Het is een onbegonnen zaak, ik weet het zodra de eerste slag wordt uitgedeeld. Uiteraard komt die van mijn vader. De volgende ook, en die daarop ook. Emma doet dappere en bewonderenswaardige pogingen, maar ze worden allemaal zonder al te veel moeite gepareerd door de koning.
Het duizelt me. Het is alsof mijn ergste nachtmerrie me voor mijn ogen afspeelt. Nee, denk ik bitter. Niets alsof. Het is echt, het gebeurt hier en nu. Met elke slag komt het moment dat Emmeline zal sterven dichterbij. Ik voel de tranen van pure wanhoop over mijn wangen rollen. De wachters die me in bedwang houden doen alsof ze het niet zien terwijl ik tegen mijn banden vecht. Ook dat is onbegonnen werk. Ik win het niet van de boeien en al helemaal niet van de zes kleerkasten. Als ik op de juiste manier naar achteren leun en naar rechts kijk, zie ik mijn moeder. Ik durf zo nu en dan weg te kijken van het schouwspel voor me om haar te zien; ze wordt nog wel vastgehouden, maar de greep van de wachters is verzacht. Ook haar wangen zijn nat van de tranen.
Ik durf niet te hopen. Niet op Emma's winst, niet op een snelle, pijnloze dood, niet op dat ik flauwval voordat het gebeurt. Ik kan alleen maar uitgaan van het ergste.
Stap voor stap drijft mijn vader Emma meer in de hoek. Nog even en ze kant meer op. Vader staat met zijn rug naar me toe, maar ik kan me de waanzinnige blik in zijn ogen maar al te goed voorstellen.
Ik proef maagzuur.
En dan klettert Emma's zwaard op de grond.
Mijn vader overbrugt het laatste beetje afstand en draait zich met een ongelooflijke grijns om. Zijn armen spreidt hij. Dit is Emma's kans om overeind te komen, om haar zwaard te pakken en hem door het hart te steken! Ik bid.
Emma komt niet overeind. Haar energie is op, haar hoop verloren. Zo kort als die van mij ontvlamde, is hij ook weer uitgedoofd.
"Laat dit een les zijn!" dondert de man die ooit mijn vader was. "Laat dit er voor zorgen dat geen van jullie ooit nog tracht mij te misleiden!" Hij draait zich terug om naar Emma, en lacht. Het is een angstaanjagend geluid dat voor jaren terug zal komen in mijn nachtmerries. Het galmt door de ruimte heen, weerkaatst tegen de ruiten en de wanden tot een oorverdovend orkest. Zijn gestalte blokkeert Emma. Ik vecht nog harder tegen mijn boeien, wat er alleen maar voor zorgt dat ik harder tegen de leuning van de houten stoel wordt geduwd. Emma! wil ik schreeuwen, maar ik krijg geen geluid over mijn tong. Ik wil naar haar toe, wil haar troosten, wil haar vasthouden. Als ze moet sterven, laat ons dan samen sterven! Laat hem mij evengoed doorboren! Zonder haar wil ik niet, kan ik niet doorgaan!
Hij laat zijn zwaard vallen; met een machtig gekletter vindt het zijn weg naar de tegels. Hij maakt er een show van, realiseer ik me. Hij wil niets liever dan ons laten zien hoe machtig hij wel niet is.
Ergens trekt hij een dolk vandaan. Het ding glinstert in het licht. Ik vecht en ik vecht, maar ik kom niet los. Ik ben overgeleverd aan de doorgedraaide koning. Ik zie alleen maar het hoopje mens op de grond, van wie ik niet eens meer kan zien dat het Emma is. Laat hem opzij stappen, gun me een laatste blik...
Hij heft de dolk, houdt hem boven zijn hoofd met twee handen. En jaagt hem naar beneden.
Ik schreeuw harder dan ik ooit geschreeuwd heb. Ik schreeuw haar naam, ik schreeuw een vervloeking, ik schreeuw nietszeggende dingen.
Mijn vader struikelt opzij, alsof hij door iets geramd is. Door de zaal galmt meer gekletter, alsof er een tweede zwaard valt. Ik probeer scherp te stellen, probeer duidelijk te krijgen wat er gebeurd. Mijn vader kijkt met een ruk op - de dolk heeft hij nog in zijn handen. Het wapen is schoon.
Ik snap het niet. Er heerst nog meer onrust dan eerst in de zaal; mijn wachters kijken verdwaasd rond, er is geroezemoes.
"Jij!." sist de koning, en dan pas realiseer ik me dat mijn moeder is losgekomen van haar wachters en dat ze recht tegenover haar staat. Aan haar voeten ligt één van haar zware zilveren armbanden. In haar handen heeft ze mijn vaders zwaard. Haar gezicht staat, door de tranen heen, op vastbesloten.
"Je zou niet durven." Mijn vaders stem is als vergif. "Jij zou no-"
Hij maakt de zin nooit af.
Koningin Madeleine, prinses van Spanje, moeder van vier kinderen en de absolute goedheid zelve, heeft hem het zwaard door de keel gejaagd. Ze fluistert iets dat ik niet versta en kijkt toe hoe de man, met het ijzer nog door zijn hals, op zijn knieën zakt. Ze duwt het zwaard dieper; het natte geluid van staal door vlees vult mijn oren. Met een ruk trekt ze het terug, en de koning valt met een doffe klap neer. Van alle macht die hij een paar seconden geleden nog uitstraalde, is niks meer over. Als een zielig hoopje vlees en botten ligt hij op de grond.
"De koning is dood." galmt haar stem door de ruimte, met een kracht en gratie die me verbaasd. Dan richt ze haar blik op mij. Haar ogen zijn roodomrand, maar nooit eerder heb ik haar zo krachtig gezien. "Laat hem gaan."
Er wordt direct geluisterd; de mannen stappen naar achter en ik word van mijn boeien ontdaan. Ik schiet overeind en doorkruis de balzaal. De scène is als een luguber schilderij. Ik glij bijna uit als ik door de steeds groter wordende plas bloed ren. Op mijn knieën val ik neer naast Emma, die enigszins overeind is gekomen en verdwaasd naar het tafereel kijkt, en trek haar in mijn armen. Ik voel zoveel dat ik niks voel. Emma zegt niks, kruipt alleen maar dicht tegen me aan zonder haar ogen ooit af te wenden van het lijk. Ik doe hetzelfde. Mijn hart breekt als we samen toekijken hoe koningin Madeleine naast haar dode echtgenoot neerknielt en hem liefkozend de haren uit het gezicht strijkt.
Le roi est mort. Longue vie à la reine.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen