. . .


Deze keer sliep Rick veel rustiger dan de nacht ervoor, wetend dat hij van niemand iets te vrezen had. Zijn celgenoot zou hem beschermen. Er kon hem niets gebeuren. Hopelijk zou hij vandaag zijn naam vertellen. Dat was toch alweer een stapje dichter naar een vriendschap. Het vooruitzicht joeg kriebels door zijn lijf. Eigenlijk was het al heel lang geleden dat iemand hem zijn vriend had genoemd. In het laatste jaar van zijn middelbare school was hij de meesten kwijtgeraakt. Met een zwaar gevoel dacht hij aan die periode terug. Hoe hij tevergeefs spelletjes- en filmavonden had georganiseerd en er nooit iemand kwam. Hoe hij helemaal alleen met zijn ouders aan de tafel had gezeten op zijn achttiende verjaardag, een mijlpaal waar hij al jarenlang van gedroomd had en wat hij heel groots had willen vieren.
      Een snerpend geluid joeg de herinneringen weg. Meteen flikkerden de lichten aan. Rick ging overeind zitten en wreef over zijn gezicht. Toen hij het andere bed ook hoorde kraken, liet hij zijn handen zakken.
      ‘Goedemorgen!’ zei hij vrolijk.
      Zijn celgenoot kneep zijn ogen even samen alsof hij een kater had en wierp hem daarna een donkere blik toe alsof híj degene was die het wekalarm had laten afgaan. Rick voelde de vrolijkheid weer verschrompelen. Vriendschap voelde als een droom die verder weg was dan ooit. Om zijn teleurstelling te verbergen draaide hij zich vlug om en begon hij zich aan te kleden. Hij had er spijt van zodra hij uitzicht op de witte muur had; hij had liever een glimp van het halfnaakte lijf van de man achter hem opgevangen. Wat zou hij graag even zijn vingers over die gespierde torso laten glijden… Zijn vingers tintelden bij het vooruitzicht.
      Vlug kleedde hij zichzelf helemaal aan, daarna zakte hij op de rand van het bed neer en wachtte hij tot de deur van de cel open gleed. Helaas. Van dat mooie lijf viel niet veel meer te zien.
      Toen er een klik klonk, veerde Rick overeind en liep achter zijn celgenoot aan naar de eetzaal. Zou hij naast hem mogen zitten? Iedereen moest nu weten dat hij aan hem toebehoorde, toch? Zijn schouders zakten naar beneden toen de man echter aan een tafel schoof die al vol zat, dezelfde waar hij gistermiddag- en avond aan had gezeten. Met een zeurend gevoel in zijn buik vroeg hij zich af of hij daar alleen was gaan zitten zodat Rick niet naast hem kon zitten.
      Een beetje beteuterd bleef hij naast hem staan. ‘Mag ehm – mag ik niet bij jou?’
      De man die naast zijn celmaat zat begon te grinniken. ‘Denk je echt dat je aan de grote mannen tafel mag zitten?’
      Er flitste een grijns over het gezicht van zijn beschermer. Daarna knikte hij opzij. ‘Ga daar maar zitten. Bij de andere pups.’
      Rick volgde zijn blik. Nu pas zag hij dat er nog een tafel stond, vlak tegen de muur. Er zaten twee jongens van zijn leeftijd, die hij gisteren tijdens de maaltijden over het hoofd had gezien. Hij herkende de kleine jonge blonde jongen die hem gisteren na het douchen had gezegd dat hij zijn armen om zijn beschermer heen moest slaan. Ook zag hij de knappe bruinharige jongen met wie hij wasdienst had. Meteen voelde Rick zich een stuk beter. Hij liep naar hen toe. Net voor hij kon gaan zitten, plofte er nog een andere jongen aan de tafel neer, die dat zo ongecontroleerd deed dat bijna alles van zijn dienblad schoof. Hij had rode dreadlocks tot op zijn schouders en was de eerste persoon die hem een glimlach schonk.
      ‘Hé knapperd.’ Er volgde een knipoog. ‘Kom erbij!’
      Rick ging naast de jongen zitten. ‘Dank je. Ik eh – ik moest hier gaan zitten van mijn… van mijn celmaat.’
      De redhead wiebelde met zijn wenkbrauwen. ‘Heb je een leuke celmaat?’
      ‘Zeg hem maar niet wie het is,’ vertrouwde de blonde jongen hem met een grijns toe. ‘Ik heb een hoop versies van Tommy gezien de afgelopen maanden, maar op een jaloerse zit ik niet te wachten.’
      De roodharige – Tommy blijkbaar – keek hem met open mond aan. ‘Oh-em-gee! Is Mateo jouw celgenoot?’
‘      Hij heeft me zijn naam nog niet verteld,’ antwoordde Rick. ‘Het is die daar, die op het hoekje zit.’
      Tommy steunde met zijn gezicht op zijn vuist. ‘Ja…’ verzuchtte hij. ‘Mijn prins op het witte paard.’
      De andere jongen schoot in de lach en keek Rick weer aan. ‘Alleen in zijn dromen hoor.’
      Tommy’s gezicht betrok en hij zuchtte. ‘Ja. Hij accepteerde zelf geen kerstcadeautje.’
      De blonde gniffelde en keek Rick grijnzend aan. ‘Daarmee bedoelt hij zichzelf. Met een paar gekleurde linten in zijn haar bood hij zich aan, maar Mateo had geen interesse in onze plaatselijke hoer.’
‘      Terwijl ik toch echt de beste blowjobs lever,’ klaagde Rick. Zijn ogen fonkelden echter speels en hij leunde naar Rick toe. ‘En hoe knapper de mannen, hoe goedkoper ik ben,’ fluisterde hij. ‘Of soms zelfs helemaal gratis.’
      Rick bloosde om de openheid van de jongen
      De ander grinnikte. ‘Laat hem, Tom. Niet iedereen is zo gay als jij.’
      ‘Moet jij zeggen,’ snoof Tommy.
      ‘Ik ben bicurieus. Tot op een zekere hoogte. Maar alleen omdat mijn celmaat zo lekker kan zoenen.’
      ‘Vast niet beter dan ik,’ antwoordde de roodharige vanuit de hoogte. ‘Hoe zit het met jou? Val je op jongens of meisjes?’
      ‘Ehm, jongens.’
      Tommy’s grijns werd breder. ‘Wij gaan echte maatjes worden.’
      Rick voelde zijn hart een salto maken. Het was alsof hij nog droomde. Opeens voelde deze plek helemaal niet meer als een hel, nu hij anderen had gevonden van zijn leeftijd en die blijkbaar ook de bescherming van een ander genoten.       Zijn blik gleed naar de overige jongen. Net als gisteren ontweek hij oogcontact. Hij had zijn hoofd gebogen en staarde naar zijn bord. Er lag een boterham op waarvan hij slechts een beetje had gegeten. Er straalde een droefheid van hem af die hem een brok in zijn keel bezorgde.
      ‘Ik ben Rick,’ zei hij toen, hopend dat de jongen in elk geval zou opkijken.
Dat deed hij niet.
      ‘Ik ben Ace,’ antwoordde de blonde jongen.
      ‘En ik Tommy.’
      Afwachtend keek Rick naar de overige jongen.
      ‘Dat is Aaron,’ vertelde Ace. ‘Hij praat bijna nooit. Laat hem maar.’
      Er lag een meelevende blik in de ogen van de blonde jongen.
      ‘Ik zou maar eens eten gaan halen, vriend,’ zei Tommy. ‘Straks moeten we weer aan de bak.’
      Rick was er zo mee bezig geweest bij wie hij zou gaan zitten dat hij vergeten was dat hij hier überhaupt was om te eten. Vlug stond hij op, liep naar de zijkant van de zaal en pakte een bolletje met kaas, een appel en een bord brinta.
      ‘Aan wie behoren jullie toe?’ vroeg hij nieuwsgierig toen hij weer bij zijn nieuwe vrienden zat.
      ‘Aan Emeril,’ antwoordde Ace. ‘Hij zit schuin tegenover Mateo.’
      Rick keek over zijn schouder. Het was een knappe jongeman, achter in de twintig, met prachtige blauwe ogen die scherp afstaken tegen zijn getinte huid.
      ‘Ik heb heel veel geluk gehad,’ gaf Ace toe. ‘Hij was al vanaf het eerste moment aardig. Ik was net achttien toen ik hier terechtkwam en hij heeft me meteen beschermd.’
      Tommy zuchtte dramatisch. ‘Zo romantisch. Ik wou dat ik zo’n knappe celmaat had als die van jullie. Maar die van mij is bejaard en doet niets anders dan slapen.’ Hij pruilde.
      Plotseling voelde hij iets voor zijn been langs schieten. De grom die erop volgde, leerde hem dat Ace zijn vriend een trap had gegeven en met zijn ogen naar Aaron seinde.
      ‘Sorry,’ zei Tommy vlug. ‘Ik heb niets te klagen.’
      Aaron reageerde niet, zijn blik zat nog steeds aan zijn bord vastgelijmd. Rick voelde een steek in zijn buik. Eigenlijk wilde hij de jongen een hele dikke knuffel geven, maar aangezien hij niet eens durfde op te kijken durfde hij dat niet.
      ‘Mijn celgenoot deed eerst niet echt aardig,’ zei hij aarzelend. De stilte werkte hem op de zenuwen. ‘Maar toen iemand me gisteren lastigviel kwam hij voor me op.’ Een beetje dromerig dacht hij terug aan hoe vastberaden Mateo’s stem had geklonken. ‘En toen zei hij dat ik van hem was.’
      ‘Wrijf het er maar in hoor.’ Tommy gaf hem een plagende elleboogstoot. ‘Hij gedraagt zich altijd heel stoer, maar stiekem is hij best lief. Vorig jaar was er ook een jongen die door twee mannen in de douche werd belaagd. Ik weet niet waar hij het mes vandaan haalde, maar hij heeft ze allebei neergestoken. De twee zijn verdwenen en Mateo is er nooit voor gestraft. Sindsdien houden de meesten zich gedeinsd in zijn buurt. Hij schijnt een hoop vriendjes onder de bewakers te hebben.’
      Rick voelde zich warm worden toen hij hoorde dat Mateo al eerder iemand van een verkrachting had gered. Stiekem fantaseerde hij dat Mateo extra lang in de doucheruimte was gebleven om er op toe te zien dat er niets met hem zou gebeuren. Dat zou toch zo onwijs lief zijn!
      Hij keerde zich weer tot Tommy. ‘En wie is jouw beschermer?’
      ik niet nodig,’ pochte de rooie. ‘Ik geef ze toch wel wat ze willen, zolang er maar wat moois tegenover staat.’ Hij grijnsde, toen knikte hij naar de tafel. ‘Maar die rooie daar…’ Hij knikte naar de tafel waar Mateo en Emeril ook zaten. ‘Dat is mijn broer. Die heeft connecties met de andere jongens, dus ze laten mij meestal wel met rust. We hebben het best goed voor elkaar hoor, met zijn drieën.’
      Plotseling stond Aaron op, greep zijn dienblad zo stevig beet dat zijn knokkels wit zagen en beende toen weg. Ace wierp een boze blik op Tommy, die iets ineenkromp.
      ‘Ik vergeet steeds dat hij erbij is,’ zuchtte hij schuldbewust. ‘Omdat hij zo stil is.’
      ‘Wat is er met hem?’ vroeg Rick zacht.
      ‘Hij mag niet praten.’
      ‘Van wie niet?’
      ‘Van de man die hem gekocht heeft.’
      Ricks ogen puilden bijna uit hun kassen. ‘Gekocht?’
      Tommy knikte met een ernstig gezicht. ‘Ze noemen hem Moloch. Hij zit daar in de hoek, in zijn eentje.’
      Rick keek opzij. Hij zag een man die waarschijnlijk halverwege de dertig was. Met zijn donkere ogen leek hij iedereen te tarten. In zijn nek stond een hakenkruis getatoeëerd. Een rilling liep langs Ricks rug, er was iets heel duisters aan de man.
      Arme Aaron,’ zei hij zachtjes.
      ‘Ja.’ Tommy zuchtte. ‘Zodra Moloch hem zag, wilde hij de jongen hebben. Hij legde flink wat geld neer voor een overplaatsing naar een andere cel en sindsdien begint Aaron steeds meer op een schim te lijken.’
      ‘Van de een op de andere dag kwam hij bij ons zitten,’ vertelde Ace. ‘Ik wil niet weten hoe hij dat voorrecht verdiend heeft.’ Zijn stem klonk bitter. ‘En wanneer het weer van hem afgenomen wordt en hij zelfs niet meer naar de gesprekken van een ander mag luisteren.’
      Rick staarde naar zijn eten. Plotseling had hij geen honger meer. Er moest toch iets zijn wat ze konden doen om de jongen te helpen?

De rest van de dag bleven de woorden van de twee jongens over Aaron door zijn hoofd spoken. Hij dacht aan hoe angstig hij zich gisteren in de douches had gevoeld. Stel je voor dat je iedere dag met een beest als Olav in een cel zat – en Moloch was waarschijnlijk nog wel een gradatie erger. Rick was dol op mythologie, hij wist dus ook waar de naam vandaan kwam: het was een Kanaänitische god aan wie kinderen werden geofferd. Een bijnaam die hij vast niet zomaar had gekregen.
      De gedachte liet een rilling langs zijn rug kruipen. Met een knoop in zijn maag vouwde Rick het wasgoed op. Steeds opnieuw dwaalden zijn ogen af naar de jongen. Niemand besteedde aandacht aan hem, niemand praatte tegen hem. Zwijgend voerde hij zijn werk uit. De mouwen van zijn overall had hij opgestroopt om de kledingstukken makkelijker in de machine te doen. Er ging een schok door Rick heen toen hij zag dat de huid van de jongen bezaaid was met paarse en groene plekken. Zijn hart huilde voor de jongen. Hij zou zo graag willen dat zijn droefheid even verdween, dat hij misschien zelfs een glimlachje kon tonen.
      Toen Rick klaar was met zijn eigen stapel, besloot hij te helpen die van Aaron op te vouwen. Zijn vingers bewogen zich houterig en Rick zag dat ze gezwollen waren. Het moest vast ontzettend veel pijn doen. De jongen sprak geen woord terwijl ze zich samen door de stapel heen worstelden. Aarons schouders waren gespannen, geen moment keek hij op.
      ‘Ik ga je helpen,’ fluisterde Rick. ‘Niet alleen met dit. Maar we – we vinden wel een manier om je te helpen.’
      Voor het eerst hief Aaron zijn gezicht op. Zijn ogen waren amberkleurig, goud bijna, zacht als honing. Heel even haperde Ricks ademhaling in zijn keel. De blik erin was zo… melancholisch, zo… gebroken. Ze schreeuwden om een omhelzing.
      ‘Je kunt me niet helpen. Zien hoe hij iemand laat lijden omdat hij me probeert te helpen zal meer pijn doen dan wat hij me ook lichamelijk aandoet.’ Zijn stem trilde, hij vocht duidelijk tegen de tranen. Vluchtig keek hij langs Rick heen. ‘Doe wat ieder ander doet, Rick. Steek je kop in het zand.’
      Maar Rick schudde zijn hoofd.
      Dat kon hij niet. Hoe moest alleen een manier vinden om hem te helpen.

Rick zat in kleermakerszit op zijn bed. Mateo zat op dat van hem, wederom verdiept in zijn boek. Rick wilde met hem over Aaron praten, hij wist alleen niet goed hoe hij het onderwerp ter sprake moest brengen. Tenslotte hadden ze nog geen fatsoenlijk gesprek met elkaar gevoerd.
      Uiteindelijk liet Mateo zijn boek zakken en keek hem geïrriteerd aan. ‘Wát?’
      ‘Volgens mij wordt Aaron door zijn celgenoot mishandeld,’ flapte hij eruit.
      Mateo trok zijn wenkbrauwen op. ‘En?’
      ‘En?’ herhaalde hij verontwaardigd. ‘Zijn celgenoot is een monster! Ik zag dat Aarons hele armen met blauwe plekken bezaait waren.’
      ‘Het zijn jouw zaken niet,’ antwoordde Mateo ruw. ‘En al helemaal die van mij niet.’
      Rick sloeg zijn armen over elkaar. ‘Ik weet dat je niet zo onverschillig bent als je me wilt laten geloven. Tommy heeft me verteld dat je eens twee mensen hebt neergestoken om iemand van een verkrachting te redden.’
      Mateo hield zijn blik vast. Zijn kaak trok zich strak. ‘Daar kan ik moeilijk een gewoonte van maken.’
      ‘Maar je moet iets doen!’
      ‘Waarom?’
      ‘Omdat – hij is lief! Hij verdient dit niet.’
      Mateo slingerde zijn benen over de rand en leunde naar voren. De blik in zijn ogen liet een rilling langs Ricks rug gaan. ‘Wat kan ík daar aan doen?’
      ‘Mensen zijn bang voor jou.’
      ‘Alleen mietjes zijn bang voor mij. Moloch vreest niets. Het enige wat je kunt doen, is hem vermoorden. Prima als jij daarvoor je levenslange vrijheid wilt opgeven, maar ik ga het niet doen.’
      ‘Hij is mijn vriend. Ik moest hem helpen.’
      Mateo snoof. ‘Je zit in de gevangenis, snotaap. Je bent niet in de speeltuin. Niemand hier is je vriend. Het is hier ieder voor zich.’
      ‘Maar Ace en Tommy…’
      ‘Zullen je in je rug steken, vroeg of laat. Let maar op mijn woorden.’
      Rick boog verslagen zijn hoofd. Mateo’s woorden voelden als gif. Hij wilde ze niet geloven.
      ‘We zijn niet allemaal monsters.’
      ‘Nee. We zijn allemaal mensen.’

Reacties (1)

  • Necessity

    Goed zo Rick, help Aaron!

    Die laatste twee zinnen vind ik erg sterk.
    ‘We zijn niet allemaal monsters.’
    ‘Nee. We zijn allemaal mensen.’
    En dat maakt het alleen maar erger. Monsters doen wat ze doen omdat ze monsters zijn. Mensen... Mensen doen alles om te overleven, en zijn een heel stuk erger.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen