Hoofdstuk 10


||Torvi Wigglywiggs


Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik naar Sarah die met ongekamde haren een vreemd soort kledij de eetcoupé kwam binnen zetten, achter haar stonden twee peacekeepers die haar escorteerde. Brian dat een half uur geleden en Thomas een kwartier geleden zijn binnen gebracht zaten er net zo onverzorgd aan tafel. Thalia, Dominic en ik stonden om kwart over zeven al klaar, aangekleed, verzorgd en wel.
Het was half tien met een klein half uurtje zouden we het Capitool binnen rijden.
Malik onze mentor van District 12 had ons deze morgen nog wat extra informatie gegeven, om ons ongerustheid, zenuwen ligt te temperen. Deze belangrijke informatie hebben mijn twee broers en zus dus gemist. En zal onze mentor niet nog eens benoemen, het had ons het hele ontbijt gekost en ook zo de nodige vragen gekost.
Nu dat ik ongeveer wist wat er ging gebeuren met mij was ik wat geruster.
Al was ik erg boos omtrent de wijze waarom wij worden behandeld en tevens gedwongen worden elkaar te doden, voor sport.
Ik was er achter gekomen doordat we duidelijke concrete vragen hadden gesteld dat ik de ‘jongste’ kandidaat ben dat dit jaar meedoet aan de Hungerspelen. Als enige veertien jarige van District 12, alle andere geselecteerde Tributen zijn vijftien jaar of ouder. Dat nieuws had mij erg onrustig gemaakt doordat ik alleen daarom al behoorlijk wat ogen op mij zal hebben. Zowel in het Capitool als in de Districten, wanneer de daadwerkelijke spelen zouden beginnen en de gong gegaan zou zijn.
Zullen al die ogen nieuwsgierig op mij gericht zijn om mijn volgende stappen te volgen.
Meer dan honderd jaar terug en dat was voor de tweede oorlog, die veroorzaakt is door de vrouw van de burgermeester van District 12, Katniss Mellark Everdeen. Was er één Tribuut ook de leeftijd van veertien, en deze jongen had de Spelen gewonnen. Zijn naam is erg bekend in District 4 en ook redelijk bekend in het onze, doordat door samenwerking de oorlog ten einde is gebracht. De man zijn naam van Finnick O dair.
De tiener met de gevreesde Drietand, dat overigens zo’n duur geschenk is dat het haast niet uitgegeven wordt.
“Kunnen jullie uberhaupt wel klok kijken” was Malik’ gehumeurde ochtendstem.
Alle drie mijn familieleden wisselde vreemde blikken met elkaar, “blijkbaar niet, het is jullie leven. Ik geef jullie nog geen veertien dagen en jullie alle drie zijn dood” snoof onze mentor zijn armen over elkaar heen gekruld. “Dit onhandelbare gedrag kan jullie enkel sneller naar jullie dood brengen, dus zeg het maar” bemoeide Dionysos zich er nu ook mee.
“Als we het gaan hebben over hoe lang we het zullen over leven, ben ik al blij als ik de eerste 10 dagen zal overleven” snoof Brian, zijn ogen rolde in zijn kassen en uitdagend keek ik Sarah en Thomas vervolgens aan. “Als ik het een week vol hou ben ik al blij” verzuchtte Thomas, somber. “Ik ben van plan thuis te komen” knikte Sarah, “dus als ik dat moet ombrengen, graag” grijnsde ze wijzend naar mij.
Een ongemakkelijk gevoel voelde ik mijn lichaam binnen treden.
“Duidelijk” was Malik’ stem dat ligt leek te grommen.
Zijn ogen gleden naar mij ik had mijn gezicht als staal, niets wat mijn broers en of zus nu nog zouden zeggen zal mij pijn doen. Ik ging mijn dood te gemoed en ik zal het hen niet gemakkelijk maken. Het gesprek of eigenlijk de meerdere gesprekken tussen mijn mentor en mij, hadden mij meer dan goed gedaan en ook veel zekerder gemaakt.
“Ik denk dat zelfs het kleintje meer overlevingskansen heeft dan jullie drie” Dionysos die duidelijk klaar was met het gedrag van enkele van haar Tributen, schudde haar hoofd en rolde vervolgens arrogant haar ogen. “Alle drie overleven jullie het niet, binnen de 14 dagen zijn jullie alle drie afgeschreven” de vrouw drukte zich recht en stapte vervolgens de coupé uit.
De trein naderde een vreemd soort licht spektakel en dat liet mij van de tafel af vliegen.
Met grote passen had ik mij verplaats naar het raam en begon ik vervolgens naar buiten te staren, vele grote prachtige gebouwen sierde in felle gekleurde lampen in allerlei kleuren. Straten waren druk bezet met goed geklede mensen, ook wat extravagant zoals onze vertegenwoordigster zich kleed. Maar het zag er erg indrukwekkend, schitterend uit.
Een vreemd perron in rijdend werd ik begroet door een zwaaiende menigte dat luid roepend, gillend ons begroette. Ik begon onwennig met een vreemd glimlach rond mijn lippen gekruld terug te zwaaien. Eerder uit beleefdheid dan want ik voelde me net een clown dat bekeken werd en beoordeeld werd. “Goed zo Torvi, jij weet hoe je Sponors moet vergaren” lachte Malik, duidelijk wat opgewekter.
Naast mij kwam Thalia staan ze begon ook te zwaaien en niet veel later voelde ik Dominic zich aan mijn andere zijde voegen. Met ze drieën stonden we nu als domme ganzen terug te zwaaien naar de hopen menigte die zich hadden verzameld op het treinstation. Na een aantal minuten voelde ik mijn armen lam worden van al het zwaaien en op dat reden we een vreemde tunnel in en verdwenen de hopen mensen.
Opgelucht haalde ik een diepe teug lucht.
De trein stopte en het volgende moment moesten we in een rap tempo de trein verlaten.
Brian, Sarah en Thomas probeerde tegen te werken doordat ze nog niet gekleed waren en al dat gejammer.
Sorry had je maar op tijd moeten zijn. Dacht ik bot en grof bij mezelf, ieder van ons nam het erg serieus. En dan hadden we drie Tributen die dat niet zo deden en het eigenlijk voor ons aan het verkloten zijn. De vele vredesbewakers sloten ons in, zodat we in een vreemde lange rij werden begeleid het Trainingscentrum in. Ineens leek het vele malen groter en breder te wezen dan dat Malik ons had proberen te beschrijven. Overal waren verschillende lange kronkelige gangen met vreemde nummers erop gegrafeerd dat duidelijk de Districten aangaf.
Brian werd door vier peacekeepers de gang van 12 in begeleid en het volgende moment was hij in een van de vele kamers verdwenen. Ook Sarah verdween net als Thomas. Verbaasd keek ik rond mij, Dominic stond me Thalia te praten en leken een verbond te hebben gesloten. En om heel eerlijk te zijn wist ik niet of ik de twee wel kon vertrouwen. Ze kwamen dan wel van uit mijn eigen District, maar dat wilde niets zeggen.
“Dus dit is de jongste” klonk ineens een vreemde stem dat er hoog en schel mijn oorschelp binnendrong.
“Ja, wees voorzichtig met haar of er beleefd je wat” was de barse stem van Malik. Een vreemde prik voelde ik in mijn linker bovenarm glijden en het volgende moment voelde ik mijn ogen dichtzakken en de grond onder mijn voeten verdwijnen. Zintuigen die ik eerder nog kon gebruiken leken geblokkeerd te worden, zoals mijn zicht en mijn volume.
“Een prachtig exemplaar gaat ze worden, maakt u zich maar geen zorgen bij ons is ze in goede handen” was de hoge Capitool stem schel te horen, een vreemd hard matras voelde ik onder mij rug komen en het volgende moment waren de warme armen die me eerst nog ligt leken te verwarmen verdwenen. “Ik zie haar straks met de Tributenparade” Malik’ stem verdween en enkel de hoge schelle stemmen van het team dat mij zou opknappen was nog maar te horen.
Precies zoals Malik vertelde was het erg onprettig, onplezierig, en ook best beschamend.
Je was verdoofd en ze konden alles met je doen terwijl je niets eraan kon doen om het tegen te gaan. Mijn eerst zo vertrouwde overal die de Avox op maat had gemaakt voor mij, werd van mijn lichaam ontdaan en niet veel later ook mijn ondergoed wat mij kuisheid beschermde. Als ik op het moment volledig bij was geweest had ik als een tomaat erbij gestaan.
Mijn haren werden los gehaald en een gloeiend hete washand voelde ik over mijn lichaamsdelen gehaald worden.
Aan de woorden van mijn mentor denkend wist ik mijn emoties naar achter te drukken, de gesprekken van mijn Prepteam volgend haalde ik uit hen korte zinnen kleine stukjes informatie. District 1 en 2 hadden dit jaar enkel Vrijwilligers laten deelnemen omdat niemand van hen meer dan 150 Naamplakken zou hebben. District 3, 4, 5 en 6 hadden er een mix van gemaakt. De overige hadden geprobeerd precies te doen wat het Capitool vroeg en dus was het een erg gecompliceerde, onbepaalde, karakteristieke bezienswaard ging dit jaar.
De gamemakers waren er nog niet uit hoe en wat ze precies dit jaar wilde.
De regels bleven als volgt, win je de spelen ben je vrij en mag je kiezen met wie jij je leven deelt. Je bent rijk en hoeft niet meer mee te doen.
“Het is een dotje” klonk er een hoge vrouwen stem.
“Nu wel, wie weet zonder verdoving” klonk er een lage mannenstem.
Ik wilde reageren maar ik was te verdoofd, ik zou niet vervelend doen ik had beloofd mee te werken het kon nooit erger wezen dan dood gaan, toch?
“Nou de stylist zal anders erg te vrede wezen over het resultaat, maar goed dat ze nog niet zo oud is. Het is met haar maar weinig werk, maar dat maakt het wel leuker” klonk er een vrouwenstem, iets lager dan de hoge vrouwenstem van eerder. Met hoeveel waren ze wel niet? Twee, drie of zelfs meer. Want ze spraken ook nog is over een Stylist, kregen we dan niet allemaal de zelfde?
“Flavinia, Flixarian ik denk dat ze zo goed als gereed is” klonk de lagere vrouwenstem. “Denk het ook, rij haar maar naar de uitslaapkamer waar de Stylist haar zal ontmoeten en kleden. Wij zijn klaar voor nu” klonk de mannelijke stem, en ik denk dat de man Flixarian heette want het klonk erg mannelijk. Dan is Flavinia de hoge vrouwenstem en wist ik enkel de lage vrouwen stem haar naam nog niet.
“Robinashiy zal tevreden zijn over het resultaat, wordt hier maar rustig wakker” klonk de stem van de vrouw waarvan ik de naam nog niet kende.
De tafel waarop ik lag kwam tot stilstand en een deur hoorde ik sluiten.
Of ik iets over mijn lichaam heen had wist ik niet maar ik had het behoorlijk fris.
Langzaam voelde ik het gevoel in mijn vingertoppen terugkeren en iets later ook in mijn tenen tot mijn voeten. Na een aantal minuten wist ik mijn ogen te openen en mijn lichaam naar een zitstand te brengen. Zoals ik al concludeerde had ik niets aan, was ik poedelnaakt, zoals een pasgeboren baby. Mijn nagels waren gedaan, mijn lichaam voelde ik tintelen door het boenen en schrobben wat ze gedaan hadden. Ook voelde ik mijn wenkbrauwen licht kriebelen alsof ze het daar ook niet met rust hebben kunnen laten.
De kamer waarin ik zat was grauw en kaal, alles leek van ijzer gemaakt en het voelde totaal niet huiselijk aan.
Verdiept in mijn hersenspinsels merkte ik te laat op dat de deur werd geopend en er iemand was binnen komen zetten. Een man met zwart kroeshaar, een wat donkerdere huidskleur dan het mijne. Op zijn oogleden had hij een vreemde zilverachtige oogschaduw waardoor zijn warme chocoladebruine ogen juist meer uit zijn gezicht sprongen.
“Mijn naam is Altair Robinashiy, je Styliste” introduceerde de man zich, hij stak zijn hand eerbiedig naar mij uit. Ik pakte hem beleefd aan en schudde de man kort de hand, “Torvi Wigglywiggs” stamelde ik, met een lichte blos op mijn wangen. Ik was mij nog altijd bewust dat ik niets aan mijn lichaam had en dat de man zijn ogen op mijn lichaam gerust lagen.
De man pakte iets uit een kast en hield het voor mij, behendig sprong ik van de ijzeren tafel en trok ik voorzichtig het stuk stof aan.
“Het spijt me dat je dit zal moeten meemaken” begon de man, treurig. Hij leek me geen verkeerde man, hij was hier enkel om mij te helpen daar waar hij kon. Zodat het publiek mij zou kunnen herkennen en misschien op mij zou gaan bieden en mijn Sponsor zal willen zijn.
“U gaat mij kleden toch” vroeg ik met gerezen wenkbrauwen.
Mijn Stylist begon te knikken, “juist, ik ga je onvergetelijk proberen te maken, maar met zoveel Tributen moet je me vergeven als ik het niet kan waarmaken” sprak de man zijn handen in de lucht stekend. Ik begon te giechelen en te grinniken, “ik ga dood in de Arena dan zie ik er toch ook niet knap uit” kwam er kinderlijk ligt onschuldig over mijn lippen.
De man schok van mijn woordkeuze en schudde vervolgens zijn hoofd.
“Wat meer zelfs vertrouwen zal op zijn plaats zijn” was Malik’ verassende stem.
Ik had de man helemaal niet horen binnen komen, zijn ogen gleden van mijn stylist naar mij en weer terug. “Je hebt de andere al gekleed neem ik aan” Malik fronste zijn wenkbrauwen, “drie van de zes, zijn al gereed” sprak Robinashiy, luchtig. Malik begon te knikken, keek mij vervolgens aan en wendde zich tot mij.
“Ik heb de wagens ingedeeld, Brian en Thalia, Sarah en Thomas en jij en Dominic” de man keek me uitdagend aan.
“Ja, oké” knikte ik fronsend.
Het was misschien maar goed ook dat ik niet bij een van mijn familieleden op de wagen zou staan, ze zouden me er zo vanaf gooien als ze de kans zouden krijgen. En dat wilde Malik duidelijk voorkomen, de drie konden zich niet inhouden en probeerde op elke manier dat ze aangereikt kregen iets uit te halen. Dat voor het hele Team schade kan brengen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen