Ik heb de titel veranderd naar 'Where Angels Die' omdat ik die mooier vindt en omdat die beter past. (:

. . .


‘En? Hoe is hij?’
      Mateo wierp een blik opzij, met zijn handen steunde hij op het houten bankje waarop ze zaten. Emeril keek niet naar hem, zijn ogen waren gericht op het basketbalspel. Zelf draaide hij zijn hoofd ook opzij en zocht naar Rick. Hij was waarschijnlijk de beroerdste basketbalspeler die hij ooit had gezien. Hij struikelde steeds over zijn voeten, werd door iedereen aan de kant geduwd en kon geen bal vangen. Hij was ronduit lomp. Heel anders dan de kleine blonde met wie hij vriendschap had gesloten, die raasde over het veld alsof hij een kind van de wind was.
      ‘Hij praat te veel.’
      Emeril grinnikte. ‘Stop dan wat in zijn mond.’
      Mateo’s ogen rustten op de jongen, die hijgend op zijn knieën steunde. Zijn donkere krullen plakten tegen zijn gezicht. Tweeëntwintig, had hij gezegd. Hij had het ook geloofd als hij veertien was gebleken.
      ‘Denk je dat je überhaupt in dat smalle kontje past?’
      Mateo snoof. ‘We zullen het nooit weten.’
      Tegen anderen zou hij de schijn ophouden dat Rick zijn bitch was, maar Emeril was een van de weinigen hier tegen wie hij wel eerlijk dacht te kunnen zijn. Hij wist dat de man hem alleen maar zat te sarren omdat hij nooit op zijn avances inging en niet geïnteresseerd was in een trio met hem en zijn kleine blonde duivel.
Hij was nooit in mannen geïnteresseerd geweest, al moest hij bekennen dat hij ook nooit van een vrouw gehouden had. Wel van hun lichamen – en fuck, wat miste hij die. Maar verder dan lichamelijk genot ging het nooit.
      ‘Volgens mij is ie wel gay. Als je discreet bent en niemand weet dat je het met mijn jongen doet, mag je hem best lenen. Als hij dat wil.’ Een aanvulling die overbodig was, want hij wist dat zijn vriend – voor zover je die kon hebben in de gevangenis – geen verkrachter was. Zelfs hij moest toegeven dat Emeril en zijn liefje er goed uitzagen en hij kon zich niet voorstellen dat Rick niet geïnteresseerd was.
      Er steeg een gelach op uit de groep sporters toen Rick voor de zoveelste keer op de grond viel. Ace trok hem met een sterke arm weer op zijn voeten. De twee jongens lachten erom alsof ze samen op school zaten, al zag Ricks lach er gepijnigd uit. Hij hinkte en maakte zich los van de anderen. Iets aan de zijkant keek hij om zich heen.
      Mateo zuchtte toen hij zijn blik volgde. Aaron zat in zijn eentje op de grond, met zijn rug tegen een muurtje. Hij had zijn armen om zijn benen geslagen en staarde naar zijn knieën. Moloch bevond zich aan de andere kant van het plein, al wist hij zeker dat zijn ogen niet van zijn bezit weken. De afstand was enkel bedoeld om de kwelling van de jongen te vergroten. Iedereen bleef bij hem uit de buurt.
      Iedereen behalve Rick.
      Die zakte naast Aaron op de grond neer. Hij zag dat de grip van de jongen om zijn benen verstevigde. Hij keek niet op.
Ricks lippen bewogen niet. Hij was stil, leek gewoon te willen dat de jongen niet alleen was.
      Mateo aarzelde. Moest hij hem bij zich roepen? Of zou Moloch dit door de vingers zien omdat Rick nieuw was? En omdat hij – nou ja, Rick was. Zelfs Mateo merkte dat hij al een zwak voor de jongen begon te krijgen. Nu al, na nauwelijks een week. Hij hoorde hier niet. Hij begreep niet hoe er ook maar een rechter kon zijn die kon besluiten dat Rick tot wat voor misdrijf dan ook in staat was. Hij was net een kind. Onvermoeibaar vriendelijk. De onschuld zelve.
      Mateo wilde zich niet aan hem hechten. Hij hoefde nog maar zes maanden te zitten, het laatste wat hij wilde was een zwakte hebben. Er waren er hier genoeg die zijn bloed konden drinken. Die Rick wat aan zouden doen omwille van hem. Dat was een van de redenen waarom hij hem aan zijn lot had willen overlaten – maar hij had meteen al geweten dat hij dat niet had gekund. Hij wist wat er van een knul als hem terecht zou komen.
      De stille, teruggetrokken jongen die nu naast zijn celgenoot zat, was er het levende bewijs van.
      Een schim, een symbool van pijn.
      Mateo had van dichtbij de verwoesting gezien die gepaard ging met misbruik. Hel – het was zelfs de reden dat hij hier zat. Hij kon niet toekijken hoe een weerloos iemand als Rick in iemands seksspeeltje veranderde.
      Met een beklemmend gevoel in zijn borst keek hij naar Aaron. Rick was heus niet de enige die zich door zijn lot aangegrepen voelde. Hij had al geprobeerd wat hij kon – maar Moloch had meer geld ter beschikking dan hij. Er was niets wat hij kon uitrichten tegen iemand die op pijn kickte, die plezier vond in wat anderen afschrikte.
      Nog een paar weken en dan zat Aarons straftijd erop. Zolang moest hij het nog zien uit te zingen. Niemand, hij noch Rick, kon daar iets aan veranderen.

Aan het einde van de middag werd hij van het plein weggeroepen omdat het bezoekerstijd was. Een zeldzame glimlach krulde om zijn lippen toen hij in de ruimte achter een tafel plaatsnam. Zijn broertje bezocht hem iedere eerste zaterdag van de maand. Soms alleen, soms met zijn beste vriend. Andere bezoekers kwamen er nooit voor hem – hij had verder ook niet de behoefte om iemand te zien.
      Maar als Juan kwam, dan was dat altijd een lichtpuntje voor hem. Mateo hechtte zich niet snel aan mensen, maar zijn broertje betekende alles voor hem. Hun band was altijd hecht geweest; hun vader verliet het gezin toen ze jong waren en hun moeder gaf hun daar de schuld van. Moederliefde hadden ze nooit gekend. Hij was degene geweest die de pleisters op Juans knieën plakte, die hem advies gaf over meisjes, die zorgde dat hij af en toe nieuwe kleren kon kopen, die een arm om hen heen sloeg wanneer hij aan zichzelf twijfelde en die hem vasthield als hij snikkend uit nachtmerries wakker werd.
      Natuurlijk – Juan was inmiddels volwassen geworden. Hij was niet meer zo afhankelijk van zijn broer, hij kon zich beter vermannen. Toch hadden zijn jeugdtrauma’s diepe sporen in hem achtergelaten. Littekens die hij iedere dag nog voelde. Het jaar voor Mateo’s veroordeling was zwaar voor hem geweest, hij was er bijna aan onderdoor gegaan. Hij wist dat zijn opsluiting hem geen goed had gedaan en dat hun spaarzame ontmoetingen voor hem als een reddingsboei waren.
      Met zijn kin steunend op zijn vuisten staarde hij naar de deur. Minuten tikten voorbij. Een beetje onrustig verschoof hij op zijn stoel. Het was niets voor Juan om te laat te zijn. Meestal was hij juist veel te vroeg en wilde hij geen minuut verliezen.
      De ruimte vulde zich met stemmen. Mensen die elkaar al een tijd niet hadden gezien vulden elkaar in over elkaars leven. Kinderen die hun ouders zagen, ouderen die hun kinderen opzochten. Vriendinnen die hun lief zwoel aankeken, alsof ze elkaar liepen te eyefucken.
      Hij zuchtte.
      Een kwartier ging voorbij. Een halfuur.
      Hij voelde zich bekeken, zo in zijn eentje zittend aan de tafel. Sneu moest het eruitzien. Wachten op een geliefde die niet kwam opdagen. Toch bleef hij zitten. Juan kon net zo goed vastgezeten hebben in het verkeer. Als ze maar heel even konden praten, als hij zich ervan verzekerde dat zijn broertje op dit moment alles onder controle had, dan zou hem dat onwijs opluchten.
      Er klonk een snerpend geluid. Het einde van het bezoekuur was aangekomen. Zijn ogen schoten nogmaals naar de deur, hopend toch nog een glimp van een gehaaste jongen op te vangen. Maar er was niemand.
      ‘Tijd is om, Ortiz,’ zei een bewaker vlak naast hem.
      Mateo knikte en liet zich terug naar zijn cel brengen.

Rick zat aan het kleine bureautje. Er lag een stapel papier naast hem, een paar vellen waren beschreven. Dat moest wel een ellendig lange brief zijn. Aan wie was het gericht? Zijn ouders? Het was ongewoon dat niemand hem vandaag had opgezocht. Juist in het begin kregen ze veel bezoek.
      Even overwoog hij om het te vragen, daarna schudde hij het van zich af. Wat kon het hem ook schelen? Hij hoefde Ricks levensverhaal niet te weten. Hoe minder ze over elkaar wisten, hoe beter.
      Rick keek om toen hij hem hoorde binnenkomen en glimlachte. ‘Hoi!’
      Hij antwoordde met een grom. Hij was niet in de stemming om te praten. Er zat een zeurend gevoel in zijn maag omdat Juan niet was komen opdagen. Dat was nog nooit gebeurd. Hij verzette de afspraken altijd op tijd als hij niet kon. Was het mogelijk dat hij het vergeten was? Hij kon het zich niet voorstellen, zelfs al waren zijn gedachten af en toe chaos. Had hij gewoon vastgezeten op de weg? Of was het weer mis? Moest hij iets doen – iemand bellen? Voor honderd dollar was er wel een bewaker te vinden die hem liet bellen. Maar wat als er niets aan de hand was? Hij wist dat het Juan van streek zou maken. Hij zou alleen bellen als hij zich zorgen maakte en Juan vertaalde dat alsof zijn broer ervan overtuigd was dat hij niets in zijn eentje kon. Dan werkte hij misschien juist een paniekaanval in de hand.
      Mateo verbeet een zucht en zakte op zijn bed neer. Een doffe hoofdpijn kwam op. Hij moest zijn zorgen kwijtraken, hij wilde niet kwetsbaar overkomen.
      ‘Ik ben een brief aan Aaron aan het schrijven.’
      De woorden kwamen zo onverwacht en waren zo ontzettend stom dat het een paar seconden duurde voordat het binnenkwam. ‘Je bent wát?’ snauwde hij.
      Hij vloekte inwendig. Door dat hele bezoekuur zaten zijn emoties veel te dicht aan de oppervlakte.
      Rick kromp ineen. ‘Hij mag niet met hem praten maar ik dacht… ik kan hem wel brieven schrijven. Gewoon – hem opvrolijken. Ik heb een verhaal voor hem bedacht. Over een ridder die een prins komt redden.’
      Mateo snoof vol ongeloof. Dit was echt te belachelijk voor woorden. Dat jong was binnen een maand dood als hij van die achterlijke dingen bleef doen. Hij kwam overeind, beende naar het bureau toe en griste de papieren van tafel.
      Het handschrift was netjes, als dat van een meisje. Zijn ogen gleden over de regels. Hoe cliché het ook had geklonken, Rick had een manier van schrijven die lekker weg las en de toon was luchtig, humoristisch zelfs.
      Toch maakte hij er een stapeltje van en scheurde de vellen doormidden. En daarna nog een keer.
      Rick sprong overeind en trok aan zijn arm. ‘Doe niet zo gemeen!’ riep hij.
      Mateo wilde hem wel in zijn gezicht slaan toen hij de tranen in zijn ogen zag. Waarom was die knul zo verdomd gevoelig? Hij moest zich verdomme leren vermannen. ‘Dit is voor je eigen bestwil,’ gromde hij. ‘Moloch gaat het echt niet goed vinden dat je zijn liefje liefdesbrieven stuurt.’
      ‘Het zijn geen liefdesbrieven! Het zijn gewoon verhalen! Zodat hij even aan wat anders kan denken dan… dan wat die vreselijke man met hem doet.’ Zijn stem trilde.
      Ga alsjeblieft niet janken.
      ‘Als hij verhalen wil lezen dan kan hij gewoon naar de bieb gaan.’
      Rick sloeg zijn armen over elkaar en keek hem verongelijkt aan. Hij leek net een tiener die zijn zin niet kreeg. ‘Dat is niet hetzelfde! Een verhaal dat door iedereen gelezen kan worden heeft niet dezelfde impact als iets wat speciaal voor jou is geschreven! Het is een cadeautje!’
      Mateo zuchtte. Hij kreeg koppijn van dat jong. Hij zou hem lekker zijn eigen graf moeten laten graven en toch kon hij dat niet.
      ‘Aaron moet nog een maand zitten, dan is hij voorgoed van die hufter verlost. Grote kans dat jij de volgende bent die hij op schoot neemt als je op deze manier zijn aandacht trekt.’
      Rick keek hem nu met grote ogen aan. ‘Maar jij – jij beschermt me toch?’
      Het krenkte zijn ego om het toe te geven, maar hij deed het toch. For Rick’s sake. ‘Ik kan je niet tegen hem beschermen. Doe gewoon niets stoms, oké? Geef hem gewoon geen reden om je leven te willen verneuken.’
      Ricks schouders zakten naar beneden, zijn blik ook. Die bleef op de verscheurde brieven hangen. Met een snelle beweging trok hij ze opeens Mateo’s handen vandaan en drukte ze tegen zijn borst.
‘Een maand is vreselijk lang als je ongelukkig bent. We moeten er gewoon voor zorgen dat Moloch er niet achter komt.’ Hij haalde diep adem en keek hem wanhopig aan. ‘Ik wil gewoon iets liefs voor hem doen,’ zei hij zacht. ‘Zodat hij weet dat hij niet alleen is.’
      ‘Maar dat is hij wel,’ antwoordde Mateo koppig.
      ‘Nietes. Niemand is alleen als er iemand is die aan hem denkt.’
      Mateo gaf het op. ‘Zoek het ook maar uit,’ gromde hij. ‘Ik heb je gewaarschuwd.’
      Hij zakte op zijn bed neer en staarde naar het plafond. Het duurde niet lang voor hij het potlood weer over papier hoorde gaan terwijl de jongen zachtjes begon te neuriën.
      Het geluid gaf hem een steek in zijn maag.
      Rick was als een engel. En als engelen ergens stierven, was het wel op een plaats als deze.

Reacties (1)

  • Necessity

    Aww gut, Rick is zo schattig en naïef.

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen