Ik schrik wakker als ik de stem van mevrouw De Saum hoor gillen door de schoolbus. Shit. Ik ben zeker in slaap gevallen, of niet? Mevr. De Saum was iets aan het vertellen over de Griekse goden, maar dat heb ik nu al zo vaak gehoord dat het saai geworden is. Per slot van rekening heeft ze op iedere god wel kritiek. Eigenlijk is ze wiskundedocent, maar ze heeft ook klassieke talen gestudeerd waardoor ze daar dus bijna alles van weet. Ze heeft zwart haar in een knot en ijzige, grijze ogen. De andere drie docenten die mee zijn, zijn mevrouw Toniesh, mevrouw Yelareu en meneer Noriech. Mevrouw Toniesh is onze geschiedenisdocent. Ze heeft bruine, korte haren en lichtblauwe ogen, gevuld met pure kilte. Mevrouw Yelareu is een docent Frans en heeft kort, krullend, donker haar met een onheilspellende, grijze blik. Meneer Noriech, integendeel, is heel vriendelijk en heeft blonde haren met donkere ogen. Hij heeft z'n haar al meerdere keren geverfd, geen idee waarom, dus ik weet niet wat de natuurlijke kleur is. Maar hij is wel altijd aardig en in tegenstelling tot z'n collega's is hij niet heel streng. Ook is hij leraar van klassieke talen, toch is het de wiskundedocent wie ons gaat vertellen terwijl we dat allang weten!
'Rose!' zegt ze met haar akelige stem. 'Ik ben hier iets aan het vertellen dus dan hoor je niet zomaar te gaan slapen! Dat had je maar thuis moeten doen!'
Ik draai met m'n ogen en kijk, haar negerend, uit het raam.
'Misschien zou je wel een beetje moeten opletten,' zegt Theodor. Theodor is mijn beste vriend op deze kloteschool. Hij heeft zwart haar en groene ogen. Net als ik heeft hij dyslexie en ADHD, alleen heb ik ook een extreem goed zicht en ben ik erg oplettend. Alhoewel, bij aparte dingen. Als ik slaap en er gebeurt iets wat ik niet zou verwachten, schrik ik meteen op en weet ik wat er loos is meestal. Hij is wel heel onzeker over zichzelf en ook wel een beetje een angsthaas, maar hij is wel schattig met z'n babyface.
'Ik let toch altijd op?' zeg ik met een humoristische glinstering in m'n ogen. Hij draait geërgerd met z'n ogen en meteen kijk ik weer uit het raam.

Terwijl we rondlopen door het museum, bekijk ik de beelden van de goden aandachtig. Ongelofelijk dat de Grieken dat zo lang geleden allemaal al konden maken. Vanuit mijn ooghoek zie ik een propje papier naar m'n hoofd komen en meteen vang ik het op. Met woedende ogen kijk ik naar de jongen die het naar me gooide: Stefan. Stefan is de grootste pestkop van deze klas. Hij heeft bruin, warrig haar en oceaanblauwe ogen. Ook hij heeft last van dyslexie en is wel eens nog al druk, maar een klootzak is hij zeker. Hij denkt ook alleen maar aan zichzelf. Even hoor ik Theodor iets binnensmonds zeggen wat duidelijk niet voor mij bedoeld was, maar toch hoor ik het.
'Als ik mijn taak niet zou moeten vervullen, had ik hem nu al zo hard geschopt.'
'Welke taak?' vraag ik verbijsterd en hij schudt zijn hoofd. 'Niets. Niets belangrijks.'
Even zucht ik, teleurgesteld dat hij me niks wil vertellen, maar het is z'n eigen keuze. Hem kennende, floept hij z'n kleine geheimpje er wel een keer uit.
'Nou kids,' zegt meneer Noriech. 'Mevrouw De Saum en ik zullen vandaag jullie begeleiders zijn, dus zou ik graag willen beginnen met...'
Meneer Noriech krijgt de kans niet uit te praten, want voor we het weten, valt mevrouw de Saum hem in de reden en begint een heel verhaal. Zonder het te proberen te onderdrukken, gaap ik heel overdreven en meteen kijkt mevrouw de Saum me woedend aan. Laten we zeggen dat zij en ik sowieso al een hele slechte connectie, geen idee waarom, maar ze heeft al sinds ik hier vorige maand op school kan een pure hekel aan me. Op zich vind ik het niet verschrikkelijk, alleen werkt het met cijfers en zo in m'n nadeel. Meneer Noriech vindt me juist heel aardig en hij geeft me dan ook wel eens net een hoger cijfer, alhoewel ik meestal wel tienen haal voor klassieke talen.
'Sorry hoor, Rose. Als je denkt dat je het zoveel beter kan.'
'Ik dénk niet dat ik het zoveel beter kan,' kaats ik terug. 'Ik wéét het.'
Ik loop naar voren en begin meteen met het verhaal, alleen smakelijker en met een beetje humor. Oftewel: minder saai. Als ik klaar ben, zie ik mevrouw de Saum me razend aankijken, maar meneer Noriech lijkt onder de indruk.

Als het pauze is, sta ik alleen voor de beelden van de goden. De twaalf goden van de Olympus. In stilte staar ik naar ze. De anderen zijn aan het eten in het café, zo ook Theodor, wie altijd honger heeft.
'De goden zijn de reden van al het ongeluk.' hoor ik een stem ineens achter me zeggen. Ik draai me om en zie daar mevrouw de Saum staan en kijk haar verbaasd aan.
'Wat bedoel je daar mee dan?' vraag ik verbijsterd. 'De goden bestaan toch helemaal niet?'
Een hoge, irritante lach bevindt zich aan de andere kant van me en als ik me om draai, zie ik mevrouw Toniesh hangend tegen het beeld. 'Natuurlijk! Maar die idioten hebben nooit iets door! Ze doen gewoon wat ze willen en trekken zich niets aan van anderen! Stelletje aso's.'
'Zeg dat wel, zussie.' zegt een stem weer van de andere kant. Mevrouw Yelareu? Wacht, zijn zij zusters!? Waarom sluiten ze me in? Het is niet alsof het het spectaculairder maakt, dit gebeurt alleen een films, toch? Dan pas valt het me op. Alle drie dragen ze een zonnebril en een soort hoofddoek waardoor hun hoofdhaar niet zichtbaar is.
'Raad eens wie me gebeld heeft, meiden.' zegt mevrouw de Saum sissend als een slang. Ik onderdruk een huivering. en stap een beetje terug zodat de afstand tussen haar en mij groter wordt. Helaas wordt die met de anderen juist kleiner.
'Kunnen we eindelijk onze slag slaan.' grinnikt mevrouw Toniesh, ook met een slis. Achter hun verschijnen twee gouden vleugels en hun handen veranderen naar brons. Ze doen hun doek af en dan verschijnt er iets wat me laat doordringen wat ze werkelijk zijn. Slangen in plaats van hoofdhaar. Dat maakt alles duidelijk genoeg.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen