Foto bij H12 - 19 okt.

Hij legt de dekens goed terwijl hij zijn armen om me heen slaagt. Ik sluit mijn ogen.
"Psst, Alaïs."
"Hm-m?"
"Ik verveel me."


Garrett pov. (19 oktober)

Ik stap gehaast door de smalle straatjes van Venetië. Het was 3 uur in de ochtend en de autenthieke straatlampen staan de weg te verlichten, maar het licht bereikt niet alle plaatsen. Ik slaag rechtsaf en kom in een donkere steeg terecht. De hoge huizen met zachte kleuren torenen hoog boven me uit en achter de ramen was het stil en donker. Helemaal verscholen stap ik richting het einde van de steeg als ik plots gelach hoor die de stilte van de nacht doorbreekt. Ik duw me plat tegen de muur van een huis, om te voorkomen dat ik gezien word door een voorbij rennend koppelte. Als ik zeker weet dat er zich niemand meer op de hoofdweg bevindt, ren ik vluchtig naar de overkant van de straat, de gele straatlampen vermijdend. Ik stap dan weer gestaagd verder. Het korte steegje stopt bij een dun kanaaltje met stil water dat de nachtelijke hemel reflecteert zodat het water zwart lijkt met witte stippen. Ik stap naar links en kom op een dun paadje dat niet meer is dan 30 centimeter en ik duw me tegen de achtermuur van een huis aan, om zo het koude water te ontwijken. Als het paadje uiteindelijk wat breder wordt, stap ik naar een gondel en maak hem dan los van de paal waaraan hij was achtergelaten. Eenmaal los, stap ik meteen in en pak het handvat van de houten stok. Ik duw ermee tegen de kant van het huis en laat de gondel van de rand weg dobberen. Wanneer ik in het midden ben van het kanaaltje, steek ik de stok in het water en ga zo verder de nacht in, op weg naar mijn afspraak met Hen.

Terwijl ik me door het water navigeer, geniet ik van de stilte om me heen. Venetië is een stad dat één is met het water en een stad die de geschiedenis goed bewaart. Een stad die me heel nauw aan het hart ligt. Ik kijk naar boven en zie de sterren fonkelen aan de nachthemel. De huizen aan weerszijden van het water waren imposant en bij elk raam stond er een bloembak met bloemen en overhangende groene bladeren, zodat ik af en toe moest bukken. Over mijn hoofd hingen er allemaal draden, zowel telefoondraden als wasdraden. Achter de ramen was het doodstil en was het leeg. De kleuren, geluiden en geuren die overdag te bemerken waren, waren er nu niet meer. In de nacht veranderde alles. Na een paar minuten te hebben gevaren, beginnen mijn gedachten af te dwalen naar mijn vrouw en kinderen van wie ik zo graag hield. Zou ik haar nog ooit uit mijn hoofd krijgen? Wil mijn dochter mij nog wel als vader na alles wat ik gedaan heb? Zou ik haar nog één keer kunnen zien? Ik word meteen opgeschrokken als mijn bootje begint te wankelen. Ik duw me van de kade weg waar ik tegen was gebotst en vervolg mijn weg.

Na meer dan vijf minuten te hebben gevaren, zie ik plots een poort aan de achterkant van een oud huis. Ik stop meteen mijn gondel. Achter de poort was er een trap te zien die onder zeeniveau ging, zonder water erin. Ik meer aan aan de kade en maak hem vast een de tralies van de poort. Ik stap dan uit en klim over de zwaar beschermde poort met scherpe punten en veel sloten, om zo aan de andere kant uit te komen. Ik kijk nog een laatste keer naar de sterren en daal de trappen dan af, die verder en verder de diepte ingingen. Als ik bij de laatste paar trede ben beland, zit ik in een grote ruimte met ramen die het onderwaterleven lieten zien. Voor de rest was alles verlicht met kaarsen en lantaarns. De ruimte was kil en leeg, buiten een paar spinnenwebben die in de hoeken hingen, en werd het hoge plafond van meer dan negen meter gedragen door steunpilaren uit de tijd van de romeinen. Ik loop snel verder door de ruimte. Bij iedere stap wordt de stilte doorbroken en verstoor ik de rust die er was. Ik kom uit bij een grote, metalen deur, bewerkt met bladgoud en echt goud. De twee zwartgeklede wachters die voor de deur staan, gaan dichter bij elkaar, zodat de ingang geblokkeerd wordt.
"Paswoord", zegt één van de wachters met een lage, bulderende stem en ik zeg dan met enige aarzeling: "Bloedmeesters." Ze knikken eerst naar elkaar vooraleer ze de poort openen: "Kom binnen." Ik stap door de deur en kom in de grootste kamer terecht. Ik stap naar het midden van de ruimte en kijk dan de drie Volturi meesters aan die elks op hun troon zitten.
"Ah, hier ben je dan eindelijk", zegt Aro en staat langzaam op van zijn troon.
"Ik hoop dat je meer informatie hebt over jouw familie", zegt hij en daalt de drie treden af zodat hij op gelijke hoogte met mij stond.
"Ja, die heb ik", zeg ik en probeer zo stoer mogelijk door te klinken, ookal wist ik dat ik ieder moment onthoofd kon worden.
"Vertel mij, Garrett. Vertel mij alles", sist Marcus als een slang die zijn prooi nadert en staat ook op.
"Ik hoop dat het nuttig is", zegt Caius en staat op en paradeert naar de twee zwaarden die tegen een muur hingen en glijd met zijn vinger over het scherpe metaal.

Reacties (2)

  • IkOpDeWereld

    Omg ik hou echt van Caius op deze manier

    1 jaar geleden
  • Allmilla

    op weg naar mijn afspraak met Hen.

    Ik dacht echt even dat je het over een 'hen' (vrouwelijke kip) had hahaxD

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen