Foto bij 214. - Lucien

Door de afwezigheid van alle anderen, ben ik direct achterdochtig. Wanneer ik mijn moeder aankijk voor antwoorden, kan ze me die niet geven. Met mijn vader kan ik niet eens oogcontact maken; hij kijkt onrustig alle kanten op, alsof er op elk moment iemand uit de schaduwen kan komen die hem bespringt. Hij gaat staan, leunt met zijn handen op het tafelblad. Zijn ogen landen voor een paar seconden op de maaltijd voor ons, maar schieten dan langs iedereen in het gezelschap.
We wachten.
"Lucien gaat naar het Ottomaanse Rijk." zegt hij, op een toon die als vrolijk geïnterpreteerd kan worden.
Het duurt even voordat ik doorheb wat hij zegt. Emma is sneller; haar blik doorboort die van mij op een bijna beschuldigende manier, maar ik schud mijn hoofd dat ik hier niks van wist. Moeder kijkt al even geschokt.
"Wil niemand weten waarom?" Voor er antwoord gegeven kan worden, draait hij zich met een ruk om en klapt in zijn handen. "Ik vertel het jullie toch!"
Naast me zie ik hoe mijn moeders wenkbrauwen zich vertrekken in een zorgrimpel.
"Er is oorlog. Oorlog met het Ottomaanse Rijk. Ze doen moeilijk over het veroordeling van de Portugese koningin en hebben ons de oorlog verklaart. Lucien..." Hij draait zich terug om en kijkt mij met een enorme grijns aan. "... gaat ons naar de overwinning leiden."
Eén... twee... drie... seconden tikken weg voordat de eerste van ons doorheeft wat er gezegd wordt. Emma's uitdrukking staat op storm. "Absoluut niet."
Mijn vader wuift de opmerking weg, zijn blik nog steeds op mij gericht. "Jij gaat daar niet over, kind. De beslissing is gemaakt! Hij vertrekt over een week en zal bij de eerste aanval vooraan staan!"
Ik ben te zeer in shock om hier op te kunnen reageren. Tientallen emoties vallen binnenin mijn hoofd over elkaar heen, te veel en te snel om logisch te kunnen maken.
"Jacques!" valt mijn moeder in. "Wat... Waarom is dit het eerste wat ik hier over hoor? Je kunt onze zoon niet zomaar naar het slagveld sturen!"
"Ach, vrouw!" snauwt hij. "Doe toch niet zo moeilijk. Lucien wil graag!"
Wil ik dat? "Dat was voordat Aleran overleed." weet ik uit te brengen. De emoties in mijn hoofd beginnen langzaam te kalmeren, waardoor er eentje met kop en schouders bovenuit steekt. "Ik laat mijn vrouw en mijn kind niet achter!"
Al het jolige is ineens uit het gezicht van de koning verdwenen. "Dit is geen voorstel, zoon. Dit is een bevel. Je reist af naar het Ottomaanse Rijk en zal Frankrijk daar de overwinnen in sturen."
Ik probeer terug te halen of er ooit een gesprek is geweest waarin deze oorlog werd gehint, maar dat lukt me niet. Hij lijkt compleet uit de lucht te komen vallen.
"Lucien is de troonopvolger!" protesteert Emma. "Wat als hij, moge God ons beschermen, hij sneuvelt?!"
De blik in mijn vaders ogen is er eentje die ik heb geleerd te vrezen. Nu is hij op Emma gericht. "Jij hebt geen kennis van zaken, femme. Houdt je hier buiten, voordat ik je hier en nu aan de galg hang!"
Ik ram mijn handen vlak op de tafel. "ASSEZ!"
De klap zorgt ervoor dat het tafelwaar rammelt. Glazen vallen om, wijn vloeit over de tafel. Emma staart zonder angst naar mijn vader, die nu zijn blik op mij heeft gericht. Die staat op onweer, dusdanig dat hij krankzinnig lijkt.
"Hoe haal je het in je botte kop om mij zonder aankondiging naar het buitenland te sturen?!" schreeuw ik. "Hoe haal je het in je botte kop om een oorlog aan te gaan met het Ottomaanse Rijk?! Een land dat al jaren velen malen sterker is dan wij!" De randen van mijn zicht kleuren rood. "Hoe bedenk je dit?! Om nog niet te beginnen hoe je het lef hebt mijn vrouw aan te spreken!"
"Vous êtes hors de la ligne, Prince Lucien!" schreeuwt mijn vader terug. "Je hebt het hier tegen je koning!"
"Maakt me geen fuck uit! Ik ga niet mijn leven op het spel zetten omdat jij zo graag oorlogje wil spelen! Je gaat zelf maar!"
"Nog één woord..." dreigt hij, maar ik ben alle zelfbeheersing kwijt.
"Hang me maar aan de galg!" spuw ik. "Leg me maar onder de guillotine! Alles liever dan wegrotten in de modder omdat ik stom genoeg was om een leger duizenden malen groter dan dat van ons aan te vallen!"
"Lucien!" Mijn moeder. "Jacques! Ga zitten! Je bent jezelf niet."
Het is geen raadsel van wie ik mijn woedeprobleem heb. Als ik naar mijn vader kijk, zie ik Aleran en zie ik mezelf. Hij is, net als ik, enige zelfbeheersing ver voorbij. "Je vertrekt over een week. Als je niet gaat, stuur ik je zoon."
Het rood wordt zwart en het zwarte overstemt alles in mijn blikveld. Ik denk dat ik schreeuw, maar ik weet het niet zeker. Met de adrenaline door mijn bloed spring ik de tafel op, ren erover heen en tackel mijn vader.
Althans, dat is wat ik probeer. De wachters, altijd stilletjes present, hebben geanticipeerd op mijn woedeuitbarsting en zijn me voor - wanneer ik van de tafel richting de koning spring, wordt hij naar achter getrokken door de ene wachter en word ik van de zijkant vol geramd door de ander. Ik klap op de grond en de wacht duikt bovenop me, waardoor ik geen kant op kan. Ik hap naar adem. De koning...
De koning lacht alleen maar.
Emma komt op haar knieën naast me zitten, bestudeerd snel en voorzichtig met zachte handen mijn gezicht. Haar vingers komen rood terug, dus ergens moet ik bloeden. Het zal ook eens niet. Ik wil haar gerust stellen, maar haar aandacht verschuift.
Naar de koning.
"U heeft het recht niet op uw zoon, mijn echtgenoot en de vader van uw erfgenaam, de dood in te sturen! Er zal geen oorlog komen, niet met Lucien op het veld."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen