. . .

Toen Rick voldoende geld bij elkaar gespaard had om een boek te kunnen lenen, ging hij naar de bibliotheek toe. Hij koos voor een heel dik boek over de koningshuizen van Europa en stopte het verhaal dat hij voor Aaron had geschreven daar in. Aan het gezicht van de oude man die de boeken overzag en de betaling afhandelde, zag hij dat dit lijvige boek waarschijnlijk al heel lang niet uit het schap was gehaald. Dat was ook de bedoeling – zo zou niemand anders het in handen krijgen. Toch had hij voor de zekerheid zijn eigen naam niet genoemd, en ook niet die van Aaron.
      Rick was best wel trots op het plan. Hier kwam Moloch vast niet achter.
      Toen hij het plan aan Mateo had verteld, had die zijn hoofd geschud en gezegd dat hij het niet moest doen, maar Rick had er niet naar geluisterd. Zijn celgenoot was toch al niet in een al te best humeur, waarschijnlijk zou hij nog grommen als iemand hem een stukje slagroomtaart voorhield.
      Nu moest Rick het alleen nog aan Aaron vertellen. Tijdens het eten zat hij steevast bij Ace, Tommy en hem maar hij sprak nooit een woord, noch keek hij hen aan. Wat Rick wel jammer vond, want hij vond Aarons ogen heel mooi en hij fantaseerde er vaak over hoe het zou zijn als ze straalden. Hopelijk zou hij het eens zien.
      Op de vrijdag kreeg Rick onverwacht een kans in zijn schoot geworpen. Als twee kleinste jongens werden Aaron en hij aangewezen om het gewassen beddengoed rond te brengen. De gewassen en gestreken lakens lagen netjes opgestapeld op een karretje waarbij Aaron en hij alle cellen af moesten om de bedden op te maken.
      ‘Dit is wel beter dan de wasmachines vullen hè!’ vond Rick. Ze hadden de kar tussen twee cellen neergezet. Er stond een bewaker aan het einde van de gang, maar die was buiten gehoorafstand. Waarschijnlijk verwachtte hij niet veel van hen. ‘Ik krijg er steeds een zere rug van. Ik weet niet waarom. Het is niet super zwaar ofzo.’
      Aaron antwoordde niet. Stilletjes begon hij aan het klaarmaken van de bedden. Rick hoorde hem naar adem happen toen hij het hoeslaken om het uiteinde van een matras trok.
      ‘Hier, laat mij dat maar doen.’
      Aaron deed alsof hij het niet hoorde en bleef doorgaan. Rick zag echter aan zijn houding dat het pijn deed. Voorzichtig pakte hij Aarons hand vast en keek naar de verkleuringen en zwellingen.
      ‘Het genezen duurt veel langer als je geen rust neemt,’ zei hij zacht.
      ‘Het maakt niet uit,’ mompelde Aaron. ‘Hij doet het toch wel weer opnieuw.’
      Zijn stem klonk zo verslagen dat Rick een steek in zijn buik voelde. Plotseling kon hij zich niet langer bedwingen. Hij sloeg zijn armen om de jongen heen en trok hem tegen zich aan. ‘Ik vind het zo erg voor je,’ fluisterde hij.
      Aaron verstijfde. Een paar tellen verstreken, daarna probeerde hij Rick van zich af te duwen.
      ‘Niet doen,’ zei hij, harder dan Rick hem tot nu toe had horen spreken. ‘Je kunt me niet aanraken.’
      ‘Maar niemand ziet ons hier.’
      ‘Hij zal het weten.’
      Zijn stem trilde – nee zijn hele lijf trilde. Hij was zo bang, en Rick vond het zo verschrikkelijk dat hij er niets aan kon doen. Moloch terroriseerde hem. Niet alleen door wat hij hem fysiek aandeed, juist ook door hem zo bang te maken dat angst zijn denken beheerste.
      ‘Hoe dan?’ Rick pakte voorzichtig zijn handen vast en streelde zijn stramme vingers. ‘Hij mag zich dan wel naar een god vernoemen, maar hij is het niet.’
      Hij hoorde Aarons ademhaling dieper worden terwijl hij naar hun handen staarde. Rick vroeg zich af wanneer hij voor het laatst aangeraakt was door iemand die hem geen pijn wilde doen. Hij keek naar Aarons knappe gezicht. Zijn huid was een stuk donkerder dan die van hem, en zijn wenkbrauwen waren mooi gevormd, net als zijn neus, en zijn mond.
      Hij slikte. Het was moeilijk om niet zijn lippen zachtjes tegen die van Aaron te drukken.
      Alsof ook Aaron bang was dat dat zou gaan gebeuren, trok hij zijn handen weg en liep de cel uit. Waarschijnlijk was dat verstandig. Ze waren hier al een tijdje bezig. Zwijgend gingen ze verder met het verschonen van de andere bedden. Ieder bed deden ze samen, waarbij Aaron het matras een stukje optrok zodat Rick het hoeslaken eromheen kon sjorren.
      ‘Misschien mogen we dit iedere week wel samen doen,’ zei Rick toen ze een paar cellen verder waren. ‘Ik ehm – ik vind het wel fijn om bij je te zijn. Ook al – ook al zeg je niet zo veel.’
      ‘Fijn?’ Aarons stem klonk schor. ‘Je zou doodsbang moeten zijn.’
      Rick schudde zijn hoofd. ‘Sommige gevoelens zijn sterker dan angst. Liefde. Vriendschap.’
      ‘Je weet niet waar je het over hebt.’
      ‘Misschien niet,’ gaf Rick toe. ‘Ik weet niet waarom je hier zit, maar ik weet wel dat je niet verdient wat dat monster je aandoet. Het doet me verdriet als ik zie dat niemand met je durft te praten.’
      Aaron keek op. Zijn ogen glommen van de ingehouden tranen. ‘Ze hebben een goede reden, Rick.’
      Rick schudde zijn hoofd. ‘Nee. Ze denken allemaal dat ze heel wat zijn, maar eigenlijk zijn het gewoon lafaards. Ik – ik weet dat we voorzichtig moeten zijn, maar ik wil je helpen. Je vriend zijn. Iemand die je een knuffel kan geven als je verdrietig bent.’ Hij beet even op zijn lip. ‘Als er niemand bij is dan. Zoals – zoals hier.’
      Rick keek in zijn prachtige gouden ogen. Hij zag de hoop erin en het zorgde ervoor dat hij zich helemaal warm voelde vanbinnen. Hij glimlachte bemoedigend.
      ‘Ik heb iets voor je gemaakt,’ zei hij toen. ‘Een cadeautje. Het – het zit in een boek in de bibliotheek. Over de koningshuizen van Europa.’
      Een beetje zenuwachtig haakte hij zijn vingers in elkaar, bang dat Aaron het stom zou vinden.
      ‘Uhm, oké,’ was alles wat Aaron antwoordde. Zijn wangen kregen een blos. ‘Dat – dat is lief. Maar – maar dat had niet gehoeven.’
      ‘Het is een verhaal,’ zei Rick. ‘Ik vond het leuk om te schrijven. Vooral – vooral als ik me inbeeldde dat jij het zou lezen en het leuk zou vinden.’ Hij bloosde nu zelf ook. ‘Zodat je je iets minder verdrietig zou voelen.’
      Aaron slikte. Vluchtig veegde hij met zijn mouw langs zijn ogen. ‘We moeten verdergaan,’ mompelde hij. Bruusk draaide hij zich weer om naar de kar en duwde die verder door de gang.
      De rest van de dag sprak hij geen woord meer. Rick was een beetje teleurgesteld. Zou hij het boek lenen en zijn verhaal lezen? Of vond hij het maar stom? Zijn schouders zakten naar beneden. Natuurlijk vond hij het stom. Hij werd door zijn celmaat mishandeld en verkracht. Een stom verhaaltje over een prins en een ridder zou zijn leven echt niet beter maken. Rick schaamde zich zelfs voor de poging. Hij had beloofd om de jongen te helpen en het enige wat hij kon doen was een stom verhaal bedenken.

. . .


Morgen was het weer bezoekersdag. Mateo had niets meer van zijn broertje gehoord, er was geen aanvraag tot een gesprek gedaan. Hij had overwogen om hem te bellen, of om naar Juans beste vriend uit te reiken om te horen of die hem in de gaten kon houden. Toch had hij het niet gedaan. Hij wist niet goed waarom. Omdat hij erop wilde vertrouwen dat Juan zich zonder hem kon redden? Maar wat als dat niet zo was? Wat als het wél mis was, wat dan? Hij kon niets uitrichten hier. Kon niets voor hem betekenen. Was hij gewoon als een struisvogel zijn kop in het zand aan het steken, slecht nieuws aan het ontwijken? Was dat iets waar hij zich voor zou moeten schamen? Het leven hier was zo anders dan buiten de gevangenis, soms was het makkelijker om je in te beelden dat er buiten de hekken geen leven was.
      Ergens aan de rand van zijn bewustzijn hoorde hij Ricks stem. Het laatste waar hij nu zin in had, was zijn geblaat aanhoren. Hoe graag hij hem echter ook wilde negeren, op de een of andere manier lukte het gewoonweg niet en merkte hij dat zijn oren toch de klanken probeerden te identificeren.
      Hij draaide zich op zijn zij.
      Rick zat op de rand van zijn eigen bed, zijn voeten op de grond. Zijn handen had hij samengevouwen alsof hij aan het bidden was. Zijn ogen waren echter op Mateo gericht.
      ‘Ik heb vandaag de was rondgebracht met Aaron.’
      Mateo slaakte een zucht en liet zich weer op zijn rug zakken. ‘Bewaar je romantische verhaaltjes maar voor hem.’
      ‘Ik heb gezegd dat ik iets voor hem heb geschreven en in een boek over koningshuizen in Europa heb gestopt,’ ging Rick onverstoorbaar verder. ‘Maar ik denk niet dat hij het zal bekijken. Hij klonk niet zo enthousiast.’ Er viel een beetje een droevige stilte. ‘En nu voel ik me stom. Om te denken dat ik hem met zoiets simpels kon opvrolijken.’
      ‘Het was ook stom,’ bromde hij.
      ‘Ik moet wat beters verzinnen.’
      ‘Je moet dat jong met rust laten, man. Hij heeft het al zwaar genoeg zonder dat jij hem de godganse dag op de zenuwen loopt te werken.’
      ‘Ik wilde… Ik wilde niet…’
      ‘Kan je nou niet voor één avond je bek houwen?’ snauwde hij. Hij wist niet waar zijn plotse frustratie vandaan kwam, maar hij voelde het door zijn hele lijf gonzen.
      Rick kromp in elkaar. ‘Ik wil gewoon iemand kunnen opvrolijken. Daar – daar voel ik me beter door. Jij bent ook verdrietig. Dat merk ik heus wel. Je maakt je ergens zorgen over.’
      Mateo haatte het dat Rick zo fijngevoelig was en zijn humeur zo makkelijk doorzag. ‘Het gaat prima met mij,’ gromde hij.
      ‘Waarom mag ik je niet opvrolijken?’
      ‘Omdat ik niet vrolijker wordt van liedjes en achterlijke verhaaltjes.’
      ‘Ik – ik kan ook iets anders doen.’
      ‘Een poppenkastvoorstelling houden?’
      ‘Nee. Iets – iets wat ervoor zorgt dat je ontspant. Zodat je – zodat je even niet denkt aan waar je dan ook de hele tijd aan denkt en wat je zo chagrijnig maakt.’
      Mateo snoof. ‘Ik ben niet chagrijnig.’
      ‘Je hebt anders ook nog geen enkele keer geglimlacht de afgelopen week.’
      Mateo vloekte grof. ‘We zitten in een gevangenis, man! Wanneer dringt dat nou dat eens tot die gestoorde kop van jou door!’ Hij kwam overeind en ging recht tegenover Rick zitten terwijl hij hem intimiderend aankeek.
      Rick liet zich niet afschrikken. ‘Ze hebben onze vrijheid afgepakt. Maar dat betekent niet dat we niet kunnen proberen om plezier te hebben.’
      Mateo staarde hem aan. Plezier hebben. In de gevangenis. Die jongen was gek. Het was niets dan een verspilling van energie om iets aan zijn verstand te praten. ‘Wat wil je doen dan?’ vroeg hij vermoeid. ‘Spelletjes spelen? Ik kan heel slecht tegen mijn verlies.’
      Rick keek hem aan, zijn wangen kregen een rode gloed. Wonder boven wonder zei hij niets. Stilletjes liet hij zich van het bed afglijden tot hij geknield voor hem zat. Zijn handen gleden naar Mateo’s knieën en hij duwde ze uit elkaar.
      Oh.
      ‘Dit hoef je niet te doen.’ Hij probeerde de jongen weg te duwen met zijn knie.
      ‘Maar ik wil het,’ zei hij zachtjes. ‘Waarom mag ik het niet? Ik – ik zal ervoor zorgen dat je het lekker vindt. Alsjeblieft,’ zei hij terwijl hij met smekende ogen naar Mateo opkeek. ‘Ik vind je lief. Ik wil dit voor je doen.’
      De situatie was zo volslagen idioot dat Mateo hem eerst alleen maar kon aanstaren. Hij bewoog niet toen Rick zich weer tussen zijn benen positioneerde, zijn handen op Mateo’s knieën legde en de binnenkant van zijn bovenbeen begon te strelen.
      Mateo had al ruim twee jaar geen seks gehad. Meer dan zichzelf zo nu en dan aftrekken had hij niet gedaan, hij had zich door niemand anders laten aanraken. Op dit moment kon hij echter niet zo goed bedenken waarom hij zijn celgenoot zou afwijzen, al voelde hij zich wel ongemakkelijk. Zwijgend maakte hij de knoop van zijn broek los, gevolgd door zijn rits. Met vaardige vingers hielp Rick hem uit zijn kleren.
      Rick bloosde toen hij naar Mateo’s geslachtsdeel keek. Keihard was hij nog niet, maar een paar strelingen van Ricks vingertoppen brachten daar verandering in.
      Mateo staarde naar het gezicht van de jongen. De manier waarop Rick zijn lippen bevochtigde had iets erotisch. Hij merkte hoe de opwinding zich in hem losmaakte en dat hij die lippen om hem heen wilde voelen.
      Toch voelde het verkeerd. Wat voor leven had zo’n jonge jongen geleid als hij zichzelf zo aan anderen aanbood? Als Mateo hem afwees, naar wie ging hij dan? Naar een van de andere mannen? Mateo wist dat hij de jongen niet kon beschermen als hij zich aan anderen aanbood. Al zou hij er maar één of twee doen, figuren als Olav zouden dan ook een uitnodiging zien.
      Wat als dit er in elk geval voor zorgde dat hij niets meer met Aaron probeerde? Het was beter als Rick aan hem dacht dan aan Molochs bezit. Dat brak misschien uiteindelijk zijn hart, maar hij belandde dan niet in een graf, wat wel zou gebeuren als hij echt verliefd werd op Aaron.
      Aarzelend boog hij zich naar voren. Zijn vingers raakten lichtjes Ricks kaak aan om hem aan te moedigen. Toen de jongen dichterbij kwam en zijn opwinding begon te kussen gleed Mateo met zijn vingers door Ricks krullen. Nadat Rick de afdruk van zijn lippen op zijn hele lengte had achtergelaten, keek hij op en glimlachte.
      ‘Vind je het lekker?’ vroeg hij zacht, met een hoopvolle glimlach.
      Mateo zei niets. Ergens voelde hij schaamte omdat hij het inderdaad lekker vond, omdat hij meer wilde. Hij keek weg.
      Mateo’s seksuele contacten waren bijna altijd vluchtig geweest. Eenmalig. Met vrouwen die hij daarna nooit meer zag. Slechts met één vrouw was het meermalig geweest, al hadden ze hun vrijheid nooit willen opgeven. Hij was met hoeren geweest, met maagden, met studenten en met vrouwen die tien jaar ouder waren dan hij.
      Maar nooit met een man.
      En nooit met iemand die hij de komende maanden nog iedere dag zou moeten zien.
      Ricks vingers gleden langs hem heen, zijn lippen ook. Zodra hij zich in de warmte van Ricks mond voelde verdwijnen, ontglipte een kreun zijn lippen. Zijn ogen schoten weer terug naar de jongen. Hij had zijn ogen gesloten en pijpte hem alsof hij nog nooit zoiets lekkers in zijn mond had gehad. Niet vluchtig, alsof het routinewerk was. Langzaam, intens, als hij werkelijk iemand beminde.
      Mateo’s ademhaling versnelde. Zijn vingers woelde hij door de donkere krullen. Een tintelende sensatie ontwaakte in zijn middelste regionen. Zijn oogleden zakten dicht terwijl de bezwarende gedachten zijn hoofd verlieten.
      Mateo voelde een huivering door zich heen trekken. Een stormachtige hitte volgde, en toen begon hij te schokken en ledigde zich in de mond van de jongen. Hijgend liet hij zich achterover op het bed zakken. Zijn borst ging zwoegend op en neer.
      Het was lang geleden, zo fucking lang geleden…
      ‘En?’ klonk het een beetje onzeker vanaf de grond. ‘Vond je – vond je het lekker?’
      Mateo zweeg.
      De schaamte keerde genadeloos terug.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen