Foto bij 216. - Lucien

Ik weet niet hoeveel tijd er weg tikt terwijl Emma de figuurtjes op mijn huid tekent. We slapen allebei in ieder geval niet. Julien laat niks van zich horen, wat kan betekenen dat de tijd langzamer gaat dan we denken, of dat hij al zo oud is dat hij door de nacht slaapt. Een mijlpaal, heb ik me laten vertellen.
Vroeger, na zo lang samen wakker te zijn, zou ik allang hebben voorgesteld om een nachtelijk avontuur te hebben in de gangen van het kasteel. Daarvoor nog waren dat de beste nachten van mijn leven, omdat het de enige momenten waren waarop ik Emma zag.
Vroeger is nog maar enkele maanden geleden.
'Waar denk je aan?' vraagt ze, de stilte doorbrekend.
De laatste keer dat ze die vraag stelde, dacht ik aan hetzelfde als dat ik nu doe. Ontsnappen. Weg van de verantwoordelijkheid. Ik wil het niet toegeven.
'Hoe we hier tegenin kunnen gaan zonder het leven van mij of Julien op het spel te zetten.'
'Ideeën?'
Ik schud waarheidsgetrouw mijn hoofd. Misschien ben ik er alweer van weg gekeerd, ik heb eindeloos geprobeerd om een oplossing te bedenken. Het enige wat ik kan bedenken is vertrekken, het paleis benaderen en hopen dat ik een gesprek aan mag gaan met de sultan. Het idee dat ik ver voor de poort waarschijnlijk word doorboord met pijlen, doet me grimassen.
'In al die jaren.' zeg ik zachtjes, blik gericht op het dovende haardvuur aan de andere kant van de ruimte. 'In al die jaren waarin Aleran me treiterde, waarin ik dacht dat ik alles en iedereen kwijt zou raken... De jaren waarin ik niet zeker wist of ik jou de mijne zou kunnen noemen, of zelfs toen Eschieve werd ontvoerd... Ik heb me nog nooit zo hulpeloos gevoeld.'
Emma drukt zich omhoog en kijkt me vanuit die zittende positie gepijnigd aan. Ik vermoed dat zij zich hetzelfde voelt, al zal ze het na mijn bekentenis nooit meer toegeven. Met haar duim strijkt ze over mijn jukbeen.
'We vinden wel een oplossing, lief.'
Ik glimlach en leg een hand over de hare, zodat ik hem tegen mijn wang kan drukken. 'Het boerderijtje op de hei lonkt nog steeds. Als we nu gaan, kunnen we over twee dagen de Hollandse grens over zijn.'
Ze rimpelt haar neus. 'Daar schijnt het nog meer te regenen dan in Engeland.'
Ik lach. 'Waar zou je dan heen willen?'
Ze denkt even na, maar schudt dan haar hoofd. Voor ze kan praten, houd ik een hand op.
'Ik weet ook wel dat het niet kan, maar... puur hypothetisch. Stel dat je geen prinses was. Dat je geen verplichtingen had, alleen maar een man en een kind van wie je zielsveel houdt. Je moet weg uit je eigen huis. Waar zou je heen gaan?'
Het is opnieuw stil terwijl ze nadenkt. Aan de kleine glimlach op haar lippen zie ik dat dit niet zoveel moeite kost als ze zelf voordoet, en ik vraag me af of de fantasie komt uit de tijd dat ze al met mij was, of nog met Aleran.
'Italië.' zegt ze uiteindelijk. Ik kan de glimlach niet onderdrukken en gebaar haar om verder te gaan.
'De stad... de stad maakt niet zoveel uit. Florence, of Venetië. Misschien Milaan of Rome. Als je de verhalen gelooft, is alles daar zo prachtig en romantisch." Ze pakt mijn hand en speelt met mijn vingers. 'We zouden een klein huisje hebben, vlak bij het plein zodat er altijd wat te doen is. Veel muziek en veel dansen. Jij zou jezelf omhoog gewerkt hebben tot adviseur van alle belangrijke mensen in de stad, maar we leven een rustig en sober leven. Julien rent door de straten, een echte allemansvriend, en ik ben thuis... zwanger van de tweede.' Haar ogen ontmoeten die van mij, en ik verbaas mezelf door geen vlaag van paniek te voelen. 'Het wordt een meisje, ook al geloof jij me nog niet... Ik weet het zeker. Ze wordt het mooiste meisje van de stad. Alle mannen begeren haar en jij hebt er een dagtaak aan om haar te beschermen, terwijl zij overtuigd is dat ze het niet nodig heeft.' Haar vingers lopen over mijn arm en geven me kippenvel. 'Ik sta bekend als de verhalenvertelster van de stad. Van heinde en verre komen kinderen naar me toe, om me aan te horen als ik ze vertel over een verliefde prins en prinses, terwijl ze dat helemaal niet mochten zijn. Ik vertel ze over alle spannende avonturen, over de liefde die ze voor elkaar hebben... En dan, als de kinderen denken dat ze deze prins en prinses echt kennen, vertel ik ze ook over de slechte dingen. Over het enge en het kwade.' Ze lacht bij het zien van mijn frons, volgt met haar wijsvinger de kreukel in mijn voorhoofd. 'Want,' gaat ze stellig verder. 'dan kan ik ze vertellen hoe deze prins en prinses alles overwonnen. Zelfs het allerengste kwamen ze weer te boven, ook als dat heel moeilijk was. En weet je waarom?'
Nu is het mijn beurt om met haar vingers te spelen, nadat ik ze gevangen heb vanaf mijn voorhoofd. 'Geen idee.' lieg ik speels.
Hoewel van ons beiden de ogen zijn gericht op onze handen, weet ik dat ze glimlacht.
'Ze hadden elkaar. Ze waren allebei al sterk, maar samen waren ze nog veel sterker. Zelfs de grootste oorlog zouden ze samen overleven.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen