Foto bij H9

Hij pakt dan een naald en draad en begint het nieuwe gezicht op de mijn te naaien. Even later kijk ik in de spiegel en bekijk mijn nieuw gezicht. “Ik bewonder je werk, Victor.”

Alaïs Spiorad pov.

Het is al negen uur ’s avonds wanneer de Wight en ik thuiskomen. Ik stop mijn auto op de oprit en laat de motor draaien.
“Nu, vertel me nog eens hoe je tot het treinstation bent geraakt in mijn auto?" vraag ik en kijk naar de Wight die naast me zit. Hij haalt zijn schouders op en zegt: “Het nieuws had een tijdje gesproken over een spookrijder. De mensen keken me ook soms raar aan, maar ja. Het zijn mensen voor iets hé.” Ik schud grinnikend mijn hoofd: “Wanneer ga je nu vertellen over wie die man was die plots verdween in dat steegje?”
“Waarom zou ik dat moeten weten?” vraagt de Wight onschuldig.
“Je reageerde nogal… geschokt.”
“Onzin, ik ben nooit geschokt, ik was gewoon een beetje verrast.”
“Niet rond de pot draaien.”
“Ik zal het wel zeggen wanneer de tijd rijp is. Ga jij nu maar naar je vriendje in het ziekenhuis toe”, zegt hij en stapt meteen uit voor ik kan zeggen dat het niet mijn vriendje is. Toch voel ik hoe mijn hart sneller klopt als ik aan Carlisle denk. Ik glimlach als ik zijn gezicht voor me zie, maar de pijn in mijn hand verdrijft die gedachte meteen. Ik rij naar achteren en zet dan koers naar het ziekenhuis.

“Wel, wel, wel. Wie we hier hebben”, zegt Carlisle met zijn verleidelijke glimlach als ik door de schuifdeuren kom. Hij staat aan de balie met een vrouw te praten die achter de computer zit.
“Zorg dat de uren nog geregeld worden, Amanda”, zegt Carlisle nog tegen de vrouw en hij stapt dan naar me toe met een glimlach die mijn hart doet smelten.
“Zo, wat heb je nu weer uitgespookt, Alaïs?” vraagt hij en ik grinnik: “Zoals altijd een klein ongelukje. Je kent me toch al wel.” Ik laat mijn hand zien en hij trekt een wenkbrauw op.
“Volg me maar”, zegt hij en hij loopt voor me uit, op weg naar zijn kantoor. Terwijl ik achter hem aan stap, zie ik hoe zijn lange, witte doktersjas achter hem aan wappert en hoe zijn brede schouders bewegen bij elke elegante stap.
“Kom erin en zet je maar neer”, zegt hij en ik stap langs hem door de deur en snuif zijn heerlijke aftershave op. Ik onderdruk een glimlach en ga dan zitten op een stoel voor zijn bureau. Hij pakt mijn hand in zijn koude handen en een rilling gaat over mijn rug, niet wetend of het door de aanraking kwam of door de pijn.
“Hoe heb je het nu weer gedaan.”
“Iemand is op mijn hand gaan staan”, zeg ik eerlijk en hij fronst terwijl hij met zijn vingers over de blauwe plek gaat.
“Ja, daar lijkt het wel op. En waar is dat gebeurd?” vraagt Carlisle en staat op van zijn stoel en stapt naar een kastje.
“Bij het zwembad. Ik wou uit het water komen, maar toen stond er iemand op mijn hand. Vandaar ook mijn natte kleren.” Hij komt naar me toe en gaat weer zitten met een verband. Hij pakt mijn hand vast en met zijn sierlijke, witte vingers begint hij het verband om mijn hand te wikkelen.
“Alaïs, ik heb een vraagje voor je en ik wil dat je die eerlijk beantwoord, oké?” Ik kijk naar zijn gezicht en knik dan.
“De afgelopen weken kwam je vaak terug met blessures en ik maak me er zorgen over. Nu, ik weet dat je verzinsels maakt, maar ik zit met een mogelijke theorie. Alaïs, …is het mogelijk dat je thuis wordt mishandelt?” vraagt hij en kijkt me met zijn helderblauwe ogen aan.
“Nee, maar als je die theorie wilt geloven mag dat best. De werkelijkheid is iets helemaal anders dat eender wie het niet zou geloven”, zeg ik en zijn mondhoeken gaan omhoog.
“Je bent me er eentje, Alaïs”, zegt hij en maakt de windel met een speld vast. Thuis… Ik denk weer aan mijn moeder die me niet meer vertrouwt als ik gewond thuiskom en er dan mee zal dreigen dat we weg moeten gaan. Als ze ziet dat ik weer een blessure heb, krijg ik er zeker van langs.
“Carlisle, zijn er hier toevallig nog ziekenhuisbedden vrij?” Hij kijkt me raar aan.
“Ja, normaal wel.”
“Zou het mogelijk zijn hier even te mogen overnachten? Het is maar voor één nachtje.”
“Ik wist al dat die vraag zou komen. Alice had het al gezien. Je kan bij ons overnachten als je wil, ik denk dat ze alles al klaar heeft gelegd”, zegt hij en ik knik.
“Als dat niet voor teveel problemen zorgt, dan-“
“Natuurlijk niet, kom, dan gaan we. Mijn shift zit er toch al lang op”, glimlacht hij en mijn hart klopt in mijn keel. Wat een man.

Reacties (2)

  • VampireMichelle

    Carlisle is mine
    grrrrr

    3 maanden geleden
  • Allmilla

    Hmm, zou Alice dan ook al niet meer over Alaïs weten met haar gave...?:8

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen