. . .


Die nacht deed Rick geen oog dicht. De woorden van zijn celgenoot bleven door zijn hoofd spoken. Had de man hem gewoon bang willen maken? Hij wist dat er hier criminelen leefden, maar zij wilden hun leven toch beteren? Hun straf zou zwaarder worden als ze hier met hun criminele activiteiten doorgingen toch, zeker als ze anderen gingen verkrachten? Of kon het niemand wat schelen? Had hij geen enkel recht meer?
      Hij rolde op zijn andere zij en staarde naar de stenen muur. Hij had het koud. Hij voelde zich eenzaam. Zijn onderlip begon te trillen. Hij begreep niet hoe Wyatt dit hem aan had kunnen doen. Hij was altijd gehoorzaam geweest. Hij had alles in zijn macht gedaan om zijn meester te plezieren en Wyatt had altijd voor hem gezorgd. Waarom had hij de politie verteld dat de illegale wapens onder de vloer aan hem toebehoorden? Dat geloofde Wyatt toch niet echt? Rick zou niet eens een pistool durven aanraken. Had Wyatt geweten dat daar wapens lagen? Hij had zich zelfs afgevraagd of Wyatt zelf degene was die de wapens daar had opgeslagen en de schuld in Ricks schoenen had willen schuiven. Maar dat kon toch niet waar zijn? Hij was altijd braaf geweest, waarom zou Wyatt hem naar de gevangenis willen sturen? Zijn buik stak. Hij had altijd geloofd dat de twintig jaar oudere man hem beschermde, maar nu voelde het alsof Wyatt hem voor de wolven had gegooid. Hele hongerige wolven.
      Een traan gleed langs zijn wang. Hij duwde zijn vuist tegen zijn bevende lippen en probeerde zijn snikken te smoren. Hij wilde niet dat zijn celgenoot het hoorde, en al helemaal niet iemand anders. Hij was zijn waarschuwing nog niet vergeten: zijn tranen zouden alleen gemene mensen aantrekken.

Rick voelde zich uitgeput en nerveus toen hij de volgende ochtend zijn kleren aantrok en in de richting van de eetzaal schuifelde. Stilletjes ging hij naast zijn celgenoot zitten. De man had geen woord tegen hem gesproken, maar hij stuurde hem ook niet weg. Rick roerde in zijn pap en nam daar kleine hapjes van terwijl hij de blikken die op zijn huid brandden probeerde te negeren. Af en toe keek hij schichtig op. Er was een enorme, donkere man die zij lippen aflikte, en een andere man knipoogde naar hem.
      ‘Maak geen oogcontact,’ hoorde hij vlak bij zijn oor.
      Zijn celmaat gooide zijn glas melk achterover, stond op en verliet de eetzaal. Rick liet de helft van zijn pap staan en haastte zich achter hem aan; hij durfde niet in zijn eentje achter te blijven.
      Een beetje onzeker slenterde hij achter de man aan. Hij had Rick dan wel gezegd hem niet te willen beschermen, maar als anderen gevangenen dachten dat de man hem wel beschermde, lieten ze hem misschien met rust. Door verschillende gangen volgde hij de gedetineerde totdat ze naar buiten stapten, een plein op waar baskets hingen.
      Rick snoof de frisse lucht gretig op; hij had het gevoel dat hij hier al maanden vastzat. Zijn celgenoot zakte op een bankje neer en staarde vooruit. Rick aarzelde. Zou hij het toestaan als Rick naast hem ging zitten? Misschien had hij hier wel ook niet zo veel vrienden. Hij zag eruit als een loner.
      Heel langzaam ging Rick op het andere uiteinde van het houten bankje zitten. De ander negeerde hem nog steeds, maar hij liet zich niet ontmoedigen. Hij had het gevoel dat deze man zijn beste kans was om hier te overleven. Ze lieten hem duidelijk met rust. Of lieten ze hem met rust vanwege de misdaad die hij had begaan? Hij zou wel een seriemoordenaar kunnen zijn!
      Opeens lag er een steen op zijn maag. ‘Waarom – waarom zit je in de gevangenis?’
      De man keek niet eens opzij.
      Rick wiebelde met zijn voeten. Had hij hem niet gehoord? Hij schraapte zijn keel.
      Voor hij de vraag kon herhalen, kwam de man overeind en liep weer naar binnen toe. Rick aarzelde een moment, daarna volgde hij hem vlug. Hij was nauwelijks binnen toen de gevangene hem bij zijn kraag greep en hem tegen de muur duwde.
      ‘Stop me te volgen als een of andere verdwaalde puppy,’ gromde hij.
      ‘Ik eh – ik wilde je alleen vragen waar ik de kantoren kan vinden. Ik – ik heb een afspraak.’
      ‘Aan het einde van de gang naar rechts. Iedereen hier had je dat kunnen vragen.’
      ‘Ik ben bang voor alle anderen.’
      ‘Je zou banger voor mij moeten zijn.’ Hij draaide zich om en liep met grote stappen weg.
      Rick was het niet met zijn woorden eens. Hij had hem in elk geval niet willen verkrachten en ondanks zijn grillige gedrag vond Rick hem aardig. Bovendien had hij hem een beetje geholpen. Rick liet zijn handen in de zakken van zijn overall glijden en slenterde door gang, zijn ogen op de vloer gericht.
      Iets wat hij beter niet had kunnen doen, want hij liep tegen iets hards aan. Een man. Degene die naar hem geknipoogd had. Hij was groot en breed en kaal, en de blik in zijn ogen liet een rilling langs zijn rug gaan.
      ‘Heeft je mama je nooit geleerd dat je jezelf moet voorstellen wanneer je ergens nieuw bent?’ vroeg de man met een licht Russisch accent.
      ‘Ehm – mijn naam is Rick,’ zei hij zachtjes. Zijn ogen schoten door de gang. Er waren een hoop mensen, deze reus zou hem hier nu geen pijn doen, toch? ‘Wat – wat is jouw naam?’
      Zijn hongerige blik gleed langs Ricks lichaam. Zijn maag verkrampte.
      ‘Olav.’
      ‘Oh… oké Olav,’ antwoordde hij timide. ‘Het eh, het was leuk je te ontmoeten,’ zei hij beleefd. ‘Maar ehm – ik heb nu een afspraak met de supervisor.’
      Snel glipte hij langs de man, die grinnikte. ‘We zien elkaar nog wel, kleintje.’ Met zijn grote hand sloeg hij tegen Ricks kont.
      Rick voelde zijn maag omdraaien. Vlug liep hij verder, zijn achterste brandde. Hij bad dat hij de man nooit meer zou hoeven zien, al wist hij dat dat wel zou gaan gebeuren. Hij kon nergens naartoe. Met een stekend gevoel in zijn buik dacht hij aan vanavond, als hij zou moeten douchen.
      Hij slikte zijn zenuwen weg en liep in de richting waar de kantoren zouden moeten zijn. Een bewaker wachtte hem al op en bracht hem naar de supervisor. Het was een gezette man met een rood gezicht, die door een zweetwalm werd omgeven.
      Rick was zo zenuwachtig dat hij slechts de helft hoorde van wat de man hem vertelde. Hij kreeg een uitleg over de verschillende faciliteiten, de dingen die hij zou kunnen kopen en de dagelijkse routine.
      ‘Je bent toegewezen aan de wasgroep,’ vertelde de man. ‘Werkuren zijn van acht tot drie, en op zondag ben je vrij.’ Hij overhandigde Rick een stapeltje papieren. ‘Je verdient vijfenzeventig cent per uur. Lees de instructies, na de lunch ga je met je werkgroep mee.’
      Rick keerde met de informatie in zijn hand naar de cel terug. Hij had nooit geweten dat gevangenen moesten werken. Toch was hij er blij om; nu had hij in elk geval wat te doen. De supervisor had hem ook een rooster gegeven waarop stond wanneer hij moest eten, wanneer hij kon sporten en wanneer hij in zijn cel moest blijven. Hij vond de routine fijn, en met iets meer moed wachtte hij de komende uren af.

Het werk in de wasserette was eentonig, maar niet heel ingewikkeld. Thuis had hij altijd Wyatts overhemden gestreken, dus dat was makkelijk voor hem. Het waren niet alleen gevangenisoveralls die werden gewassen; er waren enorme zakken met bedrijfskleding van ziekenhuizen en andere organisaties. Rick realiseerde zich dat hij het lichtste werk uitvoerde, zijn metgezellen waren vooral oude mannen en jongens die net zo’n smalle bouw hadden als hij. Er was één hele knappe jongen die ook rond de twintig was. Hij ontweek echter zijn blik en Rick vroeg zich af of hij er niet in geslaagd was om een beschermer te vinden. Rick zou tegen hem gepraat hebben als ze niet vijftien meter bij elkaar vandaan stonden, dus hij concentreerde zich op zijn taak en praatte verder tegen niemand.
      Etenstijd. Tijdens de lunch had Rick een tafel gedeeld met oude mannen die zijn aanwezigheid simpelweg hadden genegeerd. Deze keer schoten zijn ogen opnieuw door de eetzaal, op zoek naar een veilige plaats. Zijn celgenoot zat aan dezelfde tafel als tijdens het ontbijt, maar net als tijdens de lunch was hij nu door anderen omringd. Het gemak waarmee hij met hen praatte, vertelde Rick dat er toch een groep was waar hij bij hoorde. Wat logisch was – niemand hield het hier in zijn eentje vol. Hij vroeg zich af bij welke groep hij zich zou kunnen aansluiten en wat ze daarvoor terug zouden willen.
      Rick was bij een willekeurige groep mensen aangeschoven. Zijn eetlust verdween echter toen de Rus naast hem kwam zitten en zijn knie tegen Ricks been duwde. Hij voelde zich misselijk. Stilletjes at hij kleine hapjes. Hij bevroor toen hij een hand op zijn bovenbeen voelde. In paniek schoten zijn ogen naar zijn celgenoot, maar die zat aan een andere tafel en schonk geen aandacht aan hem. Hij was helemaal op zichzelf aangewezen.
      Vlug propte hij zijn overgebleven eten naar binnen, schoof zijn stoel naar achteren en mompelde iets over een toetje halen.
      Olav grijnsde. ‘Ik denk dat ik jou vanavond als mijn toetje uitkies.’

Rick drukte een handdoek tegen zijn borst terwijl hij in de rij voor de douches aansloot. Hoewel hij alleen zijn boxer droeg, voelde hij zich naakt. Hij mocht dan wel gay zijn, maar hij vond de gedachte om met zoveel andere mannen te douchen allesbehalve opwindend. Hij verlangde naar zijn eigen privédouche.
      Langzaam bewogen ze zich vooruit. Zijn celgenoot stond een paar mannen achter hem. De Rus was nergens te zien – totdat Rick de deuren naar de douches bereikte. Olav leunde tegen de deurpost, een brede grijns op zijn gezicht.
      ‘Daar ben je. Ik stond al op je te wachten. Wij zullen als laatsten gaan.’ Zijn blik gleed langs Ricks slanke lichaam.
      Rick begon in paniek te raken. ‘Ik – ik wil nu gaan,’ stamelde hij.
      ‘Njet, je bent de nieuwe. Jij gaat als laatste.’
      Rick boog zijn hoofd en zweeg. Hij wilde gewoon dat dit voorbij was. Stilletjes schoof hij verder in de rij. Toen hij de twee bewakers bij de deur zag staan, voelde hij zich iets opgelucht. Zij zouden ervoor zorgen dat hem niets overkwam, toch?
      Rick liet zijn handdoek en schone boxer op een bankje tegen de tegenoverliggende muur liggen. Hij hield zijn blik op de vloer gericht en liep naar een lege douche. Hoe minder aandacht hij trok, hoe beter. Er werden wat opmerkingen gemaakt, maar Rick luisterde er niet naar en zong in zijn hoofd een liedje om zichzelf af te leiden.
      Het water was koud. Rick spoelde zich zo vlug af als hij kon. Vanuit zijn ooghoek zag hij dat Olav zijn lichaam bestudeerde. Paniek welde op en Rick keek vluchtig om zich heen. Er waren nog steeds een paar mannen aan het douchen, waaronder zijn eigen celgenoot. Hij had zijn rug naar hen toegekeerd. Ricks adem stokte in zijn keel toen hij zijn welgevormde rug en stevige billen zag. Hij bloosde.
      ‘Zie je iets lekkers, hmm?’
      Schichtig keek Rick naar het getatoeëerde, blubberende bovenlichaam van de man naast hem. Het voelde alsof iemand zijn keel dichtkneep toen hij de enorme erectie van de man zag. Olav stapte dichterbij.
      ‘Ga maar op je knieën zitten.’
      Ricks ogen schoten naar de bewakers. De enige reactie die hij van hen kreeg, was een knipoog.
      ‘Ik – ik wil niet…’
      ‘Sssh, het gaat niet om wat jij wilt. Warm me gewoon een beetje op, daarna zal ik je wat prison love laten voelen.’
      Angstig schudde Rick zijn hoofd.
      De man begon ongeduldig te worden. Met een grom stapte hij naar voren, legde zijn handen op Ricks schouders en duwde hem ruw op zijn knieën.
      ‘Schiet op. De andere jongens willen ook nog.’
      ‘W-wat?’
      Met een zucht trok de man hem weer op zijn voeten, draaide hem om en duwde hem met zijn borst tegen de muur. ‘Dan ram ik hem zo wel in je reet.’
      Rick probeerde zich los te worstelen. Hij kon de harde hitte al tegen zijn spleet voelen. Tranen sprongen in zijn ogen. Ondanks de waarschuwingen van zijn celgenoot begon hij te snikken.
      ‘Hij is van mij,’ klonk opeens een stem. ‘Mijn celgenoot. Mijn bezit.’
      Sniffend keek Rick over zijn schouder. De latino stond vlak bij hen – zijn knappe celgenoot, die nu alleen een zwarte boxer droeg.
      De Rus kneep zijn ogen tot spleetjes. ‘Serieus? Onze heilige wil nu zelf degene zijn die dit jonge vlees aan stukken scheurt?’
      ‘We zijn niet allemaal zo lelijk dat we iemand moeten verkrachten om aan onze trekken te komen. Kom hier, Rick.’
      Dat liet hij zich geen twee keer zeggen. Rick trok zichzelf los en verborg zich vlug achter zijn celgenoot. Hij zag hoe de anderen nieuwsgierig de conversatie volgden.
      ‘Je armen,’ fluisterde een blonde jongen die zich aan het aankleden was. Hij was zo klein dat hij wel veertien leek, hoewel zijn felle grijze ogen en de tattoos op zijn armen hem een ander verhaal vertelden. ‘Sla je armen om hem heen.’
      Rick volgde het advies van de jongen op, hij sloeg zijn armen om zijn celgenoot heen en drukte zijn wang tegen de rug van de man. Hij voelde de ander verstijven. Hij was bang een sneer te krijgen; misschien had de blonde jongen hem alleen voor gek willen zitten.
      ‘Die knul is van mij,’ zei zijn beschermer opnieuw. ‘Is dat duidelijk?’
      ‘Best,’ gromde de Rus, die hen een woeste blik zond. Zijn lippen krulden omhoog in een grijns. ‘Voor nu. Nog een paar maanden en jij bent er niet langer om de kleine lammetjes te beschermen.’
      De man negeerde zijn woorden, draaide zich om en duwde Rick naar achteren. ‘Kleed je aan. We gaan terug.’
      Stilletjes deed Rick wat hem was opgedragen. De opluchting was immens. Ondanks zijn eerdere woorden, had zijn celgenoot zich toch als zijn beschermer opgeworpen en Rick wilde hem knuffelen omdat hij hem zo dankbaar was.
      Toen ze eenmaal terug waren in hun cel, zat Rick een beetje opgelaten op de rand van zijn bed. Vanwege het oponthoud in de douches waren de lichten al uit. Rick wist niet zo goed wat er nu van hem werd verwacht.
      ‘Wat eh – wat wil je dat ik doe? Nu eh – nu ik van jou ben?’ vroeg Rick stilletjes.
      Er klonk een grom. ‘Ik wil dat je je fucking smoel houdt. Ga slapen.’
      Rick kromp ineen door de grimmige toon. Vlug gleed hij onder de dekens.
      ‘Welterusten,’ fluisterde hij. ‘En – en bedankt dat je het voor me opnam.’
      Hij kreeg geen reactie.

Reacties (1)

  • Necessity

    JA HIJ NEEMT HET OP VOOR RICK. NOG EVEN EN ZE ZIJN BEST FRIENDS DIE THE SOUND OF MUSIC ZINGEN TERWIJL ZE DOOR EEN WEILAND VOL BLOEMETJES HUPPELEN.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen