Hoofdstuk 22.


||Torvi Wigglywiggs


Niet alleen het gesnurk van mijn grote broer Brian hield mij wakker maar ook het beeld hoe Thomas vermoord werd door een Tribuut van een ander District. Tellend in gedachten hoeveel dagen ik al niet van huis af was kwam ik op een totaal van tweeëntwintig dagen uit, eerst de tien daagse treinreis, daarna een training van vijf dagen, interviews en nu de Arena dagen tellend, waren dat er al vier en een half.
Tien plus zeven plus vier kwam ik toch echt uit op tweeëntwintig.
Geluiden van de nachtelijke dieren die ontwaakte vulde mijn trommelvliezen naast het gezaag van mijn broer.
Severus was in de andere hoek gaan liggen en op de een of andere manier voelde ik een vreemde spanning tussen de jongens. De hele dag had mijn broer zijn ogen op de jongen van District vier gericht. Steeds wanneer Severus iets met mij wilde doen, stond Brian erboven op.
En dat was iets wat ik niet gewent ben van mijn broer, in het normale leven moet de jongen niks van mij weten waarom nu dan wel? Omdat ik beschermd moest worden?! Was dat het? Zou ik het alleen niet overleven? Had Malik dit geregeld?
Ik had zoveel vragen en op alle geen antwoordt.
Het gezaag van mijn broer was gecontroleerd, diep maar waakzaam.
Severus dat op zijn zijde lag met zijn rug naar mij toe, leek helemaal geen geluid te produceren.
Geluiden van geritsel, voetstappen hoorde ik op de grond boven ons. Haast versneld alsof het op de vlucht was, maar er acht naar slaan kon ik niet. Ik moest twee slapende Tributen bewaken zodat ze niet in hen slaap werden omgebracht.
Een van de redenen waarom ik dus niet alleen kon blijven op een gegeven moment zou ik zo vermoeid wezen dat ik te diep zou slapen en dan in mijn slaap zou worden omgebracht. Ik was voor de Beroeps een peulenschil een appeltje eitje, met een serieuze klap was ik er gewoon al geweest. Als ik mijn lichaam tegen over dat van hen set. Was ik maar een miezerige kleine kleuter.
Het beeld van Thomas met de Tributen speelde weer voor mijn netvlies, het angstige maar vooral bange gezicht van mijn broer. De kreet dat hij los liet op het moment dat hij zich probeerde te verdedigen tegenover de andere die hem hadden ingesloten. Pijn rees op, stekend in mijn borstkast, en een snif verliet mijn mond.
Tranen voelde ik geruisloos over mijn wangen glijden en druppend wisten ze de vloer van de grot te raken.
Mij in de voetsporen van mij vader proberen te plaatsen lukte niet, ik wilde niet weten hoeveel verdriet en pijn mijn vader nu moest doorstaan. Toe moeten kijken hoe zijn kroost, wij, Brian, Sarah en ik nog in de Arena probeerde te overleven. Terwijl zijn eerste kind het leven al gelaten had, hoe zou hij dit aan de jongste uitleggen?!
Zouden ze het wel te horen krijgen?
Een hand voelde ik mijn schouder raken en geschrokken deinde ik bij het vriendelijke gebaar weg.
De jongen van District vier, Severus was wakker geworden.
Zijn ogen stonden ligt vragen en zijn wenkbrauwen had hij fronsend opgetrokken alsof hij zo een vraag stelde.
“Torvi” klonk zijn fluisterende stem. Het gesnurk van mijn broer hield aan, dus de jongen leek niet wakker te worden door de stem van Severus.
“Het gaat, wel” antwoorde ik mijn tranen van mijn wangen strijkend.
“Je mag best verdriet hebben, het is en blijft je broer” Severus had zich op zijn gat laten zakken, dichter bij het vuur.
“Weet ik” kwam er kinderlijk, eerder dom over mijn lippen.
Met een stok begon ik in het vuur te porren, kleine vonkjes vlogen op en dwarrelde terug naar de vuur pit. “Als je moe bent mag je best even gaan liggen” Severus wees naar de mat die hij in elkaar geknoopt had. Met een verbeten trek rond mijn lippen schudde ik mijn hoofd, geen haar op mijn hoofd die daar aan dacht. Straks zou ik slapen en zou District vier, twee leden van District twaalf ombrengen.
Was daarom Brian bij Severus, omdat hij de man niet vertrouwde? Deed Brian daarom zo bezitterig om mij?
Ongemakkelijk krulde ik mijn armen over elkaar, ik voelde de starende ogen van de jongen van vier op mijn branden. Mijn wangen voelde ik wat kleuren, “met hoeveel zijn jullie,” opkijkend, blikte ik in de warme aqua blauwe ogen van District vier en een vreemd gevoel voelde ik mijn lichaam binnen dringen. Warm, mijn wangen voelde ik kleuren, hij zag er niet verkeerd uit.
Om heel erg eerlijk te zijn zag Severus er HOT uit, hij was gespierd, en dan niet zoals mijn broer Brian maar echt gespierd, mooi gespierd en zijn huidskleur was prachtig. Brians gesnurk stopte en het volgende moment hoorde ik gegrom en gebrom.
“Laat mijn kleine zusje” was zijn snuivende ligt boze stem.
“Ik doe niks” was het weerwoord van Severus.
“District vier stelde enkel een vraag Brian” mompelde ik, zuchtend.
De ogen van mijn broer voelde ik op mijn branden maar naar mijn broer kijken kon ik niet. De ogen van Severus hadden mij al weer op de een of andere manier gevangen genomen. “Vijftien kinderen totaal” antwoorde ik, met een waterige glimlach. De sterke handen van mijn broer voelde ik mijn tengere bibberende lichaam omsluiten en een zachte schoot verscheen er onder mijn bibs.
Giechelend draaide ik mijn hoofd, dit was iets dat Brian nog nooit gedaan had, zelfs niet in mijn peuter, kleuter periode en om heel eerlijk te zijn voelde het goed om is de liefde van mijn oudere broer op te merken. Begon me in de armen van mijn broer te nestelen die begon te zuchten en geïrriteerd met zijn hoofd begon te schudden.
“En alle kinderen wonen nog thuis” Severus had zijn volgende vraag al gesteld.
Ik schudde mijn hoofd, “nee, Paul, Wesley, Gale, Malison en Lars zijn al het huis uit” een bedenkelijke frons op mijn gezicht. “Dus nog met z’n tienen thuis” knipoogde Severus, het sommetje snel opgelost te hebben. Ik begon te giechelen en te knikken, “ja Brian, Sarah, Thomas, Dennis, ik, Denzel, Samuel, Marcellus en de tweeling” ratelde ik de volgorde op.
“Heb je enkel broers” ik begon mijn hoofd te schudden.
“Nee, we zijn met vijf meiden” grinnikte ik.
“Malison, Sarah, ik, Lori en Delphine” mijn hand opstekend als een vijf.
“Kom ik aan met drie broertjes en één zusje” Severus schudde zijn hoofd ongelovig, “hoe moet je al de verjaardagen onthouden” de vraag was eerder voor zichzelf dan naar ons. Ik begon te lachen en mijn hoofd te schudden, “is niet zo heel moeilijk” antwoorde mijn broer, “we vieren enkel ons achttiende jaar.”
Severus keek ons verbaasd maar vooral vreemd aan.
“Papa is niet zo rijk” antwoorde ik na het gezicht van Severus gezien te hebben.
“Dat zou ik ook niet zijn met vijftien kinderen” sprak de jongen, zijn ogen waren groot getrokken.
Ik begon te lachen, kantelde mijn hoofd zo dat ik het gezicht van mijn broer ligt kon zien. Zijn lippen stonden in een vreemde grimas en zijn ogen waren pinnig op de jongen van District vier gericht. Haast als een gevaarlijke waakhond dat ieder moment kon gaan bijten. Wat had Brian toch met de jongen van District 4, dat hij zo argwanend kijkt.
“En met welke broers en zussen kan je wel goed opschieten” het kruisverhoor van District vier was begonnen.
Mijn wangen voelde ik ligt rood kleuren, dat ging ik de jongen niet vertellen straks waren er camera’s op ons gericht en zouden ze het allemaal horen. Nestelde me dieper in de beschermende armen van mijn broer, die vreemd genoeg minder veilig voelde dan het in het begin had gedaan. Het voelde onwennig, de geur kwam niet overeen met wat ik gewend was.
Gale of Lars, mijn broer Brian was geheel anders, zijn geur was niet bepaald lekker, hij had al dagen zich niet gewassen.
“Brian je moet in bad” mompelde ik, de jongens uit hen staar competitie halend.
“Je ruikt een beetje” fluisterde ik zachtjes.
Een grom verliet zijn mond en argwanend keek mijn broer naar de pool iets verder in de grot waarin hij bijna gevallen was op binnentreden.
“Zal me zo gaan wassen” sprak hij mij van zijn schoot drukkend. Drukte Brian zich recht net zoals Severus, “hier blijven, we zijn zo terug” sprak mijn broer op een zeer bittere toon.
De jongen van District vier liep voor mijn broer uit richting de richel waar ook gevaar schuilde.
Buiten hoorde ik smoezende, bozige fluisterende stemmen volgen, mijn broer was met Severus in discussie en ik begon mij af te vragen waar dat over zou kunnen gaan. Wellicht had het met mij te maken, met de jongen van vier. Zijn ogen zaten wel de hele tijd op mij gericht alsof hij de wereld voor hem zag. Maar zodra hij te dicht op mij kwam of te intiem werd in de ogen van mijn broer.
Leek zijn houding te veranderen naar vijandelijk richting mijn broer.
Ik begon me stilletjes af te vragen wat Malik had geregeld als deze twee jongen die elkaar niet konden luchten of zien, met elkaar moesten samenwerken. De jongen van District 4, was duidelijk met zijn hoofd bezig proberen te winnen, terwijl mijn broer nu eerder bezig was met mij te beschermen. Of toch zo leek het toch.
Het proviand controlerend merkte ik op dat we nog maar genoeg hadden voor een maaltijd met ze alle.
Wilde we een volgende maal moest er gejaagd worden, ik begon mijn pijlenkoker op mijn rug te binden en trok vervolgens mijn boog tegen mijn lichaam. Een mes volgde in mijn riem en met een sprong stond ik recht.
Zolang de jongens aan het bekvechten zijn zouden ze me niet missen.
Voorzichtig de grot uit klimmend, schoot ik achter de twee brommende, half pratende jongens langs. Klauterde de stijlen berg op via de stenen en trok mij via een Liaan het groene vergaarding in.
Een jacht kon snel of lang duren en het zou niet lang duren voor de lucht begon te kleuren.
Ik wilde dit gedaan hebben voordat ik een ander Tribuut zou tegen komen. Brian en Severus waren redelijk grote eters en als hen voldoende energie wilde behouden moesten ze wel genoeg blijven eten. Een aantal meter van onze schuilplaats af vond ik een oud konijnenhol, begon er met mijn hand in te wroeten en voelde al snel een paar oren.
Met een ruk trok ik het wild spartelende dier uit zijn hol en trok vervolgens met mijn mes zijn keel open.
Het dier begon te schrokken en trappelen en na een paar minuten was het overleden, een volgend konijn het zelfde hol uit trekkend deed ik precies zoals ik bij het eerste dier gedaan had en drukte mij vervolgens recht. Op het moment dat ik stond, werd ik onder schot gehouden door een meisje van een ander District. Ze had een klein keukenmes beet.
Ik begon te grijnzen, trok langzaam mijn boog van mijn schouder en spande vervolgens een pijl.
Het meisje kneep haar ogen wat samen, “wat gaat het worden,” vroeg ik mijn hoofd kantelend. Nu begon het meisje vals te grijnzen en begon ze al maaiend met haar keukenmes op mij af te lopen. Een teug lucht mijn longen in zuigend, spande de boog met zijn pijl na een seconden of drie liet ik los en schoot de pijl dwars door de arm waar het kind het mes in geklemd had.
Gegil en geschreeuw volgde uit haar mond.
Met een klap had ik haar nog wat centimeters van mij af weten te krijgen.
Maar het mes had mijn arm al schade gebracht. Zo als ik op het oog kon zien oppervlakkig, geen dodelijke aderlijke bloeding. Het meisje lag te huilen en probeerde de pijl uit haar arm te trekken. Met een brom had ik mij over haar heen gebogen en trok ik in een ruk de pijl uit haar arm. Geknars en barsten hoorde ik mijn oren binnen dringen.
Ik had haar arm gebroken en wellicht het wat boten gesloopt.
Met het mes dat ik de twee konijnen gedood had, stak ik het meisje in haar borstkast en glimlachte vervolgens.
“Je had beter weggelopen” sprak ik nadat ik haar ogen sloot en het mes uit haar borst trok.
Na een paar seconden verzamelde ik mijn buit en volgde er een knal. Het meisje van het District dat ik was tegen gekomen, had het leven verlaten.
Een tweede moord op mijn geweten liep ik gewond terug richting de schuilplaats waar twee overbezorgde jongens mij met over elkaar gekrulde armen stonden aan te gapen.
“Heb eten” giechelde ik onschuldig.
Mijn jas uit trekkend hem in een hoek smijtend, smeet ik mijn wapens erachteraan.
“Je bent gewond” hoorde ik ineens de stem van Severus. Ik haalde mijn schouders op en grinnikte vervolgens, “maar leef nog” knipogend naar mijn grote broer die mij met een vreemde trek zat aan te gapen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen