Foto bij 217 - Emmeline

Ik moet heel even in slaap gevallen zijn, mijn hart bonst als ik overeind schiet in ons gedeelde bed. Lucien ligt nog naast me, zijn ogen en op het plafond gericht.
Gelukkig maar. In mijn droom werd hij afgeslacht, machteloos en weerloos.
"Nachtmerrie?" Hij pakt meteen mijn hand en drukt er een kus op.
Ik wuif zijn vraag weg. Als ik er niet meer over nadenk verdwijnen de beelden misschien uit mijn geheugen. Ik draai me op mijn zij en strijk door zijn haren.
"En jij hebt niet geslapen, zie ik..."
Hij schudt zijn hoofd en ik zie, en hoor, dat hij zucht. "Ik heb na liggen denken. Er moet toch een logische oplossing zijn...," een golf van frustratie glijdt over zijn gezicht, "ik heb hem alleen nog niet gevonden."
Ik kus zijn wang en leg mijn hoofd op zijn borstkas. "Het komt wel. We hebben altijd alles opgelost."

Lucien is vertrokken voor een overleg met een aantal van zijn trouwe mannen, waarvan hij weet dat ze het beste met hem voor hebben.
Natuurlijk houdt iedereen in het kasteel de schijn op dat ze volledig trouw zijn aan Jacques, maar het nieuws van zijn uitbarsting heeft zich, ondanks alle pogingen van Madeleine om het geheim te houden, verspreid. Mensen raken snel hun vertrouwen kwijt in een vorst als die tekenen van wanorde begint te vertonen.
Zonder zijn aanwezigheid zit ik aan de lessenaar in onze vertrekken. De woorden die ik op het perkament kras zijn ieder zorgvuldig gekozen. In niets spreek ik over mijn vermoeden van gekte, ik stel enkel mijn ouders op de hoogte van de situatie in het Franse kasteel.
Misschien bereikt mijn post ze veel te laat, of helemaal niet. Maar ik ben wanhopig genoeg om het te proberen.
Julien slaapt naast me in zijn wieg, en stoot zo af en toe een gelukzalig geluidje uit. Hij hoeft zich geen zorgen te maken over oorlog, gekte, of de troon. Hij weet niet eens dat hij een prins is, laat staan de toekomstige koning van Frankrijk - als alles goed gaat.
Over hem schrijf ik natuurlijk ook. Het nieuws van onze zoon heeft Engeland al lang bereikt, maar het is stil gebleven. Het zou me niets verbazen als mijn vader nog steeds niet erg positief tegenover onze vereniging staat.
      Als ik alles dat ik mijn ouders mee wilde delen heb opgeschreven, lever ik de brief af bij een van onze koeriers.
Ik kijk of ik Lucien ergens zie, maar hij zal nog steeds in een van de afgesloten kamers vergaderen. Eschieve bezoekt samen met Cecilio zijn Franse les, Eailyn en Pascale zijn op een korte reis en zo blijft er maar één iemand over die van de situatie weet met wie ik kan spreken.
Of ze me ook wil spreken is een tweede, maar ik besluit de kans te wagen en aan te kloppen bij een van haar mogelijke verblijven.

Met een kop dampende thee in onze handen kijken Madeleine en ik elkaar aan. We zijn al een tijd stil, te stil. Geen van ons weet wat we moeten zeggen.
"Dit mag niet gebeuren.." haar opmerking komt uit het niets.
Ik knik enkel in overeenstemming.
"Ik ben al een zoon verloren aan een noodlottig ongeval, ik kan er niet nog een verliezen. En zeker niet door mijn echtgenoot's toedoen.." haar blik staat gepijnigd, "maar wat ik ook probeer, hij luistert niet naar me. Het lijkt wel alsof hij niet meer zichzelf is, alsof iets of iemand bezit van zijn lichaam genomen heeft."
"Is er dan niets dat we kunnen doen?"
De koningin is weer stil. "Als dat er is, kan ik bij God niet bedenken wat het zou kunnen zijn. Jacques is vastberaden om zijn plan voort te zetten. Hij is plotseling zo machtsbelust, zo uit op een gevecht. Met mij, met zijn kinderen, en blijkbaar ook met de rest van de wereld."
"Heeft er al een arts naar hem gekeken?"
Ze schudt haar hoofd. "Hij weigert. Er is niets mis met hem, en ik heb het proberen opgegeven. Ik heb nooit eerder angst gekend voor hem, maar nu.. ik vrees dat hij zijn dreigementen kracht bij zal zetten als ik hem nog meer tegenwerk, Emmeline. Dat zou mijn dood kunnen betekenen."
"Dat kan hij toch niet doen!" De frustratie bouwt op en ik merk dat ik mijn stem verhef. "Hij kan met geen mogelijkheid dreigen zijn gehele familie om te leggen, enkel en alleen om zijn zin te krijgen. Er moet toch iets zijn dat hem tegen kan houden."

En dat blijkt er te zijn. Of ten minste, dat hoopt Lucien als hij onze vertrekken in komt.
Ik kan niet vragen hoe het was, hij begint onmiddellijk te spreken.
"Ik ga."
Even denk ik dat ik hem verkeerd versta, maar besef dan dat die twee woorden moeilijk te verwarren zijn met andere woorden.
"Pardon?"
"Ik ga. Of dat is in ieder geval wat vader moet denken. We zijn er nog niet volledig uit, en het is ook maar het beste dat je niet alles weet."
Het voelt alsof al het leven uit me geslagen wordt. "Je gaat?"
"Niet echt, denk ik. Maar vader moet denken van wel, terwijl we een andere oplossing verzinnen. Ik moet onderduiken, ergens. Misschien wel even de natuur in."
Ik kan niet eens nadenken over mijn antwoord, mijn mond begint al te praten. "Dus je laat mij hier? Heb ik daar dan helemaal niets over te zeggen, Lucien? Hoe lang zal je weg zijn? Dagen, weken, maanden? En dan, als je weg bent? Een andere oplossing verzinnen terwijl je ondergedoken zit, weggelopen van je vader? Wat nou als hij nog verder doordraait en zijn zinnen ergens anders op zet? Besluit dat ik het volgende slachtoffer word van zijn absurde plannetjes, of hij Julien in de hoofdrol in zijn nieuwe waanbeeld zet? Wat dan?"

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen