Foto bij 219 - Emmeline

De laatste week van ons samenzijn vliegt voorbij. We hopen en bidden allebei dat er in de tussentijd een oplossing komt, maar hoe zeer we onze hersenen ook kraken, er lijkt niet anders op te zitten dan Lucien laten onderduiken.
Dat betekent ook dat ik niet weet hoe lang ik hem niet zal zien. Ik kan moeilijk bij hem langs, mijn vertrek zal argwaan wekken bij de koning.
De beste man gaat inmiddels steeds meer trekken van pure gekte vertonen. Ik zie hem niet veel meer, maar hoor van Lucien en Madeleine verhalen die me angstig maken.
Angstig ben ik natuurlijk hoe dan ook wel. Mijn echtgenoot moet voor God weet hoe lang onderduiken, verstopt van zijn familie. Of we een andere uitweg vinden weten we niet. Misschien zullen we wel zo moeten blijven leven tot Jacques overlijdt. Bij de gedachte alleen al draait mijn maag om.
      De laatste nacht naast Lucien voelt als rouwen.
Ik wil wakker blijven, van elke seconde met hem genieten. Ik wil nog over zoveel met hem praten, geen idee wanneer dat anders weer zal kunnen.
En ik wil in zijn armen huilen, maar dat kan ik al helemaal niet. Ik wil hem niet laten zien dat ik bang ben, ook al weet hij dat maar al te goed.
Dus lig ik op zijn borstkas, te luisteren naar het kloppen van zijn hart. Het is verreweg mijn favoriete geluid op deze hele wereld, samen met het tevreden kirren van Julien.
"Ik wou dat we samen konden gaan," adem ik. Lucien aait door mijn haren en stopt even om naar mijn woorden te luisteren. "Wegrennen, samen met Julien."
"Je zou het leven hier te veel missen," probeert Lucien luchtig te brengen.
"Ik zou best bescheiden kunnen leven," mijn stem klinkt quasi-beledigd, maar ik weet dat Lucien het enkel zegt om het gesprek niet een te donkere kant op te sturen.
"Daar twijfel ik ook niet aan. Maar je zou Kenna te veel missen, en Eailyn, en Eschieve. En je boeken."
"Zolang ik jou heb zou ik daar mee kunnen leren leven...," ik druk een kus op zijn blote huid, "maar je hebt wel een punt. Ik zou gek worden van alleen maar met mannen kunnen praten."
"Hé... Dan had je maar niet een zoon moeten baren, Emma..," lacht hij zachtjes. "Dat is puur je eigen schuld."
Zo venijnig maar zacht als ik kan por ik hem in zijn zij. "We kunnen ook gewoon nu nog een dochter maken." Zodra ik het zeg ben ik bang voor een halve paniekaanval bij Lucien, maar hij glimlacht alleen.
"Dat zouden we kunnen doen, maar het is laat. Morgen word ik bij zonsopkomst al ons bed uit getrommeld..."
"Alsof dat je ooit heeft tegengehouden.."
"Normaal gesproken zou ik de kans op weinig nachtrust inderdaad niet tussen ons in laten staan, en zou ik dit aanbod niet afslaan, maar ik moet echt slapen voor morgen...," hij kust mijn voorhoofd. "Zodra ik weer terug ben kunnen we zo veel oefenen als je wilt."

Het voelt alsof ik lood in mijn schoenen heb als ik naar de poorten loop, de poorten waar Lucien zometeen door zal vertrekken.
Naar het Ottomaanse rijk, denkt Jacques. Naar een verlaten grot ergens midden in het wild, weten de vrouwen in de familie.
Maar zelfs al weet ik dat hij niet hoeft te vechten, ik kan dit afscheid nog steeds niet verdragen.
"Maak ons trots, jongen." Jacques klopt stevig op Lucien's schouder, die een verafschuwde blik moet onderdrukken.
"Laat ze zien hoe sterk Frankrijk is en altijd zal zijn. God kijkt met ons mee en beschermt ons, Zijn rijk." Jacques heeft de afgelopen dagen een bijna goddelijke houding aangenomen, alsof hij zelf in contact staat met Hem.
"En hij zal ook waken over je vrouw en zoon. Zij zijn..." Als hij me aankijkt loopt er een koude rilling over mijn rug. "Bijzonder."
Julien, die van de koning verplicht mee naar het afscheid moest, zet het plots op een brullen.
Ik zie dat Lucien hem, en daarmee mij, wil troosten, maar hij wordt ruw door zijn vader in de richting van zijn paard geduwd.
"Er is geen tijd meer te verliezen, zoon. Haast je."
"Mag ik nog..," hij doet een enkele stap in mijn richting voor Jacques hem opnieuw de andere kant op schuift. "Afscheid nemen van mijn vrouw en kind?"
"Afscheid klinkt alsof je niet weder zult keren, maar dat zul je wel, dus dat is nergens voor nodig. Kom op, in galop."
"Jacques, laat hem-," "Niets daarvan. Hij vertrekt, nu." Zijn hand ligt plotseling op zijn zwaard. Ik knik naar Lucien.
Het is goed. Ik weet dat hij veilig zal zijn, zo veilig als maar kan buiten de kasteelmuren.
Hij bestijgt zijn paard. Mijn hart zakt een paar meter naar beneden terwijl ik Julien tot stilte wieg.
Ons laatste oogcontact is hartverscheurend. Ik wil achter hem aan rennen, met hem mee gaan. Nooit meer terugkeren.
Maar daarvoor staat er te veel op het spel. Dus kijk ik hem na terwijl hij wegrijdt, en bid ik meteen naar God dat hij ons een oplossing zendt.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen