Hoofdstuk 20.


||Brian Wigglywiggs


Grommend met een chagrijnig gezicht en een slaap tékort van meer dan drie dagen stampte ik achter Severus aan, de sporen van mijn zusje leidde tot diep de Jungle in al kronkelend richting de grote waterval bij de prachtige bloemenweide en vlakbij het krachtveld dat ons binnen in de Arena hield. Nu dat we een stuk hoger dan de Jungle leken te staan, hadden we veel meer overzicht over de Arena.
De vorm leek eerst rond te wezen maar na het nog een paar keer goed te hebben bekeken leek het eerder ovaal, richting vierkant met een lichte kromming als maanvormig. Het was zo vreemd gebouwd dat er zoveel soort landschappen waren dat het gewoon met elkaar in gevecht raakte. Wanneer er te veel Tributen in een en het zelfde gebied zitten, worden deze verdreven.
Langzaam aan raakte de spelers verdeeld over de kaart van de Gamemakers.
Maar wij waren nog altijd geen stap dichter bij mijn zusje of een volgende moord.
Severus nam het erg serieus, vooral zijn vragen leken serieuzer te worden dan de eerdere dagen dat hij zijn verhoor had gestart. Een versneld geritsel was hoorbaar, maar ver van ons verwijderd. Niet veel later volgde er gegil, ijzingwekkend gegil.
Gegil dat ik gehoord had jaren geleden dat vader met een geamputeerd been thuis kwam.
Torvi!!
Met grote geschrokte ogen keek ik de richting in vanwaar haar gil vandaan kwam, ook Severus leek het gehoord te hebben en alsof we aangeslagen wild waren geworden rende we op het gillende, schreeuwende geluid af. Mijn zusje was nergens te bekennen maar haar huil was in alle hoeken en gaten te horen. Hysterisch, haast om in stukken van te breken.
“Thomas” hoorde ik haar jammerende stem.
“Thomaaaaaaaaaas” was daar opnieuw haar stem.
Een brok nestelde zich in mijn keel, mijn broertje!!
Thomas! Er was toch niks met hem? Zo snel als ik kon rende ik richting het geluid waar het nasaal klonk.
Maar nergens was Torvi te bekennen, haar stem wat luid en duidelijk te horen een hovercraft greep iets uit de Arena op en verdween met de volgende seconden.
“Nee, Thomas” was de huilende stem van mijn zusje.
“Torvi” riep ik geschrokken, haast aangeslagen dat ik wilde dat ze me naderde.
Geritsel en gesnik volgde maar nergens kon ik mijn zusje zien.
“Wie is dat” klonk er ineens ergens boven mij vandaan, verbaasd draaide ik dan ook mijn hoofd.
Ver boven mij in een tak tussen de dikke bladerdekens zat mijn zusje verstopt een zilveren boog in haar handen een pijl erop gespannen, richtte ze het richting de jongen van District 4. Haar ogen boorde ze diep in die van hem en met een staal gezicht dat duidelijk rood was aangelopen van het huilen. “District 4, ik kom in vrede” stamelde Severus.
Torvi fronste haar wenkbrauw verbouwereerd.
“Hij spreekt in dit geval de waarheid” snoof ik grommend.
“Anders had je broer hier nu niet gestaan” grijnsde de jongen, Torvi haar ogen gleden van de jongen af richting mij.
Een veel betekenisvolle blik schonk ik haar, waardoor ze haar wapens ontspande en zich beter op haar tak nestelde.
“Kom je mij pijn doen” was ineens haar treurige zielige toontje.
“Nee ik hoorde je jengelen” grijnsde ik.
“JENGELEN” gilde mijn zusje verschrikt.
“Ik JENGEL niet, THOMAS” ze begon boos te worden ik kon het aan haar hele houding merken.
“Wat is er met Thomas” vroeg ik niet begrijpend, maar de reden naar het onderwerp wel te voelen. Ze slikte een keer en beet vervolgens op haar lip.
“Het is dat ik die boom niet in kom” begon ik met mijn dreigement.
“Inderdaad, maar goed dat jij de slechtste klimmer ben” sprak ze met een zelfbewuste grijns.
“Je broer mag dan wel niet kunnen klimmen, maar ik kan dat wel” sprak Severus zijn armen over elkaar heen krullend. Dat liet Torvi gelijk op haar hoede zijn, ze spande opnieuw haar boog.
“Rustig, ik doe je niks” Severus stak zijn handen op, schudde zijn hoofd.
“Waarom kom je niet naar beneden, dat praat wat makkelijker” glimlachte de jongen, aanmoedigend.
“Nee dan gaan jullie mij doden” hield mijn zuster vol, ik schudde mijn hoofd. “Dan denk ik dat ik vermoord woord” sprak ik zuchtend. “Dus kom op, we hebben niet de hele dag de tijd we moeten snel naar een schuilplaats zoeken en voedsel vergaren ik heb trek” sprak ik het meisje uit de boom wenkend. Mijn zusje fronste haar wenkbrauwen op.
“Eh wat” vroeg ze niet begrijpend.
“Ja, die boom uit anders ga ik wat opzoeken opschieten nou” sprak ik rollend met mijn ogen.
“Nee, jij kan toch niet klimmen kom me maar halen als je met mij wilt samenwerken” gromde ze haar armen over elkaar heen krullend. Gaf ze me een veel te bekende blik, waardoor ik begon te grommen. Mijn zusje klom vervolgens een tak hoger en verdween tussen al het groen. Met gerezen wenkbrauwen keek ik naar de plek van waar Severus enkele seconden geleden nog had gestaan.
De gozer was al begonnen met klimmen en het leek het hem niet makkelijk af te gaan.
“Kontje nodig” lachte ik plagend.
“Niet nodig, ik ga je zusje wel halen blijf jij op wacht” grijnsde de jongen de tak opklimmend. Hees hij zich al snel naar de volgende tak en met een no time was de jongen tussen het groene bladerdeken verdwenen. Enkele minuten later weerklonk er gegil en gebrom en uiteraard het gejengel van mijn zusje. “Nee dat is van mij” vulde haar zielige toontje mijn trommelvliezen.
“Je krijgt het straks beneden terug” was Severus strenge stem.
Hij gooide al Torvi haar spullen dat ze vergaard had op de grond en sprong niet veel later met mijn zusje in zijn armen geklemd de boom uit. Voorzichtig liet hij haar op haar benen zakken en als volgt kreeg de jongen een uitzonderlijke kwaaie blik toegezonden.
“Dat was te verwachten” grinnikte ik, vermakend.
“Ben geen handtas” piepte ze, haar pijlenkoker op haar rug trekkend en haar boog op haar schouder trekkend. Na een paar minuten had ze alle drie de tassen rond zich gekruld en mij de speer in handen gedrukt. “Die is voor jouw” had ze gezegd, een grijns sierde mijn lippen van oor tot oor. Was mijn kleine zusje toch nog ergens voor goed.
“Zeg hoe ben je eigenlijk aan dit ding gekomen” vroeg ik nieuwsgierig.
“Wil ik niet praten over” riep ze geschrokken, een hese toon onderdrukkend.
“Maar jij had honger zei je” Torvi drukte een zakje met Noten in mijn handen, “en niet alles in één keer” snoof ze brutaal. Aan de jongen van District 4 gaf ze zo’n zelfde soort zakje.
“Je hebt aardig wat buit, dame” was Severus zijn verassende verbaasde stem.
Mijn zusje schoot in de lach en schudde vervolgens haar hoofd, haar warme amberkleurige ogen die mij zoveel aan pa lieten denken, twinkelde helder. En voor heel even voelde het fijn om samen met een familielid te zijn. Al wilde ze me nog steeds niet vertellen wat er nou precies gebeurde waarom ze zo om Thomas aan het roepen was.
“Brian” klonk een zacht stemmetje na een aardige lange tijd stilte.
“Torvi” sprak ik op een bittere toon.
“Denk je dat Dennis oké is nu dat Thomas bij mama is” was er een zielig stemmetje.
Mijn ogen sperde zich groot, “Torvi, wat is er gebeurt met Thomas” was mijn stom verbaasde stem.
“De.. De,,” begon het meisje te stotteren, tranen vulde haar ogen en ook haar gezicht begon weer roder te kleuren. Ik had dit beter niet nu kunnen vragen, ineens was mijn zusje verdwenen en volgde er gegil vermengt met gehuil.
Verbaasd keken Severus en ik dan ook naar het gat waarin mijn zusje terecht was gekomen.
“Je raad nooit wat ik heb gevonden” riep ze, met een huilende stem.
“Kom kijken als jullie billen niet zo groot zijn en ook daar door heen passen” riep haar kinderlijker stem, echoënd.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen