Een leeg restaurant gastvrij noemen

Omdat mijn laptop uitviel vanwege tekort aan batterij en ik er helemaal geen melding van had gekregen, ging al mijn moeite mee met het verliezen van het hoofdstuk. Daarom heb ik een ander hoofdstuk dan dat ik eigenlijk had gewild, maar het draagt alsnog mee met het verhaal

'Nova, waar ben je?' De stem van het monster blijft echoën over de plaats met het duistere bos. Het voelt nog steeds echt heel stom om hem zo te noemen, maar hij is nou eenmaal niet meer wie hij ooit was. Dat parasiet heeft het allemaal verpest. Eens was ik gelukkig, tot dat dat ding alles verpestte. Eigenlijk zou ik nu al dood moeten zijn, maar doordat ik het monster moest wegsturen uit de wereld waar ik was geboren. Het Wolkenkoninkrijk was mijn thuis, maar ik moest het verlaten om alle andere rijken te beschermen. De hele deur begint te trillen wanneer het monster er tegenaan beukt om binnen te komen terwijl ik aan het denken ben over wat er zou zijn gebeurd als het nooit gebeurd zou zijn. Misschien zou ik nu wel in het Dodenrijk zijn, met mijn ouders en mijn broers en mijn zus. Uiteraard ook mijn tweelingzus. Alhoewel, ze wil een meisje zijn. Dat is ze dan ook grotendeels van de tijd. Maar eigenlijk is ze transgender. Maar aangezien Robin liever een meisje is, zal ik haar zo ook zien. Ze werd op school nooit geaccepteerd, wat ik echt onzin vind. Waarom hebben mensen er zoveel problemen mee als anderen anders zijn? Ik begrijp het gewoon niet! Maar weet je wie ik al helemaal mis? Jasmijn. Jasmijn en ik kennen elkaar al sinds we 5 waren en toen we 11 werden, kregen we verkering. Misschien een beetje jong, maar we kenden elkaar al heel lang en wisten altijd precies wat we wilden. Jasmijn was erbij toen ik naar het Vervloekte Rijk ging om haar te redden en je wilt niet weten hoe lang ik heb gehuild. Jasmijn had lange, blonde haren en donkerblauwe ogen. Ze droeg toen meestal groene kleding en we waren altijd heel close samen.
'Ach Nova,' hoor ik het monster roepen. 'Zin in een spelletje?'
Verschillende herinneringen gaan door mijn hoofd. Zou hij de zijne nog hebben? Of is hij al het vrolijke in het leven vergeten? Met verdriet denk ik terug aan de tijd dat hij nog een mens was. Ik heb zoveel aan hem te danken, maar nu is hij weg. Nu is hij enkel haat.
Om weg van hem te komen ga ik door het raam van het huis weg en blijf ik rennen. Ik kijk naar de lucht. Ik mis de sterren. En de maan. Vroeger liet de vriend die nu het monster is me de sterrenhemel zien terwijl mijn moeder zei dat ik 's nachts niet naar buiten mocht. Ik mis die tijden zo erg. Nu is het enkel vluchten van de duisternis.
'Waarom ren je nou weg?' vraagt het monster achter me, maar eerder kwaadaardig dan verdrietig. Desondanks dat heb ik nog steeds medelijden. Het is niet zijn schuld dat hij zo is. Het is de schuld van het parasiet des doods. Dat ding had deze werelden nooit mogen enteren.
Ik zou moeten opletten in plaats van te denken aan de tijden van vroeger, want daar kan ik nu niks meer aan veranderen. Ik moet me richten op het heden. Het verleden is voorbij en de toekomst is nog niet gekomen. Uit onhandigheid struikel ik over een takje en rol van de donkere berg naar beneden. Zodra ik stop, sta ik meteen op en hoor ik het gelach van het monster. Ik onderdruk alle vragen die weer komen en ren gewoon verder, tot ik weer denk aan Lizzy. Zij zag er in ieder geval gelukkig uit. Een toffe vader, een leuke zus die ze niet heeft verloren op een jonge leeftijd. Als ik Robin weer zie, geef ik haar de grootste knuffel die ze zich ooit kan voorstellen. En met Jasmijn wil ik de wereld rondreizen om een plek te vinden, enkel voor ons twee. Ik ken Lizzy nog niet goed genoeg, maar ik heb haar vaak dromen gegeven over wat ze erbuiten meemaakt. Hier gevangen zitten betekent nog niet dat ik mijn krachten niet meer heb. Zo heb ik haar vaak dromen gegeven over Aiden, omdat ze zo van hem houdt. Ik wens ze al het geluk dat ze kunnen krijgen. Ik weet hoe het is last te hebben van luduvudu nadat ik mijn ware liefde verloor, dus wil ik niet dat anderen dat voelen.
'Ben je niet bang voor de duisternis?' hoor ik het monster roepen. 'Mis je je pappie?'
Meteen bevriest al het bloed in mijn aderen. Mijn vader heb ik verloren, dankzij dat verdomde parasiet. Papa was mijn allerbeste vriend, op Robin en Jasmijn na. Hij was er altijd voor me als ik hem nodig had en als ik door donkere tijden heen ging, was hij er om me te troosten. Maar nu is dat alles weg. Nu is dat alles verloren. Door de tranen die zich ophopen in mijn ogen, zie ik het niet wanneer ik tegen een donkere schors bots en even omval met een bloedwond op mijn voorhoofd. Dat monster lacht me ook nog gewoon uit.
Ik sta op, draai me om en kijk hem woedend aan. Hij is zo'n 1.80 meter en heeft een witte huid. Zijn donkerbruine haar is heel onverzorgd en zijn ogen zijn blauwgroenig, net als de mijne. Op zijn rug is een grote, zwarte bult zichtbaar waar vier poten uitsteken, dreigend stekend in mijn richting. Hij draagt een zwart vest met daaronder een paars shirt, dat net als mijn jurk helemaal vergaan is. Zijn spijkerbroek zit onder de gaten en hij loopt op blote voeten. Zijn teennagels zijn lang en smerig en hebben allemaal een pijnlijke punt. De nagels aan zijn vingers zijn eerder klauwen en in zijn pols is een klein stukje van zijn spinnenpoot te zien die hij kan verlengen om zijn slachtoffer stevig vast te pakken. Zijn ogen stralen bloeddorstig en in het hoekje van zijn mond zie je een beetje van zijn roodbruine speeksel te zien. Hij grijnst, waardoor ik zijn scherpe tanden kan zien. In zijn nek heeft hij een maanvormig litteken dat een gevecht tussen ons tweeën weergeeft. Toen hij nog mens was en ik het parasiet ontdekt had, kregen we een grote ruzie en smeekte hij het me niet verder te vertellen. Maar ik weigerde, omdat het een duister geheim is en het niet goed voelde het niet aan anderen te vertellen. Ik vond dat hij hulp nodig had, maar dat kan niemand hem geven als ze het probleem niet kennen. Uit woede had hij me aangevallen met een van zijn poten en ik kon nog net op tijd een mes pakken om mezelf te verdedigen. Perongeluk raakte ik hem in zijn nek en als hij zijn wond niet op tijd had verzorgd, was hij misschien wel dood geweest. En nu ik er zo aan terugdenk, was dat misschien wel beter geweest. Uit schuldgevoel had ik het uiteindelijk toch geheim gehouden, maar ook dat was achteraf een grote fout geweest. Met mijn vinger ga ik over mijn wang. Een deel van mijn haar verbergt het, maar ik kan er zelf ook een litteken voelen. Ook hij had iets achtergelaten in onze strijd toen, alleen was mijn wond van een mes en de zijne van zijn poot. Ik had gewild dat dat gevecht nooit plaats had gevonden. Misschien was alles dan wel anders geweest.

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Jasmijn en ik kennen elkaar al sinds we 5 waren en toen we 11 werden, kregen we verkering.

    Mijn brein begreep dit eventjes verkeerd en ik dacht even dat er stond dat ze een relatie kregen toen de ene 5 jaar oud was en de andere 11 en ik was echt zo van...:|

    Die parasieten zijn wel echt verschrikkelijk. Echt nachtmerriemateriaal.

    1 jaar geleden
    • MissEL

      Inderdaad XD. En tja die vergissing herken ik opzich wel XD

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen