Set It Off

Het spijt me voor dit "aparte" hoofdstuk, het is erg moeilijk zinnen in een tekst te verwerken, maar ik doe mijn best! Het is ook misschien een beetje te lang, maar toch hoop ik dat je zal genieten.

De wekker laat me ontwaken uit mijn mooiste dromen, naar de wereld vol met mijn grootste nachtmerries. Vermoeiend sta ik op en al gauw hoor ik stemmen van beneden. Lisa en Dave zijn weer eens aan het bekvechten. Het is zeven uur en de zon is nog niet opgekomen. We wonen op een oud boerderijtje aan de rand van het bos, alleen zonder dieren. We gaan altijd met zijn vieren naar school tegelijkertijd, ook als je tweede uur hebt, voor het geval er iets gebeurd of iemand gewond raakt. Zuchtend sta ik op en kleed me aan. Vandaag draag ik een zwarte joggingbroek en een paarse trui, oftewel: de kleding die ik normaal ook aan heb. Ik pak mijn mobieltje dat op mijn nachtkastje ligt en loop naar beneden. Daar hoor ik ze dan schreeuwen, terwijl niemand ingrijpt.
'Jij denkt ook echt altijd weer aan je kleren? Oh nee, mijn shirt is gekreukeld! Oh nee, mijn broek heeft een vlek! Hoor je mij ooit zeuren?'
'Ten eerste: dat is niet waar! Ten tweede: ik draag nooit broeken, enkel rokken en jurken. Ten derde: ja, over je motor die door de modder is gegaan, heb je jezelf nooit gehoord?!'
'Natuurlijk wel! Ik heb tenminste wél oren!'
'Dat slaat helemaal nergens op! Compleet nergens op!'
Ik zie dat Dave op het punt staat zijn mes tevoorschijn te halen, maar dat letterlijk niemand er iets om lijkt te geven, behalve Lisa zelf dan, aangezien zij hetzelfde doet. Papa is op de bank de krant aan het lezen terwijl mama aan het zappen is op de televisie en Sam een spelletje op de laptop aan het spelen is. Dan zie ik dat mijn broer en mijn zus op elkaar afspringen met het mes in de lucht geheven. Angst grijpt me bij het hart en instinctief kom ik tussen beiden.
'Stop!'
Dat lijkt iedereen wel op te merken en meteen kijken ze me woedend aan.
'Bemoei je er niet mee!' gilt Lisa ziedend.
'Steek je neus niet in andermans zaken!' snauwt Dave. Nou, op z'n minst ruziën ze niet meer met elkaar, toch? Papa staat op en loopt naar me toe.
'Waar sloeg dat nou op?!' sist hij. 'Vertel me, waarom deed je dat?!'
Een storm van razernij woedt zich in mij terwijl ik met brandende ogen naar mijn vader kijk.
'Omdat jullie dat duidelijk niet van plan waren te doen!' roep ik.
'Inderdaad, omdat het leven soms nou eenmaal zuur kan zijn. Dat had je geweten als je ons zou gehoorzamen en de zwakken van de pijn zou verlossen in plaats van je druk te maken over bloed.'
Ik zucht geërgerd. 'Dit is niet te geloven! Jullie stalken jullie prooi met criminele gedachten en stoppen jullie tanden in de mensen waar jullie van afhangen. Jullie zijn de problemen hier! Niet ik! En jullie steken iedereen aan ook nog!'
Zonder verder nog iets te zeggen, loop ik naar de keuken en ga ik ontbijt maken.

Zodra iedereen er klaar voor is, pakken we de fiets en gaan we er van door. Iedereen is duidelijk nog steeds boos op me, maar de eerste wie iets zegt, is Sam.
'Waar heb jij toch zo'n probleem mee? Mensen zien lijden is toch leuk!?'
Ik kijk hem geschokt aan en zucht geërgerd. 'Jullie zijn monsters! Maar weet je wat?! Misschien veranderen jullie wel.'
Ze kijken me allebei verbijsterd aan. 'Jullie hoeven enkel jullie slechte wegen op te geven en jullie hebben een mooi leven! Zorg ervoor dat anderen je vergeven en start een nieuw begin! Misschien zien jullie dan wel al de fouten die jullie hebben gemaakt en kunnen jullie opnieuw beginnen!'
Maar in plaats van iets te zeggen, of het simpel af te wijzen, lachen ze me gewoon uit!
'Ach, wie hou ik voor de gek?' murmel ik. 'Laten we niet overijverig worden! Jullie waren altijd al klootzakken! Als het zou kunnen, zou ik jullie vermoorden, maar ik ben niet zoals jullie zijn! Brand lekker in de hel!'
Razend fiets ik harder en haal ik ze in. Ik laat ze achter me terwijl ik ze nog steeds kan horen grinniken. Stelletje idioten.

Wanneer ik op school ben aangekomen, rent Lily vrolijk op me af en geeft me een dikke knuffel.
'Annie!' zegt ze met een hoog stemmetje. 'Gelukkig ben je er! Raad eens wie net naar me toekwam!'
Lily heeft lange, zwarte haren en helderblauwe ogen. Ze heeft autisme en veel mensen pesten haar daarom ook. Dit jaar kwam ze bij me in de klas; de vorige vond ze niet fijn. Ik ook niet, maar ik word overal wel gepest: ik zit hier met mijn familie, dat is al erg genoeg. Nadat we elkaar leerden kennen, ontdekten Lily en ik dat we goede vrienden werden en sindsdien staan we altijd voor elkaar klaar.
'Ik denk dat jij me dat zo gaat vertellen,' antwoord ik, wetend dat ze het zal doen.
'Sarah!' Veel mensen hier omschrijven Sarah als de nerd van de school. Ze zit in een andere klas, maar wel ook de tweede jaarlaag. Ze heeft blonde haren met blauwe en roze plukken en blauwe ogen. Lily vindt haar heel leuk en wil haar eigenlijk vragen voor verkering; alhoewel, eerst een vriendschap, maar dat is er stiekem al. Sarah is ook een beetje paranoia, maar ik mag haar. 'Ze vroeg me of ik naar de bieb wilde komen na de lessen!'
'Dan moet je zeker gaan.' zeg ik met een glimlach en de bel gaat: klaar voor de eerste les.

Nu heb ik alleen nog muziek te gaan: te gek. We hebben enkel stom huiswerk opgekregen en nu is het gelukkig pauze. Als ik deze laatste les afrond zonder problemen, kan ik naar huis. Niet dat dat beter is, maar je begrijpt wat ik bedoel. Helaas, te vroeg gejuicht. Want ik kan mijn grote zus al heupwiegend op me af zien lopen.
'Hey, zussie!' roept ze. 'Pas op, hè, thuis. Je grote broer en ik zijn er niet om je te beschermen.'
Ze neemt een trekje aan haar sigaret en kijkt me aan met duivelse ogen.
'Dat trek ik in twijfel.' zeg ik.
Ze begint heel hard te lachen en loopt dan weer weg. Het is niet aardig om te zeggen, maar Lisa is en blijft een kleine slet. Wees altijd sceptisch als het gaat om haar alibi's! Het zijn slechts trucs. Ze zou je zo alleen achterlaten in een vieze rivier, om te sterven.
Nogmaals gaat de bel en ik sta op; klaar om naar het lokaal te gaan. Omdat bij de kunstvakken de klassen altijd opsplitsen, zit ik nu niet meer bij Lily. Helaas ook niet bij Sarah, want die twee zitten bij elkaar. De laatste die er van mijn klas bij zit is Zack. Zack en ik waren vroeger de beste vrienden, maar nu is hij een pestkop. Hij heeft blonde haren en donkere ogen. Hij is, samen met mijn grote broer, ook een van de populairste jongens op deze hele school. Toen we zes waren, waren we heel close samen. Tot papa iets deed wat ik hem nooit heb kunnen vergeven. Hij vermoordde Zacks ouders. Niemand heeft het "mysterie" over hun dood kunnen oplossen, behalve degene die ervan af wisten. Onze familie dus. Omdat Zack toen nog maar zes was, had hij geen plek meer om te wonen, dus bood mijn familie onderdak aan. We hebben een gigantisch huis: een begane grond, met de woonkamer, de keuken, de eetkamer, de garage en een kamer met de computers en andere technologie. Hier doet papa dan ook wel eens dingen in elkaar zetten en zo. Uiteraard bevindt hier zich ook een wc en een plek voor jassen en schoenen. De eerste verdieping is waar mama en papa slapen, de eerste badkamer en drie extra kamers. Een daarvan is gewoon helemaal leeg, de anderen zijn logeerkamers. Op de tweede verdieping slapen wij, dus dat zijn vier slaapkamers en een badkamer. Ook hebben we nog een kelder en een zolder, waarvan ik de zolder mocht inrichten en de kelder voor de rest was. Zack sliep toen dus in een van de logeerkamers. Papa voedde hem op op de zelfde manier als dat hij ons opvoedde, samen met mama natuurlijk: als een crimineel. Hij sloeg ons niet hoor, alleen leerde ons wel hoe we dat moesten doen. Hoe je een moordenaar moet zijn. Op zijn tiende, vertelde hij hem over dat híj zijn ouders vermoordde, maar Zack vond het alleen maar leuk. Hij noemde zijn bloedeigen ouders watjes. Mijn vader gaf hem een huis aan de rand van de stad, zodat hij niet meer bij ons hoefde te wonen. Hij zei dat hij ondanks alles mijn vriendschap dankbaar was, maar ik vertelde hem dat ik hem nooit meer hoefde te zien. Dat ik geen vrienden wil zijn met een misdadiger. Ik verwachtte toentertijd een kalme reactie, maar integendeel: hij was ziedend. Ik kan me zijn woorden nog steeds herinneren...
"Laat me dan zien wat jíj rechtvaardigheid vindt! Terwijl je je leugens verteld als een soort tweede natuur! Luister naar me, onthoud deze woorden! Jij zal boeten!"
Uiteraard schreeuwde ik terug, de woorden die hij vanaf dat moment nog steeds onthouden had. "Ik snap niet dat jij makkelijk kan slapen! Je denkt echt alleen maar aan jezelf! Karma zal je schuld ophalen, let op mijn woorden!"
Nu ben ik zijn vijand voor het leven, maar hij lijkt dat nog steeds niet in te zien.
'Nou jongens, als ik jullie was zou ik maar beter jezelf gaan verstoppen en gaan rennen!' zegt de muziekleraar met een humoristische twinkeling in zijn ogen. 'We gaan een liedje bedenken dat gebaseerd is op een klassiek nummer. We zijn maar met elf kinderen, dus maakt dat het maken van de groepjes voor mij lekker makkelijk.'
Terwijl met twee of drie vingers ons aanwijst, zegt hij er "betekenisvolle" woorden bij: "Fee fa fo fum."
Te gek, ik zit met Zack. Terwijl we afgezonderd van de anderen zitten, zodat zij ons niet kunnen horen, kijkt hij me aan met sluwe ogen.
'Toch is het ons twee weer, nietwaar?'
Ik wil mijn schrift pakken, maar krijg een papiersnee wanneer ik hem open wil maken. Kreunend van pijn breng ik mijn bloedende vinger naar mijn mond om hem een beetje schoon te maken.
'Ach, wat schattig.' zegt hij met glinsterende ogen. 'Ik ruik het bloed van een kleine lafaard. Zullen we ons bloed delen?'
Ik weet al waar hij naar toe wil, maar weiger.
'Bedrog is zo natuurlijk voor jou.' zeg ik zacht. 'Jouw glimlach is slechts geschilderd goud, want een wolf in schapenkleren is méér dan een waarschuwing.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen