Foto bij 221 - Emmeline

Het kost me alle energie die ik in me heb om hoopvol te blijven, en om er voor te zorgen dat Jacques die hoop beschouwt als strijdlust.
Hij denkt immers dat ik bid voor een overwinning, voor mijn echtgenoot die levend terugkomt van het oorlogvoeren. Hij weet niet dat mijn gedachten gevuld zijn met het beeld van Lucien, koud en klam in een of andere donkere grot.
De frustratie neemt meerdere malen per dag mijn lichaam over, wat er voor zorgt dat er al enkele kopjes gesneuveld zijn.
Hoe erg ik ook mezelf beloofde om sterk te blijven, het lukt me niet als ik weer eens besef in wat een rottige, uitzichtloze situatie we ons bevinden.
Het lukt me al bijna niet om onze zoon vast te houden zonder in tranen uit te barsten, wat er voor zorgt dat ik veel vaker dan ik zou willen hem bij een kindermeisje onderbreng.
Mijn dagen breng ik voornamelijk door in de bibliotheek. Die plaats heeft fijne herinneringen, die tegelijkertijd pijn doen. Ik probeer er zo min mogelijk aan te denken.
Op een van de vele dagen die ik spendeer met mijn neus in de boeken lees ik iets dat een vlammetje aanwakkert. Vechtlust. Een vijandige leider wordt door een gefrustreerde rechterhand vergiftigd, het extract van een onschuldig lijkende plant gemengd met een simpel element lijdt tot een onopvallende maar brute dood.
Ik vind al snel de plank met boeken over plantenkunde. Als kind speelde ik veel in tuinen, en veel van de bloemen en planten herken ik. Had ik nou als kind maar opgelet toen mijn broer me vertelde welke daarvan giftig zijn.
      Het lukt me net op tijd om het boek dicht te slaan en te bedekken met een ander boek als de deur openvliegt.
"Emmeline," De man draagt een pantalon die verdacht veel lijkt op een pyjama, met daar overheen een blouse en een van zijn zwaarste capes. "Daar ben je."
Ik houd mijn hart vast.
"Luister." Hij schuift de stoel tegenover me naar achter en gaat er op zitten. Zijn wachten sluiten de deur achter hem en ik hoor ze voor de deur plaatsnemen. "Het gaat me niet snel genoeg. Hoe lang is Lucien nou al weg, zonder enig bericht? Te lang. Ik wil mannen achter hem aan sturen."
Mijn keel wordt even droog en ik moet de tijd nemen om met een antwoord te komen. "Mannen?"
"Ja. Elke oudste zoon, bewapend en te paard. En boodschappers, zodat we eindelijk wat te horen krijgen. Ik wil dit gevecht er op hebben zitten voor het warme weer doorbreekt."
"Weet u het zeker?" Ik vouw mijn handen in mijn schoot zodat ik er ongezien mijn nagels in de handpalmen kan drukken, om tegen te houden dat ik ga schreeuwen. "Is het niet wat te voorbarig?"
"Waarom zou dat te voorbarig zijn?"
"Door van ieder gezin hun oudste zoon te eisen, zorgen we voor paniek. Chaos. Dat bereikt hoe dan ook de tegenstanders, die zo veel te goed voorbereid zijn. Is het niet beter... verstandiger.. om ons aan ons huidige plan te houden? Ze zien nu niet aankomen dat we ons versterken."
De blik van de koning verstart, maar licht dan op. "Groot gelijk, Emmeline, groot gelijk.."
Hij reikt over de tafel en neemt mijn hand in de zijne. Er ontstaat kippenvel over mijn hele lijf. Ik wil zijn handen niet aan mijn lichaam, ik wil niet dat hij nog maar iets te zeggen heeft over mijn leven, of dat van Lucien, of Julien.
"Als Lucien niet terugkomt wordt je misschien ooit nog wel een goede koningin."
En dan weet ik het zeker.
Deze man moet dood.

De dagen die daarop volgen roept Jacques me voor het minste of geringste naar zijn vertrekken. Hij praat met me over strategieën, vertelt me over zijn plannen voor te toekomst. Heel soms zie ik een glimp menselijkheid op zijn gezicht, maar dat wordt heel snel overgenomen door een duistere, bijna duivelse blik. Ik zie verder bijna niemand, alle andere leden van het koninklijk huis lijken door Jacques vakkundig weggehouden te worden.
Terwijl hij een monoloog houdt over het uitbreiden van zijn rijk, kan ik alleen maar denken aan de plant die ik vond tijdens een van mijn wandelingen, net buiten de kasteeltuinen.
In een van mijn oude parfumflesjes weken de stampertjes van die plant nu, samen met een aantal dingen die ik mee smokkelde uit de keukens. Als ik de informatie die ik verzamelde uit verschillende boeken moet geloven zorgt de reactie van die verschillende stoffen voor een samenstelling die binnen een aantal uren na inname dodelijk zal zijn.
Ik verstopte het flesje in een gat in de muur achter mijn nachtkastje, dat ontstond nadat ik een aantal houden latjes vakkundig opzij boog. Niemand die er ooit achter zal komen, en binnenkort klaar om in te zetten.
Elke dag die verstrijkt ben ik er meer en meer van overtuigd dat er niets anders op zit dan de dood van de koning. Of ik mezelf er van kan overtuigen dat ik degene moet zijn die voor die dood zorgt weet ik nog niet zeker.
Het lijkt de enige oplossing. Als ik een gelukkig leven wil voor mijn echtgenoot en mijn kind moet ik wel. Maar de gedachte alleen al maakt me misselijk.
Ik probeer op mezelf in te praten. Dat de dood alleen maar goede dingen teweeg zal brengen, hoe angstaanjagend het nu ook voelt. Aleran's dood, hoewel een ongeluk en niet door vergiftiging, heeft na alle pijn enkel voor geluk gezorgd. Lucien zal terug kunnen keren, Julien zal geen gevaar lopen. De banden met het Ottomaanse rijk kunnen hersteld worden, en Lucien zal koning zijn.
Dood hebben nou eenmaal alle koningen en koninginnen op hun geweten. En niemand zal weten dat ik het heb gedaan.
Het kan snel, geruisloos. Een aantal druppels in zijn wijn. Ik breng genoeg tijd door met de koning, kan vingervlug zorgen voor de levering. Een paar slokken en het proces begint. Nu nog een moment kiezen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen