Foto bij Hoofdstuk 10: Een Onverwacht Bezoek

Ik knipper een paar keer met mijn ogen en voel na jaren de warmte weer op mijn huid branden. Ondanks dat de zon niet schijnt, ben ik blij met het licht van de vreemde kaarsen die me verlicht. Wat is er in al die tijd dat ik weg was toch gebeurd? Er zijn overduidelijk vele ontwikkelingen die naderden en zijn vergaan, aangezien alles nu veel efficiënter is. Ik kijk eerst naar Lizzy wie helemaal straalt van blijdschap en tevredenheid. Dan richt ik mijn blik op Elramel wie ook een glinstering in haar ogen heeft en dan vliegen mijn ogen naar Geit, wie me ook veel heeft kunnen helpen in het verleden. Dan zie ik een ander meisje. Dat zal Agnes wel zijn, Lizzy's tweelingzus. Meteen denk ik met trieste gedachten aan Robin. Zou zij haar ware ik al hebben gevonden? Zou ze haar hart hebben kunnen volgen? Zou ze nu zijn wie ze altijd al wilde zijn?
'Ik ben blij dat je er weer bent,' fluistert Elramel vol vreugde. Ik knik maar wordt dan overspoelt met pure verdriet.
'Maar Harry!' roep ik. 'Hij kan nu ontsnappen!'
Geit en Elramel wisselen een onzekere blik uit en Lizzy zucht.
'Maar je kan nu wel samen zijn met de Godin der Verdriet.' zegt ze en ik voel verbazin opkomen.
'Nee!' roep ik. 'Ik blijf loyaal aan Jasmijn!'
'Jasmijn ís de Godin der Verdriet.' zegt Geit. 'Die kracht gaf Elramel haar nadat Jasje bijna verdronk in haar eigen tranen!'
Nog meer geluk en warmte vult mijn hart. Jasmijn leeft nog!
'Kan ik naar haar toe, alsjeblieft?' Ik smeek bijna en Elramel gniffelt.
'Morgen, als verjaardagscadeau.'
Ik kan een vreugdekreet niet onderdrukken en ren op Elramel af. 'Dankjewel!'

Ik lig in mijn bed en kan Nova's juichkreet nog steeds horen echoën in mijn oren. Ik ben blij dat ik haar heb kunnen helpen, maar hoe moeten we papa nu helpen? Het is toch zeker niet al te laat voor hem? Wie weet kan Nova toch nog een manier bedenken hem te helpen! Ik kijk naar Agnes wie vredig aan het slapen is en zou willen dat ik dat ook kan. Maar dan schrik ik op van een geluid op de gang. Mijn hart slaat een sprongetje over wanneer ik in paniek denk dat het zo'n zielloos wezen is. Of misschien het monster dat is ontsnapt?! Ik sta op en loop behoedzaam naar de deur. Tot de persoon die erachter staat, klopt. Dit is niet het monster en al helemaal geen zielloos wezen, die kloppen niet. Althans.
Een schaduw die voor het raam staat te kijken. De anderen lijken het niet op te merken aangezien ze allen met hun rug naar het glas staan, maar Agnes en ik zien hem wel degelijk. Het is hetzelfde figuur als ik zag voordat het wezen er was. En met dezelfde grijns.
'Jongens!' gilt Agnes, maar zodra iedereen kijkt, is het verdwenen. Wel wordt er geklopt op de deur.
'Niet opendoen!' roep ik, maar Elramel zucht.
'Wie denk je dat het is? Weer zo'n Zielloos Wezen? Die kloppen heus niet, die stormen gewoon binnen!'
Ze loopt naar de deur en opent hem, maar voor we het weten stroomt er een golf van Zielloze Wezens binnen. Ze vallen ons aan op de meest onhandige manier en ik kan nog net heel hard boven hen uitroepen: 'Ik zei het toch!'

Oh ja, toen onderschatten we ze ook. Voor de veiligheid laat ik mijn Zwaard der Licht verschijnen aan mijn pols, desondanks dat ik weet dat ik het dan een tijdje zal moeten laten zitten. Maar je moet het zekere voor het onzekere leven, toch?
Even twijfel ik nog, maar dan schud ik mijn hoofd en open de deur voorzichtig. Daar staat papa, met natte ogen starend naar de grond. Meteen voel ik mezelf overspoeld worden met medeleven en hij kijkt geschrokken naar mijn hand.
'W-Waar is dat voor?' stamelt hij fluisterend zodat Agnes ons niet hoort.
'Oh,' zeg ik. 'Ik dacht even dat je een Zielloos Wezen was. Aangezien ze de vorige keer wel klopten.'
Hij kijkt me ongelovig aan en ik kan het hem niet kwalijk nemen.
'Laat maar,' zeg ik hoofdschuddend. 'Maar wat is er? Het is middernacht!'
Papa zucht. 'Ik zou me willen verontschuldigen.'
Ik ben met stomheid geslagen.
'Wat? Waarvoor?'
Papa sluit zijn ogen en ik zie een paar tranen ontsnappen uit zijn ooghoeken. 'Voor mijn gedrag. Je moet weten dat het niet mijn schuld is.'
Ik knik. 'Dat begrijp ik. Daar hoef je je geen zorgen over te maken.'
'En Aggie?'
Ik kijk naar mijn zus. Ze slaapt als een roos, als we haar nu wakker maken vermoordt ze ons waarschijnlijk.
'Zij net zo goed. Ze weet dat je je best doet, dat is genoeg voor haar.'
Ik geef hem een dikke knuffel maar zie dan de ware reden dat hij kwam. Hij duwt me weg en gebaart mee te komen naar zijn kamer zodat we Agnes echt niet zullen wekken. Hij sluit de deur en doet de lamp aan. Nog meer tranen biggelen over zijn wangen en zijn gezicht is lijkbleek. Ik weet niet of het komt door het parasiet of door iets anders, maar het is duidelijk dat hij dit alles niet leuk vindt.
'Ja!' zegt hij iets harder. 'Ja! Ik wil dit niet meer Liz! Waarom ik?'
Hij loopt naar de dichtstbijzijnde spiegel en kijkt erin zodat het probleem zichtbaar is voor mij. Er heeft een soort bult zich gevormd op zijn rug. Het tweede symptoom.
De tweede zichtbare symptomen in het uiterlijk is dat het parasiet van binnen naar buiten zal gaan: naar de rug om precies te zijn. Later zullen ook uit dit stuk van het lichaam vier poten groeien die exact lijken op de poten van een spin.
Het parasiet heeft zich nu al helemaal laten zien. Ongelofelijk, wat een monster is dat "dier"! Waarom doet het andere organismen dit aan?
'Rustig pa,' probeer ik hem gerust te stellen. 'Zo erg is het niet.'
'Zo erg is het niet?!' roept papa woedend. 'Natuurlijk wel!'
Hij draait zich naar me om en zijn ogen zijn gevuld met vuur.
'Dit is verschrikkelijk!' schreeuwt hij. 'Ik heb hier nooit om gevraagd en toch gebeurt het mij! Wat heb ik het leven ooit misdaan dat het mij dit aan doet?'
Een waterval van tranen vervolgen en ik kan zijn verdriet voelen. Het onweert buiten nog steeds en dan horen we de deurbel beneden. Vanuit mijn kamer hoor ik een bed kraken. God, Agnes is wakker. Ik loop snel naar haar toe en sluit de deur en doe de lamp uit zodat ze denkt dat papa nog slaapt.
'Hey zussie,' zeg ik.
Agnes' ogen zijn vol angst. 'Denk je dat het de wezens weer zijn?!'
Ik durf niks te zeggen en pak mijn zus haar arm vast wanneer ik een onheilspellende stem hoor van beneden.
'Gaan jullie soms niet open doen?'

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    Ik heb zoveel medelijden met die vader! Hij verdient zoveel beter!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen