Foto bij H7

Ik kom uit op de houten planken en ik hoor de meeuwen boven mij krassen en het water tegen de houten steunpalen botsen.

Alaïs Spiorad pov.

Ik kijk voor me uit over de baai en een frisse zeewind strijkt over mijn gezicht. De sterke geur van vis verdwijnt en de geur van iets rottend komt mijn neus binnen. Ik kijk in het rond en zoek naar de oorzaak van de vieze geur. Ik stap over de planken naar links, die bevestigde zijn aan de achterkant van het restaurantje, en de geur wordt steeds sterker. Er is niets te merken van een lijk, het enigste wat ik zie zijn vlekken. Ik hurk neer en veeg met een vinger over de rode vlek die al gestold is. Ik kijk naar mijn vingers die donkerrood zijn gekleurd: een bloedvlek. Net wanneer ik wil rechtstaan, bemerk ik iets tussen de planken. Ik slik en kijk recht in het gezicht van een jongen die in het water drijft. De slagen van de golven tegen de achterkant van het gebouw, laten hem vanonder de planken drijven en ik volg hem met mijn ogen. Wanneer hij helemaal zichtbaar is, leun ik over de rand. Met mijn ene hand steunend op de rand, veeg ik met mijn andere hand het haar uit het gezicht van de jongen. Geen ogen. Lege holtes die me aanstaren. Ik bemerk donkerblauwe plekken rond de keel, wijzend dat het om de vriend gaat van James.

Ik hou mijn adem in als ik geklop hoor. Eerst één klop, al snel gevolgd door een andere klop, deze keer dichterbij. Zonder een bruuske beweging te maken, probeer ik mijn Athame te pakken uit mijn broekzak. Nog geen seconde later voel ik hoe twee handen me recht in het water duwen. Met een plons beland ik in het koude water en ik zwem meteen weer naar het oppervlak en hoor nog net het bulderend lachen van iemand. Ik zwem naar de planken en probeer me op te trekken, wat lastig is met het gewicht van natte kleren. Een koude bries zorgt ervoor dat er een koude rilling door heel mijn lichaam gaat. Voor ik me volledig uit het water kan loodsen, hoor ik weer geklop. Dit maal héél dichtbij. Voor ik kan reageren als ik een gedaante zie, stapt een voet op één van mijn handen. Ik onderdruk een pijnkreet om geen mensen te lokken en klem mijn kaken op elkaar terwijl de tranen in mijn ogen springen. Ik volg de voet naar boven en zie hem. Hoog boven me uittorend, zie ik de Boggart op me neerkijken met een schalkse glimlach. Met zijn hele gewicht gaat hij op mijn hand staan en ik hoor een misselijkmakende krak, gevolgd door een pijn die ik nog nooit eerder heb gevoeld. Ondanks de pijn pak ik met mijn andere hand mijn Athame en steek het in de kuit van de Boggart, wat niet al te slim was. Met een pijnlijke kreet stapt hij van mijn hand, gevolgd door een schop tegen de onderkant van mijn kin. Ik val met een hevige kracht terug in het water en alles begint om me heen te tollen. Alaïs, dit is NIET het goede moment om bewusteloos te raken.

Ik probeer mijn aandacht erbij te houden, maar de pijn van mijn hand maakt het alleen maar erger. Voor ik me ertoe zet om naar boven te zwemmen, zie ik iets glinsteren in het water. Rond de nek van de jongen in het water zie ik een ketting met een infinity loop eraan. Een teken dat me ergens bekend voorkomt, maar van waar weet ik niet meer. Ik begin in ademsnood te geraken, maar bij elke beweging naar boven, wordt de pijn heviger en voel ik mijn zicht weer donkerder worden. Plots komt er een benige hand in het water en trekt me aan mijn arm naar boven. Met een onvoorstelbare kracht wordt ik uit het water getrokken en op de planken geloodst. Ik kijk naar de persoon die me heeft gered.
“In het vervolg ga je nergens meer naartoe zonder mij”, zegt de Wight en hij staat op en geeft me de Athame. Ik glimlach en sta met moeite ook op en steek mijn Athame terug in mijn broekzak.
“Kom, volg me”, zegt hij en stapt over de planken, richting de twee gebouwen waar ik tien minuten geleden nog naar de baai lag te kijken. Ik volg hem en wanneer hij stil staat, wijst hij met zijn vinger naar de planken: “Probleem opgelost alla Wight” Ik slaak een diepe zucht en knijp in mijn neusbrug.
“Was… dat niet de bedoeling soms?”, vraagt hij en ik schud mijn hoofd: “NEE NATUURLIJK NIET! Het was juist de bedoeling dat ik hem ging ondervragen”, kreun ik en er volgt een stilte waar we allebei naar de Boggart kijken die bewegingloos op de planken ligt... onder een grote steen.
“Nou, niets meer aan de veranderen”, zegt hij nonchalant en ik zucht: “Hoe zelfs. Hoe heb je die zware steen zelfs opgetild gekregen.” Hij glimlacht.
“Spieren schatje, spieren”, begint hij en kust zijn dunne armen,
“Hij had zelfs niets door toen ik achter hem stond met die steen. Ik heb hem totaal verrast toen die steen SMAK zijn hoofd plette.” Ik schud mijn hoofd en we draaien ons om om terug te wandelen, maar voor we door de nauwe doorgang kunnen gaan, stoppen we beiden en zien allebei een mannelijke gedaante op het einde van de gang. Door de schaduw van de twee gebouwen, kon je zijn gezicht niet zien, maar de dreadlocks vielen meteen op. De gedaante knipt in zijn vingers en nog geen seconde later is hij verdwenen in een zwarte wolk. Ik kijk verbaasd voor me uit, niet wetend wat er zojuist was gebeurd. Ik kijk naar de Wight die nog voor zich uitkijkt met grote ogen en hij zegt: “Oh shit.”

Reacties (1)

  • Allmilla

    Hehe, wight to the rescue!xD

    4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen