Hoofdstuk 05.


||Torvi Wigglywiggs


Met een gezicht van staal zat ik in de coupé naar buiten te staren, enkele stoelen verder zat mijn zus in de armen van Brian gekropen, hartstochtelijke snikken verlieten haar mond. Thomas zat tegenover mijn broer en zus, zijn gezicht net als dat van mij, enkel kon je van mijn broers ogen lezen dat hij niet in de Games zat. Terug denkend aan enkele uren geleden, mijn belofte.
Een steek van gemis naar huis naar mijn familieleden voelde ik door mijn lichaam sidderen.
Hoe zouden ze het op het moment beleven, nu dat we uit hen zicht waren onttrokken en op de trein waren gezet naar het Capitool.
“Het is allemaal haar schuld” jammerde Sarah op een jankerig toontje. Haar armen harder tegen haar borstkast gekruld, haar benen had ze over de benen van Brian geslagen en als een klein kind, had ze zich in zijn armen genesteld. “Hoe kan dat nou” Brian schudde zijn hoofd en streek met zijn enige vrije hand wat haren uit het gezicht van zijn zus.
Gesnik volgde en een van de coupédeuren werd geopend, de jongen ik geloof dat hij Dominic heette keek van mijn broer en zus door naar mijn andere broer en vervolgens naar mij. Zijn wenkbrauw rees vragend, de slanke lange jongen liet zich op een van de stoelen voor mij zakken en begon mij zonder schaamte te bewonderen of moest ik bezichtigen.
“Vier van het zelfde gezin” Dionysos had ons hier gedropt en door al het huilen wat de vrouw deed was ze hem gelijk gesmeerd.
Dominic had zijn woorden zorgvuldig gekozen zijn donkere bruine ogen gleden in mijn amberkleurige, “met hoeveel zijn jullie” was zijn oprechte geïnteresseerde vraag. “Te veel” snikte Sarah, die zich eindelijk had weten te herpakken.
Het meisje Thalia keek van Dominic naar Thomas, haar wangen kleurde licht.
Ik fronste mijn wenkbrauwen verbaasd op het moment dat ik mijn mond wil openen om haar een snerende opmerking te geven wordt er opnieuw een coupédeur geopend en kwam er een breed gespierde indianenman binnenstappen. Je kon zien dat de man geboren was in de Seam, met zijn donkere roestbruin getinte huidskleur, breed gespierd lichaam, en donkere groene ogen.
“Dus dit zijn mijn Tributen” snoof de man, ons één voor één een blik waardig gunnend.
Een onaangename siddering voelde ik over mijn rug glijden, de toon die de man gebruikte beviel me niet en schemerde al eigenlijk zijn verlies door.
“Een grote huilebalk, een half gepeesde knul,” de man had zijn ogen op mijn oudste broer en zus gericht.
Beide keken ze op en hen gezicht dat eerst zo verdrietig en angstig stond, leek te veranderen naar verraad en woestenij.
Zowel Brian als Sarah zouden zich niet zomaar de grond in laten boren, in dit soort situaties volgde vaak een confrontatie waar je liever bij uit de weg zou gaan. Niets of niemand was dan veilig, zou je in de weg staan, was je ineens de gebeten hond. “En wie mag jij dan wel niet zijn” snoof Brian arrogant, mijn zus aan de kant drukkend. Drukte mijn broer zich uitdagend recht, zodat hij voor de breed gespierde man kwam te staan. Alsof hij de man kon intimideren.
“Je mentor” de man gaf Brian een set zodat hij terug op de bank donderde en stapte vervolgens naar Thomas.
“Ik weet niet wat je moet doormaken, maar je tweelingbroer is veilig als dat je wat comfort geeft” de man legde zijn hand op de schouder van Thomas, die kort op keek. Mechanisch begon te knikken, “wat maakt het uit, als ik deze wereld verlaat zal mijn broer met de pijn zitten” snoof mijn broer, zijn ogen rollend in zijn kassen. “Ja, ik heb dat gezien met Lori en Delphine, tweeling telepathie.”
Thomas schonk mij een duivelse dodelijke blik, ik klapte mijn kaken terug op elkaar en keek vervolgens beschaamd naar mijn schoot.
Waar bemoeide ik me eigenlijk ook mee?!
Tenslotte zaten we in het zelfde schuitje, één meisje en één jongen zouden het overleven.
Twee winnaars, één winnaar per geslacht.
Een kans uit 78 kinderen.
“Ik ben dus jullie mentor” sprak de man ter herhaling.
“U” Thalia keek de man met gerezen wenkbrauwen aan, haar gezicht stond uitdagend.
“Mijn naam is Malik Marshley, en zal jullie de komende periode proberen klaar te stomen voor de Arena” de man trok bedenkelijk zijn wenkbrauwen op nadat zijn ogen van Thalia naar Dominic gleden. “Naast een huilebalk en een half gepeesde knaap krijg ik een arrogante barbiepop en een flirtmachine” Malik begon zijn hoofd ongelovig, haast in irritatie te schudden.
Ogen voelde ik op mij branden maar opkijken, durfde ik niet.
Ik was bang dat als de man zijn ogen die van mij zouden ontmoeten, ik door de mand zou vallen.
De man begon te zuchten, slaakte zijn keel en liet zich vervolgens schuin tegenover mij in de stoel vallen.
“Als jullie drie nou is daar gaan zitten, dat spreekt wat makkelijker” Malik wees van mijn broers en zus naar de stoelen die nog leeg, op de vier zit van Thalia. Schuifelende geluiden volgde, mijn handen had ik in mijn schoot gelegd. Wiebelend van ongemak en onrust probeerde ik in de zetel te blijven zitten.
Aandacht, daar was ik niet echt bekend mee.
Ik gaf het mijn familieleden die het nodig hadden, maar er zelf om vragen en of ontvangen gebeurde zelden.
“Wat voor advies geef je ons” Dominic die tegenover mij was gaan zitten, had gesproken. Hij zat duidelijk al met zijn volle verstand bij de Games. De Hungerspelen, al met zijn hoofd in de Arena. Zat vast al zijn kansen te berekenen en zijn plan te maken om te gaan spelen.
“Blijf leven” grijnsde Malik, onze mentor, uitdagend.
“Blijven leven, dat is ons advies” Sarah had gesproken en haar stem klonk nog altijd jankerig.
“Ja, dat is al een enorme opgave voor bepaalde van jullie” de man had zijn ogen in die van mijn zus geboord en alsof ze angst voor de man in zich voelde, leek ze te verstarren. De blik dat de man mijn zuster schonk vertelde zoveel meer dan de woorden die hij zou gebruiken. Voor mijn zus zou het een hele opgave wezen te blijven leven. Het meisje had nog geen enkele stap in de wilde natuur gezet.
Laat staan is de geur van dennen of mos gesnoven. Sarah zou nooit weten wat ze wel of niet zou kunnen eten in de bossen, zou binnen enkele nachten ziek worden. Brian gaf ik nog een kans, hij was dat papa nog kon lopen met ons het bos enkele keren in geweest. Thomas gaf ik net zo weinig kans als Sarah, al had de jongen meer overlevingskansen, dan mijn zuster.
“Hoelang is het rijden naar het Capitool” dit keer was Thomas het die een vraag stelde.
“Tien dagen zonder oponthoud” knipoogde Malik, “geloof me de reis is sneller te einde, dan je zou willen.”
“Hoe zit het met rust tijden” Thalia fronste haar wenkbrauw op, “ieder heeft een eigen coupé” Dionysos was de coupé binnen komen zetten zonder dat we er erg in hadden gehad. “Daarnaast heeft ieder van jullie een persoonlijke Avox ter beschikking” haar licht rood doorlopen ogen gleden kort naar maar amberkleurige en voor enkele seconden had de vrouw mijn aandacht vast. “Jongens en meisjes slapen gescheiden. Jullie persoonlijke Avox zal daar zijn waar jij bent, tot de Arena” Dionysos had haar ogen los van die van mij gemaakt.
“Dionysos, vergeet je niet iets” Malik had zijn wenkbrauwen in een moeilijke frons gedrukt.
“In tussen zijn alle trekkingen voldaan en ieder Tribuut onderweg” ratelde de vrouw op een hoog Capitool toontje verder. Ze leek gelukkig al wat vrolijker en minder verdrietig dan eerder vandaag. Ja het was een grote schrok, om 4 leden van één gezin uit de loterij te halen. Het is voor mijn vader afgaan, want wellicht zou hij vier kinderen moeten gaan begraven.
Als de man dat nog zou gaan halen, want het moment dat mijn vader naar zijn hart greep had mij angst ingeboezemd.
“De presentatoren zijn verrast” Dionysos keek nu haar eerdere Winnaar aan, onze Mentor. “Een erg interessante mix wat alle kanten uit kan gaan” ratelde de vrouw opgetogen verder. “En wellicht hebben we dit jaar een kans” haar ogen gleden naar hun tributen, ons.
“Wij een kans” kwam er geschrokt over mijn lippen “ik wil u niet uit uw droom halen maar wij” ik wees naar ons allemaal “maken geen schijn van kans” kwam er fluisterend over mijn lippen. Mijn wangen waren rood gekleurd.
“Nonsens, jullie maken net zoveel kans als alle andere tributen” Dionysos schudde haar hoofd en keek vervolgens met een boze rimpel naar Malik.
“Het is aan mij ze te trainen, maar ik weet niet precies wat voor vlees ik in de kuip heb” alsof wij er niet waren, leken de twee volwassene ongestoord een gesprek aan te gaan.
Mijn broer en zus hadden zich al weer in elkaar gekruld en Thomas zat zo op de stoel naar buiten te staren alsof het leek dat hij in een versteende rots was veranderd. Thalia, zat dromerig naar mijn broer Brian te staren. Alsof de jongen een gevallen engel uit de hemel was. Dominic had zich recht gedrukt en was naar de drankkar gelopen om wat te nuttigen.
En ik, ik zat iedereen te observeren.
Enkele personen stonden in een lange rij tegen de wand van de coupé, wachtend op een volgend bevel. Op het moment was er geen peacekeeper te bekennen, ik had ze gezien op het moment dat ik de trein op stapte. De stemmen van onze vertegenwoordigster en mijn mentor dreunde mijn trommelvliezen binnen. Maar het gesprek volgen deed ik niet, dat vond ik onbeleefd en ik zat zelf al te diep in mijn hersenspinsels verstrikt. Dat ik het te druk met mezelf had, voor ruimte te maken voor overige prikkels.
Stil zoals het vogeltje dat ik was en altijd ben geweest, keek ik rustig op mijn gemak de kat uit de boom.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen