Foto bij II 017 II

Josephine Ruth Brown


'Oh Josie, my Josie.' Piept mam blij. Ze heeft haar handen voor haar mond en haar ogen stralen helemaal. Ze springt een beetje op en neer. Ik heb haar nog nooit zo gezien.
'I was so scared.' Zegt ze. Ik probeer haar glimlachend aan te kijken, maar het lukt niet helemaal. Ik ben moe en mijn lichaam doet ontzettend veel pijn. De verpleegkundige hebben mij al wel wat extra pijnstilling aangeboden, maar ik wil helder blijven voor de kinderen.
'Are they coming?' Mijn moeder begint hevig te knikken.
'Yes, they will be here soon. Oh, I will get you some more water.' Ze knijpt nog zachtjes in mijn hand en loopt dan half huppelend mijn kamer uit. Even voel ik mijn lichaam ontspannen. Het kost meer moeite dan normaal om te luisteren en naar mensen te kijken. Even sluit ik mijn ogen. Alleen lang blijven ze niet gesloten.
'Mommy!' Hoor ik dan opeens. Mijn ogen schieten open en daar komen Mitch en Lucy op mij afgerend. De tranen vullen zich in mijn ogen. Ik ben nog nooit zo blij geweest. Ze rennen op mij af. Ze springen half bij mij op bed en ik sla mijn armen om ze heen. Ik begin ze allebei te kussen. Mijn hart vult zich met geluk. Ik kijk Mitch starend aan. Ik kan het niet geloven. Hij is er nog. Het was echt een droom. Ik druk een dikke kus op zijn voorhoofd.
'I love you kids so much.' Ze beginnen allebei te stralen.
'We love you.' Zegt Lucy en legt haar hoofd op mijn schouder. Mitch kijkt mij onderzoekend aan.
'Are you in much pain?' Vraagt hij bezorgd. Ik tover een glimlach op mijn gezicht.
'No I'm not in pain.' Lieg ik. Alles deed werkelijk waar pijn, maar dat hoefde zij niet te weten.
'Hé, where did he go?' Vraagt Lucy dan verbaasd. Ze laat zich weer op de grond glijden en loopt naar de deuropening.
'Come on, dad.' Even twijfel ik of ik het wel goed gehoord heb, maar dan verschijnt er opeens een goed ingepakte man in de deuropening. Diegene heeft een pet op, zonnebril en een sjaal dat voor zijn mond valt. Hij stapt naar binnen en sluit de deur.
'I'm sorry, I look like this... I just wanted to come with the kids to see you.' Hij doet zijn zonnebril en pet af en daar verschijnt hij. Ik had zijn stem al herkend, maar nu dat ik zijn gezicht zie dringt het nog meer door.
'Hi.' Mompelt hij twijfelend, nadat ik nog steeds niks gezegd heb. Hij heeft zijn handen in zijn zakken en wiebelt zenuwachtig heen en weer.
'Dad come.' Roept Lucy. Ze pakt zijn hand en trekt hem dichter naar mij toe. Mitch zit nog naast mij. Hij houdt mij stevig vast alsof hij bang is dat er anders wat met mij gebeurt. Lucy staat nog tussen Harry en mij in en kijkt ons hoopvol aan.
'What are you doing here?' Vraag ik verbaasd.

Harry Edward Styles


* Drie dagen eerder *

Groot verschijnt erop mijn scherm "mam" zuchtend klik ik haar weg. Ze heeft mij de afgelopen dagen zo vaak proberen te bellen net als Gemma. Ze vragen zich af waar ik ben en waarom ik de kinderen niet wil gaan opzoeken. Ik snap dat ik vader ben, maar ik snap het ook weer niet. Het lijkt maar niet echt door te dringen. Of misschien wil ik gewoon niet dat het doordringt. Weer trilt mijn telefoon en ra-ra wie kan het zijn, "Gemma" staat er groot op. Ik klik het weer weg. Languit blijf ik op de bank liggen. Ik weet dat ik eigenlijk genoeg dingen zou moeten doen, maar ik kan mezelf er nog niet toe zetten. Gelukkig weten maar een aantal mensen dat ik in mijn appartement in Londen zit. Mam en Gemma denken dat ik in California zit. Als ze zouden weten dat ik hier zou zitten, zouden ze mij persoonlijk komen halen. Mijn telefoon blijft maar trillen. Okay, ik ga hem nu uitdoen besluit ik. Alleen als ik op mijn telefoon kijk zie ik dat ik tien gemiste oproepen heb van mam en vijf van Gemma. Ze zijn vandaag wel erger dan de afgelopen dagen. Ook zie ik nu dat zij mij berichtjes hebben gestuurd.
Mom:
HARRY, pick up the phone!!
There's an emergency!!
PICK UP.

Gemma:
Harry please, pick up the phone. It's about Josie. It's really bad

Zodra ik zie dat het te maken heeft met Josie voel ik een naar gevoel opkomen. Zonder verder te lezen bel ik meteen mam.
'Harry, thank you for calling.' Haar stem klinkt alsof ze gehuild heeft.
'What's going on?' Een zachte snik hoor ik.
'Darling, you have to come back. I know you don't want to hear this, but you have to go to your children...' - 'Mom, what the fuck. I will go to them when I'm ready.' Als dit een slechte poging is om mij daar te krijgen, dan wordt ik echt woest.
'Harry, Josie got hit by a car yesterday. It's bad.' Even twijfel ik of ik het wel goed gehoord heb, maar langzaam begin ik te realiseren dat mam dat zojuist echt gezegd heeft. Het voelt alsof ik elk moment ga kotsen. De wereld begint te draaien. 'What?' Komt er verward uit mijn mond. 'Harry, Josie is in a coma.'
'Which hospital is she in?' Vraag ik. Mam zag duidelijk deze vraag niet aankomen.
'In Leighton Hospital. Are you flying back?' Vraagt ze verbaast. Zonder nog wat te zeggen hang ik op. Snel spring ik op van de bank ren naar mijn kledingkast, pak er wat spullen uit en gooi ze in een tas. Binnen een kwartier zit ik in de auto op weg van Londen naar het ziekenhuis. Mijn hart bonkt enorm, de angstige gedachten komen regelmatig opzetten en het stemmetje zegt dan dat ik Josie voor altijd kwijt zal raken. Ik bijt door de tranen heen.
Na dik drie uur gereden te hebben sta ik dan opeens voor het ziekenhuis. Snel doe ik een pet en zonnebril op. Even kijk ik in de spiegel en besluit dan ook om een sjaal om te doen om de andere helft van mijn gezicht te verbergen. Zo, onmogelijk dat mensen mij nu nog herkennen. Ik stap de auto uit en begin te lopen naar de ingang. Onderweg merk ik dat sommige mensen mij iets langer aankijken. Ik weet niet is of ze mij herkennen of gewoon denken wat heeft deze malloot nou weer aan. Ik weet niet hoe slim dit idee werkelijk is, maar ik moet naar haar toe. Snel loop ik naar binnen naar de receptie.
'Hello good afternoon, how can I help you?' Vraagt de vrouw achter balie. Ze kijkt mij beetje vreemd aan.
'I'm here to see Josephine Brown. I am a friend' Zeg ik gehaast. Even twijfelt ze, maar knikt dan toch. Ze tikt wat in de computer en zegt dan dat Josie in kamer 3.06 ligt. Ik knik dankbaar en loop snel door. Bij elke stap die ik zet voel ik mijn hart steeds harder kloppen. Ik ga haar zometeen zien. Hoe zou ze eraan toe zijn? Zou ze wakker zijn? Of zou ze al... Ik duw die gedachte snel weer weg. Ik ga daar nu niet aan denken. Gehaast loop ik door de gangen. Dan zie ik haar kamernummer staan. Ik adem nog even diep in en uit en loop dan naar de deur. Zachtjes duw ik de deur open.
'Hello?' Vraagt Luna verbaasd als zij mij ziet. Ze herkend mij duidelijk niet. Jeff zit ook in de kamer en staat abrupt op.
Voordat ik wat kan zeggen valt mijn blik op Josie. Mijn mond valt open van schrik. Zonder wat te zeggen loop ik naar haar bed toe. Jeff en Luna kijken mij nu vast nog raarder aan, maar dat maakt mij niks uit. Mijn blik is alleen maar gericht op Josie. Haar been zit in het gips en op haar gezicht zitten allemaal schaafwonden. Haar lippen zijn gebarsten en een beetje opzwollen. Daarnaast zit er in haar mond een tube. Jeff loopt nu dreigend op mij af.
'It's me Harry.' Zeg ik rustig. Voorzichtig doe ik mijn pet en zonnebril af. Luna schrikt daar duidelijk nog meer van, maar kijkt mij dan dankbaar aan. Ze loopt op mij af en slaat haar armen om mij heen.
'I'm so happy to see you.' Mompelt ze tegen mijn sjaal aan. Ik sla mijn armen ook om haar heen en zo staan wij daar een tijdje. Jeff klopt kort op mijn schouder en neemt dan weer plaats op de stoel.
'How is she?' Vraag ik twijfelend. Luna kijkt mij verdrietig aan.
'Not good.' Piept ze. Verslagen keert zij zich weer richting Josie.
'She got hit by a car yesterday and they had to operate her. They thought she would wake up after the surgery... but she didn't.' Haar stem wordt steeds zachter. De eerste paar tranen beginnen over haar wangen te lopen.
'They don't know when she will wake up. It can be in a few hours, days or maybe months.' Snikt ze. Ik kan niet geloven wat ik hoor. Het enige wat ik kan doen is daar staan en staren naar de vrouw waar ik zo veel van gehouden heb en nog steeds zoveel van houd. Een traan voel ik over mijn wang glijden. Snel veeg ik hem weg, maar dan beginnen de andere te lopen en laat ik ze maar gaan.
'Oh Harry.' Zegt Luna als ze doorkrijgt dat ik aan het huilen ben. Ze stapt naar mij toe.
'I've been horrible to her. She can't d...' Het laatste woord krijg ik niet over mijn lippen. Luna schudt haar hoofd.
'She is strong. I believe in her and that she will wake up.' Zegt Luna. Ze kijkt mij hoopvol aan. Haar bruine ogen zijn rood van huilen, maar de glinstering is er duidelijk in te zien. Ze knijpt mij nog even in mijn arm en seint dat ik naar haar toe moet. Met kleine stapjes kom ik steeds dichterbij. Voorzichtig pak ik haar hand vast. Ze voelt warm aan.
‘Mom, come let’s get some coffee.’ Zegt Jeff die op staat.
‘Ok.’ Mompelt Luna twijfelend. Voordat ik het weet ben ik alleen met Josie. Ik loop dichter naar haar toe en ga op het randje van het bed zitten. Rustig veeg ik wat haartjes uit haar gezicht, waarna ik mijn vingers zachtjes over haar gezicht laat glijden. Normaal gesproken als ik haar gezicht streelde zou ze goedkeurend kreunen. Als ik dan zou stoppen, zou ze mij boos aankijken. Alleen nu was er geen reactie, geen gekreun, geen kick. Hard bijt ik op mijn lip. Verdrietig sla ik mijn hand voor mijn mond.
‘I’m so sorry Josie.’ Snik ik. Ik buig mij voorover zodat ik mijn lippen op haar voorhoofd kan drukken. Alles neem ik van haar in mij op.
‘Who are you? What are you doing?!’ Hoor ik dan opeens iemand roepen. Van schrik spring ik op. Daar zie ik dan twee kinderen en Tom staan. Lucy en Mitch kijken mij verrast aan.
‘Harry?’ Mompelt Lucy met grote ogen. Mijn hoofd voel ik rood aanlopen. Voordat ik wat kan zeggen rent Lucy dan op mij af. Ze gooit haar armpjes om mijn middel. Ze drukt mij stevig tegen zich aan. Verstijfd sta ik daar. Mitch en Tom kijken ook geschrokken. Onzeker kijk ik naar beneden naar het meisje dat mij vasthoud alsof haar leven ervan afhangt. Als ze omhoog kijkt en onze blikken elkaar kruizen zie ik even Josie. Ze lijkt sprekend op haar. Een klein glimlachje verschijnt erop mijn gezicht. Voorzichtig sla ik mijn armen om haar heen. Haar ogen beginnen meteen te glinsteren.
'You're our dad.' Zegt ze dan. Even schrik ik van haar opmerking. Ik twijfel over wat ik moet zeggen, maar knik dan toch langzaam ja.
'I'm happy you're here.' Zegt ze en drukt haar hoofd weer tegen mij buik aan. Zachtjes aai ik haar over haar rug. Een warm gevoel voel ik opkomen.
'I'm happy to be here.' Fluister ik.

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen