Foto bij H17 - 23 okt.

"Ik zal je wat tijd geven om hierover na te denken, maar als je weigert om achter mijn beslissing te staan, dan zal je afscheid moeten nemen", hoor ik de geest zeggen, maar zijn stem lijkt wel van mijlenver te komen. Voor ik het besef, land ik met een doffe klap op de grond en wordt alles zwart.

Alaïs Spiorad pov. (23 oktober)

Ik open verward mijn ogen. Het zonlicht schijnt in mijn ogen en in de plaats van de harde planken van het café, voel ik een zachte ondergrond. Zoals een bed. Het gepiep van een apparaat rechts van mij dat mijn hartslag weergeeft, geeft aan waar ik me bevind. Het ziekenhuis van Oxford, waar ik al zo vaak ben geweest. Ik wrijf over mijn voorhoofd en kom langzaam met een kreun overeind. Naast de plakkertjes op mijn borst, bemerk ik ook hoe een naald in de bovenkant van mijn linkerhand steekt. Ik volg de doorzichtige draad die aan de naald bevestigd is en zie een zakje naast de linkerkant van het bed hangen met een doorzichtige vloeistof in.
"Zo, je bent eindelijk wakker, pff. Ik dacht al dat mijn spreuk wat te sterk was voor een mens zoals jij, maar blijkbaar niet", zegt de Wight en mijn kaak spant zich op. Hij leunt nonchalant achterover in een stoel bij het voeteinde van het bed en tikt ritmisch met zijn vingers op de armleuning. Naast mij hoor ik het gepiep versnellen.
"Ik hoop dat je wat verder hebt kunnen nadenken. Ik heb je 24 uur gegeven, dus ik zou graag het antwoord willen weten: ga jij nog op zoek naar je vader." Ik zit nu rechtop en kijk hem met toegeknepen ogen aan.
"Ja, en ik zal pas stoppen als ik hem heb gevonden. Je kan me niet nog een keer tegenhouden, Wight." Even zie ik een blik van afschuw in zijn ogen, maar die verdwijnt al snel en maakt plaats voor een misselijkmakende amusante blik.
"Kind toch, ik heb je al eens tegengehouden. Je kunt niets beginnen tegen mij, Jos en ik", zegt hij met een grote glimlach en houdt zijn hoofd schuin.
"Mijn vader en ik zullen weer bij elkaar komen, of je het nu wilt of niet. Een bloedlijn is sterker dan één of andere belofte", sis ik en hij staat met een ruk recht.
"Alaïs Spiorad, je laat me geen andere keus. Ik zal je moeten elimineren."
"E-limineren?", vraag ik verward en kijk ondertussen de kamer rond.
"Is dat niet wat extreem?", vraag ik om tijd te winnen om een plan te bedenken.
"Nee, want je wilt het maar niet begrijpen! Ik zeg niet herenigen en jij zegt 'oh, ik wil weer herenigd worden'!" Ik zie niet ver van me vandaan mij Athame liggen op een stoel, samen met mijn kleren.
"Daarom moet ik je wel elimineren", zegt hij en stropt zijn mouwen omhoog.
"Over mijn lijk", snauw ik en hij pakt de reling van het voeteinde van het bed vast. Tot mijn afschuw zie ik hoe de rand zwart blakert, alsof er vuur word tegengehouden.
"Over je lijk?", begint hij en lacht, "Zo meteen wel ja." Ik kijk haastig verder om me heen: de deur naar de gang is te ver, de schuifdeur naar het terras is toe en de deur naar de badkamer is ook toe. Een spiegel, een stoel, lakens... een vaas.
"En... wat ga je dan juist doen om me uit te schakelen?"
"Ik zal het even uitleggen voor je domme kop." Hij wandelt langzaam naar de linkerkant van het bed, terwijl hij met zijn vinger de matras overtrekt.
"Ik ga je in een diepe, diepe coma brengen, waar je nooit meer uit zal komen. En elke dag kom ik langs en vergiftig langzaam je lichaam. De dokters zullen alle hoop verliezen en ze zetten alle apparaten uit die je dan in leven houden." Hij staat nu naast mij en kijkt diep in mijn ogen.
"Vaarwel, mijn lieve Alaïs", zegt hij nog en ik voel mijn oogleden zwaar worden. Ik adem nog een keer diep in en uit. Ik zie hoe zijn hand richting mijn nek gaat. Oké... nu! Ik trek de naald uit mijn linkerhand en rol naar rechts en val met een klap op de grond. De Wight slaakt een gefrustreerde gil en voor hij over het bed naar mij kan reiken, druk ik op de knop aan de zijkant van het bed en het bed schiet de hoogte in, de weg van de geest tijdelijk blokkerend. Ik trek snel alle plakkertjes van mijn borst.
"Alaïs!" roept hij nu gefrustreerd. Het apparaat dat de hartslag meet, begint een monotoon gepiep te slaan en op de gang hoor ik mensen in paniek roepen, maar ik negeer ze. Ik voel nog altijd de slaap op mijn oogleden drukken en probeer te kruipen richting mijn Athame. Mijn hand laat een bloederig spoor achter en de stoel lijkt wel mijlenver van me weg te staan. Plots voel ik hoe twee handen mijn enkels vastgrijpen en me met een ruk onder het bed proberen te krijgen. Ik slaak een kreet als ik een branderig gevoel op mijn enkels voel en trap in het gezicht van de Wight, die vloekend loslaat. Ik sta recht en voel me duizelig worden.
"Alaïs! Als je nog één vinger verroerd, vermoord ik je hier en nu!"
"Kom maar als je durft, Wight." Hij komt woedend om het bed heen gelopen en ik pak de vaas van het nachtkastje.
"Je bent er zo geweest, mormel" sist hij en ik gooi de vaas naar de geest. Met een luid kabaal komt hij achter hem neer en de scherven glijden over de vloer. Ik hoor voetstappen op de gang. De Wight lacht.
"Dacht je nu echt dat jij mij met een vaas zou kunnen-"
"Nee, enkel afleiden", sis ik en steek mijn Athame tussen zijn ribben. Hij kijkt me geschokt aan. De geest verdwijnt voor mijn ogen in het niets . Het kletterend geluid van mijn Athame die op de vloer valt, overstemt even het geluid van het gedrup van mijn bloederige hand. Ik adem weer diep in en uit en de deur van de kamer wordt opengesmeten.
"Alaïs!" roept Carlisle bezorgt en slaagt zijn armen om me heen op het moment dat mijn benen het begeven.
"Gaat het met je? Heb je ergens pijn? Waarom heb je de plakkertjes-"
"Carlisle... het gaat..."

Reacties (1)

  • Allmilla

    ... Wow, ik had niet verwacht dat die Wight zo gemeen ging worden...:|

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen