Hoofdstuk 03.


||Torvi Wigglywiggs


Met tranen in mijn ogen stapte ik mijn warme bed dat ik deelde met mijn twee jongste zusjes uit. De hele nacht werd ik geteisterd met nachtmerries over de aanstaande Roeping. Mijn derde keer dat ik moest verschijnen en ik scheet alle kleuren van de regenboog. Reden hiervoor is door de bekendmaking van gister. Eerst drong het nog niet echt tot mij door, totdat mijn vader met mij een gesprek had aangeknoopt zodra ik mijn broertjes en zusjes op bed had gelegd.
De jongens en meisjes met de MEESTE naamplakken zouden worden opgeroepen. Uiteraard waren er meerdere gezinnen met kinderen die er aardig wat hadden vergaard. Maar ik, juist ik liep nu het meeste gevaar van dit gezin. En het aller ergste is nog dat mijn vader van niets weet. De dag dat ik 12 jaar oud werd ben ik naar de burgermeester en zijn vrouw gerent.
Papa had zoveel bekeuringen bij de man liggen omtrent schoolgeld en schoolplicht van zijn kinderen.
Doordat mijn moeder is weggevallen net als haar inkomsten, de inkomsten van oudere broers en mijn oudste zus, mijn vader dat arbeidsongeschikt raakt door werkzaamheden in de Mijn. Was ik genoodzaakt die taak op mij te nemen voor mijn jongere broertjes en zusjes.
Die dus enkele jaren nu achter liepen omtrent leren en vakgebied.
Door een erg goede afspraak met de burgermeester en zijn vrouw en een peacekeeper dat het hoofd was van de naamplakken, konden mijn drie jongere broertjes en mijn twee jongste zusjes dus naar school.
Wat er voor mij tegenover stond was mijn vaste 12 naamplakken de jaar, naast de 11 extra naamplakken die ik maandelijks bestel voor het gezin te onderhouden en de 10 naamplakken de schoolgaand kind, de zes maanden. Tel uit je winst. Niet mijn winst, maar de winst van de Burgermeester, zijn vrouw en het Capitool.
Mijn oudere broers en zussen zouden dit nooit over gehad hebben voor hen jongere gezinsleden. Dat mijn oudste broer nog thuis woonde, dus de vijf oudste kinderen nog deel maakte van het zelfde gezin, was het veel leefbaarder dan dat het nu op het moment is. Het gemis naar de familieleden waarmee ik wel redelijk goed door een deur mee kon komen.
“Ook goede morgen” was de tropische warme breekbare stem van mijn vader.
Aan zijn gezicht was duidelijk af te lezen dat de man net zo weinig geslapen had als ik en zich net zo druk had lopen maken als dat ik had gedaan.
Echter was het voor mijn vader voor al zijn kinderen die in de leeftijdsklasse van de Roeping viel. Zijn hand gleed naar zijn hart, de man had hartkloppingen en zo nu en dan leek het alsof de man een beroerte of een of andere hartaanval zou krijgen.
“Rustig papa” was mijn vermoeide hese stem.
Mijn hand rustend op die van hem, mijn vingers waren ijskoud, terwijl de handen van mijn vader zo warm als vuur voelde.
“Waarom steek je de openhaard niet aan, lieverd” papa drukte me van zijn schoot richting de openhaard dat nog lag na te smeulen van de avond ervoor. Voorzichtig stak ik een blok hout op de smeulende kolen en stak een twijgje met was gedroogd gras aan zodat het blok hout in de fik zou vliegen. Na een aantal geduldige minuten, stond de openhaard aan.
Een zachte warmte begon de kamer de verwarmen.
“Goed werd” was mijn vaders complimenterende stem.
“Bedankt pa, zal ik maar ontbijt maken of zal dat te voorbarig wezen nu met de Roeping” mijn wenkbrauwen in een frons getrokken.
“Leg de kleren van je broertjes en zusjes maar klaar” was het weerwoord van mijn vader. Die er net als ik nog niet over uit was of er ontbijt klaargemaakt moest worden of niet.
De eerste klusjes van de zorgelijke taken verricht, begon ik heet water te koken. Doordat mijn vader aardig wat schulden heeft, hebben we geen warm water, dus een snelle douche zouden we niet kunnen nemen. Na heel wat ketels water gekookt te hebben was het bad voor een deel gevuld en hoorde ik de eerste leden van de familie al ontwaken.
De tetterende vrolijke stem van mijn zusje Lori vulde mijn trommelvliezen en automatisch krulde mijn lippen naar een glimlach.
“Goedemorgen” begroette ik de tweeling dat hand in hand met ieder een duim in hen mond de woonkamer kwamen binnen stappen. Een soort van gebrabbel dat als een goedemorgen moest klinken volgde, uit hen propvolle mond. “Is die duim lekker” was de grinnikende stem van mijn vader “mag ik ook een hapje” grijnsde mijn vader nadat Delphine begon te knikken. Ze schudde vlak na zijn vraag haar hoofd en keek de man met grote verwijtende ogen aan.
Mijn tinkelende lach vulde al snel de ruimte, “kom dames jullie bad wacht” de twee meisjes naar de badkamer drukkend.
Beide meisjes in het warme bad plaatsend, hoorde ik mijn broertjes één voor één de trap af komen. Voor hen had ik hen kleren op mijn vaders bed gelegd. Hen badwater zou over een klein kwartier pas klaar wezen.
“Pa neemt u Denzel, Samuel en Marcellus even onder uw hoede” mij concentratie bij de tweeling vestigend.
De twee meisjes spetterde het warme water rond zich en probeerde elkaars rug te wassen met de spons, een grinnik vulde de ruimte en hoofdschuddend greep ik de spons uit hen handen. “Laat mij dat maar doen, we hebben vandaag wat haast” sprak ik, licht zenuwachtig. De angst dat diep in mij geworteld zat op de achtergrond drukkend. Ik kon het niet over mijn hart verdragen mijn zusjes verdriet te doen, door het leven te laten zonder dat ze ook echt van hen oudere zus hebben mogen genieten.
Maar als oudere zus had ik zo mijn verantwoordelijkheden, vooral als mijn oudere zus Sarah ze niet tot zich claimde.
Over Sarah gesproken, het egoïstische kreng is gisteravond pas laat na de klok thuis gekomen, ze mag van geluk spreken dat ze niet gezien is door een vredesbewaker. Ze heeft papa zo in de rats gedraaid dat ik bijna Malison tijdens de avondklok wilde gaan halen. De man was zo overstuur en zo bezorgd dat het echt leek alsof ik hem zou verliezen.
Mijn zusjes en mijn broertjes waren in bad geweest.
Sarah, Thomas, Brian en Dennis moesten per se voor mij badderen.
Dus nu als laatste van het gezin, zo vuil en stinkend als ik maar kon wezen mocht ik genieten van een zeer afgekoeld badwater. Dat al zeer troebel was door de vele personen die al voor mij het water hadden geraakt. Zuchtend begon ik mijn ledermaten te schobben, het meeste vuil wist mijn huid te verlaten maar vuil dat veel dieper in mijn poriën zaten, zou het water niet bereiken.
Na alles geboend te hebben gebruikte ik mama haar heerlijke bad gel zodat ik iets beter zou ruiken. Een kwartier later stond ik in een simpele donkerblauwe jurk met donker groen rouge kant. Mijn vreemde ballerina schoenen gehuld aan mijn voeten en mijn haar in een prachtige gekamde gedroogde los draperend over mijn schouders.
“Torvi” klonk de tropische dringende stem van mijn vader.
De Roeping kon elk moment aangekondigd worden, verbaasd stapte ik de badkamer uit, langs de slaapkamer van mijn vader naar de woonkamer. Waar ik oog in oog kwam te staan met niemand minder dan onze Burgermeester: Peeta Mellark en zijn vrouw Katniss Mellark Everdeen.
Een verontwaardigd geluid wist ik terug mijn keel in te drukken, mijn verbazing was zeer uitdrukkelijk te lezen van mijn gezicht, maar ook een korte shock voelde ik door mij heentrekken.
“Miss Wigglywiggs” sprak de burgermeester, beleefd.
“Burgermeester” kwam er kleintjes over mijn lippen, mijn wangen voelde ik kleuren.
Opnieuw verlegen, dat was een van mijn karaktereigenschappen, zeer vervelend. “Ik of eigenlijk wij” begon de burgermeester te stamelen. In zijn ogen was een sprankje verdriet te bespeuren, “willen het gezin heel erg veel sterkte toewensen” sprak zijn vrouw Katniss, vriendelijk maar op luide toon. Een wrang glimlachje sierde haar lippen.
Haar ogen gleden naar mij en met een staal gezicht keek ik de vrouw aan.
Ik wist wat ze dacht, maar ik zou haar niet tonen dat ik ook echt angst heb. Zij zelf had notabene het zelfde meegemaakt, ook al kondigde ze zichzelf als vrijwilliger aan voor haar zusje. Ze zou weten wat ik zou doormaken, vooral als dit betekende dat ik mijn jongere broertjes en zusjes kon helpen. Zolang ik adem van deze aardbol in mijn longen kon zuigen, zou ik blijven vechten.
“Bedankt” stamelde ik ongemakkelijk.
Dit bezoek vond ik maar wat vreemd, ik wist dat de burgermeester een zwak heeft voor de Wigglywiggs familie, maar dat hij persoonlijk onaangekondigd op visite gaat, had ik nooit achter de man gezocht. Van Katniss, zijn vrouw had ik het in een zekere zin verwacht. “Succes, straks” glimlachte de burgermeester kleintjes, nadat hij meerder Wigglywiggs, kinderen zag staan.
De man liep in een gestaagd tempo naar de voordeur en verdween met zijn vrouw uit zicht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen