Melanie Martinez
Alvast gelukkig nieuw jaar!

Zack draait met zijn bruine ogen en kijkt me sluw aan.
'Als je wil, snijd ik je in stukken en maak ik een lekker dineer voor ons. Je hebt het eind behaald, jij bent de winnaar.'
Nu ben ik degene die met mijn ogen draait, alleen zonder grijns.
'Je hebt wel erg zin erin, hè?'
Hij probeert zijn arm om me heen te slaan, maar ik sla hem weg.
'Zullen we gewoon aan het werk gaan?' zucht ik en hij haalt flirterig een van zijn wenkbrauwen op.
'Oké,' zeg ik zijn reactie negerend. 'Welk liedje wil jij? Welk klassiek nummer vind jij mooi?'
Hij haalt zijn schouders op. 'Niks is mooier dan jij.'
Ik geef hem stilte als antwoord, wat hem nog meer redenen geeft door te gaan.
'Laat me je meenemen voor een ritje, misschien heb ik wel iets lekkers voor je.'
Het is duidelijk dat hij de boventoon wil voeren, maar ik weiger hem dat te laten doen.
'Maar weet je wat? Laten we eerst werken.'
Hij neemt de woorden uit mijn mond, maar misschien is dat ook maar beter ook. Ik heb geen zin hem uit te leggen dat we het nu moeten doen. Zo blijft de opdracht voor hem niet veronachtzaamd.
'Weet je welk liedje ik heel mooi vind?' murmel ik, denkend aan het verhaal erachter. 'Dans Macabre.'
Hij kijkt me begrijpend aan. 'Het is ook mooi, vooral de naam. Wist je dat Dans Macabre letterlijk Dodendans heet?'
Ik knik verbaasd, niet wetend dat hij zoiets zou weten. Ik bedoel, hij is niet dom hoor, maar bijna niemand in deze stad is daar in geïnteresseerd! Misschien is er toch een profijt aan samenwerken met mijn oude vriend.
De samenwerking ging zo slecht nog niet; we gingen tactisch te werk. Eerst verzamelden we alle informatie die we wisten, daarna bedachten we goede zinnen die we eventueel in een liedje zouden kunnen stoppen. Nu is het tijd om naar huis te gaan, waar ik nog niet echt zin in heb.
Zodra ik om het hoekje ben waar nog niemand verder is omdat wij de enige klas zijn die nu uit zijn en iedereen al weg is. Althans, bijna iedereen.
'Annie!'
Ik draai me om wanneer ik Zack zie naderen en meteen loop ik verder alsof ik hem over het hoofd heb gezien. Maar in plaats van mijn aandacht nog een keer te trekken, rent hij achter me aan en iets in me zegt dat hij niet zal stoppen. Hij pakt mijn hand en zegt woorden die hij overduidelijk gebruikt om me te versieren.
'Ik hou ervan als je ademt, ik hoop dat je me nooit zal verlaten.'
'Ik trap daar niet in,' snauw ik. Hem kennende is hij hier niet om de banden aan te halen, waarschijnlijk wil hij dat ik een boodschap doorgeef aan mijn vader of iets dergelijks. Daar wordt ik tegenwoordig voor gebruikt.
'Tikkie,' zegt hij. 'Jij bent hem.'
'Is dit een grap?!' roep ik verbijsterd, maar al gauw heb ik geen kans meer om er verder iets op in te brengen, want hij drukt zijn lippen tegen de mijne. Hij heeft zijn ogen gesloten, maar ik heb de mijne wagenwijd open. Eerst dacht ik dat hij dat nooit zou doen, want dit heeft hij bij iemand nog nooit gedaan. Natuurlijk heeft hij genoeg meisjes gekust, maar dan heftiger en gevoellozer. Zal hij dan toch anders zijn dan ik vooringenomen had? Zoals papa hem leerde hoe hij de zwakken moet verdrijven, leerde mama hem ook genoeg dat zij vond dat hij later zou moeten gebruiken. Ze vertelde hem om het beste meisje te pakken en blijkbaar ben ik dat. Zodra hij me loslaat, kijkt hij me nog eens speels aan en mompelt iets.
'Ienie Minie Mainie Mo, ik kan je huid nog steeds proeven aan mijn tanden.'
Hij draait zich om en loopt naar zijn fiets. Nog een laatste keer richt hij zijn bruine ogen op me en glimlacht. 'Dit blijft ons geheimpje, toch?'
Ik kan niet antwoorden. Ik kan niet praten. Dat kleine beetje gif in mij, dat kleine beetje lef, is gewoon weg. Verdwenen.
'Zie je morgen.' zegt hij met een knipoog en hij vertrekt. Ik ben in de wolken.
Ik pak mijn fiets en ga, maar niet naar huis. Maar naar het bos naast ons huis. Ik plaats mijn fiets wel in de tuin, maar weiger naar binnen te gaan. Ik neem een sprintje het woud in, om te voorkomen dat papa of mama me ziet. Ik ga wandelen en denken. Waarom zou hij me nou kussen? Er zijn zoveel betere meisjes dan ik! Misschien probeert hij hiermee ergens de rem op te zetten? Is er iets wat ik over het hoofd zie? Heel misschien wilt hij dat ik hem iets vertel morgen. Wil hij iets boven de tafel krijgen. Misschien over zijn ouders? Of is hij iets geheimzinnigs aan het beramen... Er is wel iets wat ik moet zeggen, iets wat ik moet toegeven, iets wat onontbeerlijk is. Het was nog niet zo zeer verkeerd, toch? Het was zelf wel oké! Maar nee, nee Annie. Je moet het aan de kaak stellen! Je kan niet zomaar een meisje op de lippen kussen! Dat hoort gewoon niet! Hij doet het bijna iedere dag met ieder meisje, dus waarschijnlijk was dit net zoiets! Indien hij het morgen weer wil doen, moet ik eerst vragen waarom. Het is stom om te zeggen, maar als het gaat om zoenen en kussen, treft mij geen blaam. Per slot van rekening zet deze actie van hem toch geen zoden aan de dijk? Zou iemand me kunnen horen? Ik ben diep onder de grond, in plaats van hoog in de lucht. Ben ik tegen mezelf aan het praten? Waarom zou hij dit doen?! We hebben een hele erge woordenwisseling gehad, dat bleef niet in mijn koude kleren zitten. En dan doet hij dit! Waar slaat het op?! De laatste keer dat we elkaar erover sproken, noemde hij het een kleine discussie. Hij gebruikte een eufemisme voor iets wat me ongelofelijk veel pijn heeft gedaan! En hoe heeft hij dit ook bedacht? Heeft hij dit met iemand anders gefingeerd? Of is dit slechts wat hij wilde doen?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen