POV Maurits:

Met grote ogen van verbazing staar ik naar mijn zus. Een deel van mij vind dat schandelijk, we zouden onze verantwoordelijkheden moeten nemen en de taken van onze ouders op ons nemen. Maar het grootste deel is het met haar eens, per slot van rekening haat ik al die hitte van de vuren bij de smederij. Ik ga veel liever de wijde wereld in! Op avontuur!
'Uh, pardon?' vraagt Mabelia geschokt, terwijl ze haar blonde haar naar achter zwiept. Ugh, moet ze altijd zo overdrijven? Even draai ik met mijn ogen en kijk ik Anna aan.
'Op zich lijkt het me wel leuk,' leg ik uit als een wijze man. 'Laten we de bossen verkennen en de zeeën bereizen, tot het einde van de aarde.'
Mabelia's ogen glinsteren van woede. 'Echt niet! Dat is veel te gevaarlijk!'
Hoopvol kijken we naar Evermoed. We hadden als jonge kinderen elkaar beloofd altijd alles met elkaar te doen, dus doen me stemmen om een keuze te maken. Als drie van ons het ermee eens zijn, doen we het meestal niet, omdat het anders moeilijker stemmen wordt. Als een van ons het niet wil, doen we het wel natuurlijk. Op dit moment ligt de keuze dus bij Evermoed. Twijfelachtig kijkt hij naar de grond.
'Ik denk dat we het zouden moeten proberen, ik bedoel, waarom niet?'
'Wacht, wat?!' Mabelia's ogen glinsteren van woede. Het is duidelijk dat ze niet wil gaan, maar nu heeft ze weinig keus.
'Wanneer gaan we?' vraagt Storm aan Anna.
'Morgenochtend, nog voor onze ouders wakker worden.'

POV Evermoed:

Mijn enthousiasme zorgt ervoor dat ik op dit moment niet kan slapen, dus ben ik stilletjes vast opgestaan, klaar om te gaan. Ik ben al bij de afgesproken plek en wacht enkel op de anderen. Ik kijk naar de donkere avondlucht en zie dat de zon al bijna op zal komen. Even ijk ik naar de lucht. De sterren en de maan die heel zwak licht geven.
'Prachtig, is het niet?'
Ik schrik op en kijk naar het onbekende meisje naast me. Ze is van dezelfde leeftijd als ik en heeft lange, donkere haren met smaragdgroene ogen. Haar huid is prachtig glad en haar vieze, kapotte kleren passen prachtig bij haar postuur. Ze is slank en is zelfs mooier dan Mabelia! En dat zegt veel.
'Ja,' murmel ik. 'Maar, wie ben jij?'
Met stralende ogen kijkt ze me aan. De sterren reflecteren in haar groene poelen en haar mond is een beetje open.
'Jane,' antwoordt ze. 'Jij?'
'Evermoed. Zoon van een boer, hier in de stad.'
'Oh ja?' vraagt ze, een beetje verbaasd.
Ik knik. 'Jouw ouders niet dan?'
Ze haalt haar schouders op. 'Jawel, maar na hun dood ben ik vertrokken.'
Haar ogen zijn glazig van verdriet en meteen voel ik me schuldig.
'Zou je me willen vertellen hoe?' vraag ik voorzichtig, in de hoop en goed gesprek met haar te kunnen hebben. Triest kijkt ze naar de grond.
'Pest.' reageert ze zonder me aan te kijken. 'Vooral dat heeft veel problemen veroorzaakt.'
'Sorry,' mompel ik. 'Zijn er verder geen bekenden gevallen door de zwarte dood?'
Ze schudt haar hoofd. 'Gelukkig niet, maar daardoor ben ik wel wees, maar wat doe jij hier eigenlijk zo vroeg? Zou je je vader niet moeten helpen met weet ik wat?'
Even voel ik twijfel in me op komen; zal ik haar de waarheid vertellen? Even kijk ik haar aan in haar ogen en verdrink ik erin. Ze is echt prachtig...
'Weet je, Jane, je bent.' Ik krijg geen kans mijn zin af te maken, want Anna, Maurits en Storm komen al aanwandelen.
'Ey, Evermoed!'
'Wie is dat?' vraagt Maurits, wijzend naar Jane.
'Jane,' zeg ik. 'Dit zijn mijn vrienden, Anna, Maurits en Storm. We wilden met z'n allen weglopen om een nieuw en beter leven te beginnen.'
'Jullie vieren?' vraagt ze nieuwsgierig.
'We hoeven enkel nog te wachten op Mabelia,' legt Anna uit zonder emotie in haar stem.
'Denk je echt dat zij nog komt dan?' snauwt Maurits tegen zijn zus. 'Ze is een slet en geeft alleen maar om zichzelf, waarom zouden we haar überhaupt meewillen?!'
'Ach, hou toch je bek!' hoor ik haar sissen en al gauw verschijnt ze achter de anderen. 'Alsof jij zo gewenst bent!'
Ze zwiept haar haar naar achter en kijkt dan naar Jane.
'En wie moet jij dan wel niet voorstellen?'
Jane staat op het moment zichzelf voor te stellen, maar Mabelia gunt haar de kans niet eens.
'Wie je ook bent en wat je ook wilt, Evermoed en ik hebben iets dus waag het eens hem van me af te pakken!'
Ze loopt naar mijn zij en pakt mijn arm vast en leunt tegen mijn schouder. Ik zucht geërgerd, maar ga er verder niet op in. Het heeft toch geen zin. Jane zucht enkel en dan glinsteren haar ogen.
'Mag ik mee alsjeblieft!? Ik heb al in een lange tijd geen echt plezier meer beleefd!'
'Hoe weten we zeker of we haar wel kunnen vertrouwen?' fluistert Storm, maar ik ruk me los van Mabelia en stap naar Jane toe.
'Ik vertrouw haar.'
Jane glimlacht en ik voel mijn hart opwarmen.
'Heel erg bedankt, maar we moeten wel uit de buurt van de soldaten blijven en zo.'
'Waarom dat dan?' bijt Mabelia haar toe, mijn hand pakkend.
'Laten we het er op houden dat ik een bekende ben.' zegt ze. Vele gedachten spoken door mijn hoofd. Heeft ze gestolen van de koningin? Heeft ze haar pijn gedaan? Of een van haar geliefden vermoord?! Nee, dat kan niet, toch?
'Wat je ook hebt gedaan, het is niet erg. Ik haat het koninklijk huis meer dan wat dan ook, dus ik zou er niet boos om zijn.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen