. . .


Rick kromp ineen toen de mannen aan de tralies trokken, naar hem floten en hem uitjouwden. Hij drukte zijn bezittingen stevig tegen zich aan alsof iemand hem zou proberen te beroven. Terwijl zijn hart in zijn borstkas ramde, probeerde hij alle opmerkingen die over zijn ‘lekkere kontje’ werden gemaakt te negeren. Hij had het gevoel dat het woord ‘gay’ op zijn voorhoofd was geschreven, en gal kroop omhoog in zijn slokdarm door de angst dat zijn geaardheid iedere man hier het recht gaf om zijn lichaam naar believen te gebruiken.
      Instinctief ging hij dichter bij de bewaker lopen, wensend dat de man de gevangenen zou opdragen hun mond te houden en hem met rust te laten. Hij verlangde zelfs naar een beschermende arm om zijn schouder. Natuurlijk maakte de man daar geen aanstalten toe. Hij bleef voor een cel stilstaan, stopte de sleutel in het slot en opende de deur. Met een knik van zijn hoofd gebaarde hij Rick om naar binnen te gaan.
      Ricks onderlip trilde. Hij had talloze nachtmerries over dit moment gehad; de ontmoeting met zijn celgenoot. Zijn angstige gedachten hadden al heel wat levensechte beelden opgeroepen over sadistische reuzen en smerige oude mannetjes die naar jong vlees hunkerden. Hij ging de schemerige cel binnen, schuifelde naar het bed aan de rechterkant en legde voorzichtig zijn spullen neer: een extra overall, twee paar sokken, een aantal boxers en wat toiletartikelen.
      De deur werd achter hem dichtgedaan. Zonder een woord van afscheid draaide de bewaker zich om en liep weg. Rick bleef alleen achter met zijn zorgen. Nerveus beet hij op zijn lip. Hij kon de aanwezigheid van de andere man aan zijn linkerkant voelen. Hoewel de andere gevangenen allesbehalve stil waren, geloofde hij toch de ademhaling van zijn celgenoot te kunnen horen. In een poging de ontmoeting nog iets langer uit te stellen, begon Rick zijn kleren opnieuw op te vouwen, hoewel ze al netjes opgevouwen waren geweest. Er zou ergens een kast moeten zijn om zijn spullen in op te bergen, maar hij kon de moed niet vinden om rond te kijken. Hij was veel te bang hongerige ogen tegen te komen.
      Bijna vijf minuten wachtte hij tot zijn celgenoot iets zou zeggen, maar de stilte duurde voort. Was hij dan toch alleen? Kon hij echt zoveel geluk hebben? Voorzichtig draaide hij zich om en ging op de rand van zijn bed zitten. Zijn ogen schoten door de ruimte en registreerden de toilet, de wastafel en de kastjes. Er was ook een smal bureautje en zelfs een klein tv-scherm. Uiteindelijk richtte hij zijn blik op het bed tegenover dat van hem.
      Rick had zich honderd voorstellingen gemaakt van zijn aankomst in deze donkere plaats – maar niet dat zijn celgenoot hem compleet zou negeren. Hij zat met zijn rug tegen de muur, één knie gebogen waar zijn boek tegenaan rustte. Zijn ogen waren op het papier gericht; wat er ook op beschreven stond, het was duidelijk tien keer interessanter dan Ricks aanwezigheid.
      Aangezien de man zijn hoofd gebogen had, ging een deel van zijn gezicht gehuld in schaduwen. Niettemin concludeerde Rick dat hij achter in de twintig was – niet zo heel veel ouder dan hij was. Hij droeg een zwart shirt waardoor zijn spieren zichtbaar waren, en de licht getinte huid van zijn armen was bedekt met tatoeages, die ook boven de hals van zijn shirt uitkwamen.
      Rick slikte. Zijn uitzicht was niet bepaald vervelend.
      Hij wrong zijn handen in elkaar, zich afvragend of het mogelijk was dat de man zo in zijn boek opging dat hij Rick gewoonweg niet had opgemerkt.
      Hij schraapte zijn keel en fluisterde: ‘Hoi.’
      Het klonk stom.
      Vooral omdat het nauwelijks hoorbaar was. Als de man te afgeleid was om het geroep van de andere gevangenen te horen, zou hij zijn klungelige fluistering ook niet opmerken.
      ‘Ehm… hoi,’ zei hij, ietsje harder nu. ‘Ik eh – ik ben je nieuwe celgenoot. Ik eh – ik hoop dat we goede vrienden zullen worden.’
      Zijn eigen woorden lieten hem ineenkrimpen – maar de man liet zijn boek in ieder geval zakken en keerde langzaam zijn hoofd opzij. ‘Waar denk je in godsnaam dat je bent, knul?’ vroeg hij spottend. ‘Op schoolkamp?’
      Ricks wangen gloeiden. ‘N-nee,’ fluisterde hij.
      Bruine ogen boorden zich in die van hem. Er was een duisternis in ze die zijn keel droog liet worden. Hij slikte, toch kon hij zijn blik niet van het knappe gezicht afwenden. Zijn vingers tintelden, hij kon niet wachten om dat prachtige gezicht te strelen, om de lichte gezichtsbeharing onder zijn vingertoppen te voelen, om zijn sterke kaaklijn en zachte lippen met zijn duim te volgen – de enige zachtheid waar de man over leek te beschikken.
      Toen de ogen van de man over zijn lichaam gleden, kon Rick het niet helpen dat hij zich afvroeg of het hem beviel wat hij zag. Hij was smal en klein, en viel behoorlijk uit de toon in een plaats die gevuld was met ruwe mannen zoals zijn celgenoot. Hij had amper gezichtsbeharing, wat hem jonger liet lijken dan hij was. Het viel de man ook op.
      ‘Was de jeugdgevangenis vol?’ vroeg hij met opgetrokken wenkbrauwen.
      ‘Ehm – nee,’ antwoordde hij. ‘Ik ben eigenlijk tweeëntwintig. Nog niet zo lang trouwens – ik ben een paar weken geleden tweeëntwintig geworden.’
      De man trok zijn mondhoek op en vormde een spottende grijns. ‘Je ziet eruit als een schooljochie. Ze zullen je hier levend opvreten.’
      Rick schoof ongemakkelijk heen en weer op het bed terwijl hij terugdacht aan de seksuele opmerkingen die hij al gehoord had, op weg naar zijn cel. ‘Zul jij – zul jij me beschermen?’ vroeg hij met grote, smekende ogen.
      De man grinnikte. ‘Waarom zou ik?’
      ‘Ik – ik kan een fijne celgenoot zijn,’ zei hij. ‘Ik kan zingen. En ik – ik kan verhalen vertellen. Ik hou van mythes en legendes.’
      Hij kon ook andere dingen aanbieden, hij zou het niet erg vinden om voor deze knappe man op zijn knieën te gaan, maar hij was bang dat dat aanbod hem boos zou maken – er was iets aan hem wat ‘hetero’ schreeuwde.
      ‘Ben je echt zo fucked-up dat je denkt dat men hier met liedjes betaalt?’ vroeg de man. ‘Moest je niet naar de psychiatrische afdeling worden gebracht?’
      Rick boog zijn hoofd en staarde naar de grond. Er was een tijd dat mensen het fijn hadden gevonden om naar zijn verhalen te luisteren. Hij was in staat geweest om mensen aan het lachen te maken, om ze af te leiden van hun droevige gedachten. Als er een plaats was waar men een beetje vreugde kon gebruiken, dan was het toch wel in een gevangenis?
      ‘Wat wil je dan wel?’ fluisterde hij. ‘Geld? Ik – ik heb geen geld.’
      Een droge grinnik verliet de lippen van de ander. ‘Dan ben je fucked, knul. Letterlijk. Zoals ik zei – ze vreten je levend op.’
      Ricks lippen begonnen te trillen, een traan rolde langs zijn wang. ‘Dat – dat wil ik niet,’ murmelde hij.
      ‘Dat had je je moeten bedenken voordat je een misdaad beging. Wat had je dan gedacht dat er met zo’n mooie jongen als jij zou gebeuren?’
      Zijn wangen bloosden toen de man hem mooi noemde, zelfs al veroorzaakte de rest van zijn woorden een steek in zijn buik. ‘Ik ben onschuldig,’ fluisterde hij. Hij keek op naar de man, hopend dat die de waarheid in zijn betraande ogen zou lezen.
      ‘Natuurlijk ben je onschuldig,’ snoof de man. Zijn harde blik rustte op Ricks angstige gezicht. ‘Ik zal je één gratis advies geven. Tranen gaan je hier niet helpen. Het zal de roofdieren aantrekken; ze zullen om je heen cirkelen als haaien rond een bloedende dolfijn.’
      En met die woorden pakte de man zijn boek weer op en ging verder met lezen alsof hij niet zojuist Ricks doodvonnis had uitgesproken.

Reacties (2)

  • NicoleStyles

    okee ben benieuwd waar dit naar toe gaat.
    Wel echt een sterk begin!

    1 jaar geleden
  • Necessity

    Oké ik ben nu hooked aan dit verhaal! Goed begin al

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen