Foto bij Scar 144

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
'Jij gaat morgen nog meer hoofdpijn hebben dan ik,' zegt ze en het laatste wat ik nog mee krijg is dat ze een kus op mijn hoofd drukt en de badkamer in verdwijnt. 'Fijne verjaardag, liefje.'

Wanneer ik de dag erna wakker word, vermoed ik inderdaad dat ik meer hoofdpijn heb dan Paige. Naast mij is het bed al leeg, en het matras voelt naast me ook vrij koud, dus ik concludeer dat Paige al een tijdje wakker is. Ik geef me heel even de tijd om wakker te worden, en daarna geef ik me nog heel lang de tijd om wakker te worden, maar uiteindelijk weet ik mezelf overeind te sleuren en aan te kleden.
Ik strompel als een zieke de slaapkamer uit, naar de woonkamer. Paige staat in de keuken en schenkt net wat vruchtensap voor zichzelf in. Zodra ze me hoort, vindt haar blik mijn gewonde gestalte en in een zorgvuldige flits neemt ze zich in me op, alsof ze even snel wil controleren of ik er niet heel erg aan toe ben.
'Goedemiddag, liefje,' zegt ze.
Het voelt alsof ik een plens water in mijn gezicht krijg en ik staar haar perplex aan.
'Sorry, middag?' vraag ik.
Ze wijst naar de klok, die aangeeft dat het tien voor één is, en knikt.
'Middag.'
Ik haal een hand door mijn haar en knijp mijn ogen dicht, ook al helpt dat maar tijdelijk tegen de hoofdpijn. Wanneer ik ze weer opendoe, heeft Paige een tweede glas ingeschonken en voor mij op het aanrecht neergezet.
'Hoe voel je je?' vraagt ze.
'Alsof ik een hele, hele, hele erge kater heb,' kreun ik vermoeid.
Ze knikt en haalt haar telefoon uit haar zak.
'Ik app Hailey even dat je weer wakker bent,' zegt ze terwijl ze op haar scherm begint te typen. 'Je hebt me laten schrikken.'
Een tweede plens water.
'Wat?' stamel ik. 'Hoezo?'
Ze verstuurt het berichtje, stopt haar telefoon terug in haar zak, en zoekt even naar woorden. Mijn blik ontwijkt ze.
'Je... Het was heel raar. Je leek helemaal niet dronken. De hele dag niet. En toen gingen we naar bed. Zelfs toen leek alles helemaal prima. Het leek alsof de alcohol helemaal geen effect op je had. Je droeg me zelfs naar de slaapkamer - onder mijn luid protest, uiteraard - en zelfs dat leek moeiteloos te gaan. Alles ging goed.' Ze bijt even op haar lip en kamt met haar vingers door haar haar. 'En toen... niet. Van het een op het andere moment praatte je heel slepend, met dikke tong. Je viel gewoon neer op het bed en reageerde nergens meer op. Je viel gewoon in slaap en... en ik dacht er eigenlijk niets van. Het was vreemd, maar niet zó vreemd. Ik ging gewoon douchen, en terwijl ik onder de douche stond... begon ik me ineens zorgen te maken. Het was wel heel erg uit het niets, en je was ook gewoon in één keer buiten westen. Het voelde niet goed, dus ik kwam onder de douche vandaan en ik belde Hailey, om te vragen of zij zich ook raar voelde of zoiets. Zij voelde zich prima, en toen ik alles uitlegde kwamen ze toch nog eventjes langs om te kijken wat er mis was, waarschijnlijk omdat ik gewoon heel erg van slag klonk. Ze heeft je heel even onderzocht. Reflexen en hartslag en ademhaling en vochtgehalte en zulke dingen, maar alles was in principe oké. Waarschijnlijk kwam het doordat je de laatste tijd minder was gaan drinken en je alcoholtolerantie naar beneden was gegaan. En Marco zei dat je dat wel vaker deed, toen jullie nog jonger waren. Dan had je veel gedronken en dan leek je het ene moment helemaal oké en het andere moment stortte je in. Maar ik... ík had het nog nooit meegemaakt. En je... je werd niet wakker.' Ik zie ineens dat haar ogen vochtig worden, en er breekt iets van angst door in haar stem. Ze praat een beetje bevend. 'Je werd maar niet wakker. We hebben geprobeerd om je wakker te maken, gewoon voor de zekerheid, maar je werd maar niet wakker. En Hailey zei dat het niet zo'n groot probleem was, tenzij je morgen rond een uur of twee 's middags nog niet wakker zou zijn. En dus gingen ze weer weg, want het was niet zo'n probleem, maar ik... maar ik bleef daar bij je en... en... je hebt geen idee hoe eng dat was, Nathan. Je werd maar niet wakker en ik heb de hele nacht en ochtend naast je gelegen, bang dat je opeens op zou houden met ademen of zo. Ik ben pas rond een uur of twaalf uit bed gegaan, gewoon omdat ik te bang was dat er iets mis zou gaan en ik het dan niet zou merken. Nathan, je werd maar niet wakker. Wat ik ook deed.'
Ze veegt verwoed een traan van haar wang en ik neem haar snel in mijn armen.
'Hey, liefje. Het is oké. Ik ben oké. Gewoon een kater,' zeg ik en ik druk een kus op haar haren.
Ze vecht ertegen. Ze vecht er heel hard tegen. Maar toch begint ze te snikken, uiteindelijk.
'Je werd maar niet wakker,' jammert ze. 'Je werd maar niet wakker.'
'Ik ben nu wakker,' beloof ik haar en ik strijk troostend over haar rug.
'Ik heb Hailey wel twintig keer gevraagd of je vergiftigd was,' snikt ze, en ik voel een verwarde frons mijn gezicht op kruipen. 'Wel honderd keer. Ik... Ik... Het is... Mijn vader gebruikte een speciaal soort vergif en... en wat het met je deed leek heel erg op wat er met jou gebeurde. Het ene moment is alles prima, en het andere moment stort je in. E-En... Je werd maar niet wakker.'
Ik slik en knijp even mijn ogen dicht, probeer door de kater heen te functioneren.
'Het is oké, liefje. Ik ben oké. Gewoon een beetje te veel gedronken,' stel ik haar gerust en ze knikt snel, alsof ze het zo zelf ook kan geloven.
Ze maakt zich van me los en haalt een paar keer diep adem. Wanneer haar blik heel even langs de mijne veegt, lijken haar ogen wel gemaakt van gebroken glas. Ze knikt weer en slikt de tranen weg. Dan hoor ik opeens haar telefoon in haar broekzak trillen en na een seconde van desoriëntatie vist ze hem uit haar zak en neemt op.
'Hallo?' vraagt ze. Wanneer ze hoort hoe schor ze klinkt, schraapt ze even haar keel. 'Oh, hey, Hailey... Ja. Ja, hij is wakker... Ik... Het gaat goed met me, Hailey. Maak je geen zorgen... Oké, is goed. Wacht even.'
Ze steekt de telefoon naar me uit.
'Hailey wil je eventjes spreken,' zegt ze.
'Oké...' Ik pak het mobieltje aan en zet hem aan mijn oor. 'Hey, Hails. Ik ben het.'
'Hey. Hoe gaat het met je?' vraagt ze, ook al kan ik al aan haar stem horen dat dat niet de essentie van dit gesprek zal worden.
'Gewoon een kater. Niets bijzonders. Ik red me wel,' druk ik haar op het hart.
'Daar twijfel ik niet aan,' zegt ze, gevolgd door een korte stilte. 'Je hebt je liefje nogal bang gemaakt.'
'Ja.' Ik bijt op de binnenkant van mijn wang. 'Ja, ik heb het gehoord.'
'Ja, en waarschijnlijk heeft ze het nog minder erg laten klinken dan het was. Wat ik probeer te zeggen is dat... je haar echt héél erg bang heb gemaakt. Echt overdreven bang. Onredelijk bang. Snap je?'
Hailey is normaal gesproken niet het type dat zomaar over Paige zou praten waar ze bij is, ook al is het via een telefoongesprek. Voor haar voelt het oneerlijk, en ze weet dat hetzelfde voor mij geldt. Ze moet dus wel een goede reden hebben om zomaar te gaan lopen roddelen.
'Hoe erg?' vraag ik, zonder iets te zeggen waardoor Paige door kan hebben dat het over haar gaat.
'Heel erg. Kijk, ik moet toegeven dat je er echt als een zombie uitzag en ik kan begrijpen dat ze geschrokken is, maar we hebben het hier over volle paniekaanvallen en mij huilend smeken om je alsjeblieft te helpen. Zelfs nadat ik een paar basistesten had gedaan om uit te sluiten dat je vergiftigd was - geen chique bloedonderzoeken of zo, maar gewoon een paar kleine trucjes - was ze echt heel... ongerust. Echt doodsbang. Ik heb haar niet vaak zo in zien storten. Ik maak me gewoon zorgen om haar. Er is echt iets aan de hand wat haar heel gespannen maakt. Praat er even over met haar.'
Ik ben eventjes stil, en er goed over na te denken. De hoofdpijn zorgt ervoor dat dat iets langer duurt dan normaal.
'Oké. Oké, zal ik doen,' zeg ik.
'Mooi. Ik... Ik ben gewoon bezorgd,' zegt ze, alsof ze zich moet verdedigen. Ze denkt even na, maar dan voegt ze eraan toe: 'Uhm... Drink veel water en eet genoeg fruit. Gewoon het gewoonlijke katergedoe. Als je je goed genoeg voelt, probeer dan wat te bewegen, ook al is het maar gewoon een beetje wandelen. Je moet goed uitrusten, maar probeer niet tot vanavond weer te gaan slapen, gewoon voor je bioritme en zo. Begrepen?'
'Staat genoteerd,' druk ik haar op het hart. 'Verder nog iets?'
'Nope, dat was het.' En ze hangt op, charmant als altijd.
Ik geef de telefoon terug aan Paige, die hem weer in haar zak stopt.
'Wat wilde ze? Had ze een paar tips voor die kater van jou?' vraagt ze.
Ik knik en herhaal kort even welke adviezen ze me gegeven heeft.
'Dat moet wel lukken. We hebben nog genoeg fruit. En ik kan altijd nog naar de supermarkt gaan,' concludeert ze.
Ik neem een slok van mijn sap en kijk haar wantrouwend aan.
'Dit betekent toch niet dat ik de rest van de dag niets anders mag eten dan fruit?' vraag ik achterdochtig.
Ze haalt haar schouders op. 'We zien wel.'
Ik probeer mezelf ervan te overtuigen dat ze een grapje maakt. Ik neem even de tijd om haar gezicht in mijn handen te nemen en druk zachtjes mijn lippen op de hare.
'Ik ben oké, oké?' beloof ik haar.
Ze knikt haastig en rust met een zucht haar voorhoofd tegen de mijne.
'I-Ik moet je gewoon vandaag een beetje verzorgen, oké? Ik... Ik ben nog steeds niet helemaal gekalmeerd,' smeekt ze me zachtjes.
Ik knik, want ik begrijp haar punt heel goed. Wanneer haar iets overkomt, hoe klein ook, wil ik ook altijd een beetje voor haar zorgen.
'Oké,' zeg ik, waarna ik heel even aarzel. 'Oké, is goed, maar eerst moeten we even praten, oké?'
Ineens zie ik iets van angst in haar blik, wat ik haar niet kwalijk kan nemen, want het is nu eenmaal het engste verzoek op aarde en elke keer wanneer iemand het tegen mij zegt, kan ik niet anders dan denken aan elk minuscuul dingetje dat ik misschien ooit ook maar een klein beetje fout heb gedaan.
'Oké. Ja, oké. Geen probleem,' zegt ze en na een korte aarzeling gebaart ze naar de bank, waar we op gaan zitten. 'Wat is er, liefje?'
'Waarom...' Ik aarzel even. Misschien had ik beter na moeten denken over hoe ik dit moet verwoorden. 'Waarom raakte je zo in paniek gisteravond? Was het echt gewoon zoals je zei of is er recent nog iets gebeurd waardoor je... je meer zorgen maakt over zulke dingen?'
Ineens kijkt ze me niet meer recht aan, waardoor ik eigenlijk al genoeg weet. Ze slikt iets weg en haar ademhaling lijkt even te beven.
'Ik...' Ze bijt op haar lip en maakt haar zin niet af.
'Paige?' vraag ik zachtjes en mijn hand vindt de hare. 'Wat is er toch aan de hand, liefje?'
Zelfs nu duurt het even voordat ze erin slaagt te antwoorden.
'I-Ik... Ik kan niet slapen,' stoot ze uit en ik kijk haar met een frons aan, niet precies begrijpend wat ze bedoelt. Ze haalt een hand door haar haar en schudt haar hoofd. 'Ik bedoel niet dat ik helemáál niet kan slapen, maar ik... ik slaap slecht. Al een week of twee, ongeveer. Ik heb... nachtmerries.'
Ze valt even stil, wat mij de mogelijkheid geeft om verbaasd te zijn.
'Wacht, wat? Nachtmerries? Wat... Hoe vaak? En hoezo heb ik daar niets van gemerkt?' sputter ik.
Heel even ontmoeten haar ogen de mijne, maar dan slaat ze haar blik weer neer.
'Bijna... Bijna elke nacht. Het gaat telkens over mijn vader. Hele... Hele bizarre dromen. Niet per se herinneringen, maar gewoon fictieve informatie en ik...' Ze haalt een hand door haar haar en knijpt even haar ogen dicht. 'En de laatste tijd is er niet echt iets gebeurd om het te provoceren, dus ik... ik weet niet waarom.'
Ik voel dat mijn schouders een beetje gaan zakken en ik zucht.
'Omdat je PTSS hebt, Paige,' zeg ik zachtjes en ze kijkt even met verloren blik naar me op. Voorzichtig trekt ze haar hand terug van de mijne, alsof de woorden haar fysiek pijn hebben gedaan en ze als een gewond dier in een hoekje op wil krullen. 'Je hebt het zelf al van begin af aan gezegd. Je hebt altijd al toegegeven dat je wist dat je PTSS had. Maar je... je lijkt er nooit rekening mee te houden dat dat ook echt effect op je heeft. Je hebt die nachtmerries omdat je een broer hebt die je gebruikt heeft om te leren waterboarden toen je vijf was, en een vader die je gedwongen heeft om zo ontzettend veel mensen vermoord te zien worden, en zo veel andere dingen. Er hoeft de afgelopen tijd niets gebeurd te zijn, want al die herinneringen zijn er gewoon altijd.' Ik kam zuchtend mijn vingers door mijn haar. 'Paige, waarom heb je me dit niet eerder verteld? En hoezo heb ik het niet opgemerkt? Heb ik er gewoon doorheen geslapen?'
Ze schudt haar hoofd.
'Het... Ik... Ik reageer er anders op dan vroeger. Tot een paar weken geleden schreeuwde ik vaak als ik nachtmerries had, en dus werd je ervan wakker, maar... maar nu is het anders. Ik... Ik begin niet meer te gillen en zo. I-Ik... Ik word gewoon verstijfd van angst wakker en het voelt telkens alsof ik nauwelijks kan ademen, laat staan dat ik geluid kan maken. En... En natuurlijk slaap je daar doorheen,' antwoordt ze houterig.
Mijn hand gaat als vanzelf omhoog en ik strijk heel even langs haar wang.
'Liefje...' verzucht ik en ik kijk haar zo indringend aan dat ze haar blik niet meer af kan wenden. 'Waarom heb je me al die tijd niet wakker gemaakt?'
'Je weet waarom,' murmelt ze. 'I-Ik wil je niet wakker maken. En ik... ik wist gewoon niet hoe ik het uit moest leggen. En, laten we eerlijk zijn, andersom had jij me ook niet wakker gemaakt.'
Ik wil haar ongelijk geven, maar het klopt nu eenmaal wel wat ze zegt.
Ik neem haar handen weer in de mijne. 'Oké, daar heb je misschien gelijk mee, maar... alsjeblieft? Maak me gewoon wakker, oké? En dan hoef je helemaal niets uit te leggen, en je bent me dan helemaal niets verplicht, maar, alsjeblieft, maak zulke dingen alsjeblieft niet in je eentje mee.'
Ze kauwt even op haar lip.
'Ik... Ik kan niets beloven, maar ik zal het proberen, oké? Het... Het is gewoon heel moeilijk om het besluit te nemen om je te gaan verstoren wanneer je gewoon ligt te slapen. I-Ik voel me altijd heel schuldig.'
'Ja, probeer het toch maar, oké?' smeek ik haar en ze knikt.
Ik zie dat haar ogen zich met tranen vullen en ze draait haar gezicht weg in de hoop dat ik het niet zie. Het ontgaat me echter niet en ik omhels haar. Ze slaat haar armen ook om mij heen en verbergt haar gezicht tussen mijn schouder en borstkas. Het is eigenlijk niet echt snikken te noemen, maar ik voel een paar tranen door mijn shirt heen dringen.
'Ik ga er nooit aan kunnen ontsnappen,' hoor ik haar zachtjes uitbrengen.
'Nope,' zeg ik, want het heeft geen zin om te liegen. 'Tenzij je ooit zo'n harde klap op je kop krijgt dat je je geheugen verliest, ga je er nooit aan kunnen ontsnappen. Net zoals er dingen zijn waar ik ook niet aan kan ontsnappen. Maar dat hoeft ook niet. We redden ons wel, met z'n tweeën.'
Ze trekt zich even terug en veegt kort de tranen van haar wangen, waarna ze me weer omhelst en haar hoofd tegen mijn schouder laat rusten, haar gezicht in mijn hals.
'Weet ik,' murmelt ze. 'Je hebt gelijk.'
'Ja, weet ik. Ik ben pittig intelligent. Je hebt een goede smaak,' zeg ik. 'Maar, serieus, we zorgen gewoon voor elkaar. Altijd. Oké?'
'Oké, beloofd.'
'Mooi zo. Wat er ook gebeurt, we zorgen voor elkaar. En soms is dat een dag van overleven wanneer we allebei barstende koppijn hebben, zoals vandaag, en misschien is het morgen of overmorgen wel iets anders. Maar, wat er ook gebeurt, we zorgen voor elkaar.'

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen