Foto bij H73: Kenmerken ~ Khana

Zodra James het woord ‘elf’ zei, bevroor ik en liet hem langzaam los. “Wacht, wat?” vroeg ik verward, maar James kon enkel nog maar snikken en onsamenhangende woorden uitbrengen. Ik besloot hem maar te laten uithuilen en wreef weer troostend over zijn rug. Ngorongoro had zijn ogen gesloten en leunde met zijn kop tegen James aan, zonder hem omver te duwen. Nick had een bezorgde frons op zijn gezicht staan, maar zei niets. Zo bleven we nog een tijdje in stilte zitten, totdat James wat gekalmeerd was en zijn tranen wegveegde. “Sorry, het was niet… ik wou… dit was…”, stotterde James toen onhandig, maar Nick onderbrak hem door te zeggen: “Het geeft niet, gaat het terug wat?” James knikte, maar keek geen van ons aan.

“HMM, DAT IS NIET WAAR JONGELING”, zei Ngorongoro opeens en opende zijn ogen. Zowel Nick als ik keken de wyvern verrast aan, maar James schudde enkel zijn hoofd en mompelde: “Jawel, als…” “JE KON NIETS DOEN, HIJ WAS TE STERK”, onderbrak Ngorongoro hem en het was even stil. Opeens leek Nick zich iets te realiseren en vroeg: “Ngorongoro, kun je toevallig zijn gedachten lezen?” De wyvern knikte tot mijn grote verbazing en zei: “JA, BIJ HEM TOCH. OMDAT HIJ DRAKEN AANTREKT, BEN IK OOK IN STAAT OM ZIJN GEDACHTEN TE LEZEN EN ZIJN EMOTIES TE VOELEN. DAT IS EEN VAN DE KENMERKEN VAN JULLIE DRIE.” Nick keek naar mij en vroeg: “Heb jij dat al meegemaakt?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee, anders had de Simurgh daar wel op ingespeeld… Enkel Qiuri is eens in mijn hoofd binnengedrongen, maar dat is iets anders geloof ik”, zei ik en Nick knikte. “Vreemd…”, mompelde hij nadenkend en Ngorongoro snoof even. “JA, DAT KAN WEL… SOMMIGE KENMERKEN ZWAKKEN AF MET DE JAREN, TERWIJL ANDEREN NET STERKER WORDEN”, vertelde Ngorongoro tegen James en hij knikte.

Ik voelde me net een tintje bleker worden en Nick vroeg niet-begrijpend: “Hoe bedoelen jullie?” “Nick, jij bent 400 jaar… Misschien is dat kenmerk van gedachtenlezen bij jou al vervaagd…”, vertelde James en blikte kort naar mij. Ik schudde zo onopgemerkt mogelijk mijn hoofd en James leek het te accepteren. “En Khana dan?” vroeg Nick echter en het werd even stil. “JULLIE ZIJN ALLEMAAL HEEL VERSCHILLEND, MISSCHIEN ZIJN DIE KENMERKEN BIJ HAAR NOG NIET OP PUNT”, zei Ngorongoro toen en keek kort naar James, die snel knikte. Nick leek te merken dat er nog iets achterzat, maar hij liet het met rust. Ngorongoro kwam terug overeind en schudde even met zijn lichaam. “Ik denk dat wij dan teruggaan zeker?” vroeg James toen voorzichtig en Nick haalde zijn schouders op. “Als jullie niets meer te bespreken hebben, kunnen we teruggaan ja”, zei hij en ik glimlachte even hoofdschuddend. “Wat?” vroeg James verward en Ngorongoro liet een vreemd gegrinnik horen. “MOET JIJ NIET DIE VRAGEN NOG BEANTWOORDEN OP JOUW LIJST?” vroeg hij toen grijnzend en James werd op slag rood. “Sorry, helemaal vergeten”, zei hij blozend en haalde een lijst tevoorschijn, waarna hij vanalles begon te vragen en te noteren.

Na een hele tijd was James klaar en stak zijn spullen weer weg. De mist was bijna volledig verdwenen en als Nick die illusie niet had gemaakt, hadden de andere mensen van het hotel ons al lang gezien. Er dreven af en toe wolken over de krater heen, maar voor de rest was het een zonnige dag. “HMM, DIT WEER MAAKT ME LUI”, zei Ngorongoro opeens en hij geeuwde, waardoor we zijn scherpe tanden konden zien. Hij keek even naar ons en zei toen: “IK GA TERUG NAAR MIJN NEST, WEET DAT JULLIE HIER ALTIJD WELKOM ZIJN. MOGE DE WINDEN JULLIE GUNSTIG GEZIND ZIJN.” Toen keek hij even naar Nick en sprong op. Terwijl hij omhoog vloog, leek Nick zich zwaar te concentreren. Pas toen Ngorongoro is een overdrijvende wolkengroep verdween, leek hij terug te ontspannen en keek ons glimlachend aan. “Laten we maar teruggaan, ik denk dat het lunchbuffet al lang begonnen is…”, zei hij en ik glimlachte hoofdschuddend. “Denk je ooit eens aan iets anders dan aan eten?” vroeg ik plagend en Nick antwoordde grijnzend: “Oh ja hoor, maar dat hoeven jullie niet te weten…”

Terwijl Nick bijna een spurtje trok naar de eetzaal, wandelden James en ik op ons gemak achter hem aan. “James?” vroeg ik opeens en hij humde: “Ja? Aanwezig?” “Die elf… weet je toevallig hoe die eruit zag?” vroeg ik voorzichtig en James keek nadenkend voor zich uit. “Eerlijk gezegd… weet ik het niet meer goed… ik dacht dat hij zwartharig was en gracieus, maar voor de rest… in zijn naam zat ook een ‘a’, maar meer weet ik niet, sorry…”, zei hij en ik schudde mijn hoofd. “Geeft niet, misschien was je te geschrokken om echt op hem te letten…”, begon ik, maar James maakte een twijfelend geluidje. “Niet echt te geschrokken… Hij had gewoon mijn buik volledig opengehaald toen ik de eieren wou redden en ik verloor best veel bloed…”, zei hij toen en ik stond spontaan stil. “Wacht… die elf viel jou ook aan?” vroeg ik geschokt en James draaide zich naar mij om. Hij knikte en zei: “Hij liet mij voor dood achter, vlak nadat hij Ignis had vermoord. Ik moest mij om het uur melden en omdat ik dat niet had gedaan, zijn mijn mededrakologen mij meteen komen zoeken. Ze kwamen net op tijd om een drukverband aan te leggen en mij met een helikopter naar het ziekenhuis te brengen… Ik weet waar je aan denkt, Khana, maar de tijden zijn verandert… Iedereen, elk wezen en elke persoon die ermee in contact komt, voelt dat er iets staat te gebeuren… Ik weet dat ze jou hebben voorbereid op praktisch alle mogelijke scenario’s, maar hier zal niemand op voorbereid zijn. Wees voorzichtig, Khana, want er staat iets te gebeuren dat niemand zal verwachten.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen