Hoofdstuk 04.


||Torvi Wigglywiggs



Mijn vaders verbaasde gezichtsuitdrukking negerend trok ik Lori en Delphine van de grond en stapte vervolgens naar de keuken waar ik ze beide op een houten stoel plaatste. Voorzichtig begon ik het haar van de tweeling te borstelen en te kammen, na een aantal minuten had ik hen haar beide op een staart weten te binden. Hen donkere haast bruin gekleurde haren waren nu uit hen gezicht en hen lichte melkwitte huidskleur zag er schoon en fris ruikend uit. “Twee nette prinsessen” ik kuste de twee op hen wang en glimlachte kort.
Gekir van hen vulde mijn trommelvliezen, “Denzel help jij Samuel en Marcellus met hen haar” was mijn tinkelende nerveuze stem.
Aan Sarah, Thomas, Dennis of Brian hoefde ik het niet te vragen, ze waren al lang en breed klaar. Stond in feite al helemaal klaar voor de Roeping.
Het nerveuze maar vooral bezorgde gezicht van mijn vader probeerde ik niet te veel in mij op te nemen.
De uren die ik nu nog met het gezin had, moest ik genieten en het maken als of het mijn laatste momenten met hen zou zijn.
Ik wilde nog helemaal niet denken aan wat er ging komen, de spanning in huis was al om te snijden en het bezoek van de burgermeester en zijn vrouw hadden het er niet makkelijker op gemaakt. Eerder vragen opgewekt, zowel bij mijn vader als mijn broers en zuster. Alle wisten we dat de man niet zomaar met zijn vrouw zou langskomen.
We hadden wel meerdere grotere gezinnen in de Seam en Square, maar de Wigglywiggs familie was altijd nog de grootste van District 12.
Voor een heel klein beetje waren we beroemd, als de trekking straks zou zijn en er één Wigglywiggs getrokken wordt zou dat al een opluchting zijn voor bepaalde gezinnen. Een kind minder, dus de familie zou krimpen.
“Pa” mijn trillerige stem verried dat ik doodsbenauwd was.
De man keek op, Denzel stond voor de man zijn neus de strik die hij rond zijn nek had geknoopt, goed trekkend.
“Voor de avond heb ik Haas klaar in porties, een bietensoep staat klaar in de pan hoeft alleen het vuur nog onder” begon ik met de Proviand voor de komende dagen. Na de Roeping hadden enkel de kinderen die niet geselecteerd konden worden honger, de overige rantsoenen zouden opgespaard worden voor later. Zoals altijd, ieder jaar.
“In de schuur hangt een Kalkoen, Konijn te rijpen, drie emmers met appels en peren en een grote kist met aardappel en tarwe” verwoorde ik kleintjes.
“Dit moet voor de komende week genoeg wezen, morgen komen 12 balen Proviand” de man een warme kop thee aanreikend. Begon mijn vader te knikken, “bedankt” pa hief kort de warme kop.
“Ik weet niet wat er straks gaat gebeuren” mijn hoofd schuddend.
“Maar uw moet weten dat ik uw hart nooit zou willen breken en u nooit verdriet zou willen doen” mijn lippen in een waterige glimlach proberen op te krullen. “Mocht het zo zijn, zorg goed voor Denzel, Samuel, Marcellus en de tweeling” mijn wenkbrauwen in een frons gedrukt. “Er is kans dat u niet meer op één van ons kan terugvallen” mijn stem stierf weg.
Want dit was een onderwerp dat ik liever niet aansneed.
Mijn vader was aan de betere hand al had de vader nog zoveel moeite met de zorg voor zijn kinderen.
De man kon zichzelf al niet uit de weg, laat staan dat hij een functioneel voorbeeld, dat de kinderen kunnen overnemen om te leren zou kunnen geven. Mijn oudere broers en zus hadden inmiddels hen eigen leven opgebouwd en keken niet zo heel veel meer naar ons om. Ze kwamen zo nu en dan op bezoek en andersom, maar daar hield het voor groot en deels ook alles bij op.
“Ik begrijp het” was mijn vaders stem, helder.
“Mooi” verzuchtte ik.
Opdat rinkelde de Roeping bel door het District en verstijft trok ik de tweeling tegen mij aan.
Het was zo ver…
Ik moest mij gaan melden en mijn vader zou met de kleintjes aan de zijlijn staan wachten. Net als alle andere kinderen die dus niet in het lijstje met MEESTE naamplakken, zouden vallen. Van uit alle kinderen die doorgaans zich moeten melden voor de Roeping, viel nu gewoon driekwart van de kinderen af. Enkel de grote gezinnen waar meer dan 150 Naamplakken van waren, zouden in de bol zitten.
Zelf durfde ik niet eens te gokken, ik wist dat mijn naam meer dan 250 keer in de glazen bol zou zitten.
Mijn eigen jaarvoorraad Proviand zorgde daar alleen al voor, 12 plus 11 extra de maand, dus dat weer keer 12 en dan nog is de naamplakken voor mijn drie jongere broertjes en twee jongere zusjes, voor betaling voor schoolgeld. Dus tel uit de winst dat het District gemaakt had, alleen al met mij. Dan hadden we nog mijn broers en zus, ook hun hadden meer dan gebruikelijk.
Diep in gedachten verzonken liep ik de rij in, voelde mijn linker vinger nat worden en een duw volgde.
Ik was ingeschreven, onzichtbaar mijn hoofd schuddend probeerde ik mijn hoofd erbij te houden. De roeping, het was zo ver, er was geen weg meer terug. Geen kans meer om onder het elektrische hekwerk door te kruipen en te verstoppen.
In het vak waarin ik moest staan stonden nog een aantal meisjes, de weinige koppen waren in dit geval te tellen. Ook de jongenszijde leek dit keer telbaar te wezen. Mijn broers stonden net als ik al in het aangewezen vak, enkel hadden hen rooddoorlopen ogen en leken ze zich vast te houden aan elkaar om niet tegen de vlakte te gaan.
Ja, mijn broers mochten bullebakken lijken en zich er ook zo naar gedragen, maar in feite hadden ze maar een heel klein hartje.
Sarah kwam nu door het linten spektakel lopen en ook haar ogen waren rood doorlopen, haar wangen waren vuurrood en kinderachtig drukte ze haar bebloede vinger tegen haar lippen. Zodra ze me zag, schonk ze me een waterige giftige blik alsof ze zo wilde zeggen dat het allemaal mijn schuld was en dat het door mij kwam dat ze hier moest zijn.
Dit keer leek het niet zo lang te duren.
De vrouw dat ons District vertegenwoordigd stapte het podium op, die al druk bezet was met de Burgermeester en zijn vrouw, zijn kinderen die net buiten de boot vielen voor deze trekking en enkele hoge piefen die dus met de burgermeester het District leed. Met grote nieuwsgierige ogen keken ze alle hoogachtend op ons neer.
Een kleine groep kinderen dat als angstige haasjes stonden te wachten op het verlossende woord.
“Dit jaar is het een speciaal jaar” begon de vertegenwoordiger te spreken, aan haar stem was duidelijk te horen dat ze een vrouw was. Maar haar uiterlijk beschreef het tegendeel. Haar haar was zo kort dat ik mij afvroeg of het wel echt haar eigen haar is, haar gezicht was zo dik onder de smurrie en de make-up verf gesmeerd dat je amper nog haar natuurlijke kleuren kon opmerken.
En haar stem, klonk als een Ekster dat voor dagen had gevloten en zo goed als zijn stem verloren was aan schelheid.
“Enkele van jullie zullen na vandaag bekendheden zijn” was haar kakkerige Capitool stem verder door de boxen te horen. Ik vond haar gekwek op niks slaan, onbelangrijk. Helemaal niet interessant, ze begon te ratelen over wat de vorige Winnaar allemaal niet had gedaan om ons te vermaken en het Capitool te verassen. Na een kuch van de burgermeester, hervatte de vrouw zich.
“De Hungergames” was haar schrapende stem.
Ze keek naar de twee glazen bollen die voor haar neus op een tafel stonden.
Familieleden stonden aan de zijkant van de kandidaat kinderen toe te kijken, naar hoe de vertegenwoordigster liep te prutsen.
Ze deed het nog niet zo heel erg lang voor dit District, de man die het jaren gedaan had is ontslagen of heeft ontslag genomen. Wat er met hem was, hadden wij burgers geen idee van. “Normaal begin ik met de dames” sprak Dionysos Kwek. “Dit keer is met de heren” ze glimlachte wrang en liep op haar hoge stiletto hakken naar de glazenbol van de jongens.
Mijn handen voelde ik zweterig worden en een brok nestelde zich in mijn keel.
Nu dat wij meiden langer in spanning worden gehouden voelde ik me onrustig worden, want ik wist niet hoe ik zou reageren als één van mijn broers naar voor zou worden geroepen. Dionysos had de eerste naam uit de bol gehaald en was op een kakkerig drafje naar de microfoon gelopen. Ze begon te prutsen aan het embleem en trok het papier open.
Met een teug lucht sprak ze de eerste naam uit “Wigglywiggs, Brian” tinkelde haar stem.
Geschrokte ademteugen volgde een kreet van enkele meters verder die mij bekend voor kwam, vulde mijn trommelvliezen.
Sarah, haar beste maatje vanuit het huishouden.
De ogen van mijn zus begonnen troebel te staan en de eerste druppels tranen verlieten haar ooghoeken al. Duidelijk kon mijn oudere zus haar emoties niet in bedwang houden. Haar lichaam begon ongecontroleerd te trillen en alles in mijn lichaam vertelde me om haar te gaan troosten, maar ik kon mij op de een of andere manier niet bewegen alsof ik zelf versteend was.
Wat er echt verder gebeurde liep als een wazige bal lucht langs mij heen, een volgende jongensnaam vulde mijn trommelvliezen. Het kwam mij niet bekend voor en het leek een jongen vanuit de Square te zijn. Een van de kinderen van de smederij, rond de leeftijd van Brian stapte net als mijn broer dus gedaan had het podium op. Een volgende naam volgde en op dat leken opnieuw mijn spieren zich samen te spannen.
Van de 9 gezinnen die waren opgeroepen, waren 2 van mijn broers uit de loting gekomen.
Zowel Brian als Thomas, met grote ogen keek ik naar Dennis die met heel veel moeite zijn tweelingbroer probeerde tegen te houden.
Dus dat ik wist dat 2 van mijn broers niet thuis zouden komen, begon ik mij zorgen te maken. Dennis zou te hard geraakt dat hij niet in staat zou zijn om voor zijn jongere broertjes en zusjes te zorgen. Mijn hoofd draaide naar Sarah dat op de grond was geklapt, ze was in het vak gaan zitten en een Peacekeeper probeerde haar commanderend overeind te brullen.
Maar Sarah was te vér heen, te diep in haar verdriet gezakt dat ze niets tot zich nam.
Dionysos Kwek was nu naar de glazenbol van de dames gelopen. Haar ogen gleden van de bol naar de burgermeester die angstig zijn hoofd begon te schudden alsof hij zo wilde zeggen dat geen van ons nog getrokken mocht worden. Maar dat is nu juist het punt, onze namen zaten zo vaak in de bol dat de kans dat we gepakt werden, gewoon té groot was.
Geschrokt haast stokkend stootte Dionysos Kwek de volgende naam uit “Wigglywiggs, Sarah” mijn zus keek geschrokken op doordat ze haar naam hoorde. De peacekeeper dat naast haar stond trok haar aan haar arm op en sleepte mijn zus zonder pardon achter zich aan naar het podium. Op dit moment schaamde ik me, voor enkele van mijn familieleden. Met name voor mijn zuster.
Begreep ze dan niet dat er camera’s waren, die alles filmde.
Wij waren op het moment de bezienswaard ging van heel de wereld. Elk District werd gefilmd tijden de Roeping. Morgen zodra alle Tributen op de trein zouden zitten, zouden alle beelden worden los gelaten in de Districten. Zodat ze wisten wie voor wie een tegenstander zou zijn. Het Capitool kreeg dezelfde uitzending. Aangezien dat de Roeping overal tegelijk is, kan dat dus niet Live, Live worden uitgezonden.
De President, zou elk beeld Live zien net als de Gamemakers.
Zodat ze een spel ervan konden maken, vermaak konden produceren voor de kijkers.
We werden pionnen gemaakt.
Er stonden inmiddels al 3 jongens en 2 meisjes op het podium.
Dionysos Kwek stond opnieuw nu voor de glazenbol en met een diepe teug lucht trok ze er een kaartje uit. Trager, heel veel trager dan ze in het begin had gedaan liep ze naar de microfoon. Zelfs een schildpad zou sneller de microfoon benaderd hebben dan dat Dionysos op het moment gedaan had. Haar hele lichaam trilde van angst en schaamte. Ze had 3 leden van het zelfde gezin getrokken.
De kans dat ze een volgende lid van de familie in handen had, was groot.
Op het moment dat ze het kaartje opende werden haar ogen waterig en begon de vrouw te huilen. Snikken weerklonken door de microfoon maar een naam over haar lippen krijgen, kon ze niet. De vrouw van de burgermeester drukte zich recht, stapte op Dionysos af en pakte vervolgens het kaartje uit handen, Katniss boog zich naar de microfoon en sprak vervolgens de naam uit “Wigglywiggs, Torvi”.
Verbaasd keek ik de groep meisjes rond, tot ik bij besef kwam dat ik dat meisje was.
Peacekeepers begonnen zich rond mij te verzamelen en met grote amberkleurige ogen keek ik naar de griezelige witte helmen. De gillende huilende roepende stemmen van mijn jongere zusjes vulde mijn trommelvliezen. En vanuit mijn ooghoek kon ik nog maar net zien hoe Lars de tweeling met pijn en moeite in een houdgreep wist te houden.
Mijn vader zat met zijn handen op zijn hart, te puffen, een verbeten trek rond zijn lippen, van pijn.
De man, wat moest mijn vader nu wel niet doormaken. Tranen voelde ik ophopen maar ze laten stromen kon ik niet, niet nu er zoveel camera’s op mijn gezicht stonden gericht.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen