Foto bij Hoofdstuk 7: Een visioen

Ik ben niet lui, ik ben gewoon extreem gemotiveerd niets te doen

Ik kon twijfel lezen in Lizzy's ogen toen ze hier nog was. Ze was bang ook. Nu ben ik weer alleen met Harry, maar als je hem zo noemt zal hij dat niet accepteren. De laatste keer dat ik hem sprak, voordat hij ook zijn verstand verloor, noemde hij zichzelf een monster en zo wil hij dat nu ook. Desondanks het feit dat hij me misschien niet meer herkent. Of in ieder geval de herinneringen die we delen niet meer heeft. Voor hem ben ik enkel zijn aartsvijand en niets meer. Enkel concurrenten, maar volgens hem zijn we nooit vrienden geweest. Als Lizzy verstandig is, neemt ze niet de verkeerde beslissing.
'Nova, zin om een spelletje te spelen?' De stem van het monster echoot over de hele vlakte terwijl ik blijf rennen. Het gras is grijs en grauw en de lucht is leeg met enkel duisternis. Behalve ons twee is er verder niemand aanwezig. De grond beeft door de langzame voetstappen die hij zet terwijl de mijne geen enkele rilling veroorzaken.
'Nee!' roep ik terug terwijl ik even achterom kijk. Hij staat daar, onderaan de berg met grote, boze ogen naar me te kijken. Grote kans dat hij Lizzy's vader ook al heeft opgezocht in zijn dromen.
'Ach komaan,' grapt het monster. 'Waarom niet?'
'Ik ben niet in mijn hum!' schreeuw ik terug, waarop hij enkel lacht.
'Of je bent bang.' zegt hij daarna. Ik stop met rennen en draai me om. Hij staat daar maar, met een grote grijns op zijn gezicht. Zijn armen heeft hij over elkaar geslagen en hij loopt niet meer verder.
'Ik ben niet bang!' snauw ik. 'Ik ben nooit bang geweest!'
Hij lacht alleen maar verder. Ik bal mijn vuist en voel een opkomende woede in me razen, maar weet het uiteindelijk te onderdrukken. Het is nu geen tijd voor een driftbui.
'Ben jíj soms bang?' vraag ik zonder uitdrukking te tonen.
'Natuurlijk niet!' schreeuwt hij met ogen vol woede. 'Waarom zou ik bang zijn?!'
Yes, hiermee heb ik hem verward. Ik steek plagend mijn tong uit en ren verder de berg op. Ik kan hem een tevreden grinnikje horen maken. Plotseling gaan er verschillende herinneringen door m'n hoofd. Ik ken hem al mijn leven lang, terwijl hij volwassen was toen we elkaar ontmoetten. Hij heeft me bijna alles geleerd dat ik weet, maar hij wist toen al meer dan ik deed. De wereld leek mij zo groot, maar voor hem was het zo klein. Toen de familie nog samen was, hadden we zoveel gedaan. Ik voel de tranen achter mijn ogen branden, tot alles even vervaagt.


Ik hoor verschillende schreeuwen, maar ik ben niet meer waar ik eerst was. Het is ook niet het Wolkenkoninkrijk, maar het lijkt op Arederio, of hoe de bewoners ervan het noemen: Aarde. Zij denken dat er enkel één rijk is, zoals wij dat dan noemen, en dat er eventueel meer leven is op de andere planeten. Hoewel dat waar kan zijn, is er sowieso ander leven dan Areders. Alleen ook deze plek ziet er donker uit. De huizen staan in de fik of zijn al ingestort en er zijn onweerwolken aan de lucht zichtbaar. Ik hoor schreeuwen en gillen van de bewoners. Ook hoor ik Lizzy, iemand vertellen dat alles goed is, dat het zo niet zal eindigen en ik word met medelijden overspoelt. Dat arme kind. Dan zie ik hem. Mijn pa. Hij is best lang en heeft dezelfde ogen als ik en ook warrig, bruin haar. Hij staat daar met glazige ogen en een trieste blik. Maar dit verandert het gevoel dat door me heen gaat nog niet. Vrolijk spring ik op hem af en geef hem de grootste knuffel die ik hem ooit heb gegeven. Er ontsnapt een traan uit mijn ooghoek die uiteindelijk verandert in een hele waterval van vreugde. Hij maakt een tevreden geluidje maar zucht uiteindelijk en houdt me stevig vast.
'Ik heb je zo gemist, papa.' murmel ik. 'Ik weet niet meer wat ik moet doen. Hoelang hou ik dit nog vol?'
'Ik heb vertrouwen in je,' antwoordt hij. 'Jullie zullen het kunnen stoppen. Zodra Lizzy en jij jullie innerlijke kracht hebben ontdekt. Lizzy kan weer vreugde in deze wereld brengen en het licht terugbrengen en jij kan de parasieten vernietigen zonder dat iemand daarbij naar een Vervloekt Rijk gestuurd hoeft te worden.'
'Maar.' stamel ik. 'Dat kan ik niet! Ik ben de Dame van Dromen! Niet de Vrouw van de Parasietalienwezensachtigietsen!'
'Dame van Dromen betekent zoveel meer dan alleen fijne dromen naar de kinderen brengen.' zegt hij zacht. 'Er zit nog zoveel meer achter! Je hoeft er enkel in te vertrouwen.'
Langzaam vervaagt hij en nu veranderen de tranen van vreugde om in trieste en teleurgestelde. Ik kijk naar de lucht en zie dat de wolken verdwijnen nadat een geelachtige flits door de lucht gaat en de wolken verdwijnen om helderblauw te laten zien. Daarna hoor ik een soort spreuk, zacht, maar duidelijk voor mij. Ik kan niet verstaan wat de vrouw zegt, maar het is duidelijk dat alles weer lijkt te zijn zoals het was. De huizen staan weer overeind en er staan gewoon mensen binnen die hun dagelijkse bezigheden doen. Wat was dit?

Ik ben weer gewoon waar ik eerst was en Harry is nog steeds op de plek waar hij eerst was. Had dit hele visioen minder dan één seconde geduurt?! Het lijkt er wel op, want het monster komt gewoon naar boven, maar dan lopend. Ik schud mijn hoofd en ren verder. Ik móét Lizzy hier over inlichten. Ze moet weten over deze vreemde gebeurtenis!


Met grote, twijfelende ogen kijk ik naar mijn vader terwijl hij het eten aan het klaarmaken is. Agnes heeft last van hoofdpijn en is dus even gaan liggen; het is haar allemaal een beetje te veel, maar ik wil mijn excuses aanbieden. En misschien moet ik papa ook de waarheid vertellen. Na wat Nova zei, lijkt het me wel verstandig. Wat als hem iets ergs overkomt?! En het parasiet daarvoor verantwoordelijk is?! Dan moet hij weten wat er aan de hand is en waarom het gebeurd! Het voelt als een plicht. Het wordt al donker buiten, alleen blijven de sterren zich verstoppen achter de grijze wolken. Papa is duidelijk nog steeds boos omdat we hem niet vertrouwen. Hij is een komkommer aan het snijden en doet het met erg agressieve bewegingen als je het mij vraagt. Ik loop naar hem toe en kijk even.
'Wat?' sist hij uiteindelijk als hij me doorheeft. Ik spring geschrokken terug en kijk hem schuldig aan, maar hij lijkt er geen spijt van te hebben. Zo'n toon had ik oprecht niet verwacht, ondanks dat we ons stom gedroegen.
'Ik wil me, ook namens Agnes, verontschuldigen voor wat er gisteren gebeurde. Kunnen we het niet gewoon vergeten en doorgaan in het leven?'
'Ligt eraan.' antwoordt hij. 'Ben je bereid me te vertellen wat er nou allemaal aan de hand is?'
Ik slik. De lange stilte lijkt voor hem al een antwoord te zijn.
'In dat geval ben ik nog niet bereid jullie te vergeven. Vertel me nou wat er mis is, dan kunnen we dit oplossen!'
Hij is echt van slag en dat kan ik hem niet kwalijk nemen. Nog steeds zwijg ik en hij zucht.
'Ga naar je kamer,' beveelt hij me. 'Als je het toch niet wilt vertellen, kan je net zo goed gewoon weggaan terwijl ik ons avondeten klaarmaak.'

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Ik ben echt benieuwd hoe hun vader gaat reageren wanneer ze het hem vertellen. Ik vind het zo zielig voor hem...

    1 jaar geleden
    • MissEL

      Het leven is hard...
      Maar de voorkant van de trein is harder

      1 jaar geleden
    • AmeranthaGaia

      Wijze woorden.

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen