Het leven is hard, maar de voorkant van de trein is harder.

Groeten uit Duitsland 😉

Met een kloppend hart kruip ik achteruit terwijl papa het wezen tegen de muur smijt. Het wezen beweegt uiteindelijk niet meer. Mij lukt het niet meer te bewegen. Hij kijkt bezorgd mijn richting in en rent op me af.
'Gaat het, Liz?'
Ik huil bijna. M'n ogen branden van de tranen en terwijl papa naar me toe komt, ga ik enkel achteruit.
'Ga weg!' gil ik. 'Blijf uit m'n buurt!'
Angst grijpt me bij het hart, maar papa staat op en loopt achteruit met geschokte ogen. Het geluid van de strijd dempt weg en Elramel komt op m'n schreeuw af.
'Lizzy,' zegt ze. 'Alles oké?'
Ik reageer niet. Ik kijk enkel recht voor me uit, mijn hoofd herhaalt het tafereel meerdere keren. Er is geen ontkomen aan, papa heeft het parasiet. Agnes kijkt me begrijpend aan. Zij wist het. Zij wist het al de hele tijd. Maar, hoe?
'Wow.' mompelt Agnes plotseling. Ik kijk haar verbaasd aan.
'Wat?'
Ze staat op het punt het me te laten zien, tot papa binnenkomt. Snel verstopt ze het boek onder het kussen en gaat ze op het kussen zitten. Ze wil hem er zeker niet over vertellen.

Natuurlijk, misschien stond er wel een plaatje in het boek ofzo! Of kreeg ze een visioen terwijl ze naar het blad keek!
'Kom op Lizzy,' zegt Elramel en ze helpt me overeind. 'Je hoeft er niet in te wrijven dat je gelijk had, maar laten we in ieder geval meer trainen. Dit gevecht ging niet slecht, maar dit waren nog langer na niet alle wezens.'

Met z'n drieën lopen we naar huis in stilte. Geen van ons wil deze onderbreken, maar uiteindelijk besluit papa dat het tijd is dat te doen.
'Liz,' vraagt hij voorzichtig. 'Waarom keek je me aan het eind van de strijd zo raar aan? Waarom was je bang? We hadden alles toch onder controle?'
Ik durf geen antwoord te geven. Ik open m'n mond, maar er komen geen woorden uit m'n keel. Geen geluid. Niks.
'En Agnes, waarom gedraag jij je de laatste tijd zo apart? Je kijkt me de hele tijd aan alsof ik een spook ben!'
Ik kijk naar m'n zus, maar zij ontwijkt onze blikken waardoor ik haar voorbeeld uiteindelijk opvolg.
We komen aan bij huis en papa maakt de deur open met boze bewegingen. Zodra we allen binnen zijn en Agnes en ik naar onze kamer willen lopen, stopt hij ons.
'Wat is dit nou!?' vraagt hij ziedend. 'Heb ik iets misdaan ofzo? Waarom vertrouwen jullie me niet meer?'
Allebei kijken we schuldig naar de grond. Voor Agnes zal het wel moeilijker zijn dan voor mij, aangezien zij papa al meerdere keren heeft moeten bevechten in de oorlog, voor het bekend was dat we familie van elkaar waren. Ik leerde ze pas kennen toen ik heb moest genezen van de wonden die ze hadden opgelopen. Zo heeft Agnes ook haar onderbeen verloren. Maar waarom is altijd papa het dupe? Híj werd verraden door z'n broer. Híj veranderde in een mutant en híj verloor z'n familie. Ik ben toch wel blij dat niemand de oorlog zich aan herinneren.
'Wat denken jullie wel niet!?' schreeuwt papa. 'Waarom wantrouwen jullie me!?'
Agnes en ik kijken elkaar aan. Tot nu toe is enkel het eerste zichtbare symptoom aan het uiterlijk zichtbaar, dus misschien kan ik Nova vragen hoe ik hem kan genezen!
'Als wat zien jullie me?' buldert hij. 'Een monster!?
Agnes ogen worden groot zodra hij dat laatste zegt. Ze kijkt hem verbaasd en schuldig aan en begint bijna te huilen.
'Wat!? Nee! We.' Ze onderbreekt zichzelf. Ze probeert het nog een paar keer, maar het lukt niet. Dan geeft ze het op.
'Sorry pa.' mompelt ze.
'Vertel me wat jullie dwars zit,' is het enige wat hij kan zeggen. 'Dan kunnen we kijken of we er iets aan kunnen doen.'
Agnes blijft me aanstaren. Ze wil dat ik het zeg. Op zich begrijp ik het wel, maar kan zij het niet gewoon doen!?
'Nou dan niet.' zegt hij tenslotte. Hij zucht. 'Ik wilde het oplossen, maar als jullie me niet meer vertrouwen hoeft het ook niet, hoor.'
Hij loopt gefrustreerd naar boven en sluit de deur van z'n slaapkamer.

Weer ben ik op de duistere plek, maar dit keer in een bibliotheek. Er zijn geen lampen of kaarsen, maar wel donkere boeken met geelachtige bladzijden.
'Nova!' roep ik en meteen verschijnt ze, een beetje opgejaagd. Haar haar zit gedeeltelijk voor haar gezicht en met haar hand probeert ze haar andere bovenarm te verbergen.
'Wat is er?' vraag ik bezorgd. 'Is er iets mis?'
Nova schudt haar hoofd. 'Is er iets waarmee ik kan helpen?'
Ze doet overduidelijk haar best om haar stem in bedwang te houden, maar ik ga daar verder niet op in.
'Is er een manier om het parasiet van het lichaam te verwijderen?'
Ze loopt mijn richting in en pakt een boek.
'Ligt aan de situatie.' zegt ze. Met haar vinger gaat ze langs de zinnen terwijl ze het boek doorleest. Het is niet mijn taal, though, maar de hare duidelijk wel.
'Hier,' zegt ze en ze tikt op de eerste letter van een woord aan het begin. Dat heeft uiteraard geen zin, aangezien ik geen idee hebt wat ik moet zien, maar ze doet het toch.
'"Als het parasiet ontdekt wordt voor het slachtoffer zelf al een slachtoffer heeft gemaakt, is er een mogelijkheid deze te verwijderen."'
Meteen beur ik op. Dus misschien kan ik papa nog redden!
'Maar, hoe kom ik erachter of hij al een slachtoffer heeft gemaakt?' vraag ik door.
Nova kijkt me onderzoekend aan; ze lijkt in de gaten te hebben dat ik al weet wie het parasiet meedraagt, maar vraagt er niet naar.
'Duh,' zegt ze. 'Vraag het gewoon. En zeg er wel duidelijk bij dat hij zich er niet voor hoeft te schamen en al helemaal niet bang voor hoeft te zijn dat je dit verder verteld.'
Ik ben met stomheid geslagen. 'Maar, geeft dat niet een gevoel van wantrouwen?'
Nova schudt haar hoofd. 'Niet als hij alles al weet. Als hij weet dat dat alles niet zijn schuld is en jij er ook nadrukkelijk bij zegt dat dat ook niet zo is, zal hij het begrijpen.'
Ik blijf stil. Dus ik moet hem het vertellen!? Nova kijkt me verbaasd aan.
'Zou je me kunnen vertellen wie het is?' vraagt ze nieuwsgierig. 'En weet hij het zelf al wel?'
Ik schud m'n hoofd. 'Ik weet niet of hij het weet. Maar ik weet zelf überhaupt niet of hij het wel echt heeft.'
'De symptomen zijn toch zeker wel duidelijk?' vraagt ze verbaasd. 'Het eerste symptoom is namelijk.'
Ik vak haar in de rede: 'Ik weet wat de symptomen zijn! Het is gewoon, de spinnenpoot kan ook gewoon een nieuwe kracht zijn.'
'Hoe bedoel je?' vraagt ze geschokt. 'Zeg me niet dat het slachtoffer een god is.'
Ze leunt over de tafel waar we bij staan en kijkt me doordringend aan.
'Hoezo?' reageer ik een beetje angstig.
'Omdat goden nog moeilijker zijn te genezen! Mensen zijn een ander verhaal, maar goden kan je niet verslaan als ze het parasiet hebben!'
Angst grijpt me bij het hart. 'Is het monster dat hier woont ook een god dan?'
'Was hij.' murmelt ze. 'Toen hij nog leefde, kende iedereen hem. Ik kan niet zeggen hoe hij was, maar iedereen omschreef hem als een vriendelijke man wie altijd klaar stond om anderen te helpen. Hij werd Harry genoemd. Maar waarom heb je het nieuwe slachtoffer nog niet ingelicht!?'
'Waarom zou dat moeten?' snauw ik. Ik ben een beetje klaar om te moeten horen wat ik moet doen.
'Omdat Harry hem in z'n dromen kan opzoeken en alles sneller kan laten gaan. Hij kan het slechte in het slachtoffer naar boven halen.'
Of wéér naar boven halen.
'Wie is het slachtoffer eigenlijk?' vraagt ze nieuwsgierig.
'Papa.' antwoord ik zacht. Meteen bevriest ze.
'Vertel het hem,' adviseert ze. 'Dan is hij ervan op de hoogte en kunnen we hem misschien nog helpen.'

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Oh, God... Ik wil echt niet dat haar vader iets overkomt.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen