Hoofdstuk 01.


||Torvi Wigglywiggs


Mijn voetstappen raakte versneld de knerpende ritselende bladeren vermengt met takjes en twijgjes, vloer van het bos. Half struikelend wist ik over een uitstekende boomstronk heen te klauteren vooral ik plat met mijn snufferd in een pluim mos beland. Een zucht gleed er over mijn lippen en in een volgende beweging had ik mij recht gedrukt en het pluimpje mos waar ik met mijn neus in belandde uit de grond getrokken.
Stopte het stuk groen in mijn lederen jagerstas en sprintte vervolgens verder, de zon kon ieder moment de aarde kussen en op dat moment zou het elektrische hekwerk opnieuw beginnen met zoemen. Versneld sprong ik over de rivier dat het laatste stuk van het bos naar de openvlakte weerspiegelde. Vanuit de struiken gluurde ik over het veld heen naar het hekwerk dat District 12 met de bossen schrijd. Geen enkele Peacekeeper te zien, dit was mijn kans. Een sprint van 100 meter en ik maakte een sliding, alsof ik het precies had uitgerekend gleed ik onder het prikkeldraad door.
Op het moment dat ik mezelf recht druk, mijn kleren begin af te kloppen hoor ik het sidderende geluid van elektriciteit.
Het hekwerk was geactiveerd, dat betekende dus dat een ieder nu van zijn dagelijks taak mocht wijken en naar huis mocht vertrekken om te rusten.
Vertraagd alsof ik niets illegaals had uitgehaald liep ik op mijn gemak door de straten van de Seam.
Ik woon in de Seam al hoor ik er lichamelijk helemaal niet bij de bevolking dat in de Seam leeft. De reden hiervoor is, ieder die in de Seam woont en of vele die hier geboren zijn, hebben bepaalde eigenschappen. Die enkel afkomstig zijn uit de Seam, neem nu mijn twee oudste broers: Paul en Wesley, ze zijn typische Seam kinderen. Donkere huidskleur redelijk pezig gebouwd, donker haar en donkere ogen met een redelijk bol gezicht. Mijn andere broer: Gale, past net als mijn oudste zus: Malison daarentegen weer heel erg in de Square. Met zijn typische lichte blanke melkachtige huidskleur en donkerblonde haren met groene ogen.
En dan had je mij, ik paste in vrijwel geen van beide.
De donkere roestbruin gekleurde huidskleur was overduidelijk afkomstig uit de Seam, maar met mijn fragiele, figuur hoorde ik daar totaal niet thuis, ook klopte mijn haarkleur totaal niet bij mijn huidskleur. Het leek te vloeken, het was haast zo wit dat het bijna geen blond meer te noemen was. Mijn oogkleur leek als enige niet totaal af te wijken, ik had de prachtige warme amberkleurige ogen van mijn vader.
Ik was dus een combinatie uit twee gedeeltes van één District.
De persoon dat eigenlijk in beide gedeelte niet thuishoorde.
Mijn tikkende voetstappen raakte de ongelijke smalle kinderkopjes, en ritmisch voelde ik mijn tas tegen mijn been aan klappen.
Thuis zaten naast enkele oudere broers en oudere zus ook nog drie jongere jochies en twee jongere meisjes op mij te wachten. Stephen mijn vader heeft niet erg stil kunnen zitten. Ik heb om precies te zijn, zeven oudere broers twee oudere zussen, drie jongere broertjes en twee jongere zusjes.
Mijn vier oudste broers en mijn oudste zus zijn al het huis uit, mijn broer Lars, nog maar recent.
En dit is voor mij nogal een klap, ik kon het erg goed met mijn oudere broer Lars vinden, net dat ik het super goed met mijn oudste broer Gale kon vinden. Nu dat Lars het huis had verlaten, hadden mijn overige oudere broers en zus, schoon schip en konden dus uithalen wat ze maar wilde.
En met mijn oudere zus Sarah en mijn oudere broers: Brian, Thomas en Dennis kon ik het totaal niet vinden.
Mijn vader heeft om precies te zijn vijftien kinderen op de wereld gezet, mijn moeder is overleden tijdens de bevalling van de tweeling.
Dat is nu z’n vier jaar geleden.
Dus al vier hele jaren zorg ik met mijn broers en zussen voor elkaar. Mijn vader probeert zo nu en dan een handje te helpen, maar door een ongeluk in de MIJN is mijn vader arbeidsongeschikt geraakt. Hij mist een been en zit dus in een zelf in elkaar geknutselde rolstoel, dat niet echt kan rollen.
De man kan niet gemakkelijk uit de weg en zit voornamelijk aan het huis gekluisterd.
Ik was zo diep in gedachten verzonken geraakt dat ik zowat mijn eigen huis voorbij zou stappen.
Ligt verrast doordat er geen lawaai uit het huis lijkt te komen, stap ik op de voordeur af. Maar zodra ik de voordeur uit zijn as heb en het oude leenhuis van mijn vader binnenstap, krullen er al twee paar slanke armen rond mijn nek. Gekir, opgewonden kletsende maar vooral speelse geluiden van mijn jongere zusjes vulde mijn trommelvliezen.
“Ben thuis” was mijn tinkelende hesé stem, Lori kneep mijn luchtpijp dicht doordat ze onhandig rond mijn nek was geklauterd. Langzaam kniel ik door mijn benen en krul ik de armen van mijn zusjes los van mijn nek. “Ben je bij het gemeentehuis geweest” was de warme hesé tropische stem van mijn vader, breekbaarder. “Ja” antwoorde ik de man, mijn jachttas op het aanrecht dumpend stapte ik richting het half afgeschermde gedeelte van de woonkamer. Mijn vader zat in zijn zelf in elkaar geknutselde rolstoel, dat niet kon rollen.
“En” de man had zijn wenkbrauwen gerezen, ik schudde mijn hoofd.
Beet vervolgens op mijn lip en liet mij voor de man op de bank in het stof zakken.
“Niet waar de kleintjes bij zijn” antwoorde ik mijn vader een waterige glimlach rond mijn lippen plaatsend. “Hoe was uw dag” vroeg ik nieuwsgierig, geïnteresseerd aan de man. “Rustig, heb het Capitool nieuws gevolgd” was de breekbare stem van mijn vader. De man probeerde duidelijk een brok van verdriet in zijn keel weg te drukken.
“Morgen beginnen ze met de opbouw voor de Games” mijn broertje Marcellus op schoot trekkend, zijn warrige krullerige blonde lokken uit zijn gezicht strijkend, druk ik een flinterdun kus op zijn wang. Gekir verliet zijn mond en half spartelend probeerde het jongetje uit mijn handen te geraken. Langzaam liet ik hem los en met een dreun belandde mijn broertje op zijn gat op de houten plakken vloer.
“De Games” was mijn vaders trage fluisterde stem.
“Ik weet waaraan u denkt pa” mijn tanden grafeerde zich in mijn onderlip zodra de amberkleurige warme ogen van mijn vader die van mijn ontmoeten. De man begon zijn hoofd te schudden, zijn ogen stonden gekwetst, niet in de zin dat ik hem verdriet had gedaan. Maar door een enorm schuldgevoel dat diep in de man geworteld zat. Ieder jaar voelde mijn vader zich schuldig.
Ieder jaar was mijn vader rond de periode van de Hungergames erg down, helemaal niet in zijn fel en ook erg voorzichtig.
Dat er een kans was dat één van ons getrokken werd, werd met het jaar dat naderde groter en groter.
Hoe ouder ik zou worden, hoe meer Naamplakken, mijn drie jongere broertjes en twee jongere zusjes hoefde zich daar op het moment nog helemaal niet druk om te maken. De komende jaren zaten hun nog veilig binnen de muren bij onze vader. Ik dat dit jaar voor de derde keer naar de Loterij moest, had al aardig wat Naamplakken op mijn naam staan.
Op 12 jarige leeftijd begon het gesodemieter, nu een aantal jaar later was het gesodemieter enkel groter en erger geworden.
Zelfs zo erg dat mijn vader zo nu en dan last van zijn hart kreeg van de vele spanningen en zorgen die de man met zich draagt. Al probeerde ik voor een groot gedeelte de zorg van de man over te nemen.
“Tori, eten” was Delphine haar kinderlijke tinkelende klagelijke stemmetje.
“Torvi gaat zo aan het eten beginnen, waarom ga je niet lief met Lori en Marcellus spelen” knipoogde ik naar het meisje haar duim uit haar mond trekkend. Ze kantelde kort haar hoofd vooral ze een grijns rond haar lippen kreeg en zich met een plof naast haar broer en zus liet vallen.
Mijn vader fronste kort zijn wenkbrauwen, “ze luisteren goed” verwoorde de man.
Ik begon te grinniken, “ze weten wat de consequenties zijn” een vreemde trek rond mijn lippen plaatsend.
“Maar goed, vertel wat is er gebeurt bij het gemeentehuis, hun spelen lief” mijn vader wierp een blik op zijn jongste kinderen die in de hoek van de kamer zaten te spelen met wat houten geschilderde blokken. “Er is geen Proviand” sprak ik haast fluisterend, “heb het niet ontvangen maar heb wel mijn Naamplaten moeten inleveren” mijn wenkbrauwen in een frons gedrukt.
“En je broers en zus” mijn vader had zijn volgende vraag al sneller gesteld dan dat ik een vraag had kunnen bedenken. Ik schudde mijn hoofd, “ze hebben hen Naamplaat al ingeleverd gehad,” was mijn stomme verklaring. Op dat fronste mijn vader zijn wenkbrauwen gevaarlijk, langzaam rees zijn bovenlip en kwam een halve rij licht vergeelde tanden bloot te liggen.
“Ze laten je toch geen extra Naamplakken indienen,” hij kantelde zijn hoofd en onwennig begon ik te wiebelen.
Dit was nu al een aantal jaar aan de gang en mijn vader had al de tijd gedacht dat we het eerlijk hadden verdeeld onderling zodat we alle deels gelijk op zouden gaan en er één van ons nooit echt gevaar zou lopen. In het begin was dat ook zo, tot dat Lars verjaarde en het huis uit ging dit was nu zo’n half jaar geleden. Dus zes naamplakken plus de extra ingediende plakken.
“Torvi” was de klagelijke roep van mijn vader.
“Van al mijn kinderen heb ik jouw het hardst nodig” snauwde de man, zijn handen had hij in de lucht gegooid en boos schudde de man zijn hoofd. Ongeloof was duidelijk van zijn gezicht te lezen en een vreemde twinkel schemerde door zijn iris. “Het spijt me” was het enige dat ik over mijn lippen wist te krijgen. De voordeur werd bruut uit zijn as gedonderd en vermoeid van het harde werken kwamen mijn oudere broer en zus binnen lopen. Met prut aan hen schoenen walste ze door verder het huis binnen.
“Schoenen uit, verdomme” riep mijn vader naar Brian en Sarah dat net vier handen op één buik waren.
“Sorry pa, we zijn kapot” was Brians klagende maar vooral buigende stem, hij had nog altijd respect voor en naar de man. Ondanks dat hij vond dat mijn vader lui en zwak is. “En straks als de jongste op bed liggen wil ik in gesprek met” mijn vader begon naar de twee te wijzen, “en Thomas en Dennis” snoof mijn vader. Zowel mijn broer als mijn zus begonnen te knikken en zonden tegelijk alsof het synchroon was mij een dodelijke blik.
“En laat Torvi met rust” was de barse stem van mijn vader.
“Ja, ik ga koken” mij recht drukkend stapte ik de keuken in en begon vervolgens aan de eerste voorbereidingen van het avondeten.
“Ze heeft vast weer lopen klikken” was Sarah haar kattige arrogante maar vooral kinderlijke stem, er kwam geen verder weerwoord dat betekende dus dat mijn vader mijn zus en vast en zeker ook mijn broer die er wat op wilde gaan zeggen een gevaarlijke blik had gezonden.
Ik wist dat ik tot de jongste groep kinderen in het huishouden behoorde.
Soms schaamde ik me er een beetje voor, vooral omdat ik als één van de weinige kinderen echt niet in beide gedeeltes van District 12 thuis hoorde. In de Seam paste ik er niet in door mijn af zienlijke lichtblonde haast witte haren. Maar in de Square paste ik er weer niet bij door mijn donkere roestbruin getinte huidskleur. De verschrikkelijke mix van mijn vader en moeder.
Dit huishouden voorzien van een avondmaal was een behoorlijke klus.
Het gezin telde welgeteld, tien kindermonden en één volwassenmond om gevoed te worden. Een totaal aan elf leden, een vader, zes zonen en vier dochters. Zo nu en dan bleef er een oudere broer of zus mee eten. Als we voldoende Proviand te delen hebben.
Het konijn had ik enkele dagen terug al van zijn jas ontdaan, het had goed kunnen rijpen en het vlees zag er erg sappig uit. De vele repen op een plank uitstrijkend begon ik ze te tellen. Na het totale aantal te weten begon ik het in porties te verdelen. De aardappelen stonden te pruttelen in een pan met water en de wortels dat ik had weten te plukken uit de tuin, begonnen langzaam aan te garen.
Heerlijke geuren van een verse warme prak walmde door het oude houten leenhuis heen.









Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen