Skillet

Dit is de plek die niemand ziet en ik wil hem dan ook niet laten zien. De duisternis over mij en over mijn familie. Gewoon de wereld die ik ken. Maar ik kan er niet meer tegen. Deze duistere plek ken ik al jaar en dag, maar niet alleen ik ben zichtbaar hier. Iedereen van mijn familie loopt hier rond. Iedere Fantom. Het is een plek zonder licht. Een plek zonder liefde. Enkel met haat en pijn. En zij genieten er van.
'Annie!' Sams stem haalt me uit mijn gedachten. Hij komt aanlopen met een meisje van zijn leeftijd. Ze heeft lange, zwarte haren en donkere ogen en ze zit met lood in de schoenen. Sam houdt een mes tegen haar nek en ik zie de tranen langs haar gezicht lopen terwijl ze me smekend aan kijkt.
'Mooie vangst, nietwaar?' grinnikt Sam. 'En haar ouders zitten goed in de slappe was.'
De dennen tekenen achter hem en ik zie ook mijn broer en zus iemand neersteken en mishandelen. Ongelofelijk dat dit mijn familie is. Ze hebben plezier van de pijn. Als antwoord knik ik enkel, teleurgesteld in mezelf dat ik niks ertegen kan doen. Eigenlijk is dit enkel een nachtmerrie, maar als je gewond raakt in deze wereld, raak je dat ook in je bed. Ze zijn slechts ongelukkige slachtoffers. Met veel geweld gooit Sam het arme kind op de grond en gaat op haar rug zitten en pakt haar hand om haar vingers hard uit elkaar te trekken. Het enige nadeel is dat ik die pijn ook voel. Het klinkt raar, maar als ik mensen die pijn lijden, voelt het alsof ik diezelfde pijn voel. Ik voel een traan uit mijn ooghoek ontsnappen en schrik op als ik Lisa hoor roepen terwijl ze het levenloze lichaam van een twintigjarige man achter laat met gebroken botten en al.
'Ben je nou aan het janken!?'
Woedend draai ik me om terwijl ik niet kan geloven dat ik bloed deel met die monsters.
'Annie.' Papa loopt van voor me naar me toe, maar ik ontwijk zijn blik en loop gewoon verder. In tegenstelling tot zij, reik ik naar het licht van binnen.


Ik open meteen mijn ogen en kijk naar de klok. Half zeven, zo erg is het denk ik niet om al naar beneden te gaan. Men zegt altijd dat pijn alle wonden heelt, maar als je dingen ziet zoals ik doe, dan weet je dat dat gewoon bullshit is. De dingen die je ziet daar zal je nooit meer vergeten. Er wordt onnodig bloed vergoten omdat zij het leuk vinden. Omdat de oudere leerlingen vandaag vrij zijn, liggen Lisa en Dave nog steeds in bed. Wat mij betreft blijven ze daar nog. Ook Sam is nog aan het slapen: vast aan het genieten van de geur van bloed. Geen idee hoe iemand zo wreed kan zijn.
De traptreden kraken gelukkig nooit bij mij, dus kan ik de anderen zo ook niet wakker maken. Zodra ik eenmaal ben aangekomen op de begane grond, pak ik alles bij elkaar om mezelf voor te bereiden voor school. Gelukkig hebben we vandaag een kort dagje, enkel Sam moet langer op school blijven vanwege huiswerkbegeleiding. Arme Sam, maar dat verdient ie ook wel na het folteren van een onschuldig persoon. Het voelt alsof niemand er wat om geeft, dus waarom zou ik nog steeds kunnen ademen?

De enige drie lessen die we moesten volgen zijn over en nu kan ik weer naar huis. Althans, niet naar mijn eigen huis. Samen met Patrick en Jason, twee goede vrienden van me, heb ik afgesproken bij een oude opera aan de andere kant van de stad. Het is wel lang fietsen, maar het is de moeite waard. Per slot van rekening is de route heel mooi langs het kanaal en daar ligt dan ook de Opera House zelf. Het ligt aan een weg die nu bijna nooit meer wordt gebruikt door chauffeurs aangezien je ook de snelweg kan gebruiken en je daar meestal enkel komt voor een bezoek aan de bewoners van de huizen of als je er zelf woont. Hetgeen wat alles nog beter maakt: het spookt er. Patrick en Jason zijn paranormal investigators en ik ga ze helpen. Maar eerst ga ik nog met Zack praten. Ik had hem vanochtend gesproken en gezegd dat ik hem moest spreken onder vier ogen, zijn antwoord was dat ik bij het hoekje moest wachten. Zodra ik aankom, zie ik hem met een sigaret in zijn mond. Gadverdamme, ik haat die geur. Gelukkig gooit hij hem meteen weg als ik aankom. Best gevaarlijk, zou ik denken, maar ik reageer er nu even niet op. Hij loopt naar me toe, maar ik hou mijn handen beschermend voor me.
'Ik ben beschadigd vandaag,' waarschuw ik hem. 'Dus waag het.'
'Ach,' zegt hij glimlachend. 'Jij hebt een brede rug, dat staat als een paal boven water. Maar waar wilde je het over hebben?'
Het is niet makkelijk mezelf zo te moeten openen, dat moet ik zeggen. Maar ach, ik moet het weten.
'Waarom deed je, je weet wel, gister.'
Hij glimlacht en gaat hangen tegen de muur. Zijn ogen glinsteren plezierig en de grijns op zijn gezicht geeft me een vreemd gevoel, maar niet onbehaaglijk. Het geeft me om de een of andere reden een warm gevoel...
'Mag ik niet gewoon de liefde van mijn leven een zoen geven?' vraagt hij een sluwe blik in zijn donkere kijkers.
'In dat geval heb je wel erg veel liefdes van je leven.' snauw ik. 'Je geeft bijna ieder meisje van de tweede wel een zoen! Inclusief tong!'
Meteen wordt hij zo rood als een tomaat. Ik weet dat ik hiermee dichterbij de rand sta, dichterbij de rand van gepest van hem. Maar ik kan het niet helpen, ik kan er niets aan doen. Het is waar! Iedereen weet het, iedereen heeft het wel eens gezien!
'Nou?!' dring ik aan. Hij slikt een keer hoorbaar en sluit ongemakkelijk zijn ogen.
'Luister,' zegt hij. 'Dat is anders, oké? Ik hou niet van hen zoals ik van jou hou.'
'Ja, ja.' antwoord ik ongelovig. 'Ik ken je langer dan vandaag, je zal de klok luiden, maar niet schaften. Ik trap er heus niet in.'
Hij opent zijn ogen keer en kijkt me schuldig aan.
'Als ik dat niet zou doen, zouden ze iets verdenken, denk je ook niet? Ik zou mijn reputatie bovendien graag behouden. Maar als je dat niet meer wil, vertel me dan wat ik wel zou moeten doen. Ik zou mijn huid voor jou pellen, ik ben nu toch al aan je blootgesteld. Ik zou je vasthouden, dus reik je hand maar uit.'
Ik sta aan de richel, dus waarom zou ik terug gaan? Red me uit deze waanzin. Vannacht gaat het vast nog erger worden. Dus red me dan maar ook deze nacht, desondanks dat ik weet dat niemand dat zou kunnen doen.
'Waar wacht je nog op?' vraagt hij vriendelijk, maar ik schud mijn hoofd; ik wil geen zuur opbreken. Maar toch lijkt hij dat ook niet te willen, de ogen zijn de spiegels der ziel en de zijne stralen enkel liefde uit. Zal hij me toch niet verraden?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen