Foto bij 059

En stuk twee van mijn update.xD


Zwijgend liep ik enigszins schoorvoetend achter mijn moeder aan terwijl zij vol een vernieuwd soort trots vooraan liep. Rumpelstiltskin liep achterop, al waren er ook een aantal momenten dat ik hem helemaal niet meer waarnam. Hij was dan nergens te bekennen, maar ik kon zijn aanwezigheid nog wel voelen. Hoe machtig is deze Dark One eigenlijk? En wat voor een deal heeft zij met hem gesloten om hem zo toegewijd te krijgen aan haar zaak? Wat dat ook maar in mag houden.

Ze stond echter opeens stil en draaide zich om. Haar ogen gleden niet naar mij, maar na de aanwezige gedaante die met diens vreemde tred achter mij liep. "Is alles gereed?" Haar lippen tuiten zich een beetje en van vroeger uit wist ik dat ze geïrriteerd raakte. Rumpelstiltskin leek er alles behalve geïntimideerd door. Die rolde echter met zijn ogen en maakte echter een nogal neerbuigend geluid. "Je weet tegen wie je het hebt." Een vervreemd handgebaar en een wenkbrauw die omhoog getrokken werd. "Maak jij je nou maar zorgen over jouw gedeelte van de deal, Dearie." Aan de houding die de twee tegenover elkaar in namen, leek het niet alsof er ook maar enige vriendschappelijkheid te vinden was. Na alles wat ik over the Dark One te horen heb gekregen blijf ik me maar afvragen wat mijn moeder gedaan heeft waardoor hij een deal met haar aangegaan heeft en ze elkaars aanwezigheid tolereren. Één ding weet ik zeker.
Het zijn twee mensen die uit zijn op macht. Des te meer macht iemand kan krijgen, des te hebberig iemand wordt. Nog meer macht dan dat ze nu al lijken te hebben.

De ogen van mijn moeder vernauwden. "Ik weet heel goed wat ik doe, Dearie." Sneerde ze terug. "We zijn bijna bij het portaal, éénmaal binnen diens grenzen kan het ritueel beginnen."

Portaal? Ritueel?

Ik hervond iets van mijn stem en mijn moed en wist een aantal woorden over mijn lippen te krijgen. "Wat voor ritueel?" Hoewel ik dacht meer moed bij elkaar te hebben gesprokkeld, klonk de vraag toch wat slapjes. De vrouw die ooit mijn geliefde moeder was moest daarom ook even schamper lachen. "Lieverd, maak jij je daar maar niet druk om. Zodra we er zijn zal ik je alles uitleggen." De bijna zoete manier van praten bezorgde me de rillingen.
Dit was mijn moeder niet meer. Zij was gestorven samen met mijn vader.
Ik had dit al geweten zodra ik haar zag, maar toch moest ik mijzelf eraan blijven herinneren. "Maar natuurlijk, Reyna." Ik zag haar even opschrikken bij het horen van haar naam, in plaats van moeder, wat ik normaal gebruik. Met een kuch raapte ze zichzelf weer netjes bij elkaar.
"Je kan dat toontje laten varen, dame." Het leek alsof ze mij op mijn vingers wilde tikken net zoals ze vroeger wel eens gedaan had, maar zich uiteindelijk toch bedacht terwijl we onze weg vervolgden. Ondanks dat ze me voor de rest hard aan heeft gepakt de afgelopen dagen verviel ze niet in haar moederlijke straffen zodra het daarop aan leek te komen.

Mijn ogen gleden ook om de haverklap naar Bailey, die stilletjes als een gehypnotiseerde achter ons aan liep. Had een hart in de handen van iemand anders echt zoveel invloed op diens eigenaar? Kan ze nog steeds voelen en denken zoals ze normaal altijd deed? De vrolijke Bailey die altijd haar woordje klaar had. Die altijd zoveel malen dapperder was geweest dan ik.
Zou ik haar ware persoonlijkheid ooit nog terugzien? Zijn er bijwerkingen van een teruggeplaatst hart? Kon ik mijn moeder geloven dat ze hem terug zou geven, nu ik met haar meewerk?

De rest van de reis was in grote stilte. Tientallen dingen spookten door mijn hoofd heen en ergens brandde de vraag op mijn tong waarom we niet gewoon reizen met die vreemde paarse magie van haar. Natuurlijk wilde ik niet sneller bij mijn mogelijke dood komen, maar we liepen nu al een behoorlijke tijd en ik merkte dat mijn moeder der voeten pijn begonnen te doen.
Ze had dan altijd dat aparte loopje alsof haar hakken te hoog waren en de grond te modderig.
Ergens had ik zin om een gevatte opmerking naar haar hoofd te smijten toen ze opeens stil hield. "We zijn er."

De woorden die zich op mijn tong aan het vormen waren, werden met een hartslag weer ingeslikt. De plek die zij aangaf als 'we zijn er' was op dit ogenblik niets meer dan een simpele open plek in het bos. Identiek lijkend op de plek waar ze me onder dwang meegekregen had. Ook hier wilde ik iets zeggen, maar ik bedacht me al snel. Ze had een tijdje geleden iets gezegd over een portaal. Dan moet dit deze plek zijn.

Maar toen zag ik het. Een minieme glinstering tussen twee bomen wiens takken spelende schaduwen wierpen op de grond. Maar juist door die schaduwen werd het allemaal steeds duidelijker.

De gloed leek zilver, maar leek van kleur te veranderen zodra we dichter in de buurt kwamen.
Van zilver naar violet naar het diepe paars die ik ogenschijnlijk herkende als mijn moeders magie.
De glinstering groeide en vormde zich tot een grote massa, die langzaam rond kolkte in een perfecte cirkel. Dit is het. Het portaal waar ze over had gesproken.

Een brekende tak aan de andere kant van de open plek deed mij en mijn moeder duidelijk opschrikken.
Alsjeblieft, laat het mijn redding zijn. Al hoopte ik ergens ook dat Killian ver weg zou blijven. Dat hij de veiligheid op zocht en zich niet in gevaar zou brengen om mij te redden. Alweer.
"Waarom loopt die bitch los? Ben je zo zeker van jezelf dat je de teugels laat vieren, zus?"

De moed zakte me in de schoenen. Maar natuurlijk, ik had eigenlijk ook niemand anders dan hen aan kunnen treffen op deze afgelegen plek, misschien wel uren lopen van de plaats af waar ze ons en uiteindelijk mij te pakken had. Maar als mijn oom en neef hier zijn dan... Oleander!

Zonder al te veel aandacht te trekken probeerde ik voorbij hen te kijken, maar de kar waarmee ze gekomen waren was mij onttrokken aan het zicht. Leal zag me kijken en lachte even schamper. "Zoek je dat zielige vriendje van je?" Hij klopte even op de kar achter zich.
"Wees gerust, we hebben hem meegenomen. Misschien komt die nog van pas als..."
Maar Ludovic snoerde hem de mond. "Verpest nou niet de spanning."

Zijn ogen gloeiden op toen zijn blik weer naar mij gleed. Alsof hij meerdere dingen tegelijk met me wilde doen. Allemaal even erg of erger als de vorige. Ik kon ze allemaal van zijn gezicht aflezen.

"Genoeg geleuter, laten we gaan voor er... Complicaties opdoemen." Ik zag The Dark one als eerste het portaal in gaan, gevolgd door mijn oom, die in een verknipte galante manier een armgebaar maakte wat 'Dames gaan voor' betekende en ik wist dat hij niet eerder van zijn plek zou wijken voor ik langs hem heen gestapt was.

Mijn ogen gleden naar Reyna, die als een waarschuwing Bailey der hart voor zich hield.
Duidelijk voor mij in beeld om me eraan te herinneren wat er op het spel stond, mocht ik niet mee willen werken. Vanuit mijn ooghoek zag ik Leal bezig met de kar, waar hij een bewusteloze Oleander vanaf sleepte en even haalde ik opgelucht adem. Hem leek verder niets te mankeren. Geen zichtbaar bloed.

Voor ik mijn verknipte familie op het idee te brengen om wel wat meer uit te halen met Oleander stapte ik zonder Ludovic aan te kijken langs hem heen het portaal in. Ik kneep mijn ogen even dicht zodra de paarse mist mij overspoelde. De kilte die het uitstraalde bezorgde me de rillingen. De mist voelde koud. Kil. Alsof het een bijna tastbare manifestatie was van hoe de vrouw die ooit mijn moeder was in elkaar steekt. Het stak als kille lucht in mijn huid en ik kneep mijn ogen nog steviger dicht. Het was amper verdraagzaam. Niet zozeer door de lichamelijke pijn, maar door het gevoel dat het teweeg bracht. Het voelde alsof er ijswater door mijn aderen stroomde maar aan de andere kant leeg was. Wat ook niet meehielp was dat het doodstil was in de paarse mist. Daarnaast was ik ook totaal mijn besef kwijt van tijd en ruimte. Het enigste andere wat ik voelde, was de hand van mijn oom die strak om mijn bovenarm geklemd was.
Hij leek iets te zeggen en ik zag zijn lippen wel bewegen, maar zijn stem bereikte mijn oren niet. het leek alsof er ondanks het lichamelijke contact er toch een soort barrière tussen ons bestond. Reyna gebaarde hem om zijn kop te houden en zij had duidelijk begrepen wat hij gezegd had, in tegenstelling tot mijzelf. Ik kon mezelf nog net inhouden toen de vrouw opeens verdween.
Waar was ze heen? Verwoed begon ik om mij heen te kijken.

The Dark One was net zoals mijn moeder verdwenen. Waren ze vooruit gereisd? Wat had dit te betekenen? De armen van mijn oom trokken me echter dichter naar zich toe en in een vlaag wist ik me ertegen te verzetten. Ik ging al vrijwillig mee, dan hoefde ik het niet te pikken dat hij me überhaupt nog aanraakte. Zeker niet nu de twee magie gebruikers uitzicht waren. Ik wist me los te krijgen en aan zijn blik te zien wist hij dat ik nergens heen kon, maar dat hij gewoon even een lolletje wilde hebben. Walgelijke man.

Om hem het genot niet te gunnen van mijn aandacht richtte ik me op de mist. Hoewel het eerder meer op een wolk had geleken, leek de magische portaal nu meer op een vloeiende substantie die een tunnel vormde om ons heen en ons voort duwde zonder dat we hoefden te lopen.
De vloeiende substantie werd op een gegeven moment weer afgewisseld met de mist en weer overspoelde die kilte me weer.

Het eerste wat ik nog weer anders waarnam was een geluid. Het geluid van wind die door bladeren leek te ritselen, wat wees op een relatief harde wind. Al snel kwam er een ander geluid bij, eentje die de wind soms zelfs nog leek te overtreffen. Een geluid dat ik in de tijd dat ik op een schip zat overal heb leren herkennen. Het klotsende geluid van water tegen een vaste substantie. De mist begon op te lossen en ik wist dat het nog maar enkele seconden zou duren voor we op de bestemming aan waren gekomen. Zodra die gedachte door mijn hoofd spookte verviel inderdaad de paarse mist om mij heen en landde mijn voeten op vaste grond.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen