Foto bij H13 - 20 okt.

"Ik hoop dat het nuttig is", zegt Caius en staat op en paradeert naar de twee zwaarden die tegen een muur hingen en glijd met zijn vinger over het scherpe metaal.

Alaïs Spiorad pov. (20 oktober)

De veel te luide bel gaat en alle leerlingen stormen de school uit. Maandag was altijd al een stomme dag geweest. Edward en ik stappen naar zijn auto terwijl Henry me uitzwaait en verdwijnt in de mensenmassa die richting de straat gaat. Na het ongeval met de Boggart ben ik bij de Cullens gebleven. Carlisle stond erop dat ik nog wat langer bij hen bleef zodat hij mijn hand iedere dag kon controleren, wat er natuurlijk voor zorgde dat ik elke seconde aan hem dacht. Ook Alice liet me niet gaan en bombardeerde me met nieuwe kleren en vrouwenklets. Mijn moeder vond het allemaal niet erg en liet me dan ook met rust, onwetend van mijn kwetsure.
"Je zit weer te piekeren, Alaïs. Wat is het nu weer?", vraagt Edward met een frons en pakt mijn rugzak over om hem dan in zijn auto te leggen.
"Het is niets ergs hoor. Edward, zou je me naar het parlement willen brengen?" Hij doet de deur voor me open met een kleine buiging.
"Natuurlijk, maar enkel als ik ook mee mag." Ik glimlach en stap in.
"Als je persé wilt." Hij sluit de deur met een zelfvoldane glimlach en stapt in: "Op weg naar het parlement dan maar!"

We stappen door de hoge gangen van het impressionante Palace of Westminster. Ook Edward kijkt verbaasd rond: "Ik ben hier nog nooit eerder geweest, hoe weet je de weg zo goed in dit doolhof?" Ik haal nonchalant mijn schouders omhoog en wijs naar één van de vele richtingaanwijzers.
"Ow,", galmt zijn stem door de grote ruimte, "maar dan nog is het precies niet de eerste keer dat je hier bent geweest."
"Nee, klopt", zeg ik en groet een man in een net pak die ons kruist. Meteen klampt hij zijn bundel papieren dicht tegen zich aan en kijkt me met een geschokte blik aan terwijl hij zijn pas versneld. Edward kijkt de man aan en doet dan een spurtje om me bij te houden.
"Ik heb hier een bepaalde reputatie die deze mensen een beetje afschrikt." Edward kijkt me met een grijns aan: "Wat is de oorzaak van die reputatie?" Ik grijns.
"Klachten."

We slaan een hoek om en op het einde van de gang zit een secretaresse achter een groot, houten bureau met aan weerszijden een tropische plant met grote bladeren. Achter het bureau was er een groot raam dat uitzicht bood op de drukke straat zo'n tien meter onder ons.
"Edward, heeft je vader iets gezegd over de besparingen die de minister van financiën wil doorvoeren de laatste tijd?" vraag ik en strijk de kreukels van mijn jas glad, het gesprek van twee dagen geleden herinnerend over de besparingen over MIJN loon. Een klacht extra voor het parlement dus.
"Nee, waarom zouden er besparingen zijn? Het land doet het goed. De welvaart is goed bezig en iedereen is blij."
"En besparingen voor kleine dingen? Zoals een loon van een individu?"
"Zelfs op kleine dingen zouden ze dat niet moeten doen."
"Dat dacht ik al", mompel ik en stop voor het bureau en leg mijn handen op het houten oppervlak.
"Mevrouw Spiorad! Wat doet u hier?" vraagt de vrouw en staat behoedzaam op en zet haar brilletje verder op haar neusbrug.
"Ik kom voor de minister van financiën", zeg ik en stap al richting de grote deur, rechts van mij.
"Mevrouw, hij mag niet gestoord worden! Dat heeft hij mij uitdrukkelijk gevraagd!", roept ze nu en stapt rond haar bureau op haar rode naaldhakken, wat ervoor zorgt dat ze trager is dan normaal.
"Edward, blijf maar hier wachten met die lieve vrouw. Ik kom zo terug", zeg ik en open de deur zonder te kloppen. Voor de secretaresse naar binnen kan komen, klap ik de deur achter me toe en draai de sleutel om die er nog in het slot zat.
"Dag meneer de minister, ik hoop dat ik u niet stoor op deze o zo productieve dag van u?", vraag ik grijnzend en stap verder door de grote ruimte, waar helemaal achteraan een zwart bureau stond. De minister haalt meteen zijn voeten van zijn bureau en legt zijn gsm snel in een lade.
"Alaïs Spiorad", zegt hij, maar de verbazing in zijn stem kan hij niet verbergen. Hoe dichter ik bij hem kom, hoe kouder ik het krijg en hoe zichtbaarder de wolkjes uit mijn mond komen. Ik grijns: als ik het niet wist. Ik stop voor zijn bureau, totdat ik mijn vingers niet meer voel van de koude, en zet mijn handen aan weerszijden van de stapel blanco papieren op zijn bureau. Meteen zit hij gealarmeerd rechtop in zijn bureaustoel van zwart leer en kijkt me met grote ogen aan. Ik glimlach zo onschuldig mogelijk naar hem.
"Vertel me nu eens, hoelang ga jij dit nog volhouden, Sabrina?"

Reacties (1)

  • Allmilla

    "Wat is de oorzaak van die reputatie?" Ik grijns. "Klachten."


    Haha, ik ging plat hiermee hahaxDxDxD

    En huh, is de minister bezeten?:O

    1 jaar geleden
    • IkOpDeWereld

      Beste stukje van dit hoofdstuk

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen