Foto bij H6 - 17 okt.

Ik zucht weer. Zoals Socrates ooit zei: “Onwetendheid is de bron van alle kwaad.”

Alaïs Spiorad pov. (17 oktober)

“Hey, met Alaïs. Ik wou gewoon even zeggen dat ik vandaag niet naar school kom. Nog veel plezier en vergeet het Henry ook niet te vertellen hé.” Ik sluit de voicemail van Edwards gsm af en steek mijn gsm in mijn jaszak. Ik kijk uit het raam.
“Zet me hier maar af, ik zal het laatste stukje nog wel stappen”, zeg ik tegen de taxichauffeur en hij parkeert aan de kant van de weg.
“Natuurlijk, mevrouw. Dat is dan 179 pond graag.” Ik geef hem het geld en stap uit. De taxi rijdt weer de weg op en ik steek over om dan richting het treinstation van Swindon te stappen. Het was niet zo druk als ik had verwacht. Ik kijk naar de vertrekuren. Om 10 uur vertrekt de trein van Swindon naar Llanelli, zo’n 195 km reizen. Ongeveer 2 uur rijden, genoeg om mijn gedachten op een rijtje te zetten. Ik check het uur nog eens en besluit om me dan in een cafeetje te nestelen waar ik een koffie bestel en om er ook nog een paar koekjes bij te nemen.

“De trein van Swindon naar Llanelli vertrekt over 10 minuten op spoor 2”, weergalmt er in het treinstation en ik sta op van de stoel. Ik gooi het lege koffiebekertje in de vuilbak en begeef me naar spoor 2. Ik gris nog een krant mee en ga dan op de roltrap staan. Ik slaag de krant open en laat mijn ogen vluchtig over de koppen gaan. Met mijn ogen op de krant gericht, stap ik rustig verder naar mijn trein. Plotseling botst er iemand tegen me op en ik draai me om als hij maar blijft doorlopen zonder een verontschuldiging te zeggen. De man is ook in een krant aan het lezen en de onverzorgde dreadlocks vallen meteen op. Ik blijf nog even naar de man kijken, tot hij uit mijn blikveld is. Ik schud mijn hoofd en stap gewoon verder.

Ik laat mijn ticket aan de conducteur zien en hij wijst helemaal naar voor.
“Eerste klas is helemaal vooraan, mevrouw Spiorad”, glimlacht hij en ik bedank hem om vervolgens naar voor te wandelen. Ik druk op de knop en de deuren gaan open. Ik ga naar binnen en zet me neer op één van de rood fluwelen stoelen. De beenruimte is maximaal en er is een rustige sfeer, aangezien ik de enigste passagier was die in de eerste klas is. De hele eerste klas was in thema van rood en goud.
“Wilt u iets drinken, mevrouw?”, vraagt een serveerster en biedt me een fles champagne aan.
“Ja, danku.” Niet echt de beste combinatie voor in de ochtend, maar kom. Ze knikt en giet mijn glas halfvol om hem dan aan me te overhandigen.
“Wenst u nog iets?”
“Nee danku.” Ze gaat dan weer weg. De trein komt in beweging en ik kijk uit het raam naar het station, om daarna alleen maar voorbijrazende bomen en huizen te zien. Ik had met James Frankson afgesproken in Llanelli waar hij mij in het station zou opwachten. Het is abnormaal dat een Boggart mensen aanvalt, laat staan vermoord. Normaal zijn ze enkel irritant en onuitstaanbaar. Deze keer ga ik anders te werk moeten gaan. Eerst ga ik de Boggart ondervragen, met dwang, want vrijwillig zal er waarschijnlijk niets uitkomen. Wie had hem gestuurd, waar vind ik zijn meester en wat zijn zijn bedoelingen. Dan vermoordt ik hem. Hij mag zijn meester niet waarschuwen, anders loopt alles in het water.

“Hallo, ik ben James Frankson.” Ik schud de jonge man zijn hand. Hij had rossing haar, sproeten over zijn neus en donkergroene ogen.
“Ik ben Alaïs Spiorad, fijn u te ontmoeten”, zeg ik en hij knikt: “Zullen we er dan maar meteen invliegen?” Ik knik en volg hem dan door de straten van Llanelli, een rustige stad met antieke gebouwen. Terwijl we stappen, kijk ik in het rond. Kleine cafés en ook de geur van vis, aangezien deze stad dicht bij een baai ligt, laten de indruk na dat iedereen hier gelukkig is. Iedereen praat met elkaar op straat, alsof ze families van elkaar zijn.

“Zou ik even een vraag mogen stellen?”, vraag ik tijdens het wandelen en hij knikt: “Tuurlijk, vraag er maar op los.”
“Na de aanval ben je naar een vriend gegaan hé?”
“Ja, klopt. Hij was de eerste persoon aan wie ik toen dacht.”
“En hij zei dat het een Boggart was dat jouw vriend had vermoord.”, zeg ik en hij knikt.
“Maar hoe hebt u het wezen dan kunnen beschrijven als u het niet kon zien?”, vraag ik en hij steekt zijn handen in zijn jaszakken.
“Ik heb hem gezegd wat ik heb gehoord. Ik hoorde eerst vreemd geklop, alsof er iets tegen de muren werd aangesmeten. En toen zag ik hoe mijn vriend… hoe mijn vriend bij de keel werd gegrepen en… en zijn nek werd omgedraaid. Ik ben meteen weggelopen”, zegt hij met trillerige stem en ik knik.
“Oké, hier zijn we dan. Ik hoop dat je begrijpt dat ik niet verder wil gaan, na de… gebeurtenis”, zegt hij als we stoppen met wandelen. Hij wijst voor zich uit.
“Daar is het.” Ik volg zijn vinger en knik. Tussen twee restaurantjes was er een smal pad, dat eindigde op houten planken, met daarachter het water van de baai.
“Oké, dank u wel voor-”, begin ik, maar dan merk ik dat hij al weg is. Ik haal mijn schouders op en steek de straat over. Ik wring me door het smalle pad dat niet meer was dan een halve meter. Ik kom uit op de houten planken en ik hoor de meeuwen boven mij krassen en het water tegen de houten steunpalen botsen.

Reacties (2)

  • VampireMichelle

    RICH BITCH

    4 maanden geleden
  • Allmilla

    ... wauw, ze is wel rijk hé... eerste klas, champagne, dure taxirit, ...:|

    4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen