Hoofdstuk 21.


||Torvi Wigglywiggs


Met grote ogen bekeek ik de ruimte waarin ik gevallen was, een breed uitgehouwen grot ik scheen met mijn zaklamp bij en zag al snel dat ik net naast een vreemd soort put achtige pool was gevallen. Een soort verhoging leek het eerder, lager dan de soort water pool een volgende stap makend struikelde ik, opnieuw een kleine verandering van hoogte.
“Pas op met binnen komen, er zit water” probeerde ik gedempt te spreken.
Ik wist niet hoeveel het zou doordreunen en dat moesten we straks gaan testen anders moeten we het ook nog proberen geluid dicht te maken vooral met zo grote broer dat snurk. Een grasmaaier was er niets bij en een kettingzaag was nog zacht uitgedrukt.
“Hij is perfect” giechelde ik, de grot verder onderzoekend.
Liep ik richting een kronkelige vreemde gang dat de uitgang leek te zijn.
Verbaasd keek ik naar de uitzicht dat het bood. We zaten net achter en onder een gedeelte van de waterval, er zat een opening naast de waterval dat een soort van pad leek te hebben. Maar stranden uit op niets dan het raffijn met de waterval.
Mijn broer als de jongen van het andere district waren eindelijk binnen.
Verbaasd rezen dan ook hen wenkbrauwen.
“Dit is perfect” fluisterde ze.
“Hoe luid is het te horen” vroeg ik wijzend.
De heren wisselde kort wat blikken, “in volume met spreken” vroeg ik ter verduidelijking.
“Als we zachtjes zijn zullen ze ons niet horen, tenzij we gaan lopen feesten met keiharde muziek dan zullen ze de echo’s volgen” sprak Brian grijnzend. “Oké, dan hebben we onze slaapplaats gevonden” sprak ik knikkend. Mijn ogen gleden naar mijn broer die begon te knikken en vervolgens naar de jongen die ik nog niet kende.
“Uitpakken, licht maken en vuur maken, we zullen niet gevonden worden” sprak mijn broer.
“Wachten met vuur te maken grote broer en dat kan jij helemaal niet, dus laat mij dat maar doen” sprak ik zuchtend. Mijn tas opentrekkend trok ik er een dik shirt uit dat ik had gevonden in het bos. Begon het in het gat te proppen waardoor we heen waren gevallen met wat bladeren en takken zodat het gat gecamoufleerd was en er niet onverhoopt rook uit zou komen.
Dit zou afgedekt worden door het kledingstuk en de takken met bladeren, waardoor het niet opviel.
“Slim bedacht, kleintje” sprak de jongen van district 4.
“Ik ben niet klein, ik behoor tot de groters nu” snoof ik arrogant mijn ogen rolde kort in zijn kassen en hoofdschuddend stapte ik naar de rand van de grot. Begon de ruimte te bekijken en te bedenken waar het best het kampvuur kon komen te staan.
Het platform waardoor we binnen waren gekomen was geen slim idee, daar konden de tassen mooi te komen staan.
Naast de pool was het makkelijkst als er vuur zou ontstaan konden we het snel blussen.
Met dat in mijn hoofd begon ik het kampvuur te bouwen met de takken en twijgen die de jongens hadden meegepakt. Na wat kleine stenen gevonden te hebben net buiten de grot en deze eromheen gebouwd te hebben begon ik het kleine vuurtje aan te maken.
Na een kleine tien minuten wakkerde er een klein vuurtje dat ons langzaam begon te verwarmen.
“Dat heb je knap gedaan” kreeg ik als compliment van de jongen uit district 4.
“Wat wil je ook als je als enige thuis het vuur aan krijgt” mijn hoofd naar mijn broer draaien en hem met een blik die alleen hij kende aan begon te staren. Ongemakkelijk begon Brian in zijn nek te krabben dat mij in een lachsalvo liet belanden.
“Kleine irritante onwetende zusjes worden groot” grijnsde ik, plagend.
Een stuk vlees uit mijn tas trekkend begon ik het boven het vuur te houden, na een paar minuten had Brian een stok gemaakt en het vlees erop vast geprikt. Nu moesten we wachten tot we konden eten, en hoefde we niet te haasten.
“Sorry dat ik zoveel aandacht heb getrokken met het roepen naar Thomas” fluisterde ik treurig.
Het beeld van mijn grote broer maar niet van mijn netvlies kunnen krijgen. Brian en de jongen van vier keken me vragend aan, “ik was jagen opzoek naar eten en toen kwam ik Sarah en Thomas tegen” begon ik voorzichtig met mijn verhaal. “Ze geven mij nog steeds de schuld dat hun hier zijn” treurig keek ik naar de grijze vloer van de grot.
“Dat is niet nieuw” Brian schudde zijn hoofd.
“Niet? Ze wilde mij pijn doen Brian, Sarah wil een zussenmoord plegen. Dat gaat papa zoveel pijn doen” mijn ogen waren groot getrokken. “Toen ik wegrende, kwamen ze me achterna” begon ik te zuchten. Brian begon zijn hoofd te schudden en zuchtend begon ik te happen naar lucht. De speer en het mes dat door Thomas heen werd geregen zag ik opnieuw en opnieuw voor mijn ogen gebeuren.
“Het is Sarah haar schuld” snifte ik enkele tranen van mijn wangen strijkend.
“Als ze niet zo stom had lopen brullen” een hap lucht nemend.
“De beroeps hebben Thomas” mijn lip had ik tussen mijn tanden geklemd en angstig keek ik mijn grote broer aan.
Hij was diep in gedachten verzonken, en ik kon duidelijk pijn in zijn gezicht lezen. De pijn van een verlies van een broeder. Een broer dat net enkele jaren onder je zat, waarmee je letterlijk bent opgegroeid. Geen afscheid kunnen nemen.
“Tributen van de Beroeps” was Brians raspende harde stem.
“Ja, 1 en 2 en meerdere” sprak ik zachtjes.
“Ben ze kunnen ontkomen, Sarah weet ik niet maar Thomas is het niet gelukt” sprak ik pruilend en opnieuw gleden er een reeks tranen uit mijn ogen. Het gemis naar een broer was er al, nu te weten en mijn broer te hebben zien sterven, des te erger.
“Ik denk niet dat ik vanavond kan slapen, ik blijf wel wakker gaan jullie maar rusten jullie zien er vermoeider uit als ik” fluisterde ik nadat ik mijn tranen had gedroogd. Het vlees draaiend op zijn spit begon ik wat fruit uit een zak te trekken, en verdeelde dit onder ons drie.
“Om de beurt houden we wacht” sprak de jongen van vier.
“Zeg hoe zijn jullie” vroeg ik wijzend van de jongen naar mijn broer en weer terug.
“Malik” was Brian zuchtende stem.
“Ja onze mentoren wilde dat we samen zouden werken” sprak de jongen knikkend.
“O, nou oké” sprak ik ongemakkelijk.
“Severus, jij bent Torvi” de jongen stak zijn hand uit.
Eerbiedig pakte ik hem aan en schudde hem de hand, een knipoog zond de jongen mij waardoor ik begon te grinniken. “Zeg we zitten nu wel veilig, maar kunnen we zo wel onze informatie binnen krijgen” Brian keek naar de waterval dat een groot gedeelte licht tegen hield, maar tevens ons ook beschermde voor kraaiende ogen.
“Ja, we kunnen door de waterval heen zien, kijk maar is goed” giechelde ik wijzend.
“En aan de linkerkant is een kleine doorgang naar buiten” wijzend naar het pad ernaast.
“We zitten hier goed, het is ruim groot genoeg voor ons” sprak Severus de ruimte bekijkend.
“Maar ik zag dat je ook waxinelichtjes en stompkaarsen in je tas hebt zitten, is het niet slim die te gaan gebruiken,” Brian wees naar de tas dat open stond. “Dat kan maar ik wil ze niet alle tegelijk gebruiken” sprak ik mijn hoofd schuddend.
“Drie waxinelichtjes en één stompkaars zal volstaan, voor de juiste belichting en warmte” sprak ik bedenkelijk.
“De waxinelichtjes gaan pas aan later op de avond als het echt donker is” Brian trok zijn hand al uit de tas en begon te grommen. “Proviand is proviand” verwoorde de jongen. “Ja en daarom zou jij het nooit tot de laatste dag alleen overleven grote broer” de jongen een klopje op zijn schouder gevend. “Als je nou is met papa was meegegaan zoals ik gedaan heb, had je nog wat opgestoken van het bos” sprak ik met een lichte druk maar vol vrolijkheid en kattenkwaad.
“Hier kook dit eens uit dan hebben we straks warme thee” commandeerde ik mijn broer.
Voor de verandering was het is anders, in plaats dat mijn broer mij rond commandeerde deed ik het nu is bij hem. Verbaasd keek hij naar de bladeren die ik hem had aangereikt. “Je weet echt geen ruk wat er mee te doen eh” vroeg ik grof gebekt. Brian schudde zijn hoofd en geïrriteerd begon ik te zuchten. “Oké, jij zit daar, af, lig, wat ever” riep ik een octaaf hoger wijzend naar een hoek in de grot.
Brian keek van mij naar mijn vinger naar de plek dat in aanwees.
“Zeg” snoof mijn broer.
“Nee, grote broer, opschieten, jij kan er geen fluit van je geeft ons dubbel werk, zit en kijk en leer” sprak ik brutaal mijn armen over elkaar heen krullen. Gegrinnik rees op, blijkbaar was ik voor één van ons amusant genoeg om plezier te hebben. Brian begon te zuchten en schoot zijn dikke achterste tegen de muur die ik had aangewezen.
Na een half uur stond de thee en een warme maaltijd dat eert nog op het spit gehangen had klaar.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen