Foto bij Scar 146

Het laatste stuk van het vorige hoofdstuk:
Hey mijn Darling,
Je had gewoon naar bed kunnen gaan, gisteren. Ik probeerde wakker te blijven tot je terug was, want het voelde niet goed dat jij ergens buiten was om de wereld te redden en ik in bed zou liggen te snurken, maar blijkbaar kan ik niet meer zo goed nachtenlang doorhalen als tijdens mijn studententijd.
Ik zie je vanavond wel weer, of anders vannacht. Doe het een beetje rustig aan, oké?
Ik hou van je.
Liefs, Paige

Ik kan niet anders dan glimlachen, en na een korte aarzeling pak ik mijn telefoon.
Ik hou ook van jou! app ik haar, en ik begin aan mijn dag.

Hoewel Paige om vijf uur 's middags klaar zou moeten zijn, is ze nog steeds niet thuis wanneer ik vertrek voor mijn avonddienst, die om zes uur begint. Ik probeer me niet al te veel zorgen te maken, maar als ik zometeen op het bureau aankom en te horen krijg dat ze al wel vertrokken is maar blijkbaar gewoon nooit thuis aangekomen is, zal ik waarschijnlijk gaan flippen.
Aangekomen op de parkeerplaats van het bureau zie ik echter dat ik me geen zorgen hoef te maken, en met een gerust hart stap ik uit.
Ik loop naar Paige toe, die bij haar auto staat en in haar jaszak graait naar haar sleutels.
'Zeg eens, schoonheid,' begin ik en ze draait zich naar me om, met een glimlach zodra ze me herkent, 'kom je hier vaker?'
Ze leunt met haar rug tegen haar auto aan en slaat haar armen over elkaar heen. Met een brutaal glimlachje antwoordt ze: 'Vaak genoeg om op te merken dat er hier zo nu en dan wel een hele aantrekkelijke politieagent rondhangt.'
Ik zet mijn handen aan weerszijden van haar tegen de auto, zodat ik naar haar voorover moet buigen en onze gezichten maar een paar centimeter van elkaar verwijderd zijn.
'Misschien heeft die politieagent jou toevallig ook wel eens opgemerkt,' fluister ik, terwijl mijn blik automatisch naar haar lippen worden getrokken.
'Oh ja?'
'Ja, dat denk ik wel.'
'En wat denkt hij van mij?' vraagt ze ademloos.
'Dit denkt hij,' antwoord ik in een fluistering, en ik kus haar.
Haar mond vormt zich naar de mijne en ik raak bedwelmd door het gevoel van haar lippen op de mijne. Net wanneer ik weer wat afstand wil nemen, vindt haar hand mijn nek en zoent ze me vuriger terug. Ik kantel mijn hoofd om haar dieper te kunnen kussen en ineens voelt het niet meer zo belangrijk als ik een paar minuutjes te laat kom voor werk.
Na een tijdje legt ze echter haar hand op mijn borstkas en duwt me een klein beetje van zich af, zodat de kus verbroken wordt. Nadat we allebei een beetje op adem zijn gekomen, zegt ze: 'Misschien is dit niet het meest professionele om te doen op de parkeerplaats van het politiebureau.'
'Nou en. Ik heb een goed excuus.'
'Wat dan?'
'Wel... Toevallig heeft het dienstrooster ervoor gezorgd dat we gisteravond pas voor het laatst echt tijd met elkaar hebben doorgebracht, en morgen zullen we elkaar ook niet al te veel zien, dus ik begin een beetje last te krijgen van afkickverschijnselen. Bovendien, als ze me een avonddienst van zes tot twaalf willen laten werken, moeten ze me toch wel íéts van geluk gunnen?'
En ik kus haar weer, zij het dat de kus wat zachter en korter is dan eerst. Ik voel haar lichtjes glimlachen tegen mijn lippen en ik laat mijn hand door haar haar glijden.
Wanneer ik kort haar maag hoor rommelen, trek ik me terug met een grijns die ik niet kan verdringen.
'Heeft iemand een beetje honger?' vraag ik en ze rolt met haar ogen. Ik strijk haar haar even glad en zeg: 'Ik heb al gegeten. Ik heb genoeg voor je over gelaten. Het staat in de koelkast.'
'Oeh, mijn persoonlijke chefkok. Wat heb je gemaakt?'
'Chow mein noodles. Je hoeft het alleen maar even op te warmen.'
Ze gaat op haar tenen staan om nog een kusje op mijn lippen te drukken en murmelt: 'Oh, Nathan, je bent de beste!'
Ik glimlach en laat mijn armen om haar middel glijden, zodat ik haar lichaam dicht tegen de mijne kan voelen.
'Waarom vetrek je nu pas, eigenlijk?' vraag ik. 'Ik maakte me echt even zorgen om je.'
Ze maakt zich van me los en glimlacht geruststellend naar me.
'Ik was gewoon even naar de schietbaan gegaan. Ik... Ik moest gewoon zeker weten dat ik nog steeds goed kon schieten. Ik... Ik wil gewoon niet dat er iets misgaat wanneer ik dat examen opnieuw moet doen,' antwoordt ze.
Ik geef een kus op haar voorhoofd.
'Is goed. Ik snap het, liefje,' zeg ik. 'Hoe ging het?'
'Zoals verwacht,' vertelt ze me schouderophalend. 'Ik mis niet.'
Ik glimlach lichtjes.
'That's my girl.'
'Sorry dat ik vergeten was je te appen. Ik had er niet aan gedacht,' geeft ze toe.
Ik schud mijn hoofd en laat mijn armen weer losjes rond haar middel glijden.
'Niet erg. Ik ben gewoon blij dat je oké bent.'
Ze geeft een kus op mijn wang, korter dan ik zou willen, maar langer dan gewoonlijk.
'Misschien moet je maar gaan. Straks kom je te laat.'
'Oké, nog een laatste kus voor ik wegga,' smeek ik haar.
Ze rolt met haar ogen en kust me, veel te kort naar mijn zin.
'Oké, nog een allerlaatste kus voor ik wegga,' probeer ik.
Ze slaakt een zucht en drukt opnieuw haar lippen op de mijne.
Nog voor ze zich echt terug heeft getrokken, mompel ik alweer: 'Oké, nog een aller allerlaatste ku-'
Blijkbaar is ze mijn gebedel nu zat, want ze zoent me zo innig dat het licht in mijn hoofd wordt en mijn knieën het bijna begeven. Tegen de tijd dat ze de kus verbreekt, voelen mijn benen als spaghetti.
Ze geeft een zacht klopje op mijn schouder en zegt: 'En nu moet je aan het werk. Je bent al te laat.'
Ik zucht. 'Ugh. Prima.'
'Doe voorzichtig, oké?'
'Ik beloof het,' zweer ik. 'Ik zie je vannacht weer, oké? Eet smakelijk.'
Ze glimlacht en geeft me nog een aller aller allerlaatste afscheidskus op mijn wang, waarna ze haar sleutels uit haar zak vist en de auto in stapt. Ik ben geneigd nog even te wachten tot ze weg is gereden, maar een blik op mijn horloge verteld me dat ik inmiddels al zes minuten te laat ben en ik loop toch maar meteen naar het bureau. Al meteen loop ik Ashley tegen het lijf, met een blik in haar ogen die me meer dan genoeg vertelt.
'Je hebt Paige en mij net gezien,' zeg ik.
Ze knikt.
'Sorry.'
Ze schudt haar hoofd.
‘Niet erg. Ik vind jullie wel lief, samen,’ zegt ze en ik voel onvrijwillig een mondhoek omhoog gaan. ‘Maar... uh... Gewoon zodat je het weet: Chris heeft het ook gezien.’
Ik haal mijn schouders op, ook val voel ik iets van irritatie in mijn borstkas knagen.
'En.... Je moet vandaag de dienst samen met hem draaien. Succes met zes uur van dat gezeur,' voegt ze eraan toe.
Er gaat een zucht door me heen en ik haal mijn vingers door mijn haar. Ze kijkt me vol medeleven aan, waarna onze wegen scheiden. Met tegenzin loop ik naar de kantine, wetende dat ik Chris waarschijnlijk daar kan vinden. Ik heb gelijk, zie ik zodra ik de deur opendoe.
‘We moeten de westside patrouille rijden, vanavond,’ zegt hij meteen en ik knik.
‘Oké, is goed,’ zeg ik, alsof ik een keus heb. ‘Zullen we maar meteen vertrekken?’
Hij knikt. ‘Je bent laat, trouwens.’
‘Weet ik,’ zeg ik terwijl ik de autosleutels van de patrouillewagen pak en controleer of ik alles bij heb.
Hij snuift, maar zegt niets meer, en zonder te klagen volgt hij me naar de parkeerplekken van de politieauto’s.
We rijden urenlang in stilte, en ik vind het bijna erg dat het zo’n rustige patrouille is, want de stilte is ondraaglijk en gespannen en doodsaai.
De eerste drie uur rijdt Chris. Daarna wisselen we van plek en neem ik plaats achter het stuur. Zelfs daarna duurt het nog een uur voordat iemand iets zegt, naast de broodnodige werkgerelateerde dingen.
‘Ik... Je... Je moet weten dat ik mijn vader niet gevraagd heb om Paige zo in de problemen te brengen,’ zegt hij, en ik hoor dat hij het meent, ook al lost dat niets op. ‘Ik heb dat nooit gewild.’
‘Je hebt hem ook niet tegengehouden,’ zeg ik.
Hij zwijgt. Heel lang. Door de gebruikelijke arrogantie heen ziet hij er bijna droef uit.
'Ik weet dat je het niet gelooft... maar... maar ik geef wel om haar,' zegt hij.
Ik snuif en knijp in het stuur.
'Een stijve van iemand krijgen is niet hetzelfde als om iemand geven,' grom ik met opeengeklemde kaken.
'Ik... Het...' probeert hij en hij zucht, zoekend naar woorden. 'Het is wel zo. Ik geef wel e-'
'Ik wil het niet horen, Chris. Ik wil het verdomme niet horen. Als je echt om haar gaf, zou je haar niet lastigvallen. Dan zou je haar niet intimideren terwijl je zelf maar al te goed doorhebt dat ze het niet fijn vindt. Dan zou je haar niet zomaar bij haar fucking keel vastgrijpen wanneer ze zegt dat je uit haar buurt moet blijven,' onderbreek ik hem.
'Je begrijpt het niet,' zegt hij, eerder boos dan smekend. 'We zouden zo goed bij elkaar passen. Ik bedoel... Ze is me eigenlijk net iets te koppig, maar het zou zo fucking lekker zijn om haar te kunnen temmen.'
Ik verlies bijna de controle over het stuur, maar na een klein beetje slippen weet ik mezelf te kalmeren en de auto recht te houden.
'Jezus Christus, man! Temmen?!' stoot ik vol walging uit.
'Wat? Als er iemand is die begrijpt wat ik bedoel, ben jij het wel. Jij bent immers degene die haar onder de duim heeft gekregen,' verdedigt hij zichzelf.
Ik neem één seconde de tijd om mijn blik van de weg te halen en hem vol ongeloof aan te kijken.
'Ik heb haar helemaal niet "onder de duim". Ze is verdomme een zelfstandig persoon. Niet mijn slaaf. Niet mijn bezit.'
'Oh, kom op. Je moet toch toegeven dat het fucking geil is wanneer ze je zo smekend aankijkt?'
Ik moet heel erg mijn best doen om de auto niet met de rechterkant tegen een boom aan te crashen, of om zijn hoofd tegen het dashboard te slaan.
'De enige keren dat ze jou smekend aangekeken heeft, waren de momenten dat ze bang voor je was,' zeg ik snuivend. 'Zoek hulp, Chris. En blijf bij Paige uit de buurt.'
Ik merk dat hij iets terug wil zeggen, waarschijnlijk een snauw, maar plotseling klinkt er een harde knal een eindje verderop, en daarna een tweede knal tegen de weg vlak naast ons.
De discussie van net vervaagt, en mijn instinct neemt het over. Slippend zet ik de auto naast de weg stil en grijp naar mijn pistool.

Rond een uur of half één ‘s nachts kom ik weer aan in het appartement. Zo stilletjes mogelijk doe ik mijn jas en schoenen uit, want ik wil Paige niet wakker maken, maar wanneer ik de slaapkamer binnen loop zie ik dat ze nog wakker is. Met haar nachtlampje aan is ze een boek aan het lezen, en ze kijkt met een slaperige glimlach naar me op.
‘Hoe ging het?’ vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op.
‘Ik ben doodop,’ geef ik toe en ze knikt ten teken dat ze zich dat wel voor kan stellen.
Ineens zie ik iets scherps in haar blik ontstaan, alsof ze zich iets realiseert.
‘Heb je op iemand geschoten of heeft iemand op jou geschoten?’ vraagt ze, en ik kijk met een ruk op.
‘Hoe bedoel je?’ sputter ik.
‘Ik kan het ruiken,’ zegt ze.
Hoewel het bizar klinkt, en mijn eerste reactie verbazing is, besef ik al snel dat het eigenlijk niet zo vreemd is. Vuurgevechten hebben een bepaalde geur, van angst en ijzer en kruit en rook.
'Een beetje van allebei,' antwoord ik.
Automatisch komt ze een stukje overeind, niet meer zo kalm en nonchalant als eerst.
'Ben je oké?' vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op.
'Ik ben niet geraakt. En ik heb niemand geraakt. Het was ook niet mijn bedoeling om iemand te raken. Het waren gewoon een paar waarschuwingsschoten. Het waren een paar drugsdealers die ons zagen en ze dachten dat we ze op gingen pakken, dus ze begonnen te schieten. Om eerlijk te zijn had ik ze niet eens opgemerkt. We hebben er een paar op kunnen pakken, maar een paar zijn weggekomen. Niets bijzonders, denk ik,’ leg ik uit, waarna ik een aarzelende beweging richting de badkamer maar. 'Ik ga even douchen, oké?'
Ze knikt en ik verdwijn de badkamer in.
Wanneer ik eenmaal onder de douche sta, laat ik het water over me heen regenen en richt mijn hoofd omhoog, zodat het in mijn gezicht valt. Mijn hart klopt nog steeds een beetje in mijn keel, en ik voel de adrenaline nog steeds door mijn lichaam stromen, maar ik ben in ieder geval veilig. Ik ben veilig, en Paige is veilig, en dat is het enige dat ertoe doet.
Ik droog me af en trek een onderbroek aan, waarna ik vermoeid weer naar bed strompel.
Paige heeft inmiddels haar boek weggelegd en het lampje uitgedaan. Ze ligt op haar rug en opent uitnodigend haar armen. Ik laat me in haar omhelzing zakken en verberg mijn gezicht in het holletje van haar hals. Ze strijkt over mijn rug en door mijn haar.
‘Ik mag aanstaande maandag schietexamen doen,’ zegt ze zachtjes. ‘En dan kan ik weer gewoon werken.’
Ik druk een loom kusje in haar hals.
‘Daar ben ik blij mee, liefje,’ murmel ik. ‘Jij bent een veel leukere collega dan Chris.’
Ik voel dat ze lichtjes glimlacht en ze drukt een kus tegen mijn haar.
‘Laten we maar gewoon gaan slapen,’ zegt ze. ‘Slaap lekker, liefste.’
‘Welterusten,’ murmel ik, en mijn stem klinkt een beetje slepend van de vermoeidheid. Ik weet niet of ze daarna nog iets zegt, want ik val al bijna meteen in slaap.

Reacties (1)

  • BethGoes

    Temmen? TEMMEN! WTF?!

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen