Foto bij 213 - Emmeline

Mijn handen voelen koud als ik ze warm voor het vuur. De wandeling in de kasteeltuinen heeft mijn lichaam afgekoeld en ik wil niets liever als ik een oproep krijg voor een familiediner.
Alleen die woorden al boezemen me angst in. Een diner met enkel de Castellons.. de gehele familie is enkel in één ruimte bij bepaalde gelegenheden. Aleran's overlijden. Ons huwelijk. Julien's geboorte.
Ik doe mijn best om me niet te veel zorgen te maken, maar dat lukt me niet. Ik merk dat mijn handen trillen als ik me laat wassen, als ik mijn dames me in een mooie jurk laat hijsen.
Mijn haren worden gekruld, meer dan ze van nature al doen, en een roze kleur wordt op mijn wangen gesmeerd.
Ik voel me niet meer helemaal mezelf. Dat is voor het eerst, binnen deze kasteelmuren.
Lucien komt niet meer naar me toe voor het diner, iets dat me nog meer hartkloppingen oplevert. Ik ben alleen met Julien, die bij me afgeleverd wordt voor een voeding.
Als hij aan mijn borst ligt kijk ik naar hem, zie hem als een kopie van zijn vader, en merk een traan die over mijn wang rolt. Niet uit verdriet, enkel uit.. emotie.
Ik strijk over zijn wang terwijl hij drinkt. Zijn ogen, een exacte kopie van die van Lucien, kijken me aan.
"Oh, petit lapin", ik haal diep adem en strijk hem door zijn donkere haren. "Wat ben je.... mooi."
Ik zit met mijn.. met onze zoon in mijn armen en kan niets anders dan naar hem kijken.

Mijn haar wordt nogmaals geperfectioneerd, de Franse dames mopperen over hoe erg ik de krullen heb verpest in het uur dat ze weg waren. Ik mopper in het Frans terug dat ik een zoon heb, een paar maanden oud. Vinden ze het heel raar dat mijn haren uitgetrokken zijn? Dat kind leert net de kracht van zijn handen ontdekken, en aangezien Lucien's haren niet lang genoeg zijn, weet hij mij telkens te vinden. Als hij zo doorgaat ben ik binnen een jaar kaal.
Ik snauw de meisjes, zonder dat ik dat echt wil, toe dat ze niet weten hoe het is om een baby te hebben, en het is stil.
Ongezellig stil, dat wel.
De zoveelste krul wordt opnieuw gedraaid, een extra lading roze wordt op mijn wangen gepoederd.
Ik gaap.
Als Lucien hier was geweest had ik tegen hem gemopperd wat een onzin dit is, zo'n diner met zijn ouders. Sebastien lust bijna niets, Eschieve weigert veel gezonde dingen te eten puur omdat ze een puber is, en zijn ouders willen toch alleen maar over zakelijke dingen praten. Moet dat nou per se tijdens het avondeten?
Het betekent enkel langer wakker blijven, en Julien die langer bij de kindermeisjes moet blijven, puur voor dit stomme diner.
Mijn jurk zit te strak, mijn borsten worden ongeveer tegen mijn kin gedrukt, en ik wil niets liever dan Lucien weer zien en met hem ons bed in duiken.
Maar ik word de deur uit geduwd door mijn kamermeisjes en de lakeien van de koning en koningin.

Mijn hakken hebben enorm geluid als ze over de tegels in de kasteelhallen galmen. Ik moet een gaap onderdrukken als ik de deuren in de verte aan zie komen.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben dol op de koning en koningin, maar na een dag als vandaag heb ik niet veel zin in een diner als dit.
Maar ik luister. Ik ben gehoorzaam.
En dus laat ik de deuren opengaan en buig ik gehoorzaam voor de koning en koningin. Mijn baarmoeder doet nog steeds pijn, een steek voegt zich door mijn onderlichaam als ik buig.
Lucien is nog nergens te bekennen.
Een kaartje met een sierlijke Emmeline er op laat me mijn plek weten. De naam van Lucien is niet aan mijn kant van de tafel te bekennen.
Tegenover me zie ik nog een tafel. Het verbaast me, maar ook weer niet. Misschien, bij een belangrijke bespreking, willen ze ons niet naast elkaar. Dat wordt te gezellig, of zo, ik heb geen idee.
De koning en koningin begroeten me allebei, de een wat vriendelijker dan de ander. Zodra ik ga zitten vloeit de rode wijn rijkelijk.
Een minuut of vijf later gaan de deuren nogmaals open en loopt Lucien binnen. Hij ziet er... fris uit, maar nog steeds vermoeid. Misschien is dat iets dat ik invul, omdat ik bijna omval van de slaap.
Hij kijkt ook verward naar de lege stoel naast me, maar gaat dan aan de andere tafel tegenover me zitten, waardoor de koning, koningin, Lucien en ik in een soort U-vorm lijken te zitten.
Er is nog geen spoor van Eschieve of Sebastien.
"Goed..." Doordat het zo lang stil is geweest in de zaal zorgt het stemgeluid van de koning er voor dat ik schrik. "Jullie vragen je vast af waarom jullie hier zijn.."
In plaats van dat hij zijn zin meteen vervolgt, is het nogmaals een tijd stil. Madeleine kijkt hem vragend aan, net zoals Lucien en ik. Waar we eerst allemaal nog leken de denken dat we hier waren voor een familie diner, lijkt het besef inmiddels ingedaald te zijn dat dat niet zo is. Waar is de rest van de familie, in dat geval?
Lucien schraapt ongemakkelijk zijn keel, Madeleine neemt een slok van haar wijn.
Het is alweer even stil.
"Ik moet zo naar Julien...," mompel ik. "Hij zal honger hebben."
De koning maant me tot stilte.
"Wat ik nu te vertellen heb is belangrijk voor jullie allemaal. Blijf nog even.."
Hij schraapt zijn keel. Neemt een slok van zijn wijn. En spreekt dan.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen