Eschieve is onze moeder voor. "Wacht!" zegt ze ademloos, en brengt Madeleine daarmee dusdanig van haar stuk dat ze haar mond weer dichtklapt. 
Ik kijk kijk zusje nieuwsgierig aan. Er staan diepe kringen onder haar ogen, haar haren zitten warrig en haar jurk is gekreukt en gevlekt alsof ze hem al dagen aanheeft. Wat, realiseer ik me, ook zo is. Het is dezelfde jurk als ze aanhad toen ik naar de kerkers werd gebracht.
Wanneer ze weer spreekt, is haar stem veel kleiner. "Ik weet dat ik een fout heb gemaakt. Ik had nooit naar Lucien op zoek moeten gaan. En ik had zeker nooit terug moeten gaan!" Tranen springen in haar ogen. "Het is allemaal mijn schuld. Het spijt me, eerlijk waar. Ik lig er al dagen wakker van." Berouwvol kijkt ze naar beneden en mijn hart breekt voor de duizende keer in de afgelopen vierentwintig uur. "Ik weet niet hoe ik het goed kan maken..."
Zowel Madeleine als Emma kijken haar stomverbaasd aan. "Je... bent op zoek gegaan naar Lucien." herhaalt mijn moeder. "Je hebt hem gevonden. En toen besloot je nog eens te gaan."
Eschieve kijkt verward op. "Ja. Is dat niet waar dit over gaat?"
Ze heeft niemand gezegd wat ze ging doen. Zelfs de mensen die in het complot zaten heeft ze het voor stilgehouden. 
"Weet jij hier meer van, Lucien? Gezien je zo zit te glimlachen." 
Ik trek mijn gezicht rap weer in de plooi. Eschieve's ogen vallen op mij, maar ik schud mijn hoofd en breng daarmee een simpele boodschap over: later.
Madeleine zucht en gebaard Eschieve te gaan zitten. "Dat verhaal hoor ik nog wel. Eschieve... Ik moet je iets heel naars vertellen." Haar stem wordt zachter. Ik zie aan haar dat ze haar best doet de hevige emotie te verbergen. Eschieve is alleen te slim om dat te laten gebeuren. 
Met trillende stem zegt ze: "Zeg waar het op staat. Niet omheen draaien." 
Onze moeder glimlacht, een glimp van trots in haar vermoeide ogen. De glimlach verdwijnt wanneer de boodschap over haar lippen valt. "Je vader is dood." 
Ik weet niet of ik trots of bezorgd moet zijn op hoe Eschieve zichzelf in de hand houdt. Ze blijft even stil, slikt en knikt dan. "Moge hij rusten in vrede." 
Naar de hel met vrede. denk ik. Hij verdient geen vrede na wat hij ons in korte tijd heeft aangedaan.
"Hoe is hij gestorven?" vraagt ze dan. Er gaat een golf van aarzeling door de ruimte. Madeleine's ogen vinden die van mij en na een woordeloze discussie, knikken we beiden ja. Ze haalt diep adem, alsof dat de emoties minder intens maakt. 
Door het verhaal heen raakt Eschieve steeds meer van streek. Tranen biggelen over haar wangen en haar handen verkrampen zich in de stof van haar jurk. Ze staart recht voor zich uit. Moeder concludeert het verhaal en we wachten tot Eschieve iets zegt. Dat blijft uit. Ze blijft alleen maar staren, haar gezicht vertrokken in iets dat op woede lijkt. 
"Eschieve -" begint mijn moeder, en daarmee trekt ze de stormvloed aan woorden uit haar dochter.
"Alles aan dat verhaal is mijn schuld!" spuwt ze. "Als ik nooit... Als ik gewoon..." Ze schudt verwoed haar hoofd. "Ik heb ze naar Lucien geleid! Als ze Lucien niet hadden gevonden had papa nooit met Emmeline willen vechten en had jij hem nooit hoeven vermoorden en dan hadden we hier niet gezeten!" Ze hijgt, niet in staat iemand aan te kijken. Uiteindelijk, na een paar seconden, lukt dat haar toch. Ze kijkt mij aan, met een blik zo gepijnigd dat ik er misselijk van word. En dan werpt ze zich op mijn schoot, armen om mijn nek en gezicht verborgen in mijn hals. Ze snikt ontroostbaar, haar hele lichaam schokt ervan. "Het is míjn schuld dat je bijna alles kwijt was! Allemaal mijn schuld! Oh, je moet me haten, Lucy!" 
Het koosnaampje levert me een geamuseerde blik van Emma op. Het is meer emotie dan ik in de afgelopen uren van haar heb gezien, dus ik weerhoud mezelf van een waarschuwde blik. Voorzichtig sla ik mijn armen om Eschieve's smalle lichaam heen. Vroeger paste ze daar nog perfect, maar dat lijkt met de dag minder te worden. Ze is geen kind meer, precies zoals moeder zei. 
"Je moet me haten." snikt Eschieve opnieuw. "Ik zal je nooit meer lastig vallen. Beloofd! Dan kan ik ook niet meer..."
"Eschieve." onderbreek ik haar. Mijn stem is schor; mijn keel heb ik gisteren stuk geschreeuwd. Tot nu toe heb ik steeds antwoorden van een enkele lettergreep gegeven, zowel omdat praten zeer doet als omdat ik de energie niet heb voor meer. Ik kus Eschieve's slaap en in een enigszins onhandige beweging leg ik mijn hand op haar been. Onder mijn vingers, verstopt onder de vele lagen stof, zit een rauw litteken waarvan de oorzaak ervoor heeft gezorgd dat ze nooit meer helemaal goed zal kunnen lopen. Mijn schuld. In een pijnlijke flashback hoor ik het gegil van mijn zusje van die avond weer. Ik knijp mijn ogen dicht om te herinnering te verdringen. "Quitte." zeg ik. Dan, voor het eerst in bijna zesendertig uur met meer dan één lettergreep: "Nu staan we quitte." 

Julien ligt te slapen in de wieg bij ons voeteneind. Hij wel. Emma en ik hebben beiden een poging gedaan, maar het was een verloren zaak. Net als gisteravond stond ik als eerste op. Met een glas whisky voor de vlammen. Vrijwel direct stond Emma ook op en ging ze op dezelfde plek staan als gisteren, met haar lichaam tegen mijn rug gedrukt. Het geeft een warm en veilig gevoel.
Mijn broer is dood.
Ik heb hem vermoord.
Mijn vader is dood.
Mijn moeder heeft hem vermoord.
Na een poosje maak ik me los van Emma om een nieuw glas whiskey in te schenken. Mijn oogt valt op een klein donker flesje dat ik niet ken, verstopt achter de bloemenvaas. Ik pak het op en bestudeer het. Vermoedelijk slaapmiddel. Er was een tijd dat ik het gebruikte en ik weet dat Eschieve het nu gebruikt. Het zou me niks verbazen als Eschieve hier in de afgelopen maanden heeft geslapen en het vervolgens heeft laten staan.
Ik aarzel. Ik gebruik het spul liever niet, maar geen van ons beiden heeft sinds het gevecht meer dan uur geslapen. Ik draai me om naar Emma en laat haar het flesje zien.
"Om te slapen." stel ik schor voor. "Eén keer maar."

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen