.
Ik buig me naar haar voorover en druk een zacht kusje op haar lippen. Ze beantwoordt de kus en ik laat mijn armen om haar heen glijden zodat ik haar vast kan houden tot haar hart weer in een normaal ritme klopt. Ze omhelst me terug en rust haar hoofd tegen mijn schouder, bijna alsof ze zich wil verstoppen.
'Samen klinkt goed,' murmelt ze zachtjes.
Ik druk een kus tegen haar haren. 'Samen klinkt perfect.'

Reacties (1)

  • BethGoes

    Jezus. Heftig!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen